Zaterdag 13 maart 2017 – Stam Gent

In een warm en aangenaam lentezonnetje verzamelden zich de Liever Gelijkers die namiddag op het grasveld naast het STAM (Stadsmuseum) in Gent.

Onder leiding van 2 gidsen zouden we de geschiedenis van de Bijlokeabdij en van de stad Gent ontdekken.

Het woord bijloke betekent oorspronkelijk omheining, afsluiting. ‘Iets beluiken’ is in de middeleeuwen zoveel als ‘iets afsluiten’. In een tekst van 1477 lezen we hoe ‘een meersch rontomme beloken is met ene gracht’. Later ging die betekenis over op de afgesloten grond zelf en werd een ‘biloken veld’ eenvoudigweg een ‘biloke’ genoemd.

In dit geval is de naam afkomstig van de Bijlokemeersen, de weilanden die door gravin Johanna van Constantinopel geschonken werden voor de oprichting van een hospitaal. Hier werd in de 13e eeuw het Bijlokehospitaal gesticht. Later werd ook de Bijlokeabdij opgetrokken. Uiteindelijk bestond het complex uit hospitaal, abdij en nutsgebouwen uit drie perioden: de middeleeuwen, de 17e eeuw en de 19e eeuw. Thans bevindt zich hier de Bijlokesite, een cultureel centrum met onder meer het Stadsmuseum Gent (STAM), het Muziekcentrum De Bijloke Gent, de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en het Hogeschool Gent Conservatorium.

Tot hier de uitleg over de oorsprong van de naam Bijloke, gevonden in onze digitale encyclopedie “google”.

Maar nu terug naar onze gidsen.  Omdat we met zo’n grote bende waren (28 man) dienden we 2 gidsen te engageren.  De ene groep kreeg een mannelijke gids en de andere groep een vrouwelijke mee. Kwestie van het evenwicht te behouden.

We hadden weer geluk, want alle twee bleken ze zeer boeiende en bekwame vertellers te zijn.

Ikzelf kan enkel meespreken over onze vrouwelijke begeleidster. Zij was afkomstig uit Roeselare en dus een aangespoelde Gentenaar, maar ze had de stad Gent in haar hart gesloten.

Ze nam ons mee naar boven en op een overloop liet ze ons zien waar de oorspronkelijke abdijkerk van de cisterziënser zusters lag.  Deze was in de 16e eeuw bij de beeldenstorm helemaal vernield en zodoende werd het Dormitorium (de slaapzaal) als kapel heringericht.  Zij wees ons op de kleine, dichtgemetselde vensters tussen de grotere die toen speciaal voor de nieuwe kapel werden geconstrueerd. Dat was nog duidelijk zichtbaar.

Onze gidse leidde ons dan naar de vroegere refter.  Een grote, heldere ruimte met helemaal achteraan een open haard.  Deze ruimte werd in de 18e eeuw verkleind, verlaagd met een nieuw plafond.  Het oorspronkelijk houten plafond werd onder een kunstig stucwerk verscholen.  In 1920 werd de ruimte in haar oorspronkelijke glorie hersteld.  Voor het mooie stucwerk plafond werd speciaal een nieuwe zaal gebouwd.

Op de muur van de refter zagen we een mooie afbeelding van het Laatste Avondmaal.  Hierop was duidelijk te zien dat de apostel Johannes zich aan de borst van zijn ‘meester’ koesterde.

Terug via de overloop, kwamen we de rest van de bende tegen.  Of ze ons herkend hadden, is een andere zaak.

We begaven ons toen in een ruimte met een reuzengrote luchtfoto van Gent en deelgemeenten onder glas.  Speciaal daarvoor moesten we schoenbeschermers aantrekken.

Het is niet altijd gemakkelijk om op die manier je eigen straat of zelfs gemeente terug te vinden.  We oriënteren ons immers nooit van boven.   Wat sommigen wel konden terugvinden, was de Adonis in Drongen.  Moet toch zijn, dat ze daar vaste klanten zijn 😉

Dan nam onze gidse ons mee naar een ruimte waar de ontstaansgeschiedenis van Gent werd weergegeven.  Het is nog altijd een eeuwenlange discussie wat er nu eerst was, de Bijlokeabdij of de Sint-Pietersabdij.   Onze gidse was een duidelijk voorstander van de Bijlokeabdij.  Zij liet ook blijken, niet alles klakkeloos aan te nemen wat voor waar wordt aangenomen, maar ze stelde haar eigen waarheid zeker niet boven de gangbare geschiedenis.  En dat is een heel eerlijke instelling.  Je moet met beide facetten rekening houden en dat leidt altijd tot interessante beschouwingen of bewustwordingen.

