15 september 2018 – Pannenkoekennamiddag met gezelschapsspelen

Afspraak vandaag zaterdag 15 september in het buurthuis “ ’t Senter”, naast de kerk met het splinternieuw heraangelegde kerkplein, op de kruising van Heule/Sint-Katharina/Kuurne.

Tussen 14.30 en 15u kwamen de liefhebbers voor deze activiteit geleidelijk aan opdagen, en kwamen we al gauw aan zo’n 20-tal aanwezigen. Het was als een terugzien op de eerste schooldag in deze maand september, en hier en daar hoorde je wat vertellen over de voorbije vakantie of gemaakte reizen.

Een paar keurig gedekte tafels stonden ons op te wachten. Dit was het voorbereidende werk van Frank, die reeds vroeger ter plaatse was, met een berg pannenkoeken (die bij hem thuis in de voormiddag reeds gebakken waren, en die nu enkel nog moesten opgewarmd worden). De geur van koffie en warmende pannenkoeken nodigde ons uit naar de tafels, en al gauw werd er tot dit lekker festijn overgegaan.

Pannenkoeken met suiker, confituur, choco, of kandijstroop ; het leek wel een verjaardagsfeestje uit mijn kinderjaren. Ik bleek al gauw 4 pannenkoeken opgesmikkeld te hebben ; nog plaats in het buikje voor een vijfde ? Alvast een pluim voor Frank en zijn ‘thuisploeg’ die voor deze lekkere pannenkoeken hadden gezorgd !

Daarna de tafels even afruimen, en we trokken naar buiten in het zonnetje, waar we op het grote gazon spontaan aan enkele buitenspelen begonnen : kegelspel en pétanque.

Daarna was het tijd voor een vieruurtje, of beter gezegd een “vijfuurtje” : aan de toog konden we een fris biertje of frisdrank halen, waarmee we richting terras trokken om er de buitentafels in te palmen. Chips en nootjes mochten evenmin ontbreken. Nu was het tijd voor enkele hoofdbrekende De enen gooiden dus met hun stokken, de anderen met hun ballen. Kurt B. bleek zich al gauw tot spelleider van het kegelspel te ontpoppen. De regels waren blijkbaar niet door iedereen even goed gekend.

Gezelschapspelletjes, waarbij kaartjes, blokjes, en dobbelstenen werden bovengehaald.

Door de ontspannen sfeer zagen we de tijd niet voorbijgaan, en was de zon al stilaan achter de kerk aan het zakken toen we tegen 19u begonnen op te kramen.

De glazen waren leeg, de spelletjes waren afgelopen, maar onze hartjes waren weer goed gevuld met enkele leuke voorbije momenten samen ! Ik hoorde nog een ‘nieuweling’ zeggen dat hij zich nog eerstdaags tot lid ging laten opschrijven …

Dit wordt dan – als ik het goed voor heb – ons 101e lid! We zijn goed bezig, zou ik zeggen!

Stefaan Coigné

2 december 2017 – 30 jaar Liever Gelijk

Wat te zeggen over 30 jaar holebivereniging?

30 jaar is zeer relatief.  La Demence bestaat reeds 28 jaar, the Red & Blue bestond/bestaat nu ook al een goeie 20 jaar, maar gaat verder als een ander concept.  We zijn zelfs ouder dan VTM (opgericht in 1989)! Toegegeven, deze kleppers zijn van een ander allooi, want immers enkel gericht op amusement en feesten.  Om een holebivereniging 30 jaar te laten bestaan, tot op de turbulente dagen van vandaag, waar vele homozaken de mist in gaan, waar vele andere holebiverenigingen moeite hebben om het hoofd boven water te houden en zich afvragen, waar al die homo’s en lesbiennes toch naar toe zijn, mogen we trots zijn op onze vereniging, op dit ogenblik de oudste en meest levendige in West-Vlaanderen.

Je kunt je afvragen, hoe het mogelijk is, dat Liever Gelijk deze kaap van 30 bereikt heeft?

Is het de flexibiliteit om zich aan te passen aan de tijdsgeest, heeft het met geluk te maken, dat er toch telkens weer mensen gevonden werden die de fakkel overnamen en brandende hielden?

Wie zal het zeggen?  Een vereniging bestaat immers niet enkel door de gratie van de bestuursleden alleen, maar vooral door de leden die telkens weer hun geloof in de vereniging bevestigen.  Toegegeven, het is een wisselwerking: de bal die door de bestuursleden in de ring wordt gegooid, moet ook interessant genoeg zijn om op te vangen.  Het geheim van een goede holebivereniging ligt volgens mij in het feit, dat bestuursleden een degelijk én goed georganiseerd programma voorschotelen, dat de werking gestructureerd en goed voorbereid verloopt, en volgens mij het belangrijkste, dat de bestuursleden zich niet in het middelpunt van de belangstelling plaatsen, maar op de achtergrond blijven en als het ware onzichtbaar zijn.

Daarin schuilt de sleutel tot succes.  Het is opvallend, hoe verenigingen, waarin egotrippers en bestuursleden die zich op een piedestal zetten, zoals zonnekoningen waar alles rond moet draaien, maar een kort en moeizaam leven beschoren is.  De leden zijn het middelpunt, niet het bestuur.

We mogen inderdaad trots zijn op onze vereniging, waarin het goed toeven is, waarin de meesten zich openzetten voor de anderen, waar de sfeer optimaal is, een vereniging die blijft groeien…

Dat hebben we dan gevierd op zaterdag 2 december 2017 in Kortrijk, de stad waarin Liever Gelijk zijn eerste stappen zette.

Om 17u werden we door de Stad Kortrijk getrakteerd op een receptie in de ruime Beatrijszaal. De zaal liep al vlug vol met bekende en minder bekende gezichten.

Een aantal bestuursleden uit het verleden en mensen die zich toendertijd voor de vereniging hebben ingezet, waren uitgenodigd.   De meesten gaven gehoor aan onze oproep.

Schepen van mensen en gebouwen, Arne Vandendriessche, gaf het startschot en begroette ons in naam van de Stad Kortrijk.  Schepen van economie, Rudolf Scherpereel, sprak ook een paar woorden en was dan vlug vertrokken.  Dan kwam het woord aan ons.

We beschreven in het kort de 30-jarige geschiedenis van Liever Gelijk en zetten dan een aantal beginpioniers in de bloemetjes, in dit geval de wijn.

Een korte geschiedenis:

Liever Gelijk werd 30 jaar geleden geboren, op 17 november 1987, bij een eerste samenkomst van de 3 stichtingsvaders (José Vercaemst, Lionel Debussche, Tony Vandoorne).  Toen heette het nog niet Liever Gelijk, maar wel Homo&Geloof Regio Izegem/Kortrijk.

De samenkomsten waren zeer sterk naar binnen gericht, schrik als men had van de reacties van de buitenwereld. De activiteiten waren dikwijls zeer religieus getint. Dit zou men tegenwoordig niet meer aan de man kunnen brengen, laat staan aan de holebi.

Gaandeweg werd de sfeer opener, meer pluralistisch, tot in 1994 de vereniging omgedoopt werd in Liever Gelijk (wij hebben immers Liever een Gelijk lichaam om te beminnen!).

In het jaar 2000 werd het roer helemaal omgegooid, de kap werd over de haag gegooid, we gingen weg uit de koepel Homo&Geloof en sloten ons aan bij de huidige holebikoepel çavaria.

