Zaterdag 17 juni 2017 – Bezoek aan Cassel

We hadden nooit verwacht dat ons uitstapje naar Cassel zoveel man op de been zou brengen.

40 Liever Gelijkers tekenden present die zaterdag in het Noord-Franse Cassel.  Het was een warme en zonnige dag, met temperaturen die we in juni zelden mochten meemaken. Bij aankomst deelde François ons in 2 groepen in.  De eerste ging met onze gids Ludovik Cassel zelf verkennen en de tweede zou al aan het museumbezoek in het Musée de Flandre beginnen.

Ludovik, een rondbuikige gids uit Oost-Vleteren, vertelde met vuur en passie over het verleden van Frans-Vlaanderen en Cassel.

Frans-Vlaanderen is het deel van het historische graafschap Vlaanderen dat door de vrede van Nijmegen in 1678 definitief bij Frankrijk werd ingelijfd. Van oudsher werd hier Nederlands gesproken en noemt men de streek de ‘Franse Westhoek’ om de banden met de ‘Vlaamse Westhoek’ te beklemtonen. Cassel ligt op het hoogste punt van die Westhoek (176m) en is één van de schilderachtigste stadjes van Frans-Vlaanderen. Het is de eerste getuigenheuvel van een lange reeks ‘West-Vlaamse bergen’.

Toen Julius Caesar onze gebieden veroverden, werd Cassel de hoofdplaats van de Castellum omwille van zijn strategische ligging.

Cassel werd in WOII ook gebombardeerd, daarom zijn de huizen t.o.v. het Musée de Flandre (het vroegere Landhuis) van recentere datum.

Onze gids nam ons via een wandelpad van betonnen treden mee naar het hoogste punt van het stadje, locatie van de vroegere burcht, nu stadspark. Daar zagen we het ruiterstandbeeld van generaal Foch die hier tijdens de eerste wereldoorlog zijn hoofdkwartier had.

We hadden een mooi uitzicht over de vlakke omgeving.  Ludovik vertelde ons dat vanuit Cassel in de Romeinse tijd zeven heirbanen vertrokken, onder meer naar Atrecht, Doornik en Bonen (Boulogne-sur-Mer). In de middeleeuwen was het de hoofdplaats van een kasselrijk van het graafschap Vlaanderen.

De vlag van West-Vlaanderen zou eigenlijk (volgens Ludovik) op Cassel zijn gebaseerd (het rode wapenschild zou Cassel uitbeelden en de stralen de verschillende heirbanen).

Op een gedenkmonument in het park zou een Vlaamsgezinde beeldhouwer het “vraagteken” achter het woord vainqueur geplaatst hebben, omdat het voor de Vlamingen eigenlijk twijfelachtig was, of Filip van Valois nu wel overwinnaar als eerder veroveraar was, die dat stuk van het graafschap Vlaanderen bij Frankrijk inlijfde.

Nadien daalden we terug af naar het stadje zelf en verwonderden ons over de mooie, smalle straatjes die Cassel nog rijk is.  Voorbij een stadspoort zagen we Vlaamse namen op de huisgevels, zoals daar waren: “In de henne” of “Oude Schoenmakerie” of “d’oude Peerdestal” … We liepen vervolgens langs de vroegere stadsmuur waarachter nu tuinen van de mooiste huizen in Cassel liggen.  Eentje had zelf een betonnen loopbruggetje over het pad heen om in een ander deel van de stadstuin te geraken.  Vervolgens nam Ludovik ons mee naar een chique hotel, Châtellier de Schoebeque, een vroeger herenhuis, waar tijdens WOI generaal Foch resideerde en waar hij verschillende beroemde gasten ontving, zoals de toenmalige koning van Engeland, Georges V, onze koning Albert I, maarschalk Haig van Engeland …

De beeldenstormers hadden ook lelijk huisgehouden in Cassel, maar toen de protestanten verdreven waren, werd er tijdens de contrareformatie o.a. de Jezuïetenkerk gebouwd die op haar beurt tijdens de Franse revolutie een andere bestemming kreeg.  Ze stond nu in de restauratiesteigers.

