22 juni tem 24 juni 2018 – Weekend Kemmel (Heuvelland)

Na het succes van vorig jaar, konden we natuurlijk niet nalaten om voor 2018 opnieuw een weekend te organiseren.

Waren we vorig jaar met 19, dit keer met 20 man.

We vonden ons verblijf in het Landhuis BellaRosa even buiten Kemmel en werden er heel warm verwelkomd door Isabel, the lady of the house en inderdaad een heel knappe verschijning.

Het Landhuis zelf was zonder twijfel een van de mooiste accommodaties die we ooit voor een weekend met Liever Gelijk hadden gereserveerd.

We mochten echter pas tegen 16u in de woonst en de deelnemers werden verwacht vanaf 17u.  Dus vlug alles uitladen en stockeren.  Die avond stond er Thaise kip op het menu en dat moest natuurlijk ook nog klaargemaakt worden.  De groentjes hadden we praktischer wijze reeds op voorhand gesneden.

Geert en Hans namen de soep voor hun rekening, ook Oosters getint en héél lekker.

Maar eerst werden de gasten verwelkomd met een drankje en een hapje in de tuin.  De tuinmeubelen waren spiksplinternieuw, want die morgen pas geleverd.

Vanuit onze living en zelfs vanuit de tuin, doorheen de immense raampartijen, hadden we een prachtig uitzicht over de velden van Heuvelland.  En zoals dat op een eerste avond gaat, vloeide de Cava heel rijkelijk en werden de hapjes alom gesmaakt.

Het was danig mooi weer, dat we onze soep buiten op het terras konden nuttigen.  Voor de hoofdmaaltijd, de Thaise kip met rijst, werd het een beetje te fris en togen we naar binnen.  Ook het dessert, vers gemaakte perentaart, ging vlotjes achter de kiezen.

Dan was het tijd om samen de avond door te brengen, natuurlijk met nog een drankje en met gezelschapsspelletjes. Er stond zelfs een pooltafel en als rasechte specialisten waagden sommigen zich aan het balletjes stoten.  Er werd even in het kort uitgelegd wat er dat weekend op het programma stond.  Wegens de Rally van Ieper dienden we onze zaterdag activiteit een beetje te verplaatsen naar Komen-Waasten.  We gingen die voormiddag in Komen het “Musée de la Rubanierie” (het lintweverijmuseum) bezoeken.  Dan een gezamenlijke maaltijd in Komen zelf en vervolgens naar Ploegsteert voor het “Ploegstreet 14-18 Experience”.  Zondag werden we in Wijtschate verwacht voor de “Eigen Kweek Route”.

Dus die zaterdag vroeg uit de veren, want om 9u30 was onze afspraak op de toeristische dienst van Komen. En na een uitgebreid ontbijt togen we naar ginder waar we al werden opgewacht door onze gidse van die dag, Véronique.  Na opnieuw een tas koffie met croissant namen we de wagens om naar het lintweverijmuseum te rijden.

En tegen alle verwachtingen in, werd dit een heel interessant bezoek.  Immers een lintweverijmuseum, wat moesten we daaronder voorstellen?

Maar onze gidse Véronique wist heel professioneel en geboeid over de geschiedenis van het lintmaken te vertellen.  Wat een meerwaarde gaf, was, dat de opgestelde machines nog allemaal functioneerden en dat we die in werking konden zien.

Het lintweven in Komen begon toen de Ieperse lakengilde bij de Franse koning over de oneerlijke concurrentie van de lakenwevers in Komen reclameerde.  Dus mochten er in Komen slechts “lakens” van maximaal 30 cm breedte gemaakt worden.  En zo was de lintweverij geboren.

Véronique bediende eigenhandig de vele weefgetouwen, vanaf de eerste primitieve tot aan de laatste, geïndustrialiseerde werktuigen.

Naarmate de weefgetouwen complexer en ook veel sneller werden, bracht dat ook meer stress en lawaai met zich mee.  Hoe moderner ook, hoe minder wevers er aan te pas kwamen.  De industrialisatie begon met de opkomst van de stoommachine in 1860.  Daar zagen we ook een voorbeeld van in het museum.  Wat ons ook boeide was de “halve maan schietspoel”.  Daardoor konden er op een machine vele linten naast elkaar worden geweven.  De schietspoel heeft een korte gang, want ze werkt met een gebogen beweging.

Bij de moderne, snelle machines kon men niet zo snel ingrijpen als er een draad brak en daarom vond men het “casse fil” systeem uit: metalen haakjes die de draden ophielden tijdens het weven, indien er één draadje brak, dan viel het metalen haakje naar beneden en stopte de machine.

Véronique liet ons ook nog zien hoe elastieken linten ontstonden, hoe ponskaarten werden gemaakt voor het weven van patronen of tekeningen.

Tot voor WOI was Komen de belangrijkste lintmaker ter wereld.  400 miljoen meter lint per jaar en met meer dan 3500 weefgetouwen in activiteit.  Maar tijdens WOI werd Komen helemaal plat gegooid en dankzij de “Wiedergutmachung”, de oorlogsterugbetaling van Duitsland werden opnieuw weefgetouwen geïnstalleerd. Het einde van de jaren ’60 bracht een nieuwe crisis met zich mee:  de spoelgetouwen werden door naaldgetouwen vervangen: meer productie met minder lintwevers. En in de jaren ’80 en ’90 kozen veel maatschappijen nog eens voor delocalisatie.

Als souvenir en uit nostalgie behielden vele thuiswevers hun machines ergens in een schuurtje of een garage bij en daar begonnen deze stof te vergaren.  Men besloot dan (als industrieel erfgoed) deze machines in ere te herstellen en te verzamelen op één locatie.  Zo werd in 1985 het Musée de la Rubanerie geboren.  Wij zijn zeker overtuigd van het belang van dit initiatief.  Ten afscheid kregen we allemaal nog een lintje mee als souvenir.