Gaandeweg richtten de activiteiten zich meer naar buiten.  We bleven niet meer binnenskamers, maar begonnen de wereld te verkennen.

Vandaag kunnen we trots zijn op onze vereniging, de oudste en grootste van West-Vlaanderen.

Inderdaad, onze vereniging leeft en bruist als nooit te voren.  En om dit extra in de verf te zetten, hadden we 3 illustere sprekers uitgenodigd.

De sprekers:

Eerst toegezegd, kon Mister Gay Belgium 2017 Jaimie Deblieck spijtig genoeg toch niet komen, hij had andere, buitenlandse verplichtingen.

Als eerste spreker hadden we dan Piet De Bruyn (NV-A). Piet De Bruyn (NV-A) is Vlaams Parlementslid en aangesteld als algemeen verslaggever over de rechten van holebi’s, transgenders en mensen met een intersekse conditie bij de Raad van Europa…

Hij studeerde geschiedenis in Leuven en tijdens zijn studies was hij zowel actief in de studentenbeweging als in de holebibeweging.  Van die tijd dateert ook zijn betrokkenheid bij wat toen nog de ‘cel politiek’ van de Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit heette, het huidige çavaria.

In de Raad van Europa is hij actief in de commissie Gelijke Kansen en Niet-Discriminatie. Diezelfde Raad van Europa keurde onlangs zijn rapport over de rechten van intersekse personen goed. Hierin wordt gepleit voor het maximaal respecteren van de rechten van personen met een intersekse conditie.

Piet ontpopte zich als een zeer vlotte spreker die ons feliciteerde met ons 30-jarig bestaan, maar ook de situatie voor holebi’s in andere landen aan de kaak stelde.

Als tweede spreker was Philippe Avijn (Groen) aan de beurt.

Philippe stapte in 1999 in de politiek voor de partij Groen.

Hij was verschillende jaren voorzitter van de afdeling in Kortrijk, is gewezen gemeenteraadslid en tot op vandaag lid van de Politieke Raad van de partij .

Philippe heeft zich altijd ingezet voor homo-emancipatie: eerst als lid van het Roze Aktiefront en later als oprichter van Korthom, de Kortrijkse homowerking.

Hij stond ook mee aan de wieg van het amendement dat Groen, toen nog Agalev, indiende voor de invoering van het homohuwelijk.

Philiippe sprak dan ook vooral over de evolutie van de holebibeweging in Kortrijk.

 

De pioniers van het eerste (en tweede) uur:

We  vermelden hier nog kort de 3 oprichters van indertijd Homo&Geloof Kortrijk:  Josée Vercaemst, Lionel Debussche en Tony Vandoorne. Dit panel van 3 kwam een eerste keer samen in De Harp in Izegem op 17 november 1987.  Hiervan mochten we enkel  Lionel Debussche verwelkomen.

Eveneens aanwezig, een pionier van het eerste uur: Geert Maes.

Geert was bijna van in het prille begin bij onze vereniging, maar wegens werkomstandigheden heeft hij noodgedwongen afstand moeten nemen eind 1995. Geert heeft indertijd de krijtlijnen uitgetekend voor de vereniging die wij nu zijn. Hij lag mee aan de basis van de geest waarin Liever Gelijk zich heden ten dage profileert.

Een speciale vermelding ging ook aan Jan Moeyaert, spijtig genoeg niet aanwezig.  Jan nam indertijd de taak van coördinator/woordvoerder van Liever Gelijk over na het vertrek van Geert Maes.

Liever Gelijk staat open voor zowel mannen als vrouwen, deze zijn tegenwoordig echter achter de horizon verdwenen.

Alhoewel wij nu een louter mannenvereniging zijn, heeft er indertijd ook even een vrouw aan het roer gestaan, een speciale vermelding ging dan ook uit naar Nathalie Herman.   

We vernoemden eveneens Hubert Vandenberghe.  Hubert heeft zich jarenlang ingezet voor onze vereniging.  Hij was voornamelijk actief op weekends als kok en als verzorger van de interne mens.  Hij heeft dat altijd met veel enthousiasme, liefde en inzet gedaan. Hubert, dank je wel.

Vervolgens Stefaan Coigné.  Ook Stefaan heeft zich jarenlang ingezet voor Liever Gelijk o.a. als coördinator. Hij heeft de vereniging steeds een warm hart toegedragen en is nog steeds lid.

Verder nog Jan Kerkhof en Stefaan Baekelandt.  Zij hebben elkaar bij Liever Gelijk leren kennen en delen nu nog altijd wel en wee.  Ook zij hebben zich jarenlang ingezet en het beleid van Liever Gelijk mee bepaald.

Een speciale vermelding ook voor Willy Coessens.  Willy behoort eveneens tot onze pioniers van het eerste uur.   Hij lag mee aan de basis van ons boekje Ingeblikt, dat hij indertijd opgestart heeft en dat nu nog altijd maandelijks aan alle leden wordt verdeeld.

Een speciale vermelding ging eveneens naar Bart De Clercq. Bart maakte in het jaar 1995 kennis met Liever Gelijk. Hij vervoegde de stuurgroep in 1997.  Bart organiseerde heel graag de weekends en spelactiviteiten. Hij kon daar zijn creativiteit ten volle botvieren.  In de stuurgroep was hij de secretaris en zoveel meer.

In 2001 vervoegde zijn partner Geoffrey zich ook bij de stuurgroep.  Geoffrey is vooral gekend voor zijn optreden op ons 20-jarig bestaan als engeltje dat uit de taart sprong.

Of hij nu nog zo’n engeltje is, moeten we nog eens bekijken, zijn vleugeltjes heeft hij al verloren, maar zijn streken niet.  Beiden zijn nog  geregeld bezoekers van onze maandelijkse activiteiten.

Mannen zijn visueel ingesteld en dat geldt ook voor het uithangbord dat mee het gezicht bepaalt van Liever Gelijk.  Onmisbaar in deze digitale tijden, onze website, www.lievergelijk.be mogelijk gemaakt door onze webmaster Rik Tanghe.

En last but not least, de mensen die zich elk jaar op onze BBQ inzetten achter de toog.    Reeds vele, vele jaren mogen we dankbaar zijn dat Linda en Marc dit werk uit onze handen nemen.

Zijn er de laatste jaren eveneens bijgekomen om hen het werk een beetje te verlichten: Virginie en haar knappe man Dieter.

Onze muziekmaker, die jaar in jaar uit op onze BBQ’s en andere feesten onze oren verwent, onze DJ van dienst Stefan Vervaecke.

Na deze eerbewijzen werden, volledig onverwacht, ook de huidige bestuursleden in de bloemetjes gezet.  Jan Oosterlynck kweet zich met veel verve van deze taak.

Dan werd het echter hoog tijd om naar onze feestzaal van die avond te gaan.  We hadden het beginuur met een uur vervroegd, kwestie om toch niet te laat aan tafel te gaan.

In Café Russe werden we door Danny en zijn team hartelijk ontvangen, met opnieuw een drankje en een hapje.

Iedereen was vol lof over de originele inrichting van de zaal, immers very gay, door de inkleding, de lusters, de versieringen allerhande.  Ook de bediening was vlot en “snel”!