Hier eindigde onze tocht met Ludovik, we namen van hem afscheid en hij nam de gelegenheid te baat om nog reclame te maken voor Radio Uylenspiegel.  Deze werd in 1978 opgericht. Ze begon als illegale zender die ijverde om de Vlaamse cultuur in Noord-Frankrijk te behouden. Begin de jaren 80 kreeg Radio Uylenspiegel een zendvergunning bij de liberalisering van de FM-frequenties. Ze zenden uit op de frequentie 91.8 FM en kunnen tot over de grens worden ontvangen.

Onderweg naar de Grand Place kwamen we opeens de groep van François tegen.  Blijkbaar was er een misverstand geweest aangaande het vertrekuur van de gids in het museum.

We hebben dat elegant kunnen oplossen door alles met een uurtje op te schuiven en de gids was met deze oplossing meer dan tevreden.

Ons groepje zou dan een uur later aan het museumbezoek beginnen, maar dat kwam heel goed uit, want we hadden enorme dorst gekregen.

In “Het Kerelshof” namen we plaats op het zonovergoten terrasje onder de welgekomen schaduwen van de parasols. In dat uurtje proefden we van menig streekbiertje.

Laat de anderen maar museumstof slikken 😉

Het Musée de Flandre ging open in oktober 2010 en is gevestigd in een sierlijk Vlaams renaissancepand op de Grand Place. Ook dat is een unicum, want het is het eerste museum in Frankrijk dat exclusief gewijd is aan de Vlaamse culturele eigenheid van Frans-Vlaanderen.

Niet alleen de oude Vlaamse kunst komt er aan bod, maar ook de hedendaagse.  Er liep juist een tentoonstelling met werken van o.a. Jan Fabre, Wim Delvoye en van nog een paar andere mindere Belgische kunstgoden.   De werken waren telkens in combinatie met oude kunst opgesteld.

Onze gids Paul leidde ons met veel passie en gedrevenheid doorheen het museum.  We bewonderden er beelden van Jan Fabre: de twee vergulde lammeren in hun glazen kooi met beendermeel, een verwijzing naar het prepareren van de vroegere middeleeuwse schildersdoeken met beenderlijm.

Verder van Jan Fabre, de parende herten, een uil, zijn keverkleed, de getatoeëerde varkenshuiden van Wim Delvoye.

De indrukwekkende foto’s van Marie-Jo Lafontaine van mensen met dierenmaskers, het kaartenkasteel van Patrick Van Caeckenberg, de opgevulde paardenhuiden van Berlinde De Bruyckere… te veel om op te noemen.

Onze gids Paul sloot af aan het schilderij van de nar die door zijn vingers kijkt. Hij heeft zijn bril laten zakken en kijkt ons meewarig lachend aan doorheen zijn vingers.

Volgens Paul bestaat er enkel in het Nederlands de uitdrukking: “Iets door de vingers zien ….”

Hier sloten we ons bezoek aan het museum af en deden we nog een laatste terrasje op de Grand Place van Cassel, voordat we naar ons Estaminet in Zuidpeene gingen.

De groepjes Liever Gelijkers hadden zich over de ganse Grand Place verspreid, de ene in het zonnetje, de andere in de schaduw.

Toen werd het tijd om ons naar het restaurantje van die avond, Au Koning van Peene, in Zuidpeene, te vertrekken, even buiten Cassel.

We zaten boven in een zaaltje apart en voor de democratische prijs van 27 euro, hadden we aperitief met hapjes, fruitsap, cola en mineraalwater, een lekker stoofpotje of een kabeljauwfiletje, en dat allemaal met frietjes in overvloed.  Een ijsje en koffie sloten ons menuutje af.

Tussendoor en ook nadien verzamelden we zo een beetje op het terras van het restaurant.  Daar sloten we onze geslaagde uitstap naar Cassel ook af.

Rest ons enkel nog maar om François van harte te bedanken voor zijn initiatief en voor zijn organisatie om ons in zijn streek mee te nemen.  Aan het grote aantal geïnteresseerden zag je ook dat het een heel aantrekkelijke activiteit bleek die, en iedereen zal het beamen, meer dan geslaagd was.

