19-21 mei 2017 – Weekend Beauvoorde

Ons laatste weekend samen dateert reeds van 2013.  Toen maakten we Zeeuws-Vlaanderen onveilig met onze strooptocht. Waren we toen maar met 12, dit keer trokken we met een mooie groep met 19 deelnemers naar het pittoreske dorpje Vinkem vlak naast het kasteel van Beauvoorde.

Spijtig genoeg moesten we daardoor de Belgian Pride missen op zaterdag 20 mei.  Maar uit goede bron vernam ik dat Liever Gelijk daar toch nog door een aantal personen was vertegenwoordigd.

We hadden ook geluk met ons logement, het Kapelhof.  Rustig gelegen naast de dorpskom, afgezien van het gratis kikkerconcert elke avond, bood het alle comfort, rust en gezelligheid.

Vrijdagnamiddag kwamen de organisatoren reeds toe, met hun wagens volgeladen met etenswaren, drank en nog eens drank.

Sommige vroege vogels begonnen reeds buiten op ons terras aan een gezelschapsspelletje.  Langzaamaan werd ons groepje voltallig, totdat het tijd was om te gaan aperitieven.  Hans had voor smakelijke broccolisoep gezorgd en had zeer lekkere spaghettisaus, naar eigen recept, meegebracht.  En met tiramisu als toetje, was alles perfect afgerond.

Naar voorbeeld van vroegere weekends, maakten we een avondwandeling om de omgeving eens te verkennen.  Toen de cafébazin van het enige cafeetje dat het dorp rijk was, ons zag afkomen, deed zij toch maar snel de rolluiken naar beneden.  Waarschijnlijk was dat toeval.

In de avondschemering maakten we nog een rondje rond het kasteel dat we de volgende dag zouden gaan bezoeken. Terug thuis in ons logement, begonnen we aan onze gezelschapsspelletjes vergezeld van een glaasje.  Sommigen konden maar niet stoppen en ’s anderendaags bleek dat zij tot half 3 ’s nachts hadden doorgespeeld.

Aan ons schema mocht niet getornd worden.  Om 8 uur ontbijt en om 10 u dienden we reeds present te zijn in ’t Hof van de Hemel in Veurne, voor nog eens een koffietje en een koffiekoek.  De vriendelijke bazin gaf ons een korte uitleg over haar gezellige kroeg.

Om 10u30 werden we aan Toerisme Veurne, het vroegere “Landshuis” opgewacht door Stefan, onze gids doorheen Veurne. Het Landshuis, nu toeristische dienst, was vroeger de bestuurlijke zetel van Veurne-Ambacht (Kasselrij). Na de Franse Revolutie en de afschaffing van het kasselrijbestuur werd het Landshuis omgevormd tot gerechtshof.

Met hem trokken we doorheen dit gezellige stadje. Het wapenschild van Veurne is een leeuw met een klavertje op zijn schouder.  Volgens Stefan verwijst dit naar de vele weiden (met klavertjes) in de omtrek.  Veurne lag tijdens WOI achter het front, daardoor werd het stadje bijna geheel gevrijwaard van vernielingen en bombardementen.  Zo werd het ook korte tijd de hoofdstad van België omdat Albert I er verbleef.  Stefan leidde ons via een doorgang tussen het Stadhuis en het Landshuis naar het nieuw aangelegde park met zijn “Mote”, een verhoging waar vroeger een kleine burcht had gestaan. Ereburger van Veurne, de schilder Paul Delvaux, stond in dat parkje in steen vereeuwigd.

Van daaruit ging het naar de Zwarte Nonnenstraat waar hij ons het oudste huisje (1570) van Veurne toonde. Voorheen de oude herberg “Drie Koningen”, werd dit de woonst van kunstenaar José Van Gucht en zijn atelier. Als “Muzekot” werd het gedurende enkele jaren de place-to-be voor progressieve Veurnese jongeren.  Later werd dit een kunstgalerij. Nu was het blijkbaar weer een gewone woning, want de goot ernaast werd grondig geveegd door de nieuwe bewoner, zoals later bleek.

