Zaterdag 16 februari 2019 – Bezoek aan het stadspaleis d’hane Steenhuyse in Gent met gids

Maak kennis met dit prachtige 18de-eeuwse Stadspaleis met zijn hemelse balzaal en rijk gedecoreerde salons

Het pand werd in 1768-1773 gebouwd door Jan Baptist Simoens, die met zekerheid de achtergevel en de salle à l’italienne ontwierp en bouwde. De voorgevel werd misschien ontworpen door David ‘t Kindt, maar archivalisch bewijs is hier niet van.

Rond het begin van de 19de eeuw werd het gebouw voor het adellijke societygebeuren gebruikt, met als hoogtepunt het verblijf in 1815 van de uit Frankrijk verdreven koning Lodewijk XVIII.

Met zijn hofhouding regeerde hij vanuit het hotel in ballingschap.

In de twintigste eeuw raakte het hotel in onbruik.

In 1981 werd het gebouw eigendom van de stad Gent, die er eerst een informatiecentrum in onderbracht en later de Dienst Monumentenzorg. In de jaren 90 onderging het een grondige renovatie.

Gelieve u voor deze rondleiding zeker in te schrijven en dit voor zaterdag 9 februari, de rondleiding per gids is immers beperkt tot 20 personen.

En  dit op lievergelijk@outlook.com en dus graag voor 9 februari!

Voor deze rondleiding betaalt Liever Gelijk de gids(en) (85 Euro per gids) uit de kas. De toegang zelf is gratis.

Hiervoor komen we samen aan het Stadspaleis Veldstraat 55 in de schone stede van Gent.

De rondleiding begint om stipt 14u30.  Gelieve dus zeker een kwartiertje op voorhand aanwezig te zijn.

15 december 2018- Bowling Kentucky

Eigenlijk kwam het idee dit keer van Danny om in Wevelgem eens te gaan bowlen en hij gaf ook de tip om in het “Chinese” restaurant aan de overkant te gaan eten. Kwestie van gewoon effe de straat over te steken.

Zo gezegd, zo gedaan.  Het is altijd leuk als leden voorstellen tot activiteiten geven en zie zowaar deze was uiterst succesvol.  Met 27 man gingen we die zaterdag met de ballen spelen.  Spijtig genoeg moesten we de zondag daarvoor de inschrijvingen reeds afsluiten, anders zouden we met nog meer geweest zijn.  Maar het spel moet nog aangenaam blijven.

De laatste keer dat we zijn gaan kegelen was op Pottelberg in februari 2010. Het was ook toen dat Benjamin voor een eerste keer op een activiteit van Liever gelijk kwam opdagen, samen met nog een andere geïnteresseerde.   Inderdaad op 2 maanden na is dit bijna 9 jaar geleden.  Toen waren we slechts met 16 man en hadden we twee banen voor ons.  Dit keer met 27 man en dat voor 3 banen.

In het begin moest iedereen een beetje zijn plaats zoeken, maar al vlug kropen we gezellig tegen elkaar aan.

En deze keer hadden we geen twee, maar wel 3 nieuwe gezichten: Sander en Jan B. die eens kwamen kijken hoe de sfeer in onze groep wel zit en Martin ons jongste lid.  Sander is afkomstig van Maldegem en is voor zijn werk naar de Westhoek afgezakt. Inderdaad, als archeoloog heb je daar voorlopig nog de handen vol. Verder Jan B. uit Roeselare en indertijd nog lid van Think Different.  En last but not least, Martin, een exoot, die toch een grote stap gezet heeft om zich als Indiër bij een Vlaamse holebi-vereniging aan te sluiten. In zijn thuisland is homoseksualiteit onlangs weliswaar uit het strafwetboek gehaald, maar maatschappelijk gezien moet daar op dat gebied nog veel water door de Ganges vloeien.

En zo begonnen we rond het uur van vieren aan ons ballenspel.

Al gauw werd duidelijk wie zich van zijn sterkste kant liet zien.  Martin scoorde de ene strike na de andere, dat terwijl een ander van schaamte van naam moest veranderen om niet in affronten te vallen.  Ik wist niet dat we een Guillaume bij onze groep hadden, euh… Kris?