Vervolgens bracht zij ons naar een ruimte met de stamboom van Keizer Karel V, die in Gent geboren was.  Zij had daar ook haar eigen mening over het feit, dat men de moeder van Keizer Karel, Johanna de Waanzinnige noemde.  Zij vond haar helemaal niet gek.  In feite was zij de rechtmatige koningin van Spanje en de mannen in haar omgeving misbruikten dat argument om zichzelf de troon toe te eigenen.

Zij stierf in 1555, slechts 3 jaar voor de dood van haar zoon Keizer Karel in 1558.

Dat de Habsburgers aan inteelt deden, door constant met neven of nichten te trouwen, om de macht en rijkdom in de familie te houden, is ook duidelijk te zien aan bepaalde lichamelijke kenmerken, zoals een sterk vooruit geschoven kin.

Dat zie je ook bij bepaalde kinderen van onze eigenste prinses Astrid die ook met een Habsburger is getrouwd.

Na de vlucht van de protestanten vanuit Gent naar het Noorden waarbij de meeste intelligentsia, kooplui en welgestelden naar ginder verhuisden, bleef Gent verweesd achter.   Maar volgens onze gidse had Gent in die tijd toch reeds een échte democratie, met een directe vertegenwoordiging van de ambachten.

Vervolgens het kleine zaaltje met een reproductie van het Lam Gods.  De diefstal van de Rechtvaardige Rechters blijft tot op heden nog steeds een hot item, dat regelmatig weer de kop opsteekt, zeker in de komkommertijd.

Dan kwamen we in de laatste zaal, waar de industrialisatie van de stad Gent werd voorgesteld.

Waar in de Middeleeuwen de stad Gent een belangrijke lakenproductie had, kende in de 19e eeuw de textielindustrie weer een enorme bloei.

Onze gidse zei, dat ze hier zeker nog een 2-tal uren kon doorgaan, maar dat haar tijd spijtig genoeg beperkt was.  Lag het aan ons, kon zij zeker nog haar ding doen, maar ja, we waren gebonden aan de tijd en we moesten daar dan ook afsluiten.

Zij bracht ons terug naar de kantine, waar de andere groep reeds ongeduldig op ons zat te wachten.

En met een drankje in het warme namiddagzonnetje werd deze activiteit voor de meesten onder ons afgesloten.

Nog een 18-tal gingen een laatste avondmaal nuttigen in het Hof van Herzele.  Het was alleszins zeer spijtig dat men onze groep eerst in de kelder stopte, daar waar er boven genoeg plaats was, zoals achteraf bleek.  Het was ook een uiterst onaangename ervaring, aangezien er een indringende toiletgeur hing, zeker niet appetijtelijk om er te eten. Toen dit duidelijk werd gemaakt aan de van dienst zijnde garçon, konden we toch terug naar boven verhuizen.

Al bij al maakte het eten en het samenzijn boven veel weer goed.

Met een gedecimeerd groepje werd er dan nog een allerlaatste drankje in de A-pluss genuttigd.

Gent voor wat het is en voor wat het was.  Het is en blijft een boeiende stad!

Maart 2017 – Dermot Mulroney

Dermot Mulroney (Virginia USA 31/10/1963) is een Amerikaans acteur. Hij begon zijn carrière met het verschijnen in televisiefilms in 1986.  Vanaf de jaren ‘90 verscheen  hij voornamelijk in romantische komedies, waaronder My Best Friend’s Wedding en The Wedding Date.

Hij speelde ook een belangrijke bijrol in de film Longtime Companion, een film over Aids uit 1989.

Meer foto’s zien ?

Zondag 19 februari 2017 – Holebipioniers

Een luie zondagnamiddag is een ideaal tijdstip om onze kennis over onze eigen Vlaamse holebigeschiedenis eens op te frissen.

Paul Borghs was hiervoor bereid gevonden om per trein vanuit Antwerpen naar Kortrijk af te zakken.

Het was al een paar jaar geleden dat we van de Orangerie gebruikt konden maken, de laatste keer was ter gelegenheid van onze nieuwjaarsreceptie in 2014.

En nu dus opnieuw voor onze activiteit Holebipioniers, een overzicht van de Vlaamse holebigeschiedenis van de afgelopen 60 jaar.