Stefan liet ons typische woningen uit de Oostenrijkse periode zien, te herkennen aan hun fronton. Hij leidde ons doorheen de Sint-Walburga kerk, met haar allures van een (onafgewerkte) kathedraal.  Op de Grote Markt vroeg hij van 4 huisjes op een rij, welk nu het meest authentieke was.  Het bleek het uiterst linkse (Brasserie Flandria) te zijn, waar Will Tura, ook afkomstig uit Veurne, regelmatig een pint zou drinken. Bij ons bezoek aan het kasteel van Beauvoorde, later die dag, wisten we nog de typische kenmerken van de regionale Vlaamse Renaissance: trapgevel, gele bakstenen, ankerijzers en “altaren” boven de vensters.

Dan nam hij ons mee naar het Stadhuis, vroegere Conciergerie van het Landshuis, waar hooggeplaatste personen indertijd aan tafel mochten plaatsnemen. De Albertzaal in het Stadhuis was het hoofdkwartier van Koning Albert I tijdens de Eerste Wereldoorlog. We bezochten enkel de benedenverdieping met zijn historische zalen met hun Mechels en Corduaans lederen wandbekleding.  Jozef II was er vereeuwigd in een schilderij.  Onze René had dat reeds gezien en de gids bevestigde dit.

Ik denk dat het “Blauwe Salon” in rococo ons wel het meeste aansprak. Naar ik meen, toch een stijl die bij ons past.

Daarna was het tijd om ons middagmaal te nuttigen en in Brasserie Excelsior werden we verwelkomd met zalm en kalkoenborst, eenvoudig, maar toch zeer lekker klaargemaakt. Frietjes in overvloed. Ik hoorde toch niemand klagen 😉

Dan stante pede terug naar ons verblijf waar we verwacht werden op het kasteel van Beauvoorde.

Onze gidse, Lut, verwelkomde ons en vroeg al dadelijk wat voor vereniging wij waren.  Bij het antwoord van Frank, dat wij een holebigroep waren, bleef zij heel neutraal en liet niets merken wat zij hierover dacht.

Zij ging dadelijk tot de kern van de zaak over en vertelde met veel kennis over de eigenaars van het kasteel en vooral over de laatste, nl. Arthur Merghelynck, die het kasteel eind 19e eeuw kocht.  Hij verbouwde het kasteel en gaf het interieur een 17e eeuwse look.

Arthur was een verwoed antiekverzamelaar en het kasteel werd dan ook zijn uitstalraam.  Zijn huwelijk met een gewoon burgermeisje bleef kinderloos.  Het feit dat zij in aparte kamers sliepen, zal daar “misschien” wel iets mee te maken hebben.

Hij werd amper 55 en schonk de meeste van zijn bezittingen aan de Belgische staat.

Alhoewel een kasteel, kwam de manier van leven (mij alleszins) toch een beetje oncomfortabel over.  De donkere (vaak toch niet erg grote) kamers, het eenvoudige toilet (een plank met een gat erin) op de koer en de primitieve “badkamer” ernaast, kunnen de vergelijking toch niet doorstaan met de Art-Nouveau stijl die eind 19e eeuw in de steden opgang maakte en het luchtige, de ruimte en het licht benadrukte.

Daarna ging het richting Lo-Reninge, waar we een afspraak hadden met Jules Destrooper om bij hem op de koffie te komen.  Daar werden we ook heel warm onthaald. Onze gids, Jozef, leidde ons doorheen het bezoekerscentrum en wist veel te vertellen over “de tijd van toen”.

Hoe het allemaal begon in een eenvoudig kruidenierswinkeltje en hoe Destrooper uitgroeide van wafeltjes bakken op een Leuvense Stoof naar het internationale bedrijf van tegenwoordig.

We mochten achteraf het ganse assortiment koekjes proeven en bijna werd de fabriekswinkel door enthousiaste Liever Gelijkers helemaal leeggekocht.