Om het wachten tussen het klaarzetten van het warme buffet tot aan het eten wat korter te maken, werden we reeds vergast op een paar optredens.  Als eerste kwam Nadia Showlight, een plaatselijke diva uit Kuurne, aan de beurt.  Ze trok de ambiance al meteen op gang.

René mocht dan weer zijn toeschouwers “Willkommen” heten.

Het eten was uitstekend en overdadig: zalm, gamba’s, tongrolletjes, kip met spek omwikkeld, varkensgebraad, biefstukjes, aardappelgratin, krielaardappeltjes, groentenlasagne, oventomaatjes, witloof …. Te veel om op te noemen en te veel om van te proeven.  Een dikke pluim aan onze kok Danny!

Daarna trok het feest echt goed op gang, met nog een paar optredens van zatte Rita, Céline Dion..

Ook Wilhelm liet zich niet onbetuigd.  Met 3 live gezongen nummertjes, wist hij de hele zaal te bekoren.

Onze DJ Stefan, al jarenlang trouw van dienst, overtrof zichzelf en hield de dansvloer constant bezet.

Het werd een schitterend feest, Liever Gelijk waardig.  Het was reeds lang na middernacht, zo tegen 3u30 dat de laatste tooghangers hun bedje opzochten.

Liever Gelijk kleurt immers je leven.  En nu weten we eindelijk waar VTM zijn slogan vandaan haalde!

18 november 2017 – Rond HIV, een getuigenis door Geert Thyssen

Geert Thyssen
Geert Thyssen
Geert Thyssen

Wat te verwachten van de uiteenzetting door Geert Thyssen over zijn visie aangaande ziekte en gezondheid?  In de aankondiging voor deze activiteit stond: “Rond HIV – een getuigenis.”

Bleek achteraf, dat het thema HIV slechts in de rand aanwezig was en dat meer de manier hoe een mens in het leven staat, invloed kan hebben op zijn gezondheid.

O.K. Geert vertelde wel over zijn HIV status, hoe hij “besmet” werd en hoe hij ermee omgaat.  We willen van te voren dan ook heel duidelijk stellen, dat dit de persoonlijke mening is van Geert.

Hoe ieder dit voor zichzelf interpreteert, is een eigen, vrije beslissing.

Er werden ook veel (kritische) vragen gesteld en Geert antwoordde altijd vanuit zijn persoonlijke levenshouding. Voor die houding valt inderdaad wel wat te zeggen, maar dat moet iedereen voor zichzelf uitmaken.  Elke persoon is immers uniek, elke levenssituatie weer anders.

Hier komt zijn betoog:

Toen Geert zijn bloed enkele jaren terug liet onderzoeken, bleek hij seropositief te zijn.  Bij het horen van die diagnose spookten heel wat dingen door zijn hoofd: angst, schaamte, het leven is voorbij, dood, stukgeslagen dromen, aftakeling, afzien, pijn, verdriet.

Gelijkaardige gedachtes kunnen bij allerlei ziektes ontstaan, afhankelijk van hoe ons idee rond ziek zijn is gevormd. De impact daarvan is afhankelijk van hoe je in het leven staan, hoe je om kan gaan met negatieve gebeurtenissen.

Volgens Geert is ziekte een disbalans in je lichaam.  Ziekte is een signaal, een reactie van je lichaam om dit weer in balans te brengen.

Luc Montagnier ontdekte in 1983 dat bij iedereen die aids had, het hiv-virus aanwezig was.  Daardoor is er te vlug de link gelegd tussen het hiv-virus en aids.  Er is onvoldoende aangetoond volgens wetenschappelijke normen dat hiv de enige oorzaak is van aids.  Er zijn meerdere testen nodig om zogezegd ‘betrouwbare’ resultaten te hebben. In tegenstelling tot andere testen moet er hier gewerkt worden met een sterke verdunning, anders zou je bij iedereen een positieve testuitslag hebben.

Volgens Geert zijn de BIG farma niet gediend met een volledige genezing van de mens.  Gezonde mensen brengen immers geen geld op.

Zeer vele dokters blussen brandjes.  Zij bestrijden de symptomen, maar niet de oorzaak.  De huidige medische wereld zou dieper moeten kijken, “holistischer”, m.a.w. de hele mens bekijken, niet enkel de aidspatiënt, de grieppatiënt, de burn-out-patiënt.

In deze stressvolle, hectische maatschappij, met een niet al te gezonde levensstijl, krijg je meer en meer mensen die uitvallen door burn-out, depressie, immuniteitsfalen…

We zijn allemaal kinderen van deze tijd!

Volgens Geert, is gezondheid op fysiek vlak vrij zijn van pijn en ongemak, waardoor je je goed in je vel voelt.  Op emotioneel vlak innerlijke rust en vrede ervaren.  Op mentaal vlak een heldere geest waar rationaliteit en creativiteit gelijkmatig aanwezig zijn.

Op spiritueel vlak leven voor het grotere geheel, m.a.w. egoïsme laten vallen en je ook inzetten voor andere mensen.

De mens is meer dan lichaam en geest.  Je wordt ook beïnvloed door erfelijke factoren, het milieu, je levenswijze, psychologische factoren ….  Zeker deze laatste, zoals bv. negatieve gemoedstoestanden, ergernis, jaloezie, ontevredenheid verminderen je levenskracht en verzwakken onze immuniteit.

Geert kantte zich ook sterk tegen medicijnen en neemt ook geen aidsremmers, maar probeert op zijn eigen manier zijn immuniteit recht te houden, door o.a. de manier waarop hij in het leven staat, door bepaalde voedingssupplementen te nemen die bepaalde balansen in zijn lichaam herstellen.   Ook hier, dit is Geerts persoonlijke mening en beslissing.

Ziekte is geen probleem, wel hoe je ermee omgaat. Niet de moeilijke omstandigheden in het leven maken ons ziek, maar wel ons negatief oordeel over deze omstandigheden.  We dienen leren positief om te gaan met negatieve gebeurtenissen, niet in het gevecht gaan, maar wel aanvaarden en vanuit die aanvaarding kijken wat er nog wel mogelijk is.

Het is belangrijk je gezondheid optimaal te houden en belastende factoren te beperken tot een minimum.  Geert gaf hier het voorbeeld aan van zijn schoonmoeder, iemand die alle aandacht vraagt en ook alle energie uit je wegzuigt. Zulke “factoren” dien je zo veel mogelijk uit de weg te gaan.

Volgens Geert is angst ook ziekmaker nr. 1.  Angst probeert zich meester te maken van ieder van ons, via de veelal negatieve nieuwsberichten, via social media.  Maar sta je vol vertrouwen in het leven, dan verdwijnt de angst als sneeuw voor de zon.  Je moet vertrouwen hebben in de natuur, in jezelf en in het zelfhelend vermogen.

De belangrijkste persoon in je leven ben jezelf!  Je bent voortdurend in gesprek met jezelf.  Je moet jezelf als je beste vriend zien, jezelf motiveren, positief benaderen, liefdevol hanteren, verzorgen…

HIV, mijn positieve vriend.  Wat komt die ziekte op mijn pad doen?  Waarom overkomt mij dit?

Geert heeft hierover meer inzicht gekregen door de Nieuwe Germaanse geneeskunde.  Dit beschrijft hij uitvoerig in zijn boek.  Volgens hem geeft het een verklaring vanuit de biologie, vanuit de natuurwetten.