De ooh’s en de ah’s weerklonken langs alle kanten. Maar wie had ooit gedacht dat een nieuwkomer alle anciens onder tafel zou spelen? Zo zie je maar, niet enkel op IT zijn Indiërs sterker, alhoewel ze toch moesten onderdoen voor onze Belgische hockeyploeg.

We mochten twee uurtjes spelen en omdat het eerste spel een beetje lang had geduurd, werd het tweede spel ongeveer halverwege afgesloten.

Ietsje na 18 uur werd duidelijk wie de winnaar was, maar het overzicht geven we straks op het einde van dit artikel.

We mochten onze wagens op de parking van de bowling laten staan en trokken vol verwachting naar het Chinese restaurant, The New Bowl, aan de overkant.

Een sympathieke dame legde ons de formule uit: voor een slordige 33,90 Euro mochten we ons buikje rond eten en genieten van dranken in overvloed.  En het moet gezegd worden, voor die prijs kreeg iedereen waar voor zijn geld.  Een waaier aan gerechten lag daar klaar om door ons geproefd te worden. Te veel om op te noemen. Zelfs een Teriyaki buffet stond er op het menu en een gedienstige Chinees (of was het nu een Japanner?) bereidde vol liefde de uitgekozen ingrediënten.  Verder nog een dessertbuffet met soesjes, fruit en crème glace en voor de liefhebbers een Irish Coffee. En je moet nu niet zeggen, dat je er met honger van tafel kwam.

En zoals gewoonlijk duurde onze après bowling langer dan het spel zelf.

Nadat iedereen had afgerekend, gingen nog een aantal vol adrenaline zittende spelers de Kerstmarkt van Kortrijk onveilig maken.  Anderen trokken wijselijk naar huis, waarschijnlijk om te bekomen van de doorstane emoties 😉

Zo kwam aan onze laatste activiteit van 2018 een einde en hebben we ons werkjaar in schoonheid kunnen afsluiten.

Op naar het volgende!

Algemene stand:

Deelnemers:                                                             Punten:

1 Martin:                                                                                 189

2 Kurt Ho Ho Ho:                                                                    146

3 Francis:                                                                               122

4  Alain:                                                                                  122

5  Jan B.:                                                                                117

6  Kurt B.:                                                                               116

7  Peter S.:                                                                             111

8  Gino:                                                                                  102

9  Johan:                                                                                94

10 François:                                                                            93

11 Jan O.:                                                                               91

12 Jo:                                                                                     91

13 Stefan:                                                                               91

14 Patrik:                                                                                90

15 Jan H.:                                                                               87

16 Frank:                                                                                82

17 Patrick:                                                                              77

18 Toon:                                                                                 74

19 Sander:                                                                              71

20 Vincent:                                                                             69

21 David:                                                                                68

22 Christophe:                                                                        68

23 Tom:                                                                                  55

24 Guillaume:                                                                         51

25 Benjamin:                                                                          45

26 Steven:                                                                              24

27 Rob (buiten competitie):                                                    133 (foto’s)

15 december 2018 – Bowling Kentucky

17 november 2018 – CAW Boysproject

17 november 2018 – Bezoek museum E. Van Mieghem

17 november 2018 – Bezoek museum E. Van Mieghem

Als een soort voorsmaakje op onze activiteit later die namiddag, bezochten we eerst het museum Eugeen Van Mieghem aan de Ernest Van Dyckkaai 9 in Antwerpen, schuin tegenover het Steen.

De meesten kwamen met de trein, dus het was verzamelen geblazen in het Centraal Station in Antwerpen.  Op zich ook al een bezoekje waard, maar dat is misschien voor later.

We moesten ons wel haasten om de hele weg van het station naar de Schelde af te leggen, via de drukke Meir, langs de kathedraal naar het museum om daar op tijd aan te komen. En met 25 man is het dikwijls achterom kijken, of er geen achtergebleven zijn.

We werden daar al opgewacht door onze gids Kris, vrijwilliger in het museum.  Een heel bevlogen verteller, zoals later zou blijken.

Eugeen Van Mieghem is een kunstschilder, maar vooral een tekenaar. Hij heeft slechts een kleine 700 schilderijen gemaakt en daartegenover duizenden tekeningen. Dat is de reden waarom hij zo relatief onbekend is t.o.v. andere schilders die duizenden schilderijen hebben gemaakt, zoals een Picasso.