Vervolgens mochten we samen in  “La Passion des Terroirs” aanschuiven voor een lekker kippenfiletje met champignonsaus en frietjes.  Het aperitief mocht natuurlijk ook niet ontbreken.

Dan ’s namiddags naar Ploegsteert, voor de “Ploegstreet Experience”.  Eerst hielden we halt aan het Iers Vredespark met een typisch Ierse ronde toren.  De Ierse vredestoren herdenkt het feit dat katholieke en protestantse soldaten zij aan zij vochten in WOI en symboliseert zo de hoop op verzoening tussen de twee gemeenschappen.

In het Ploegstreet Experience centrum werd vooral de geschiedenis en de frontstelling in WOI belicht. Het centrum geeft je een blik op het leven van de soldaten en de burgerbevolking. Je betreedt het complex via een glazen piramide in het midden van het Bos van Ploegsteert. Er werd ook aandacht besteed aan het keerpunt in de oorlog, nl. de dynamitering over de ganse frontlijn, waarbij door middel van onderaardse gangen springstoffen onder de frontlijn werden aangebracht en tegelijkertijd tot ontploffing werden gebracht.

Nadien bezochten we het memorial en de begraafplaats buiten en stopten nog even op de plaats waar met Kerst 1914 de memorabele voetbalmatch tussen de gezworen vijanden Duitsland en Engeland plaatsvond.

Véronique bracht ons dan terug naar ons uitgangspunt aan de toeristische dienst van Komen waar we als afsluiter nog de “Soetes Molen” mochten bezoeken.  Die dag had België met 5 – 2 van Tunesië gewonnen en Kurt B. als fervent voetballiefhebber wou de uitslag nog niet weten omdat hij de wedstrijd die hij had opgenomen, zelf wou zien.  Verklapte de molenaar toch niet de uitslag zeker!  En Kurt was een ontgoocheling rijker 😉

Die avond weer maaltijd in onze gîte.  En opnieuw werd er weer gezellig samen gezeten met een drankje. Er stond een rijk gedekte tafel met stokbrood, kazen en andere charcuterie op het menu.  En even kwam Fawtly Towers om het hoekje kijken toen Toontje zei dat hij met zoveel calorierijke voeding moest opletten voor zijnen “costellerorol”.

Zondagmorgen begon met broodjes en croissants.  Voor onze “shit of mouse” (muizenstrontjes) taart moesten we die voormiddag in Wijtschate zijn waar we door onze gids Filip Mus werden opgewacht.

In de “polyvalente” kerk, kregen we eerst een paar filmpjes over de reeks “Van eigen kweek” te zien om een beetje in de mood te komen en onze herinneringen op te frissen

Met 5 wagens en met walkie talkies verkenden we nadien alle gemeentes van Heuvelland.  We passeerden aan het kruis waar in de 16e eeuw 3 priesters die hun geloof niet wilden afzweren, werden vermoord.  Op het kruis staat: “Hier stierven voor het Katholiek geloove ’s avonds ten 11e op 12e januari 1588 de drie priesters van Reninghelst.  De laatste vrage der Geuzen was: Wilt gij de misse afzweeren en belooven nooit geene misse meer te doen en wij sparen uw leven.  En d’antwoorde klonk: LIEVER DE DOOD

Ja, de mens moet zijn prioriteiten kennen in het leven, nietwaar?

We stopten ook even juist voor de Rode Berg voor een tractatie van Moniek, een kennis van Filip.  Moniek kwam gezwind als de wind aandraven met een “shit of cat” versnapering.

Natuurlijk moesten we die middag ook de interne mens versterken en op het voormalige vakantiedomein Kosmos nuttigden we met veel smaak onze meegebrachte picknick.

Dan togen we naar de beroemde kabelbaan Cordoba, een unieke toeristische attractie in West-Vlaanderen. Al in 1957 werd ze gebouwd door Oostenrijkse Alpenspecialisten om de Vidaigneberg en de Baneberg met elkaar te verbinden. Zijheuvels van de, vooral voor wielrenners, gekende Rode- en Zwarteberg. De zetellift biedt een uniek zicht op Heuvelland en weg van alle drukte zweef je boven de wijngaarden van Entre-Deux-Monts, de een met al wat meer “shit in the trousers” dan de andere 😉

Als afsluiter kregen we nog een glas Heuvellandse wijn aangeboden in café-restaurant Hollemeersch.  Ginder op het terras met uitzicht over het wijdse Heuvelland waanden we ons in het Mediterrane zuiden.

Dan werd het weer tijd om naar BellaRosa terug te keren, om onze koffers te pakken en om na een  intens en geslaagd weekend afscheid van elkaar te nemen.

De maandag lag immers op de loer en de alledaagsheid ging ons weer inhalen.

En zoals  sommigen mij achteraf vertelden, was het “alsof we in een andere wereld waren tijdens dat weekend”.  “Daarna is het minder leuk en val je terug op jezelf. Het is geweten, hé, dat er velen onder ons alleen zijn….”

Dat is inderdaad een situatie waarin tegenwoordig velen, ook niet-homo’s, zich bevinden.  Een directe oplossing is er niet, enkel het gevoel niet alleen te zijn en de kameraadschap dat een vereniging zoals Liever Gelijk, weliswaar maar tijdelijk, kan bieden.

Maar daar doen we het voor.

P.S.: Dit jaar geen poppers gevonden ;-(

Een reactie plaatsen

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Spring naar toolbar