Je krijgt een plotse onverwachte shock waardoor er een conflict ontstaat.  We spreken niet over ziekte, maar vanuit de biologie reageert je lichaam op de meest gepaste manier.  Je hebt twee fases, de conflict-actieve fase en de herstelfase of genezingsfase.  Virussen, bacteriën en co zijn helpers.  HIV is dus geen probleem, wel een diagnose-shock.   Afhankelijk van die diagnose-shock, dien je de conflicten die zich voordoen duidelijk maken en aanpakken.

Geerts visie op zijn situatie in deze context is volgens hem zijn jarenlange angst voor HIV, na een saunabezoek met gescheurde condooms en daardoor verhoogde stress en paniek geeft de biologie een oplossing, nl. door datgene waarvoor je angst hebt ook aan jou te geven.

Voor Geert verdween daardoor zijn angst voor HIV.  Dit was voor hem een kantelmoment dat hem de kans gaf radicaal van koers te wijzigen en intenser te gaan leven.

De kernboodschap van Geert draait dan ook niet om te stoppen met medicatie, maar om je eigen weg tot innerlijke vrede te vinden, dit zonder angst.  Gebruik je keuzevrijheid en zelfverantwoordelijkheid om bewust van het leven te genieten!

Hier sloot Geert zijn betoog af en beantwoordde hij nog een aantal vragen.  Velen interesseerden zich ook voor zijn boek dat hij te koop aanbood.

Nadien trok iedereen nog naar beneden voor een paar drankjes en om na te praten over Geerts uiteenzetting.

Rest ons nog om Dirk te danken om opnieuw zijn etablissement voor ons ter beschikking te stellen en (tussen haakjes), de witte roosjes op de tafel van Geert waren eveneens een attentie van Dirk.

Tot een volgende!

15 oktober2017 – Bulskampveld

Die zondag, een uitzonderlijk mooie zomerdag, kwamen we samen aan de ingang van het bezoekerscentrum van het Bulskampveld.

Onze gidse, Moniek, blijkbaar nog een oude bekende van Guido, verwelkomde ons.  Je merkte al gauw dat zij dicht bij de natuur stond.

Met 27 man begonnen we aan onze wandeling. Heksen staan natuurlijk ook dicht bij de natuur of tenminste bij de mythes daarvan en Moniek haalde al dadelijk haar heksenbezem boven en we hadden al een eerste symboliek: een bezem stond vroeger aan de deur om al het slechte buiten te vegen.  En natuurlijk gebruikten de heksen dat ook om op te vliegen, maar dat is niet gelijk een elektrische fiets, verduidelijkte Moniek, je moet wel de juiste kruiden en zalf gebruiken..  We waren vandaag  op de feestdag van de H. Theresia en toevallig noemt men deze ook zo’n nazomertje, Trezekes nazomertje.  Men gebruikte vroeger dikwijls de heiligen om iets aan te hangen. Tussen 8 en 15 november heb je ook het “oudewijvenzomertje”.

We gingen er dus invliegen met of zonder bezem en we belandden vlakbij aan een hulstboom.  Beneden heeft die struik/boom meer stekels dan boven.  Vroeger gebruikte men deze ook om het vee in de weide te houden. In sommige landen (zoals in Duitsland) worden op palmzondag niet de palm(buxus) die wij hier kennen, maar wel hulsttakken gewijd.  Hulst blijft altijd groen en dat wist men reeds bij de oude Kelten. Deze plant werd dan ook in hun rituelen opgenomen, bv. bij de zonnewende (21 december), omdat deze altijd groen blijft en dus leven gevend.  Ook bij ons, bij Kerstmis wordt de hulst nog altijd als versiering gebruikt, in feite een oud gebruik van bij de Druïden.

Palm en laurier zitten in dezelfde familie: “op je lauweren rusten”, komt van bij de Olympische Spelen, men gebruikte vroeger een laurierkrans als je gewonnen had.  Je had het gemaakt en nu kun je een beetje bekomen.  Palm, iets op je “palmares” schrijven, wij hebben een aantal woordspelingen die vanuit de natuur komen en waarvan wij de oorsprong vergeten zijn.

In 1904 werd dit kasteel aangekocht door de familie Lippens. Toen werd ook met de aanleg van het park in Engelse stijl begonnen met heel wat uitheemse bomen.  Men heeft nu wel een beetje de discussie of die uitheemse bomen (exoten) niet weg moeten, maar aangezien deze in een park staan, mogen ze blijven.  Het was indertijd ook een zaak van prestige als je je uitheemse bomen kon permitteren.  Ook met getallen werd toen gegoocheld, groepjes van bv. 3 bomen (de heilige Drievuldigheid), van 7 ( de 7 dagen van de week, de 7 werken van Barmhartigheid …), van 12 (de 12 apostelen … )  Er zijn echter veel bomen gekapt door de Duitsers, die hier in de twee wereldoorlogen een commandopost hadden.  Zij hebben dat achteraf vergoed met Duits zaad (van bomen natuurlijk).

Van de berk kun je in de lente ook sap aftappen: je snijdt een twijg af en je als je daar een fles aanhangt, zal het sap er in druppelen, maar vanaf het moment dat het troebel wordt, moet je stoppen.  Blijkbaar verdwijnt daarvan de voorjaarsmoeheid.

Moniek bracht ons dan tot bij het konijnenveld.  Het konijn is eigenlijk een ingevoerd dier, de haas is inheems.  De symboliek achter een konijnenpootje.  Blijkbaar worden konijnen geboren met open ogen, vandaar dat het een symbool was van waakzaamheid.  Vroeger zag men veel meer konijnenpootjes, aan een sleutelhanger of aan fietsen hangen.  Nu is dat een beetje verdwenen.  Dat bracht zogezegd geluk.  In de wereld van actrices gebruikte men dit veel om zich te schminken.  Het was eigenlijk het borsteltje van de poederdoos dat zij altijd mee hadden in hun etui.  Dus dat konijnenpootje maakte alle stress mee die vooraf ging aan hun optreden.

We passeerden de mooie stam van de grove den.  Ideaal om een fotootje bij te trekken, nietwaar Vincent?   Vlakbij een linde, ideaal als zonnescherm, maar ook als regenscherm.  Als je het blad bekijkt, zie je duidelijk een hartvorm.  Dat is dus ook de boom van de verliefden, om de afspraakjes te maken en je zit beschermd tegen regen en zon.    Kun je je een betere plek voorstellen?   Moesten de bomen kunnen vertellen, zei Moniek, ze hebben al wat gezien!

Een lindetheetje, ’s avonds voor het slapengaan, is rustgevend. 

De linde is een vrouwelijke boom en werd vroeger toegeschreven aan de moedergodin, Freya, de godin van de vruchtbaarheid.  Dat is dan ook weer gekerstend en daarom vindt men vele mariakapelletjes terug in de buurt van een lindeboom of ze hangen er in.

Er zijn ook veel spreuken die te maken hebben met hout: “Je moet hout vasthouden”, “Hoe hoog de boom ook groeit, zijn bladeren vallen altijd op de grond”, “Er zit meer in het hart van de boom dan de bijl blootlegt”, “Uit het goeie hout gesneden zijn”, “Een oude boom verplant je niet”, “Bomen sterven staande”…

We passeerden een “Tulpenboom” met zijn karakteristiek blad.  Volgens Moniek, alhoewel uitheems, toch een zeer goeie bijenboom wegens zijn talrijke bloemen.