Volgens een artikel uit de New York Times kan men Van Mieghem op hetzelfde niveau zetten als Goya, Toulouse-Lautrec, Käthe Kollwitz en Van Gogh.

Hij heeft geleefd van 1 oktober 1875 tot  24 maart 1930 (hij werd dus slechts 54 jaar).  Hij heeft dus geleefd in de booming periode van de Antwerpse haven.  Hij werd geboren in het Café van zijn moeder in de Montevideostraat dat pal tegenover de ingang van de Red Star lag.

Van Mieghem tekent in een soort post-impressionisme en volgens Kris hou je ervan of je houdt er niet van.  Zijn werken zijn nogal donker, maar in die tijd was er niet zo veel om zich over te verheugen.  Kris toonde ons vervolgens een tekening van een zieke vrouw, een blinde man.  Van Mieghem werd blijkbaar veel geconfronteerd met het lijden.

Wanneer is er iets kunst, volgens Kris, wanneer het je beroert.

De werken van Van Mieghem hebben ook een historisch documentaire waarde voor Antwerpen.  We mochten dan raden naar de 3 hoofdpunten in het werk van Van Mieghem.

Een eerste was het havenvolk met zijn favoriete items: de zakkennaaisters, de dokwerkers, de prostituées, het gebeuren in de cafés…  de jonge boefjes.

Het tweede thema : de migratie en de landverhuizers.  Van Mieghem zag vanuit het café van zijn moeder de gelukzoekers naar Amerika vertrekken.

Een derde thema was de Grooten Oorlog.

Kris deed vervolgens het verhaal over de vrouw van Van Mieghem, Augustine Pautre, een Brussels meisje dat les volgde aan de Academie van Antwerpen en volgens Kris een pracht van een meisje met wie hij in 1902 huwde.  Daaruit werd datzelfde jaar nog een zoontje geboren, Eugeen junior.

Eind november 1904 werd zijn jonge vrouw ziek en Van Mieghem zou haar weergeven in een indrukwekkende reeks tekeningen en pastels. Volgens Kris zijn dat magnifieke, ingrijpende tekeningen.

Terneergeslagen door het verdriet om het overlijden van Augustine op 25-jarige leeftijd, op 12 maart 1905 (door tuberculose), zou Van Mieghem tot 1910 niet meer exposeren.

Erwin Joos, de curator van het museum, dat hij zelf oprichtte, eerst  op Antwerpen-Linkeroever heeft dan veel later die zoon van Van Mieghem bezocht (hij werd 84 jaar) en deze had nog wel wat werken hangen van zijn vader, o.a. een prachtige tekening van een vrouw (eigenlijk van zijn moeder) die nu in het museum hangt.  Erwin Joos vroeg aan de zoon wie dat was, maar hij dacht dat het slechts een model was.  Hij wist zelfs niet dat het zijn moeder was.

Eugeen Van Mieghem ging naar de Academie van Antwerpen, maar vloog daar zeer vlug buiten, door dezelfde professor (Siberdt) die 10 paar jaar eerder Van Gogh buitengooide. De kunstenaar, die niet wilde plooien voor het academische onderricht, ging dan maar in dienst van zijn vader werken als scheepsbevrachter (het café van moeder werd vooral bezocht door binnenschippers). Van Mieghem bleef tekenen en op zijn tochten door de haven nam hij steeds een schetsboek mee om zijn indrukken op papier te zetten.

Tijdens de oorlog bleef hij bij zijn moeder wonen in de havenbuurt (zijn vader was al in 1899 overleden). Eugeen werd sterk aangegrepen door het leed van de vluchtelingen en van de teruggedreven Belgische soldaten en maakte veel tekeningen met momentopnamen, onder meer verscheidene van zijn moeder.

In maart 1919 exposeerde Van Mieghem in Antwerpen zijn oorlogswerk in het Koninklijk Kunst-verbond. Deze merkwaardige reeks van vooral tekeningen en pastels kende sterke bijval bij de kunstcritici. In 1920 werd hij opgenomen in een Brussels sanatorium “Le Fort Jaco” in Brussel en hij ontmoette er de 24-jarige verpleegster Marguerite Struyvelt. Later dat jaar huwden ze en werd Van Mieghem benoemd tot leraar aan de Antwerpse Academie van de klas van het tekenen naar het levend model.