Ik ben er zeker van, dat er een heel aantal van ons nog eens terug naar Cassel zal trekken om van dit unieke, aangename stadje en van het mooie landschap te genieten.

19-21 mei 2017 – Weekend Beauvoorde

Ons laatste weekend samen dateert reeds van 2013.  Toen maakten we Zeeuws-Vlaanderen onveilig met onze strooptocht. Waren we toen maar met 12, dit keer trokken we met een mooie groep met 19 deelnemers naar het pittoreske dorpje Vinkem vlak naast het kasteel van Beauvoorde.

Spijtig genoeg moesten we daardoor de Belgian Pride missen op zaterdag 20 mei.  Maar uit goede bron vernam ik dat Liever Gelijk daar toch nog door een aantal personen was vertegenwoordigd.

We hadden ook geluk met ons logement, het Kapelhof.  Rustig gelegen naast de dorpskom, afgezien van het gratis kikkerconcert elke avond, bood het alle comfort, rust en gezelligheid.

Vrijdagnamiddag kwamen de organisatoren reeds toe, met hun wagens volgeladen met etenswaren, drank en nog eens drank.

Sommige vroege vogels begonnen reeds buiten op ons terras aan een gezelschapsspelletje.  Langzaamaan werd ons groepje voltallig, totdat het tijd was om te gaan aperitieven.  Hans had voor smakelijke broccolisoep gezorgd en had zeer lekkere spaghettisaus, naar eigen recept, meegebracht.  En met tiramisu als toetje, was alles perfect afgerond.

Naar voorbeeld van vroegere weekends, maakten we een avondwandeling om de omgeving eens te verkennen.  Toen de cafébazin van het enige cafeetje dat het dorp rijk was, ons zag afkomen, deed zij toch maar snel de rolluiken naar beneden.  Waarschijnlijk was dat toeval.

In de avondschemering maakten we nog een rondje rond het kasteel dat we de volgende dag zouden gaan bezoeken. Terug thuis in ons logement, begonnen we aan onze gezelschapsspelletjes vergezeld van een glaasje.  Sommigen konden maar niet stoppen en ’s anderendaags bleek dat zij tot half 3 ’s nachts hadden doorgespeeld.

Aan ons schema mocht niet getornd worden.  Om 8 uur ontbijt en om 10 u dienden we reeds present te zijn in ’t Hof van de Hemel in Veurne, voor nog eens een koffietje en een koffiekoek.  De vriendelijke bazin gaf ons een korte uitleg over haar gezellige kroeg.

Om 10u30 werden we aan Toerisme Veurne, het vroegere “Landshuis” opgewacht door Stefan, onze gids doorheen Veurne. Het Landshuis, nu toeristische dienst, was vroeger de bestuurlijke zetel van Veurne-Ambacht (Kasselrij). Na de Franse Revolutie en de afschaffing van het kasselrijbestuur werd het Landshuis omgevormd tot gerechtshof.

Met hem trokken we doorheen dit gezellige stadje. Het wapenschild van Veurne is een leeuw met een klavertje op zijn schouder.  Volgens Stefan verwijst dit naar de vele weiden (met klavertjes) in de omtrek.  Veurne lag tijdens WOI achter het front, daardoor werd het stadje bijna geheel gevrijwaard van vernielingen en bombardementen.  Zo werd het ook korte tijd de hoofdstad van België omdat Albert I er verbleef.  Stefan leidde ons via een doorgang tussen het Stadhuis en het Landshuis naar het nieuw aangelegde park met zijn “Mote”, een verhoging waar vroeger een kleine burcht had gestaan. Ereburger van Veurne, de schilder Paul Delvaux, stond in dat parkje in steen vereeuwigd.