We kwamen voorbij een weide met koeien en alhoewel ze een hele weide met gras ter beschikking hebben, zetten koeien zich dikwijls op hun knieën om onder de prikkeldraad door het gras van de andere kant te kunnen grazen.  Het gras is dikwijls groener en smakelijker aan de overkant, maar het duurt meestal niet lang 😉

Danny vertelde ook iets dat de gidse niet wist: in een eik of tamme kastanje zit er een draaiing in de boom. Dat is de reden waarom alle molens in Europa in dezelfde richting draaien,  omdat de standaard (het spant), de boom centraal in de molen, mee moet draaien met de richting in het hout, anders breekt het hout. Hoe het is buiten Europa, daar hebben we het raden naar.

We kwamen ook voorbij een Thuja (levensboom), waaruit men vroeger een product tegen scheurbuik haalde.  In de twijgjes zit ook een etherische olie en daarvan wordt zelfs wierook gemaakt.

Toen we een hazelaar passeerden, haalde Moniek zelfgemaakte hazelnootkoekjes boven.   Van de hazelaartak kun je ook een wichelroede maken, ideaal voor het vinden van breuken in de aardkorst, aardstralen of wateraders.  Gelove wie het geloven wil!

Moniek vertelde dan ook nog het verhaal, waarom het zo stil kan zijn in het bos.  De bomen kunnen niet praten, maar vroeger was het wel anders.  Omdat de bomen te veel kapsones kregen, nam de zon het vermogen tot spreken van de bomen af.  En sindsdien konden de bomen niet meer praten en kunnen ze alleen nog maar luisteren.

Vervolgens nam Moniek ons mee naar een “ijskelder”. Nu wordt deze gebruikt als overwinteringsplaats voor vleermuizen.

Zij vertelde daar over de verschillende betekenissen met het woord “boom”, je hebt de meiboom, de geboorteboom, bomen waar recht onder gesproken werd..  en wat heb je nog allemaal ? En onze Toon repliceerde: ”slagboom” !  Iedereen schaterde het uit, prachtig gevonden, maar niet helemaal in de betekenis die Moniek zocht.

Terug op weg naar het kasteel, passeerden we een Vlier.  Daar haalde Moniek een aantal zelfgemaakte fluitjes boven. Vandaar komt ook de naam “flierefluiter”.  Van vlierhout maakte men vroeger ook een klakkebusse (een proppenschieter).

Terug aan het kasteel, mochten we via een trapje aan banken plaatsnemen.  Moniek had daar nog een proevertje voor ons in petto van witte wijn met zelfgemaakte vliersiroop.

Toen was het tijd om afscheid te nemen van onze enthousiaste gidse en togen we naar de cafetaria om aan het grotere werk te beginnen.

Spijtig genoeg was het daar overvol, maar een behulpzame garçon wees ons de weg naar “de manège” ietsje verder.  En daar vonden we inderdaad nog een overvloed aan plaats in het zonnetje, tussen de paarden en de vliegen.

Aan twee lange tafels, Hans en Geert, waren er intussen ook bijgekomen, genoten we van een welverdiende dorstlesser en van elkaars gezelschap.  Het was daar zaaalig, in het zonnetje.  Wat moet een mens nog meer hebben?  Zo’n afsluiter hoort er immers altijd bij en ik val weer in herhaling, samen iets gaan drinken (of gaan eten) na een activiteit versterkt ons samenhorigheidsgevoel en de vriendschap in onze vereniging.  En daar draait het ook allemaal om.

Tot een volgende!

1 september 2017 – Film “120 battements par minute”

Als je terugdenkt aan deze film, wat schiet er dan door je hoofd ?

O.K., hij was misschien een beetje aan de lange kant, wat betreft het thema was hij ook niet dadelijk optimistisch te noemen…  Maar toch gaf hij heel duidelijk, alhoewel af en toe een beetje geïdealiseerd, de toenmalige situatie weer op het hoogtepunt van de aidscrisis.

Gevoelens van hopeloosheid, uitzichtloosheid waren de duidelijke onderstromen van deze geschiedenis.   Het is inderdaad een tijd die zeker voor de jongere generatie  totaal onbekend is.  HIV blijft natuurlijk geen katje om zonder handschoenen aan te pakken, maar met een paar pilletjes per dag blijft je afweerschild optimaal. Omdat je zelf die tijd gekend hebt en ook de angst om besmet te geraken – aids was toen de nieuwe melaatsheid en een zeker doodsvonnis – begrijp je dan helemaal niet, hoe het komt dat er ook tegenwoordig zoveel onveilig gevreeën wordt, en dat bewust!

Een vaccin is er zeker nog niet, je hebt nu wel pep en prep* en je mag nog van geluk spreken dat je in onze contreien woont, want hiv-positieven in ontwikkelingslanden zitten nog altijd niet in goeie papieren wat het verkrijgen van aidsremmers betreft.

Maar nu terug naar de film.

Hij viel duidelijk uiteen in twee grote delen.  Een eerste deel waarin (oeverloos) gediscussieerd werd over de aanpak naar de overheid en de laboratoria toe om vaart te zetten in het ontwikkelen van efficiënte medicijnen.  De methodes komen ons nu een beetje agressief en provocerend over, maar was voor de (hopeloze) mensen in die tijd, misschien de enige manier om hun stem te laten horen.

Een tweede deel, meer intiem, gaat over de groeiende relatie tussen twee hoofdfiguren, het einde ervan door de ziekte.

Natuurlijk ook prachtig gefilmd.  De contestaties, de beelden van de optochten van de gay prides die automatisch overvloeien in beelden van de fuiven achteraf, heel herkenbaar.

De dansende, oplichtende stofdeeltjes op die fuiven die dan overgaan in beelden van het virus zelf, eigenlijk heel poëtisch en helemaal niet bedreigend.

We zaten met 30 Liever Gelijkers in de zaal, samen met nog 2 andere (hetero)koppels.  Wat moesten ze gedacht hebben?   Op het scherm gays wat de klok sloeg en in de zaal gays wat de klok sloeg. Voor hen moet het een aparte ervaring geweest zijn 😉

Achteraf bleven we wel een beetje verweesd zitten. We beseffen natuurlijk allemaal dat dit verhaal ook het onze zou kunnen zijn.

Maar er zijn gelukkig ook leukere dingen in het leven en om de emoties een beetje te laten zakken, nodigde Dirk van ’t Eiland ons uit voor een broodje en een drankje in zijn etablissement.  Een 20-tal gegadigden van Liever Gelijk profiteerden van zijn aanbod. Onze Jan O. jarig op die dag, kreeg dan wel geen opbeurende film voorgeschoteld, maar het roosje dat hij achteraf van Dirk kreeg, maakte alles weer goed.

Toen de drank boven op geraakte, zakten we natuurlijk af naar beneden voor nog een laatste glaasje.

Het was al ver achter twaalven, toen we het café mochten sluiten.

*(Pre Exposure Prophylaxis. Het gebruik van hiv-remmers om hiv-infectie te voorkomen. De effectiviteit van PREP wordt momenteel onderzocht. Verschil met PEP: bij PEP worden hiv-remmers gebruikt nadat men mogelijk in aanraking met hiv is gekomen; bij PREP is dat er voor.)

17 september 2017 – Bezoek aan Epéron d’or

Onder de warme en deugddoende stralen van een late zomerzon kwamen we die namiddag samen aan het « Schoen-en borstelmuseum ’Eperon d’Or » in Izegem.