Tot aan zijn dood in 1930 nam Van Mieghem bijna jaarlijks deel aan de Antwerpse groepstentoonstellingen van “Kunst van Heden” en de Brusselse salons van de Belgische aquarellisten. In 1925 verbleef hij, na zijn echtscheiding van zijn tweede vrouw, enkele weken met vakantie in Blankenberge. Bij uitstappen naar Oostende ontmoette hij zijn vriend Ensor en maakte hij van hem enkele mooie portretten.

Vanaf 1927 werd zijn gezondheid opnieuw slechter en diende hij meermaals opgenomen te worden in sanatoria. Bijzonder aangrijpend is de reeks van de lijdensweg van Christus die Van Mieghem maakte in 1929. De kunstenaar overleed op 24 maart 1930, aan een hartaderbreuk, amper 54 jaar oud.

Tijdens zijn ziekte, toen hij niet meer naar buiten kon, maakte hij ook vele tekeningen van alledaagse voorwerpen op zijn kamer.

Na een filmpje over het leven van Van Mieghem begon Kris over het prachtige herenhuis te vertellen waarin het museum gevestigd is.

In 1896 liet de succesvolle agent en scheepsmakelaar Gustave Albrecht dit uitzonderlijke herenhuis bouwen.  Albrecht vertrouwde de realisatie van zijn huis toe aan de architect Jos Hertogs (net als hij een vrijmetselaar) die onderaan het gebouw een kantoorruimte voorzag met daarboven de woonruimten. Enkele jaren later ontwierp Hertogs ernaast ook het monumentale Hanzahuis voor de Duitse bankier Wilhelm von Mallinckrodt.

Decorateur Henri Verbuecken maakte het huis tot een sprookjesachtig geheel met stijlen van Venetiaans quattrocento tot Japanse Edoperiode.

In het gebouw was vanaf 1949 het bekende restaurant La Rade gevestigd, dat een hele tijd twee sterren had in de culinaire Michelingids. Hierdoor won het gebouw met zijn museaal interieur aan publieke bekendheid. Het restaurant sloot zijn deuren in 2005.

In 2008 kocht de KBRV (de Koninklijke Belgische Reders Vereniging) het gebouw om het, na een grondige restauratie, te gebruiken als kantoor en om in een prestigieus kader haar belangrijke gasten te kunnen ontvangen. De niet geklasseerde zolderverdieping werd daarom verbouwd tot een moderne kantoorruimte.

Bijna gelijktijdig met de inhuldiging van Het Redershuis door Koning Albert II in 2010, opende op de benedenverdieping het Eugeen Van Mieghem Museum.

De stichting Van Mieghem hoeft geen huur te betalen, enkel de nutsvoorzieningen.  Voorlopig mogen ze nog tot 2030 blijven.

We mochten beneden nog even rondkijken voordat we naar de bovenste verdiepingen werden geleid.

Via de hal waar Kris ons nog opmerkzaam maakte op de aparte deur gingen we via de trap naar de eerste verdieping waar we eerst het kleine Japanse kamertje bezochten.

Deze ruimte maakte deel uit van het vroegere restaurant La Rade (dat zich uitsluitend bevond op de eerste verdieping). De decoratie van deze uitzonderlijke kamer werd gedeeltelijk uitgevoerd door Japanse kunstenaars. De ruimte wordt nu versierd met authentieke stukken uit die tijd.

De grote zaal (waar het eigenlijke restaurant was gevestigd) werd door decorateur Henri Verbuecken gerealiseerd in een eclectische stijl. In de rijke decoratie met invloeden van de art nouveau en de Arts & Crafts zijn symbolen verwerkt uit de vrijmetselarij.

In het laatste gedeelte van de zaal zijn er verwijzingen naar Venetië (het feeërieke mozaïek ) en naar Constantinopel (de erker met zijn schitterende beschilderde glasramen), de zogenaamde Venetiaanse kapel.  Volgens Kris moet er hier een soort tempel geweest zijn, meer een van de vrijzinnigheid dan van de loge en zouden hier ook inwijdingsrituelen uitgevoerd zijn, waarbij de marmeren troon gebruikt zou zijn.