Van daaruit ging het naar de Zwarte Nonnenstraat waar hij ons het oudste huisje (1570) van Veurne toonde. Voorheen de oude herberg “Drie Koningen”, werd dit de woonst van kunstenaar José Van Gucht en zijn atelier. Als “Muzekot” werd het gedurende enkele jaren de place-to-be voor progressieve Veurnese jongeren.  Later werd dit een kunstgalerij. Nu was het blijkbaar weer een gewone woning, want de goot ernaast werd grondig geveegd door de nieuwe bewoner, zoals later bleek.

Stefan liet ons typische woningen uit de Oostenrijkse periode zien, te herkennen aan hun fronton. Hij leidde ons doorheen de Sint-Walburga kerk, met haar allures van een (onafgewerkte) kathedraal.  Op de Grote Markt vroeg hij van 4 huisjes op een rij, welk nu het meest authentieke was.  Het bleek het uiterst linkse (Brasserie Flandria) te zijn, waar Will Tura, ook afkomstig uit Veurne, regelmatig een pint zou drinken. Bij ons bezoek aan het kasteel van Beauvoorde, later die dag, wisten we nog de typische kenmerken van de regionale Vlaamse Renaissance: trapgevel, gele bakstenen, ankerijzers en “altaren” boven de vensters.

Dan nam hij ons mee naar het Stadhuis, vroegere Conciergerie van het Landshuis, waar hooggeplaatste personen indertijd aan tafel mochten plaatsnemen. De Albertzaal in het Stadhuis was het hoofdkwartier van Koning Albert I tijdens de Eerste Wereldoorlog. We bezochten enkel de benedenverdieping met zijn historische zalen met hun Mechels en Corduaans lederen wandbekleding.  Jozef II was er vereeuwigd in een schilderij.  Onze René had dat reeds gezien en de gids bevestigde dit.

Ik denk dat het “Blauwe Salon” in rococo ons wel het meeste aansprak. Naar ik meen, toch een stijl die bij ons past.

Daarna was het tijd om ons middagmaal te nuttigen en in Brasserie Excelsior werden we verwelkomd met zalm en kalkoenborst, eenvoudig, maar toch zeer lekker klaargemaakt. Frietjes in overvloed. Ik hoorde toch niemand klagen 😉

Dan stante pede terug naar ons verblijf waar we verwacht werden op het kasteel van Beauvoorde.

Onze gidse, Lut, verwelkomde ons en vroeg al dadelijk wat voor vereniging wij waren.  Bij het antwoord van Frank, dat wij een holebigroep waren, bleef zij heel neutraal en liet niets merken wat zij hierover dacht.

Zij ging dadelijk tot de kern van de zaak over en vertelde met veel kennis over de eigenaars van het kasteel en vooral over de laatste, nl. Arthur Merghelynck, die het kasteel eind 19e eeuw kocht.  Hij verbouwde het kasteel en gaf het interieur een 17e eeuwse look.

Arthur was een verwoed antiekverzamelaar en het kasteel werd dan ook zijn uitstalraam.  Zijn huwelijk met een gewoon burgermeisje bleef kinderloos.  Het feit dat zij in aparte kamers sliepen, zal daar “misschien” wel iets mee te maken hebben.

Hij werd amper 55 en schonk de meeste van zijn bezittingen aan de Belgische staat.

Alhoewel een kasteel, kwam de manier van leven (mij alleszins) toch een beetje oncomfortabel over.  De donkere (vaak toch niet erg grote) kamers, het eenvoudige toilet (een plank met een gat erin) op de koer en de primitieve “badkamer” ernaast, kunnen de vergelijking toch niet doorstaan met de Art-Nouveau stijl die eind 19e eeuw in de steden opgang maakte en het luchtige, de ruimte en het licht benadrukte.

Daarna ging het richting Lo-Reninge, waar we een afspraak hadden met Jules Destrooper om bij hem op de koffie te komen.  Daar werden we ook heel warm onthaald. Onze gids, Jozef, leidde ons doorheen het bezoekerscentrum en wist veel te vertellen over “de tijd van toen”.

Hoe het allemaal begon in een eenvoudig kruidenierswinkeltje en hoe Destrooper uitgroeide van wafeltjes bakken op een Leuvense Stoof naar het internationale bedrijf van tegenwoordig.