Deze erfgoedsite is gelegen aan de achterkant van het station.

Zo’n 26 leden hadden er zin in om op deze mooie zondag met de geschiedenis van deze twee ambachten nader kennis te maken. (groepsfoto aan het gebouw)

De gidse (Marie-Jo) was ons ondertussen al tegemoet gekomen, en ging stipt om 14u van start door ons eerst wat te vertellen over de geschiedenis van dit bedrijf.

Het verhaal van Eperon d’Or begon namelijk in de negentiende eeuw bij Emiel Vandommele. Hij was een befaamd leerling van de Izegemse meester-schoenmaker Eduard Dierick, die in zijn tijd al koninklijke laarzen maakte voor Willem I en Leopold I.

Toen Emiel volleerd was en op eigen benen kon staan, toonde hij zich een ambitieus ondernemer, want in 1863 richtte hij het schoenbedrijf ‘Eperon d’Or’ op. (‘Gulden Spoor’)

Dat er gekozen werd voor een Franse naam, past natuurlijk perfect in de toenmalige tijdsgeest, want Frans was toen de voertaal van de betere burgerij, de bourgeoisie.

Het Frans was eveneens de communicatietaal met de (buitenlandse) klanten.

Het achterdeel van dit gebouw dateert van 1910, en werd gezet nadat de bestaande ateliers van de eigenaar – die meer in het centrum gelegen waren – te klein geworden waren.

Hier langs de spoorweg was een goede locatie voor een nieuwe start.

Op dat moment werkten er reeds een 180-tal personen bij het bedrijf.

De prachtige voorgevel dateert echter van wat later, namelijk van 1930, en is in pure Art Deco-stijl opgetrokken.

De gidse wees ons op de mooie architectuur van deze façade, en had aandacht voor de symmetrie van de gevel-onderdelen, de kwaliteit van de bakstenen, de kleur van het voegwerk, en de accenten met geëmailleerde tegels.

Een 4-tal ingangsdeuren hadden destijds elk hun functie. (o.a. voor de directeur en z’n klanten, een andere voor het personeel, …)

Het geheel straalt terecht een zekere grandeur uit, want al bij al was dit bedrijf ondertussen een ‘fournisseur de la cour’ (hofleverancier) geworden, en had hierdoor aanzien en faam verworven.

(detailfoto van dit embleem)

Vandommele en de zijnen hadden zich namelijk gespecialiseerd in luxeschoenen, vooral voor dames.

In die tijd profileerde Izegem zich meer en meer als schoenenstad, en het kenmerk ‘chaussure d’Iseghem’ werd langzamerhand een garantie voor kwaliteit en vakkundigheid.

Men deed zelfs mee aan buitenlandse exposities in o.a. Parijs en Berlijn.

De gidse leidde ons vervolgens naar binnen ; jawel, doorheen de vroegere ingangsdeur voor het personeel. We kwamen al gauw in de vroegere werkplaatsen te staan die momenteel heel mooi ogen als museumruimte. (foto)

Hier en daar was een werktafereel opgesteld, voorzien van het nodige originele werkmateriaal. Vitrinekasten met schoenonderdelen en andere voorwerpen dienden ter illustratie van de verhalen die onze gidse effenaan uiteen zette.

Marie-Jo nam nu en dan plaats achter een of ander werktuig en becommentarieerde de opeenvolgende handelingen die gemaakt werden om van zool tot afgewerkte schoen te komen.

Schoenen werden gemaakt op basis van een houten leest, waarover men papier bevestigde. Het papieren model werd vervolgens uitgesneden, om daarna opnieuw uitgesneden te worden uit een zinken plaat. Dit element uit zink, was een stevige materie om als basis mee te beginnen.

Bij deze eerste fasen van het maken van een schoen kwamen dus al gauw enkele gespecialiseerde beroepen kijken: een leestmaker, een patroonmaker, en een leersnijder.

De verschillende soorten huid, die als leer werden gebruikt, waren overzichtelijk uitgestald, met verwijzing naar hun soort (rundshuid, varkenshuid, geitenhuid, …) en herkomst.

Zelfs ‘kippenpoothuid’ werd gebruikt, vanwege z’n structuur : om krokodillenleer te imiteren bij kleinere details op een schoen, of als horloge-armbandje.

De buitenzool, binnenzool, en het bovenstuk van de schoen werden samen vastgenaaid met één draad, die later versterkt werd met ‘pek’ (een afgeleide van teer).

Daar was kracht voor nodig, en dus was dit mannenwerk. De vrouwen kwamen in een later stadium aan beurt, met het fijnere werk. Alles was dus voornamelijk handenarbeid.

De hakken (talons) van de damesschoenen waren destijds gemaakt uit een opeenstapeling van verschillende laagjes leer ; totdat de houten hak (uit één geheel) werd bedacht.

Met het thema en materiaal « hout » ging onze rondleiding rimpelloos over van het ‘schoengedeelte’ naar het ‘ borstelgedeelte’.

Het andere deel van de grote werkplaats waarin we ons bevonden was namelijk toegewijd aan de ‘borstelgeschiedenis’. (groepsfoto)

De gebruikte materies bij een borstel waren harde gedroogde vezelsoorten of varkensharen.

(Er is zelfs een periode geweest dat deze geïmporteerd werden uit China, want daar bleken varkensharen wat langer te zijn).

Er werden dus zowel plantaardige als dierlijke vezels gebruikt als borstelharen.

En wat het hout betreft, ging de voorkeur naar beukenhout = stevig hout, en toch zacht om te bewerken. (om het te gebruiken/verwerken tot borstelkoppen en schoenleesten).

We maakten kennis met veegborstels, handborstels, kleerborstels, haarborstels, …

Luxe-hand-en haarborstels werden zelfs uit been of ivoor gemaakt.

De versiering van het montuur (= het bovenstuk van een handborstel) was voornamelijk vrouwenwerk. (foto toiletset beschilderd)

Heden ten dage zijn er nog altijd 7 borstelfabrieken in Izegem.

Langs enkele panelen met vroegere affiches en afbeeldingen over het sociale leven van de arbeider destijds, ging onze rondleiding vervolgens verder naar de 1e verdieping van het gebouw.

Daar kregen we wat bijkomende informatie over Eduard Dierick (de grondlegger van de Izegemse schoennijverheid, en stichter van de huidige vakschool (VTI) waar jongens destijds de stiel van schoenmaker konden leren.

Bij het wandelen doorheen enkele andere ruimtes op deze verdieping, konden we mooi opgestelde vitrines aanschouwen met opnieuw enkele staaltjes van puik vakmanschap: zowel gesofistikeerde schoenen, als geraffineerde handborstels.

Maar – om terug te keren naar de geschiedenis van de schoennijverheid van toen – aan alle mooie liedjes komt een eind. Ook aan datgene van de Izegemse schoenenindustrie.

In de jaren 1960 ging de hele sector dramatisch achteruit door onder meer de concurrentie uit Italië en Oost-Europese lage loonlanden. Veel bedrijven kregen harde klappen, want ze hielden te hard vast aan het ambachtelijke aspect van hun productie.

Ook Eperon d’Or, dat op dat moment bestuurd werd door de vijfde generatie van Vandommele.

In 1967 kwam er tenslotte definitief een eind aan het verhaal : het bedrijf ging failliet.