De uit drie delen bestaande zaal werd door monumentenzorg volledig geklasseerd.

De tweede verdieping was niet zo luxueus, veel decoratie en versiering is daar in de loop der jaren verwijderd.  Eerst de Plantin-kamer met een verzameling vrachtbrieven en vervolgens de Vlaamse kamer met uniek zicht over de Schelde, het Steen en de rede.

In deze ruimte worden nu een 25-tal oorlogswerken van de kunstenaar getoond waaronder het monumentale De vluchtelingen (de grootste oorlogstekening van de kunstenaar).

Kris liet ons daar nog een plaatje uit de tijd van de Foxtrot horen op een antieke grammofoon. De tijdsgeest van de twenties kwam heel overtuigend over.

Nog wat rondkijken in het museum en toen was het hoog tijd voor onze volgende afspraak om 16u, nl. het CAW Boysproject in de Appelmansstraat 12 vlakbij het station.

Terug in de omgekeerde richting naar het station om in een zijstraat van de De Keyserlei op bezoek te gaan bij het CAW Boysproject Antwerpen.

We werden er heel hartelijk ontvangen door Sanne, Bregje en natuurlijk niet te vergeten, de enige jongeman van de ploeg, Roel.  En wat voor eentje 😉

Zij hadden voor koffie, koekjes en fruitsap gezorgd.  En dat was welgekomen na ons intensief bezoek aan het museum Van Mieghem.

We zaten in een grote kring en om het ijs een beetje te breken, moest iedereen zichzelf voorstellen en het alfabet afgaand een woord zeggen dat te maken had met seksualiteit.

We gingen het rijtje af en meestal kwam er wel iets ludieks uit de bus.  “Doe maar” van Toontje, zal weer eens een one-liner blijven.

Nadien begon Sanne de werking van het CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk) uit te leggen.

Caw Boysproject is een sociale organisatie voor mannelijke en transgender sekswerkers (payboys, masseurs, gigolo’s, M$M, $hemales,…).

Sanne schetste eerst de historiek van het project en dit komt in grote lijnen overeen met wat je hierover op het internet vindt:

“Dirk Vertongen ging in 1995, vanuit het Veiligheids-en Preventiecontract van de Stad Antwerpen, als straathoekwerker aan de slag met mannelijke prostituees. Deze groep bevond zich vooral in de stationsbuurt en in en rond het stadspark. In 1997, kwam hij steeds meer in contact met jonge Joegoslavische bloemenverkopers die op allerhande manieren geld trachtten te verdienen, prostitutie was er een van.
Uit die contacten bleek dat deze jongeren grote nood hadden aan een eigen plek.
Daarom werd in augustus 1997, speciaal voor hen, een onthaalruimte met zetel en kookfornuis ingericht.

Het straathoekwerk werd tijdelijk omgevormd tot een kleine onthaalwerking, de eerste veilige plek binnen de anonieme stad. De jongeren doopten het onthaal om tot de ‘Joegoclub’ die verscheidene avonden per week open was.
Allerlei activiteiten werden georganiseerd: sportactiviteiten (reden om zich nadien te wassen), koken (gezonde voeding), er werd muziek gemaakt (om de eigen cultuur aan bod te laten komen).

Er werd getracht hen op weg te helpen naar scholen, te ondersteunen bij contacten met de politie, enz..

Het project kreeg de erkenning van de Stad Antwerpen nadat men in de Antwerpse dokken een sporttas opviste met daarin de stoffelijke resten van het Roemeense straatjongetje Puia.
Plots stond het probleem van Antwerpse straatkinderen wel op de kaart.

De “Joegoclub” is opgegaan in het Project Antwerpse Straatkinderen (PAS) met als doelgroep “alle straatkinderen” en kreeg drie voltijdse medewerkers. Op haar beurt is het PAS een KIDS-werking geworden die vooral buurtgericht werkt. Naast het onthaal van PAS werd door Dirk weer voltijds op straat gewerkt.