Met 28 geïnteresseerden kwamen de Liever Gelijkers opdagen.  Als taak hadden zij meegekregen om voor zelfgebakken taart en versnaperingen te zorgen, zodat we na de uiteenzetting met een koffietje en een stukje taart konden verpozen en bijbabbelen.

Velen brachten hun eigen baksels mee, anderen hadden hun toevlucht tot hun “huisbakker” genomen, wat natuurlijk ook niet te versmaden was.

Iets na twee begon Paul met zijn voordracht over 60 jaar holebigeschiedenis in Vlaanderen.  Hij belichtte heel gedetailleerd de vele mijlpalen die bereikt werden door elke decennium onder de loep te nemen.  Maar hij betuigde eerst dat het voor holebi’s in België zeker niet slecht vertoeven is.  Na Malta, komt België op de tweede plaats (in de wereld) waar holebi’s de beste sociale en politieke rechten hebben.

60 jaar terug in de tijd:

Het decennium waarin Suzan Daniël de eerste holebivereniging in Brussel oprichtte (in 1953).  Ook het decennium waarin een Alan Turing (de basislegger van de moderne computer) de keuze kreeg om ofwel de gevangenis in te vliegen ofwel chemische castratie te ondergaan.  Hij koos voor het tweede, met als uiteindelijke gevolg zijn zelfmoord.  De jaren ‘50 waren ook het decennium van electroshoktherapie, lobotomie en daadwerkelijke castratie.

50 jaar terug in de tijd:

De jaren ‘60 waarin Paula Semer het aandurfde om homoseksualiteit op de televisie bespreekbaar te maken. Met alle gevolgen van dien: mensen die aan het programma deelnamen, verloren hun job of werden uit hun huurwoning gezet. Paula zelf kreeg politiebescherming op straat.

In 1965 het wetsartikel 372 bis dat bepaalde dat homoseksuele handelingen pas vanaf 18 jaar mochten, heteroseksuele vanaf 16 jaar.  Voorheen was het voor beide 16 jaar.  Een hele stap terug voor België.

Ook het decennium waarin vele holebiverenigingen ontstonden, dikwijls vanuit de schoot van katholieke priesters, zoals daar waren: kanunnik Dehaene in Brugge, of Wilfried Lammens in Antwerpen.  Vele homo’s kwamen naar de huiskamermissen van deze laatste, natuurlijk niet voor de mis, maar meer voor het drankje, de babbel en het liefje achteraf.

40 jaar terug in de tijd:

De coming out van Will Ferdy op televisie, in het programma “Zo zijn” in 1970.  De opkomst van de linksradicale homobeweging (De Rooie Vlinder), de eerste internationale homodag in België (in Gent op 19 maart 1978).  We leerden dat de naam janetten komt van de Franse benaming voor de meisjesscouts in Frankrijk. Lesbiennes noemden zich toen liever “heksen”.

30 jaar terug in de tijd:

De jaren ’80, de opkomst van AIDS.  De Waalse lerares Eliane Morissens die ontslagen werd (1980), omdat ze op televisie had bekend dat ze lesbisch was. De rechtszaken in 1984 tegen de Macho sauna’s van Michel Vincineau (prof aan de ULB) en zijn partner Rudi Haenen wegens het “uitbaten van een ontuchthuis”, de voorhechtenis die daarop volgde.       3 Jaar later werden ze in beroep door het Hof van Cassatie in Luik vrijgesproken, “homoseksualiteit is immers geen synoniem van ontucht”.

In de jaren ’80 lag de hele holebibeweging op zijn gat, ook de holebifederatie.  Er werd voortdurend ruzie gemaakt (rechts tegen links, progressief tegen behoudsgezind) en het samen aan de kar trekken zat er niet meer in.  Niemand was gelukkig met die hele situatie.

Vanaf de jaren 90 fleurde alles weer op.  De eerste gayprides verschenen, eerst in Antwerpen in 1990, vervolgens Gent in 1992, Antwerpen in 1994 en nadien vanaf 1996 jaarlijks in Brussel.

Maar er waren ook negatieve geluiden te horen, zeker vanuit rechtse hoek. Er was weinig draagvlak bij politici.  Dat begon langzaam te veranderen toen men besefte dat holebi’s ook een groep waren die voor hen interessant kon zijn. Vanaf de eerste partnerschapsregeling in 1989 in Denemarken begon men ook bij ons stappen in die richting te ondernemen: vanaf de eerste “registratie” van een samenlevingscontract, dat in feite een lege doos was, tot het uiteindelijke homohuwelijk in 2003 in België.