We mochten achteraf het ganse assortiment koekjes proeven en bijna werd de fabriekswinkel door enthousiaste Liever Gelijkers helemaal leeggekocht.

Nadien terug richting Kapelhof waar we met een lekkere kaas- en wijnavond de dag mochten afsluiten.  Natuurlijk werden na het avondmaal de gezelschapsspelletjes (en de drank) weer bovengehaald.

De volgende dag, het ontbijt ietsje later, nl. om 8u30.  Het werd weer een stralende dag waarop we om 11u aan de Ijzertoren werden verwacht. Ja, inderdaad, wat konden we daar verwachten?  Niet dat we zo notoire flaminganten zijn, maar die toren heeft ons allemaal wel een beetje geïntrigeerd.

De IJzertoren (84 m hoog) is in de eerste plaats een herdenkingsmonument voor de Vlaamse gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog, maar hij staat tegelijk ook symbool voor de aan de IJzer ontstane wil tot meer politieke verzelfstandiging van Vlaanderen.

Onze gids Walter bleek een man met het hart op de juiste plaats en met een bulderende stem om zijn ‘soldaten’ regelmatig eens tot orde te roepen.

Bij de restanten van de oude Ijzertoren gaf hij zijn uitleg over de drie “V’s”, nl. Vrede, Vrijheid en Verdraagzaamheid.  Vooral dat laatste is in onze tijd zeer actueel en hij verwees naar het fenomeen van pesterijen op school, waar ook één van zijn kleinkinderen het slachtoffer van was.  Als zijn eigen slachtoffer werd onze Toon uitgekozen, die dan ook regelmatig eens aan de tand gevoeld werd.

Binnen, na een filmpje over het leven in de loopgraven, waar we allen inderdaad erg stil van werden, moest Toon het woord ‘klaproos’ in verschillende talen vertalen.  Hij deed dat héél adequaat. Walter vertelde, dat hij vlaamsgezind werd na zijn legerdienst in Brussel, waar hij bij een tweetalige legerafdeling was gekazerneerd.  Nadien bracht hij ons met de lift naar de top van de toren waar we een prachtig uitzicht hadden over de streek.  Walter vertelde ons over WOI, de Ijzervlakte die onder water werd gezet en hoe dit allemaal in zijn werk was gegaan.  Nadien ging het in soldatenpas 22 verdiepingen naar beneden, waar we op elke verdieping geconfronteerd werden met een aspect van WOI, zoals de vluchtelingen, de gasaanvallen, het dagelijkse leven (en sterven) van de soldaten, de Vlaamse ontvoogdingsstrijd…

Eigenlijk zouden we nog een tweede keer moeten terugkeren om op ons gemak die verdiepingen nog eens te doen, met het commentaar van Walter in ons achterhoofd.

Nadien, aan de oevers van de Ijzer, mochten we genieten van een welverdiende picknick van de restjes van ons weekend.  We hadden honger en het smaakte ons allemaal.

Maar voordat we terugkeerden naar ons verblijf in Beauvoorde, gingen we, als toemaatje en vervolg op ons bezoek aan de Ijzertoren, toch nog ietsje verderop de “Dodengang” verkennen.

Zo sloten we ons weekend af.  Het was er een van samenhorigheid, van respect voor elk een, het was weer uniek, zoals het enkel bij Liever Gelijk kan voorkomen.

Doen we er volgend jaar nog eentje?

Maar als afsluiter nog een zeer dringend bericht: wil de eigenaar van het flesje poppers, Gold Rush, achtergelaten in een welbepaalde frigo in ons verblijf, zich vooralsnog kenbaar maken?

Dank U.  

16 april 2017 – Paasontbijt

Ook dit jaar had Dirk ons weer uitgenodigd om in zijn etablissement samen een Paasontbijt te komen nuttigen.  Voor 34 man de tafel dekken, is geen sinecure, maar dat had onze gastheer weer perfect georganiseerd.

Alles was weer overvloedig aanwezig: croissants, broodjes, chocoladekoeken, peperkoek, yoghurt, kaas en ander beleg, confituren, fruitsap, koffie, thee, te veel om op te noemen …. om van de paas- en andere eitjes dan nog niet te spreken..