Nadien terug richting Kapelhof waar we met een lekkere kaas- en wijnavond de dag mochten afsluiten.  Natuurlijk werden na het avondmaal de gezelschapsspelletjes (en de drank) weer bovengehaald.

De volgende dag, het ontbijt ietsje later, nl. om 8u30.  Het werd weer een stralende dag waarop we om 11u aan de Ijzertoren werden verwacht. Ja, inderdaad, wat konden we daar verwachten?  Niet dat we zo notoire flaminganten zijn, maar die toren heeft ons allemaal wel een beetje geïntrigeerd.

De IJzertoren (84 m hoog) is in de eerste plaats een herdenkingsmonument voor de Vlaamse gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog, maar hij staat tegelijk ook symbool voor de aan de IJzer ontstane wil tot meer politieke verzelfstandiging van Vlaanderen.

Onze gids Walter bleek een man met het hart op de juiste plaats en met een bulderende stem om zijn ‘soldaten’ regelmatig eens tot orde te roepen.

Bij de restanten van de oude Ijzertoren gaf hij zijn uitleg over de drie “V’s”, nl. Vrede, Vrijheid en Verdraagzaamheid.  Vooral dat laatste is in onze tijd zeer actueel en hij verwees naar het fenomeen van pesterijen op school, waar ook één van zijn kleinkinderen het slachtoffer van was.  Als zijn eigen slachtoffer werd onze Toon uitgekozen, die dan ook regelmatig eens aan de tand gevoeld werd.

Binnen, na een filmpje over het leven in de loopgraven, waar we allen inderdaad erg stil van werden, moest Toon het woord ‘klaproos’ in verschillende talen vertalen.  Hij deed dat héél adequaat. Walter vertelde, dat hij vlaamsgezind werd na zijn legerdienst in Brussel, waar hij bij een tweetalige legerafdeling was gekazerneerd.  Nadien bracht hij ons met de lift naar de top van de toren waar we een prachtig uitzicht hadden over de streek.  Walter vertelde ons over WOI, de Ijzervlakte die onder water werd gezet en hoe dit allemaal in zijn werk was gegaan.  Nadien ging het in soldatenpas 22 verdiepingen naar beneden, waar we op elke verdieping geconfronteerd werden met een aspect van WOI, zoals de vluchtelingen, de gasaanvallen, het dagelijkse leven (en sterven) van de soldaten, de Vlaamse ontvoogdingsstrijd…

Eigenlijk zouden we nog een tweede keer moeten terugkeren om op ons gemak die verdiepingen nog eens te doen, met het commentaar van Walter in ons achterhoofd.

Nadien, aan de oevers van de Ijzer, mochten we genieten van een welverdiende picknick van de restjes van ons weekend.  We hadden honger en het smaakte ons allemaal.

Maar voordat we terugkeerden naar ons verblijf in Beauvoorde, gingen we, als toemaatje en vervolg op ons bezoek aan de Ijzertoren, toch nog ietsje verderop de “Dodengang” verkennen.

Zo sloten we ons weekend af.  Het was er een van samenhorigheid, van respect voor elk een, het was weer uniek, zoals het enkel bij Liever Gelijk kan voorkomen.

Doen we er volgend jaar nog eentje?

Maar als afsluiter nog een zeer dringend bericht: wil de eigenaar van het flesje poppers, Gold Rush, achtergelaten in een welbepaalde frigo in ons verblijf, zich vooralsnog kenbaar maken?

Dank U.  

16 april 2017 – Paasontbijt

Ook dit jaar had Dirk ons weer uitgenodigd om in zijn etablissement samen een Paasontbijt te komen nuttigen.  Voor 34 man de tafel dekken, is geen sinecure, maar dat had onze gastheer weer perfect georganiseerd.

Alles was weer overvloedig aanwezig: croissants, broodjes, chocoladekoeken, peperkoek, yoghurt, kaas en ander beleg, confituren, fruitsap, koffie, thee, te veel om op te noemen …. om van de paas- en andere eitjes dan nog niet te spreken..