De nood van mannelijke sekswerkers aan een eigen veilige plek bleef bestaan.
Daarom diende Dirk in 2001 een voorstel in tot het organiseren van een onthaalruimte voor mannelijke sekswerkers. In afwachting van de goedkeuring, startte hij zelf een beperkte onthaalwerking in het administratieve gebouw van CAW De Terp (nu CAW Antwerpen).
Sedert oktober 2001, werd om de twee weken een gratis doktersconsultatie door Gh@pro voorzien.
Twee vrijwilligers trokken de straat op, maakten het aanbod bekend aan de doelgroep en begeleidden ze naar de dokter.
In 2002, kwam de officiële goedkeuring van BOYSPROJECT, maar het duurde tot juni van dat jaar voor er een geschikte locatie werd gevonden nl. de Quellinstraat 56.
Twee jaar later behaalde BOYSPROJECT de Belgische Prijs voor Criminaliteitspreventie.

In 2007, werd de werking binnen BOYSPROJECT herzien en profileerde zich meer naar de individuele hulpverlening. Het aanbod werd aangepast en de nadruk werd op straathoekwerk en de aanwezigheid op het internet gelegd.

Gezien meer en meer jongens zich via het internet aan klanten aanbieden, en er minder gasten op straat, in de cafés of in de parken te vinden waren, werd tegelijkertijd in 2011 een nieuwe interactieve website, enkel bedoeld voor de doelgroep, gemaakt: www.info4escorts.be .
Daarnaast is Boysproject aanwezig op profiel- en chatsites die door de doelgroep gebruikt worden.

Sedert eind juni 2011 is Boysproject te vinden in de Appelmansstraat 12 te Antwerpen.”

Het CAW Antwerpen is de overkoepelende organisatie waar het Boysproject bijhoort. Sommige organisaties onder het CAW, zoals het JAC (Jongeren Advies Centrum) zijn meer bekend.

Sensoa bv. hoort daar niet onder.

De financiële middelen komen dus van de Stad Antwerpen. Daarnaast wordt er ook met vrijwilligers gewerkt en geniet men van donaties. Dit laatste is natuurlijk ook belangrijk. Het personeel wordt door de stad Antwerpen betaald.

Er wordt op dit ogenblik met 8 mensen gewerkt. Het is een redelijk nieuw team. Het is ook wel een heel intensieve job met heel onregelmatige uren, dikwijls weekendwerk.  De opleidingen zijn eigenlijk allemaal heel verschillend: Sanne is bv. maatschappelijk werker, Roel sociaal verpleegkundige.  Er is ook een seksuoloog, sommigen met een politieke opleiding.   Het zijn allemaal hulpverleners en daarom is de opleiding minder belangrijk.

Talen zijn ook heel belangrijk.  Het is een heel diverse doelgroep waar veel talen gesproken worden.  Er zijn medewerkers die Spaans, Engels en Frans spreken.  Er was zelfs een medewerker van Turks-Koerdische afkomst die 9 talen sprak.  En op het moment dat die vertrok, werd dat wel gevoeld.

Er is heel veel diversiteit in het team maar ook in de doelgroep. Roel vroeg dan of wij een idee hadden hoe de doelgroep er bij hen uitzag, qua afkomst, leeftijd, welke jongens en transgenders er dus sekswerk doen?

Sekswerk wordt een beetje ruimer gezien.  Er zijn er die af en toe geld verdienen met seks, of het ooit gedaan hebben, of die een heel groot risico lopen tot sekswerk.

Als je bv. een date hebt en je krijgt geld voor de taxi, dat is in feite ook sekswerk, je wordt financieel ondersteund voor je “diensten”.

Mensen die het risico lopen om sekswerk te doen, dat zijn tegenwoordig veel jongens uit Irak, die geen papieren hebben en die op de een of andere manier moeten zorgen om aan geld te geraken.

De jongens die hier komen, doen dat dus bijna allemaal om te overleven.  De oudere garde doet dat meestal nog omdat ze vaste klanten hebben.  De gemiddelde leeftijd is tussen de 25 en de 35 jaar. De jongste is 18 en de oudste is er 63. Je kunt je afvragen waarom iemand van die leeftijd nog sekswerk doet, maar dat kan bv. gaan over een transgender die op de arbeidsmarkt gediscrimineerd wordt en haar toevlucht tot sekswerk moet zoeken omdat ze anders niet rondkomt.