Gedaan dus met de schoennijverheid, wegens « te ambachtelijk ».

Gelukkig werden de gebouwen echter niet gesloopt, en werd deze site door de stad Izegem beschermd en gerestaureerd als industrieel erfgoed, en ingericht tot museum.

We verlieten het gebouw via een kleine hall met enkele toonbanken met te koop aangeboden materiaal, zoals boeken, borstels, schoensmeer, verfkwasten, en enkele nuttige souvenirs.

Na dit interessante bezoek, en rondleiding van toch bijna zo’n twee uur, hadden we natuurlijk dorst gekregen, en trokken we met de meesten onder ons naar het eind van de straat naar een aangename taverne, ‘The Cottage’.

Plaats op de terras in het zonnetje was er niet meer, dus met z’n allen dan maar gezellig naar binnen. Met een drankje en een babbel sloten we deze mooie geslaagde namiddag af.

We waren weer wat rijker aan kennis en cultuur!

20 augustus 2017 – De Goedendag Route Kortrijk

Dat die zondag 20 augustus een dag zonder regen zou worden, wisten we eigenlijk al. We hadden de weerkaarten al dagen van tevoren in het oog gehouden.  Bij een dergelijke activiteit valt of staat immers alles met regen of zonneschijn.

Maar niet geklaagd, 21 Liever Gelijkers tekenden present die zondag op de Platze in Bellegem.  Frank nam dit keer de leiding en al gauw reden we van Bellegem naar beneden, richting Rollegem.

We passeerden het zaaltje waar we al zovele BBQ’s mochten beleven, de ene al intenser dan de andere.  We fietsten verder langs de E17, waar we in de verte het monument voor de seizoenarbeiders ontwaarden, de zogenaamde Fransmans.

“De Fransmans waren Vlaamse seizoenarbeiders die in de tweede helft van de 19e eeuw tot in de tweede helft van de 20e eeuw jaarlijks naar Frankrijk trokken om er te werken. Ze werkten er op de bietenvelden voor het zetten of rooien van bieten, waren actief in de suikerfabrieken, in de vlasnijverheid of in de cichorei-asten (uit onze online encyclopedie wikipedia).  Dit monument heet “De Sjouwer” en werd in 1974 opgericht.”

Degenen die indertijd mee waren, zullen zich misschien nog herinneren, dat ook in het museum in Koekelare een groot gedeelte aan de geschiedenis van deze seizoenarbeiders is gewijd.

Dan via Aalbeke naar Marke, waar we al gauw langs de spoorlijn richting Kortrijk fietsten.  Vanuit dit perspectief had ik Kortrijk nog niet ervaren.  Even opperden we om toch de hele route maar te doen, we waren immers al goed opgeschoten.   Maar eerst was het hoogtijd om een stopplaats te vinden.  Op de Veemarkt waren alle cafeetjes gesloten en dat op een zondagnamiddag!  Dan maar naar Buda Beach aan de oevers van de Leie in Kortrijk.  En inderdaad, dat was een goede keuze, in het groen, in het zonnetje en aan het water, werd menig drankje genuttigd.

Achter de toog hing een mooie spreuk: “Iedereen is normaal!”  Ze wisten zeker dat we gingen komen?

Nadien ging het verder op de ingekorte route, we hadden immers een beetje angst dat de volledige te lang zou duren.

Een technisch mankementje mag natuurlijk niet ontbreken.  Dit jaar gelukkig geen platte banden, maar wel een afgeschoten ketting, niewaar, Alain 😉

Al gauw fietsten we weer helemaal te lande, langs oude boerderijtjes die hun beste tijd achter de rug hadden.  Voor we het goed en wel beseften, zagen we de toren van de kerk van Bellegem al voor ons opdoemen.  Dan toch nog maar een pauze nemen, maar in de Steenlander was er voor ons spijtig genoeg geen plaats in de herberg.

Dan maar verder richting Bellegem waar we in Het Brouwershuys bijna de hele binnenkoer met zicht op de tuin mochten inpalmen.  We hadden nog tijd genoeg voor ons avondmaal in de Koekeliere, daarom onthaasten we ons met een drankje en een babbeltje, en nog een drankje.

Zulke momenten zijn ideaal om elkaar wat beter te leren kennen en vormen ook een essentieel onderdeel van ons gay verenigingsleven.

De tijd vliegt als je zo samenzit, zeker met zo’n leuke bediening 😉

Toen werd het toch tijd om naar de Koekeliere te gaan.  We namen afscheid van diegenen die, spijtig genoeg, niet meegingen eten en togen naar de afsluiter van onze fietstocht.

De bediening in de Koekeliere was vlot en iedereen werd snel bediend. Naturlijk weer een aperitiefje. Gevoelig voor mannelijk schoon dat we zijn, kregen we weer een mooi uitzicht op een gezelschap jongemannen in de tuin met allemaal dezelfde outfit aan.

Welke vereniging zou er toch maar achter “DEUH BIERTUTTN” schuilgaan?

“Nieuwsgierig” dat we waren, moesten we het hen natuurlijk es vragen en een nietsvermoedend en biezonder leuk slachtoffer dat onze tafel passeerde, op weg naar het toilet, werd al dadelijk het vuur aan de schenen gelegd.  Het bleek een “mobylette club” te zijn, dat de Vlaamse wegen te lande, onveilig maakte.  Het heeft wel wat, zo’n jonge bende op mobyletten 😉

Op die manier wordt ons leven als holebi toch regelmatig eens gekruid met leuke ontmoetingen.

Maar ja, aan alle liedjes komt een einde, dus ook aan ons jaarlijks fietstochtavontuurtje.

Wou de ene tafel nog een dessertje nemen, nam de andere tafel al afscheid van elkaar en van de rest.

Het was weer mooi, het was weer leuk, het was Liever Gelijk.

1 juli 2017 – BBQ ’t Senter Kuurne

Na 10 jaar op dezelfde plaats in Rollegem vonden we dat het eens tijd werd voor wat changement de décor. In ’t Senter in Kuurne, ons ook vertrouwd, gezien de vele activiteiten die we daar reeds mochten meemaken, vonden we een ideale locatie voor onze BBQ edietie 2017.

Dit keer waren er 68 man ingeschreven, waarvan 52 leden, wat toch wel mooi kan genoemd worden, want nog nooit waren zovele leden aanwezig.

We mochten ook een paar echt nieuwe gezichten verwelkomen, naast diegenen die bijna elk jaar naar onze bbq komen afgezakt.  Ook Fadil, onze coverboy van een paar jaar geleden, was weer van de partij.

Het thema “alle kleuren van de regenboog” dekt menige lading.  Daarom was er toch een aantal dat een beetje de fetish toer was opgegaan.  We konden een politieman spotten, een paar leatherfiguren, de werkmens van the Village People, een pink lady, nietwaar Gert 😉   Anderen bleven dan gewoon zichzelf of hadden een regenboogaccessoire aan.

Waar het die morgen nog “stif” regende, begon, naarmate de avond naderde, het zonnetje door te breken.  We hadden weer geluk, dat we ons aperitief buiten onder een stralend blauwe hemel konden houden. Kan het nog beter, lachende gezichten in het zonnetje, verspreid over het grasveld met een drankje in de hand.

We hadden onze BBQ weer goed ingezet.