Zijn compagnon Sammetje kwam nog een handje toesteken. Verschillende “nieuwe leden” die er vorig jaar nog niet bij waren, tekenden eveneens present.  Voor Lieven en Marnik was het hun eerste keer bij onze bende.  En niet te vergeten, het was Lieven, onze “kaasboer” die voor de broodjes, koffiekoeken, confituur en kazen gezorgd had.

Die dag, was het toeval of niet, verjaarden eveneens twee van onze leden, nl. Tom Glorieux en Benjamin Dhont.  Het werd waarschijnlijk de verjaardag van hun leven, want toen we zo een tijdje bezig waren om van al dat lekkers te genieten, kwamen er opeens twee vreemde, maar niet onknappe, gasten binnengewaaid.  Tja, waarschijnlijk kennissen van onze gastheer… moet menigeen gedacht hebben, maar tot ons aller verbazing verscheen daar eensklaps een overweldigende en flamboyante dragqueen, die ons tot dan toe rustige ontbijt, omtoverde tot een waar schlagerfestival. Al gauw zwaaiden we, zoals de Marie-Louise, heen en weer en zongen we uit volle borst mee.  Dat was echt een complete verrassing.  Wie kan zeggen, dat hij op zo’n hoogheilige dag nog eens verwend werd door niemand minder dan “Nadia Showlight” uit Harelbeke.

Toen we een beetje van deze verrassing bekomen waren en het paasontbijt al meer of minder achter de kiezen hadden, je kon er eigenlijk van blijven eten, werd het stilaan tijd om onze aanwezigheid in ’t Eiland af te ronden en naar buiten te trekken, waar het lentezonnetje lonkte en voor sommigen misschien ook nog de Paasfoor in Kortrijk?

Maar niet vooraleer we buiten voor ‘t Eiland een groepsfoto gemaakt hadden.  Een memorabel souvenir voor latere geslachten, immers, ook wij gaan met deze foto een plaatsje krijgen in de eregalerij van ’t Eiland.

Om ons paasontbijt een beetje te verteren, hadden we dit jaar een fotozoektocht doorheen de rijke geschiedenis van Kortrijk georganiseerd.  We verdeelden ons in drie groepjes en togen samen naar de Oude Dekenij aan de St.-Maartenskerk in Kortrijk.

De oudgedienden onder ons weten het natuurlijk nog wel: de Oude Dekenij was de eerste ruimte in Kortrijk die Liever Gelijk midden 1988 mocht gebruiken voor haar maandelijkse activiteiten (eerst op dinsdag, later op woensdag).  Voorheen gingen de samenkomsten steeds bij iemand thuis door.  De groep was toen immers nog niet zo uitgebreid zoals nu.  In onze archieven lezen we: “Halfweg 1988 verhuizen we naar de ‘Oude Dekenij’, een Kortrijks cultureel centrum, waar we in een eerbiedwaardig kader van witte muren en oude plankenvloeren mekaar begroeten, bijeenkomen, praten, ideeën uitwisselen, zwijgen, zingen, ruzie maken, zoeken, twijfelen, vieren, lachen, bidden …  Ja, wat gebeurt er zoal niet als mensen mekaar ontmoeten en proberen om samen op weg te gaan.”

Ook nu doen we op ditzelfde elan verder, samen als groep en ieder op zijn eigen manier.

De drie groepen gingen elk huns weegs, want het parcours was zo samengesteld, dat elke groep wel dezelfde locaties aandeed, maar in een andere volgorde en dikwijls met een andere vraag.

Het weer zat ook uitermate mee.  Het lentezonnetje deed zijn best om de af en toe gure wind wat te verzachten.