De antidiscriminatiewet verscheen, ouderschapsregelingen kwamen aan de orde van de dag.

Paul sloot langzaam af met het wijzen op onze verworvenheden waaraan men in sommige (Europese) landen nog niet aan kan tippen en waar men nog een lange weg af te leggen heeft.  Maar hij wees ook naar bepaalde tendensen waar we toch rekening moeten mee houden.  Wordt de holebibeweging niet te veel geïnstrumentaliseerd door de politiek? Zichtbaarheid door homo’s kan ook tot homonegativiteit leiden.  En wordt onze beweging niet te veel gedomineerd door de witte blanke man, als zijnde een witte middenklassebeweging.  De verschuiving van de nadruk van seksualiteit naar gender.

Hij wees ons nog op (naast zijn eigen meest recente boek “Holebipioniers”) naar een werk dat later dit jaar uit zal komen: Verzwegen verlangen Een geschiedenis van Homoseksualiteit in België (vanaf de middeleeuwen over de nieuwe tijd tot de nieuwste tijd), een werk van 3 jonge historici (Wannes Dupont, Jonas Roelens, Elwin Hofman), een thema waarmee zij ook doctoreerden.

Wij dankten Paul voor zijn heel interessante en boeiende uiteenzetting met een lekkere fles wijn.

Hij toog onverrichterzake terug naar Antwerpen en wij vielen aan op het taartenbuffet.

Gezelligheid hoort er immers ook bij en als echte koffiemadammen genoten we van een zelfgemaakt of -gekocht stukje taart, cake, en natuurlijk niet te vergeten, ook van de tiramisu!

Het was reeds tegen 7 uur ’s avonds dat we de deuren van de Orangerie weer achter ons sloten.

En als afsluiter, op aanvraag van velen, hierna het recept van de succulente vlaai van Kurt en Jan:

Ingrediënten: 125gr peperkoek, 125gr speculoos, 80gr bruine suiker, 45gr kristalsuiker, 95ml kandijsiroop (1/3 van een flesje),1l melk, 2 beschuiten.

Werkwijze: Voeg alle ingrediënten samen en laat koken. Mix , voeg een ei toe en mix opnieuw.

Boter een bakvorm in en giet mengsel in de bakvorm. Bak gedurende 1 uur in een oven op 175 graden. Laat afkoelen in de oven.

Smakelijk!

Vrijdag 10 februari 2017 – Film ‘Moonlight’

Op uitnodiging van de Budascoop waren we weer present voor een recente holebifilm die verschillende Oscarnominaties in de wacht had gesleept.  De film moest dus wel goed zijn, maar toch kwam ik achteraf buiten met een dubbel gevoel.  O.K. de film was zeker niet slecht, zeer mooie beelden, dito muziek, maar hij beklijfde toch niet echt, zoals het bij andere filmen wel doet.

De meesten van onze groep waren toch enthousiast.  Men vond het langzame ritme van de film wel degelijk goed uitgewerkt, het thema heel herkenbaar.  Typisch ook dat er enkel zwarte acteurs waren, ook een outcast groep equivalent aan ons holebi’s.

De verhaallijn liep zijn gangetje, met toch even een drietal “hoogtepunten”.  Het jongetje dat aan de keukentafel vraagt, wat een “fagot” (flikker) is, de stilte en de spanning die er dan even hangt ….

De moeder die in een blinde, maar geluidloze woede haar frustraties uitschreeuwt, het kleurenpalet dat daarbij gebruikt wordt …

Het einde waarbij de volwassen Chiron tegen zijn vroegere vriend zegt, dat hij de enige was die hem ooit had aangeraakt en dat hij nadien nooit meer met een man intiem was geweest, met dan het laatste beeld van de film waar de twee mannen innig omarmd zitten.

Ja, hoe men iets ervaart, is altijd subjectief.

Achteraf nog een cavaatje, aangeboden door de Budascoop.  Dirk en Sammetje van ’t Eiland verrasten ons met belegde broodjes.  Héél attent en leuk.

Maar al bij al hebben we met onze 25 man toch nog een leuke avond samen doorgebracht, een drankje, een babbeltje en een knabbeltje.  Is een film misschien de aanleiding, het is ons toch om de gezelligheid samen achteraf te doen, dat is meestal het belangrijkste.

En zo werd het toch reeds halftwaalf toen de laatsten vertrokken en Hannah van de Budascoop de stekker mocht uittrekken.

Spring naar werkbalk