Zijn compagnon Sammetje kwam nog een handje toesteken. Verschillende “nieuwe leden” die er vorig jaar nog niet bij waren, tekenden eveneens present.  Voor Lieven en Marnik was het hun eerste keer bij onze bende.  En niet te vergeten, het was Lieven, onze “kaasboer” die voor de broodjes, koffiekoeken, confituur en kazen gezorgd had.

Die dag, was het toeval of niet, verjaarden eveneens twee van onze leden, nl. Tom Glorieux en Benjamin Dhont.  Het werd waarschijnlijk de verjaardag van hun leven, want toen we zo een tijdje bezig waren om van al dat lekkers te genieten, kwamen er opeens twee vreemde, maar niet onknappe, gasten binnengewaaid.  Tja, waarschijnlijk kennissen van onze gastheer… moet menigeen gedacht hebben, maar tot ons aller verbazing verscheen daar eensklaps een overweldigende en flamboyante dragqueen, die ons tot dan toe rustige ontbijt, omtoverde tot een waar schlagerfestival. Al gauw zwaaiden we, zoals de Marie-Louise, heen en weer en zongen we uit volle borst mee.  Dat was echt een complete verrassing.  Wie kan zeggen, dat hij op zo’n hoogheilige dag nog eens verwend werd door niemand minder dan “Nadia Showlight” uit Harelbeke.

Toen we een beetje van deze verrassing bekomen waren en het paasontbijt al meer of minder achter de kiezen hadden, je kon er eigenlijk van blijven eten, werd het stilaan tijd om onze aanwezigheid in ’t Eiland af te ronden en naar buiten te trekken, waar het lentezonnetje lonkte en voor sommigen misschien ook nog de Paasfoor in Kortrijk?

Maar niet vooraleer we buiten voor ‘t Eiland een groepsfoto gemaakt hadden.  Een memorabel souvenir voor latere geslachten, immers, ook wij gaan met deze foto een plaatsje krijgen in de eregalerij van ’t Eiland.

Om ons paasontbijt een beetje te verteren, hadden we dit jaar een fotozoektocht doorheen de rijke geschiedenis van Kortrijk georganiseerd.  We verdeelden ons in drie groepjes en togen samen naar de Oude Dekenij aan de St.-Maartenskerk in Kortrijk.

De oudgedienden onder ons weten het natuurlijk nog wel: de Oude Dekenij was de eerste ruimte in Kortrijk die Liever Gelijk midden 1988 mocht gebruiken voor haar maandelijkse activiteiten (eerst op dinsdag, later op woensdag).  Voorheen gingen de samenkomsten steeds bij iemand thuis door.  De groep was toen immers nog niet zo uitgebreid zoals nu.  In onze archieven lezen we: “Halfweg 1988 verhuizen we naar de ‘Oude Dekenij’, een Kortrijks cultureel centrum, waar we in een eerbiedwaardig kader van witte muren en oude plankenvloeren mekaar begroeten, bijeenkomen, praten, ideeën uitwisselen, zwijgen, zingen, ruzie maken, zoeken, twijfelen, vieren, lachen, bidden …  Ja, wat gebeurt er zoal niet als mensen mekaar ontmoeten en proberen om samen op weg te gaan.”

Ook nu doen we op ditzelfde elan verder, samen als groep en ieder op zijn eigen manier.

De drie groepen gingen elk huns weegs, want het parcours was zo samengesteld, dat elke groep wel dezelfde locaties aandeed, maar in een andere volgorde en dikwijls met een andere vraag.

Het weer zat ook uitermate mee.  Het lentezonnetje deed zijn best om de af en toe gure wind wat te verzachten.