En op die manier raakten we wat meer vertrouwd met de geschiedenis en historische bezienswaardigheden van onze stad Kortrijk.  De groep waar geen Kortrijkzaan bij zat, moest zich in alle bochten wringen om de naam te weten te komen van de niet onaardige baas van het oudste cafeetje van Kortrijk, maar zal dit nu waarschijnlijk nooit meer vergeten, inderdaad Gilles mon amour…, werkelijk een bezoekje waard 😉  Dat Jan Palfijn een verlostang vastheeft, is nu ook weer duidelijk en dat de empire-stijl in Kortrijk ook vertegenwoordigd is, staat nu buiten kijf.  Iedereen mocht de vernieuwde Houtmarkt bewonderen en 100 aflaten gaan verdienen in het Begijnhof.

Nadat elke groep zijn taak had volbracht, kwamen we op het einde allemaal samen in Café West-Vlaanderen aan de markt in Kortrijk.  Daar werd verpoosd met een drankje en werden tevens de punten geteld.

Derde werd de groep van het parcours nr. 3 met 17 op 20.  Wat de afstand betreft, zat zij er 460 meter naast.  De mannen van parcours nr. 2 werden de winnaar met 20 op 20.  Was parcours 1 niet vergeten 2 vragen in te vullen, hadden zij dezelfde score.  Maar bij de afstand zaten zij er 345 meter naast, terwijl parcours 2 er maar 200 meter naast zat.  Dus de mannen van parcours nr. 2 zouden sowieso gewonnen hebben.

De prijs, een zak met paaskonijnen en dito eieren, werd uitgereikt waar we begonnen waren, nl. op het terras van café ’t Eiland.

Rest ons enkel nog een dikke merci te zeggen aan Dirk van café ’t Eiland voor zijn onbaatzuchtige inzet, voor Lieven en Marnik voor hun logistieke ondersteuning en aan Sammetje voor zijn big smile tussen de Big Boobies van Nadia Showlight.

Tot een volgende!

Tante Loes : maart 2017

Allerliefste Tante Loes,

Ik ben een heel geëmancipeerd homootje, maar wat ik onlangs meemaakte, stootte me toch wel een beetje tegen de borst.  Mijn moeder die nu in een bejaardenhome verblijft, heeft daar een nieuwe vriendin leren kennen, en dan bedoel ik niet gewoon “vriendin” maar wel een …, je weet wel!

Ik ben heel breeddenkend, maar mijn eigen moeder! Hoe moet ik daar nu mee omgaan?

Een geëmancipeerd, maar toch totaal verbijsterd homootje.

Beste geëmancipeerd, maar toch totaal verbijsterd homootje,

Liefde kent geen grenzen en daarom natuurlijk ook geen leeftijdsgrenzen.  Het feit dat jouw moeder zich nu als lesbisch heeft ge-out, moet voor jou toch geen probleem zijn?  Gun haar in die laatste jaren toch nog dat beetje geluk, want ooit zul je misschien in hetzelfde schuitje terecht komen. En daarbij, wees je moeder dankbaar, want je weet nu eindelijk vanwaar jij het gekregen hebt.

Je allerliefste Tante Loes.

 

Tante Loes : april 2017

Allerliefste Tante Loes,

Ik ben een zeer devoot nonnetje en heb de Here steeds met veel ijver en liefde gediend.  Maar nu is er een nieuwe vlam in mijn leven gekomen in de gedaante van een jonge en beeldschone novice.  Is het de duivel die mij wil bekoren of wil God mij op de proef stellen?  Ik heb dringend uwen raad nodig, want mijnen voorraad kaarsen is bijna opgebruikt!

Een devoot maar vurig nonnetje.

 

Beste devoot maar vurig nonnetje,

Zo zie je maar, zelfs achter kloostermuren kan de liefde je nog vinden en daartegen bestaat er geen medicijn. Ook de hele kloostervoorraad kaarsen kan daar niet veel aan doen en biedt maar tijdelijk soelaas.  Dit keer kan ik je echt niet helpen, want de keuze is enkel en alleen aan jou: ofwel wijd je je volledig aan de liefde voor Onze Lieve Heer, ofwel trek je de wijde wereld in en geef je je over aan de wereldse liefde. Je hebt dan wel één voordeel: kaarsen zul je dan niet meer nodig hebben.