Er komen ongeveer 47 nationaliteiten over de vloer. De top 5: België, Marokko, Irak, Ecuador, Roemenië …. Er zijn ook transgenders die in het Schipperskwartier werken of mannen die zich gewoon als vrouw verkleden om achter het raam te werken.  Diegenen die een volledige transitie hebben ondergaan, dat aantal is eigenlijk niet zo hoog.

Het is ook geen probleem van een grootstad, het is gewoon zo dat hier veel meer mensen samenkomen.

Er zijn verschillende motivaties waarom iemand sekswerk doet, niet enkel om te overleven,  sommigen zoeken een zekere vorm van affectie, of zijn seksverslaafd.

Het is in feite ook niet de taak van Boysproject om mensen uit het sekswerk te halen, om hen op de reguliere arbeidsmarkt te krijgen.  Zij zijn gewoon een preventieve dienst, zij staan in voor de seksuele gezondheid en de veiligheid van die gasten.   Als zij de vraag krijgen om er toch uit te stappen, worden ze uiteraard wel begeleid.

Op de vraag of het een illegaal circuit is, antwoordde Roel dat er in Antwerpen een gedoogbeleid gevoerd wordt.  Er zijn heel weinig regels, de sekswerkers worden heel weinig beschermd omdat het niet “officiëel” is.  Boysproject werkt dan op schadebeperking, de veiligheid in het algemeen, ze proberen hen tips te geven. In het Schipperskwartier gaat men de prostituees nu niet oppakken, maar bv. tippelen op straat of in het park mag niet.  Het politieke klimaat in Antwerpen is nu zo, dat men veel werkt op overlast.  Het wordt dus moeilijker om op de “openbare weg” te werken.  Via het internet wordt er ook veel gewerkt.  Het heeft zijn voor- en nadelen.

Boysproject komt met een 300-tal unieke profielen per jaar in contact en de medewerkers kennen hen ook allemaal.  Er komen ongeveer een 40-tal gasten per week langs bij Boysproject.

Op de vraag of er ook diensten verleend worden aan vrouwelijke klanten, is het zo, dat bij Boysproject dat veel minder is.  Vrouwen die betalen voor seks zijn een minderheid omdat vrouwen veel makkelijker aan seks kunnen geraken.  De typische “gigolo’s”  zijn  vaak  gasten die veel minder kwetsbaar zijn, die komen veel minder bij hen over de vloer.  Het gaat bij Boysproject hoofdzakelijk over mannen die seks hebben met mannen, dat zijn niet per se homoseksuelen, er zijn vele sekswerkers met vrouw en kinderen en die geld verdienen door seks met mannen te hebben, gewoon om hun gezin te onderhouden als een overlevingsstrategie.

Het moet voor hen dan natuurlijk niet gemakkelijk zijn om seks met mannen te hebben, en er kunnen hierdoor ook psychologische problemen ontstaan.  Maar van de andere kant is het wel gemakkelijk verdiend. Je ziet heel duidelijk bij sommigen dat zij dat opsplitsen.  Zij hebben van de ene kant romantische relaties en van de andere kant seksrelaties die hun inkomsten zijn.  Je hoort verschillende gasten dan praten over zichzelf dat ze eigenlijk niet weten wat ze nu zijn, homo, hetero of biseksueel?  Wij willen eigenlijk nog vaak duidelijk aflijnen, maar voor niet iedereen is die aflijning wel duidelijk.

Roel vervolgde dan: We zitten hier in onze drop-in, onze woonkamer. Elke woensdag is het drop in van 14 tot 21 uur.  Dat is een inloopmoment waar de cliënten vrij binnen en buiten kunnen lopen.  Zij kunnen hier gebruik maken van internet, zij kunnen hun kledij wassen, zij kunnen praten met hulpverleners.  Er wordt altijd samen gekookt.  We doen samen boodschappen, iedereen krijgt een taak.  Het is een vorm van sociaal werk, maar op een andere manier. Dit is een methodiek om op een heel laagdrempelige manier contact te leggen en een gesprek te starten met de gasten. Er komen altijd zo tussen de 15 tot 30 gasten.  Het is hier dan natuurlijk het bakje vol.  Er is veel muziek, er worden gezelschapsspelletjes gespeeld.  Dit is heel belangrijk voor deze gasten omdat dat een moment is, waarop ze warm kunnen zitten in de winter, een plaats waar ze lotgenoten kunnen ontmoeten, een plaats waar er niet gediscrimineerd wordt en waar iedereen welkom is.  Dat is een heel belangrijk aspect van de werking.