En op die manier raakten we wat meer vertrouwd met de geschiedenis en historische bezienswaardigheden van onze stad Kortrijk.  De groep waar geen Kortrijkzaan bij zat, moest zich in alle bochten wringen om de naam te weten te komen van de niet onaardige baas van het oudste cafeetje van Kortrijk, maar zal dit nu waarschijnlijk nooit meer vergeten, inderdaad Gilles mon amour…, werkelijk een bezoekje waard 😉  Dat Jan Palfijn een verlostang vastheeft, is nu ook weer duidelijk en dat de empire-stijl in Kortrijk ook vertegenwoordigd is, staat nu buiten kijf.  Iedereen mocht de vernieuwde Houtmarkt bewonderen en 100 aflaten gaan verdienen in het Begijnhof.

Nadat elke groep zijn taak had volbracht, kwamen we op het einde allemaal samen in Café West-Vlaanderen aan de markt in Kortrijk.  Daar werd verpoosd met een drankje en werden tevens de punten geteld.

Derde werd de groep van het parcours nr. 3 met 17 op 20.  Wat de afstand betreft, zat zij er 460 meter naast.  De mannen van parcours nr. 2 werden de winnaar met 20 op 20.  Was parcours 1 niet vergeten 2 vragen in te vullen, hadden zij dezelfde score.  Maar bij de afstand zaten zij er 345 meter naast, terwijl parcours 2 er maar 200 meter naast zat.  Dus de mannen van parcours nr. 2 zouden sowieso gewonnen hebben.

De prijs, een zak met paaskonijnen en dito eieren, werd uitgereikt waar we begonnen waren, nl. op het terras van café ’t Eiland.

Rest ons enkel nog een dikke merci te zeggen aan Dirk van café ’t Eiland voor zijn onbaatzuchtige inzet, voor Lieven en Marnik voor hun logistieke ondersteuning en aan Sammetje voor zijn big smile tussen de Big Boobies van Nadia Showlight.

Tot een volgende!

Tante Loes : maart 2017

Allerliefste Tante Loes,

Ik ben een heel geëmancipeerd homootje, maar wat ik onlangs meemaakte, stootte me toch wel een beetje tegen de borst.  Mijn moeder die nu in een bejaardenhome verblijft, heeft daar een nieuwe vriendin leren kennen, en dan bedoel ik niet gewoon “vriendin” maar wel een …, je weet wel!

Ik ben heel breeddenkend, maar mijn eigen moeder! Hoe moet ik daar nu mee omgaan?

Een geëmancipeerd, maar toch totaal verbijsterd homootje.

Beste geëmancipeerd, maar toch totaal verbijsterd homootje,

Liefde kent geen grenzen en daarom natuurlijk ook geen leeftijdsgrenzen.  Het feit dat jouw moeder zich nu als lesbisch heeft ge-out, moet voor jou toch geen probleem zijn?  Gun haar in die laatste jaren toch nog dat beetje geluk, want ooit zul je misschien in hetzelfde schuitje terecht komen. En daarbij, wees je moeder dankbaar, want je weet nu eindelijk vanwaar jij het gekregen hebt.

Je allerliefste Tante Loes.

 

Tante Loes : april 2017

Allerliefste Tante Loes,

Ik ben een zeer devoot nonnetje en heb de Here steeds met veel ijver en liefde gediend.  Maar nu is er een nieuwe vlam in mijn leven gekomen in de gedaante van een jonge en beeldschone novice.  Is het de duivel die mij wil bekoren of wil God mij op de proef stellen?  Ik heb dringend uwen raad nodig, want mijnen voorraad kaarsen is bijna opgebruikt!

Een devoot maar vurig nonnetje.

 

Beste devoot maar vurig nonnetje,

Zo zie je maar, zelfs achter kloostermuren kan de liefde je nog vinden en daartegen bestaat er geen medicijn. Ook de hele kloostervoorraad kaarsen kan daar niet veel aan doen en biedt maar tijdelijk soelaas.  Dit keer kan ik je echt niet helpen, want de keuze is enkel en alleen aan jou: ofwel wijd je je volledig aan de liefde voor Onze Lieve Heer, ofwel trek je de wijde wereld in en geef je je over aan de wereldse liefde. Je hebt dan wel één voordeel: kaarsen zul je dan niet meer nodig hebben.

Je allerliefste Tante Loes.  

Spring naar werkbalk