Je allerliefste Tante Loes.  

Zaterdag 13 maart 2017 – Stam Gent

In een warm en aangenaam lentezonnetje verzamelden zich de Liever Gelijkers die namiddag op het grasveld naast het STAM (Stadsmuseum) in Gent.

Onder leiding van 2 gidsen zouden we de geschiedenis van de Bijlokeabdij en van de stad Gent ontdekken.

Het woord bijloke betekent oorspronkelijk omheining, afsluiting. ‘Iets beluiken’ is in de middeleeuwen zoveel als ‘iets afsluiten’. In een tekst van 1477 lezen we hoe ‘een meersch rontomme beloken is met ene gracht’. Later ging die betekenis over op de afgesloten grond zelf en werd een ‘biloken veld’ eenvoudigweg een ‘biloke’ genoemd.

In dit geval is de naam afkomstig van de Bijlokemeersen, de weilanden die door gravin Johanna van Constantinopel geschonken werden voor de oprichting van een hospitaal. Hier werd in de 13e eeuw het Bijlokehospitaal gesticht. Later werd ook de Bijlokeabdij opgetrokken. Uiteindelijk bestond het complex uit hospitaal, abdij en nutsgebouwen uit drie perioden: de middeleeuwen, de 17e eeuw en de 19e eeuw. Thans bevindt zich hier de Bijlokesite, een cultureel centrum met onder meer het Stadsmuseum Gent (STAM), het Muziekcentrum De Bijloke Gent, de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en het Hogeschool Gent Conservatorium.

Tot hier de uitleg over de oorsprong van de naam Bijloke, gevonden in onze digitale encyclopedie “google”.

Maar nu terug naar onze gidsen.  Omdat we met zo’n grote bende waren (28 man) dienden we 2 gidsen te engageren.  De ene groep kreeg een mannelijke gids en de andere groep een vrouwelijke mee. Kwestie van het evenwicht te behouden.

We hadden weer geluk, want alle twee bleken ze zeer boeiende en bekwame vertellers te zijn.

Ikzelf kan enkel meespreken over onze vrouwelijke begeleidster. Zij was afkomstig uit Roeselare en dus een aangespoelde Gentenaar, maar ze had de stad Gent in haar hart gesloten.

Ze nam ons mee naar boven en op een overloop liet ze ons zien waar de oorspronkelijke abdijkerk van de cisterziënser zusters lag.  Deze was in de 16e eeuw bij de beeldenstorm helemaal vernield en zodoende werd het Dormitorium (de slaapzaal) als kapel heringericht.  Zij wees ons op de kleine, dichtgemetselde vensters tussen de grotere die toen speciaal voor de nieuwe kapel werden geconstrueerd. Dat was nog duidelijk zichtbaar.

Onze gidse leidde ons dan naar de vroegere refter.  Een grote, heldere ruimte met helemaal achteraan een open haard.  Deze ruimte werd in de 18e eeuw verkleind, verlaagd met een nieuw plafond.  Het oorspronkelijk houten plafond werd onder een kunstig stucwerk verscholen.  In 1920 werd de ruimte in haar oorspronkelijke glorie hersteld.  Voor het mooie stucwerk plafond werd speciaal een nieuwe zaal gebouwd.

Op de muur van de refter zagen we een mooie afbeelding van het Laatste Avondmaal.  Hierop was duidelijk te zien dat de apostel Johannes zich aan de borst van zijn ‘meester’ koesterde.

Terug via de overloop, kwamen we de rest van de bende tegen.  Of ze ons herkend hadden, is een andere zaak.

We begaven ons toen in een ruimte met een reuzengrote luchtfoto van Gent en deelgemeenten onder glas.  Speciaal daarvoor moesten we schoenbeschermers aantrekken.