Twee maal per week op dinsdag en donderdag tussen 12 en 18u is er hier ook permanentie waar mensen bij ons terecht kunnen met heel specifieke vragen, zoals bv. hoe op zoek te gaan naar een appartement, hulp met een CV bij het zoeken naar een job…  Of gewoon om hun hart eens te luchten.  Dat is dan de meer individuele begeleiding, zonder dat er andere gasten aanwezig zijn.

Er wordt ook nooit gevraagd hoeveel geld de gasten met hun werk verdienen.  Dat kan heel uiteenlopend zijn.  Je hoort natuurlijk af en toe wel eens iets vallen, maar dat kan heel verschillend zijn.  Er zijn gasten die een 1200 euro vragen voor een paar uur, dat zijn dan gewilde jonge gasten die zien dat ze met hun lichaam wel iets kunnen verdienen,  anderen geven dan weer een blowjob voor een pakje sigaretten.  Weer anderen rekenen dan maar 50 euro per uur of vragen per seksuele dienst een bepaald bedrag.  Bepaalde escorts verdienen dan weer 2000 Euro per nacht.  Dat zijn niet de gasten die hulp komen vragen, dat zijn sterke profielen die weten waar ze mee bezig zijn.

Er zijn er ook die schulden maken omdat ze achter een raam werken in het schipperskwartier.  Dat moet immers ook betaald worden.  Drugsverslaafheid is ook een sterke problematiek.  Er zijn wel wat jongens die drugsverslaafd zijn.

Er werd ook verder ingegaan op de manier van in contact komen met de sekswerkers.

Men doet aan “outreach”, er wordt daadwerkelijk op zoek gegaan. Dat gebeurt op 2 manieren, nl. online en door echt de straat op te trekken.

Online wordt er naar bepaalde chatrooms gegaan waar mannen op zoek zijn naar seks met mannen, waarvan men weet dat zich daar veel escorts/sekswerkers op aanbieden. Er wordt ook heel herkenbaar als “Boysproject” ingelogd.  Men doet zich dus niet als iemand anders voor.

Naast online, gaat men ook elk weekend met twee de straat op, o.a. naar het Stadspark, het Schipperskwartier… een bepaalde plaats op Linkeroever. Men heeft dan ook condooms en glijmiddel bij om op die manier een gesprek te kunnen aanknopen.  Het is belangrijk dat je als organisatie iets kunt aanbieden, je kunt iets komen drinken, je kunt er eten, je kunt condooms komen halen, je kunt internet gebruiken…  Er is een dokter om de twee weken waar ze zich gratis kunnen laten testen op soa’s en HIV.  Dat is een manier om ze naar Boysproject te krijgen.  Op een avond kunnen er gesprekken aangeknoopt worden met een +/- 10-tal gasten. De sekswerkers die Boysproject kennen, brengen dikwijls ook nieuwe gasten mee.

Het is belangrijk dat de gasten informatie krijgen over heel uiteenlopende zaken, zoals condoomgebruik, drugsgebruik, het vinden van een appartement, brandverzekering etc.. zonder dat er met de vinger gewezen wordt, zonder morele ondertoon.  Het is ook heel belangrijk om gewoon een luisterend oor te hebben.  Echt psychologische ondersteuning wordt er niet gegeven, maar als het echt nodig is, wordt wel doorverwezen naar gespecialiseerde instellingen.

Dit was zo in grote lijnen de werking van het CAW Boysproject.  Natuurlijk is deze problematiek ook tamelijk ingewikkeld en per persoon verschillend.  Maar het is zeer belangrijk dat er toch een plaats is, waar deze gasten terecht kunnen en even tot zichzelf kunnen komen.

Na deze voor velen zeer ophelderende informatiesessie, ging een aantal weer richting thuisstad.  Anderen bleven dan weer even hangen voor een drankje in een naburig café.  Sommige die hards, die in Antwerpen bleven overnachten, trokken verder de stad in voor een etentje en nadien nog een afzakkertje in de locale gay boîtes.

Of we er sekswerkers zijn tegengekomen, dat is een ander verhaal 😉

Spring naar toolbar