Het is niet altijd gemakkelijk om op die manier je eigen straat of zelfs gemeente terug te vinden.  We oriënteren ons immers nooit van boven.   Wat sommigen wel konden terugvinden, was de Adonis in Drongen.  Moet toch zijn, dat ze daar vaste klanten zijn 😉

Dan nam onze gidse ons mee naar een ruimte waar de ontstaansgeschiedenis van Gent werd weergegeven.  Het is nog altijd een eeuwenlange discussie wat er nu eerst was, de Bijlokeabdij of de Sint-Pietersabdij.   Onze gidse was een duidelijk voorstander van de Bijlokeabdij.  Zij liet ook blijken, niet alles klakkeloos aan te nemen wat voor waar wordt aangenomen, maar ze stelde haar eigen waarheid zeker niet boven de gangbare geschiedenis.  En dat is een heel eerlijke instelling.  Je moet met beide facetten rekening houden en dat leidt altijd tot interessante beschouwingen of bewustwordingen.

Vervolgens bracht zij ons naar een ruimte met de stamboom van Keizer Karel V, die in Gent geboren was.  Zij had daar ook haar eigen mening over het feit, dat men de moeder van Keizer Karel, Johanna de Waanzinnige noemde.  Zij vond haar helemaal niet gek.  In feite was zij de rechtmatige koningin van Spanje en de mannen in haar omgeving misbruikten dat argument om zichzelf de troon toe te eigenen.

Zij stierf in 1555, slechts 3 jaar voor de dood van haar zoon Keizer Karel in 1558.

Dat de Habsburgers aan inteelt deden, door constant met neven of nichten te trouwen, om de macht en rijkdom in de familie te houden, is ook duidelijk te zien aan bepaalde lichamelijke kenmerken, zoals een sterk vooruit geschoven kin.

Dat zie je ook bij bepaalde kinderen van onze eigenste prinses Astrid die ook met een Habsburger is getrouwd.

Na de vlucht van de protestanten vanuit Gent naar het Noorden waarbij de meeste intelligentsia, kooplui en welgestelden naar ginder verhuisden, bleef Gent verweesd achter.   Maar volgens onze gidse had Gent in die tijd toch reeds een échte democratie, met een directe vertegenwoordiging van de ambachten.

Vervolgens het kleine zaaltje met een reproductie van het Lam Gods.  De diefstal van de Rechtvaardige Rechters blijft tot op heden nog steeds een hot item, dat regelmatig weer de kop opsteekt, zeker in de komkommertijd.

Dan kwamen we in de laatste zaal, waar de industrialisatie van de stad Gent werd voorgesteld.

Waar in de Middeleeuwen de stad Gent een belangrijke lakenproductie had, kende in de 19e eeuw de textielindustrie weer een enorme bloei.

Onze gidse zei, dat ze hier zeker nog een 2-tal uren kon doorgaan, maar dat haar tijd spijtig genoeg beperkt was.  Lag het aan ons, kon zij zeker nog haar ding doen, maar ja, we waren gebonden aan de tijd en we moesten daar dan ook afsluiten.

Zij bracht ons terug naar de kantine, waar de andere groep reeds ongeduldig op ons zat te wachten.

En met een drankje in het warme namiddagzonnetje werd deze activiteit voor de meesten onder ons afgesloten.

Nog een 18-tal gingen een laatste avondmaal nuttigen in het Hof van Herzele.  Het was alleszins zeer spijtig dat men onze groep eerst in de kelder stopte, daar waar er boven genoeg plaats was, zoals achteraf bleek.  Het was ook een uiterst onaangename ervaring, aangezien er een indringende toiletgeur hing, zeker niet appetijtelijk om er te eten. Toen dit duidelijk werd gemaakt aan de van dienst zijnde garçon, konden we toch terug naar boven verhuizen.

Al bij al maakte het eten en het samenzijn boven veel weer goed.

Met een gedecimeerd groepje werd er dan nog een allerlaatste drankje in de A-pluss genuttigd.

Gent voor wat het is en voor wat het was.  Het is en blijft een boeiende stad!

Spring naar werkbalk