De cava en andere dranken vloeiden rijkelijk.  Aperitiefhapjes waren ook van de partij, zoals daar waren: een pasta met pesto, kerstomaatjes en Parmezaanse kaas, een toastje met kruidenkaas en gerookte zalm.  En dit keer hadden we ook warme hapjes.  Voordeel van ’t Senter is namelijk, dat we er ook een goed uitgebouwde keuken ter beschikking hebben, wat in Rollegem niet het geval is.

We werden een beetje bezorgd, want het werd later en later en onze barbecueploeg was nog nergens te bespeuren.  Gelukkig kwamen ze na een telefoontje van onze kant, toch nog, met een heel klein beetje vertraging opzetten.

Dit keer geen mannelijke vleesbereiders, maar wel twee sympathieke meiden.

Het buffet was weer goed voorzien en tafel per tafel begon men aan te schuiven.

Onze jaarlijkse DJ Stefan moest dit jaar verstek geven, de jongen moest immers die avond naar een ander feest.  Maar we hadden onze voorzorgen genomen met een stick en cd’s.  En dat ging ook vlot.  Sommige feestbeesten konden het niet nalaten om ook andere nummertjes van het internet te streamen.  De nieuwe tijd, net wat u zegt.  Maar het fuifgedeelte werd daardoor een schot in de roos.

Buiten kon men dan weer in alle kalmte een beetje bekomen van de verhitte danspartijen binnen.  Het bleef daar een hele avond aangenaam vertoeven op de beschikbare banken, sommigen met een sigaretje, sommigen om wat te keuvelen.

René, die wat later was gekomen, verraste ons allemaal met zijn interpretaties van Elvis Presley.  De man had daarvoor speciaal zijn baard afgeschoren en was daardoor voor sommigen onherkenbaar.

Toch vond ik dat hij eigenlijk van in de verte meer op Liberace leek dan op Elvis.

René die ook aan amateurtoneel doet, kweet zich met volle overtuiging van zijn taak en deed The King even herleven.  Het mooiste nummer vond ik toch wel “Muss I denn …”. In de oorspronkelijke versie van Elvis was er ook een blonde pop en René had dat goed gezien, want zijn interactie met zijn eigen pop was subliem en tegelijkertijd vertederend.

Als je die hele bende zo bezig ziet met elkaar, in het samen eten, drinken, het met elkaar omgaan, babbelen, in het dansen, dan zie je en voel je toch wel een sterke verbondenheid en een gemeenschapsgevoel dat je zelden in ons milieu tegenkomt.  En dat maakt het ook waard om verder te bouwen aan een vereniging zoals Liever Gelijk.

Aan alle liedjes komt een eind en dus ook aan onze bbq 2017 en tegen half 3 na middernacht, begonnen we de versiering op te ruimen en de zaal weer aan de kant te zetten.  Intussen waren al heel wat genodigden, hopelijk tevreden, naar huis.

Rest ons nog om de helpende handen van harte te bedanken, zoals daar waren het toogpersoneel Linda en Marc, Virginie en Dieter met hun dochtertje Amber.  De voorbereiders van de hapjes, Stefaan C. met Philip en Patrik uit Oostakker, Jan H. die zich om de muziek bekommerde, Christophe en Gino die mee hielpen de deuren te sluiten.

En moest ik er eentje vergeten zijn, is het zeker niet met opzet 😉

Tot een volgende!

Zaterdag 17 juni 2017 – Bezoek aan Cassel

We hadden nooit verwacht dat ons uitstapje naar Cassel zoveel man op de been zou brengen.

40 Liever Gelijkers tekenden present die zaterdag in het Noord-Franse Cassel.  Het was een warme en zonnige dag, met temperaturen die we in juni zelden mochten meemaken. Bij aankomst deelde François ons in 2 groepen in.  De eerste ging met onze gids Ludovik Cassel zelf verkennen en de tweede zou al aan het museumbezoek in het Musée de Flandre beginnen.

Ludovik, een rondbuikige gids uit Oost-Vleteren, vertelde met vuur en passie over het verleden van Frans-Vlaanderen en Cassel.

Frans-Vlaanderen is het deel van het historische graafschap Vlaanderen dat door de vrede van Nijmegen in 1678 definitief bij Frankrijk werd ingelijfd. Van oudsher werd hier Nederlands gesproken en noemt men de streek de ‘Franse Westhoek’ om de banden met de ‘Vlaamse Westhoek’ te beklemtonen. Cassel ligt op het hoogste punt van die Westhoek (176m) en is één van de schilderachtigste stadjes van Frans-Vlaanderen. Het is de eerste getuigenheuvel van een lange reeks ‘West-Vlaamse bergen’.

Toen Julius Caesar onze gebieden veroverden, werd Cassel de hoofdplaats van de Castellum omwille van zijn strategische ligging.

Cassel werd in WOII ook gebombardeerd, daarom zijn de huizen t.o.v. het Musée de Flandre (het vroegere Landhuis) van recentere datum.

Onze gids nam ons via een wandelpad van betonnen treden mee naar het hoogste punt van het stadje, locatie van de vroegere burcht, nu stadspark. Daar zagen we het ruiterstandbeeld van generaal Foch die hier tijdens de eerste wereldoorlog zijn hoofdkwartier had.

We hadden een mooi uitzicht over de vlakke omgeving.  Ludovik vertelde ons dat vanuit Cassel in de Romeinse tijd zeven heirbanen vertrokken, onder meer naar Atrecht, Doornik en Bonen (Boulogne-sur-Mer). In de middeleeuwen was het de hoofdplaats van een kasselrijk van het graafschap Vlaanderen.

De vlag van West-Vlaanderen zou eigenlijk (volgens Ludovik) op Cassel zijn gebaseerd (het rode wapenschild zou Cassel uitbeelden en de stralen de verschillende heirbanen).

Op een gedenkmonument in het park zou een Vlaamsgezinde beeldhouwer het “vraagteken” achter het woord vainqueur geplaatst hebben, omdat het voor de Vlamingen eigenlijk twijfelachtig was, of Filip van Valois nu wel overwinnaar als eerder veroveraar was, die dat stuk van het graafschap Vlaanderen bij Frankrijk inlijfde.

Nadien daalden we terug af naar het stadje zelf en verwonderden ons over de mooie, smalle straatjes die Cassel nog rijk is.  Voorbij een stadspoort zagen we Vlaamse namen op de huisgevels, zoals daar waren: “In de henne” of “Oude Schoenmakerie” of “d’oude Peerdestal” … We liepen vervolgens langs de vroegere stadsmuur waarachter nu tuinen van de mooiste huizen in Cassel liggen.  Eentje had zelf een betonnen loopbruggetje over het pad heen om in een ander deel van de stadstuin te geraken.  Vervolgens nam Ludovik ons mee naar een chique hotel, Châtellier de Schoebeque, een vroeger herenhuis, waar tijdens WOI generaal Foch resideerde en waar hij verschillende beroemde gasten ontving, zoals de toenmalige koning van Engeland, Georges V, onze koning Albert I, maarschalk Haig van Engeland …

De beeldenstormers hadden ook lelijk huisgehouden in Cassel, maar toen de protestanten verdreven waren, werd er tijdens de contrareformatie o.a. de Jezuïetenkerk gebouwd die op haar beurt tijdens de Franse revolutie een andere bestemming kreeg.  Ze stond nu in de restauratiesteigers.

Hier eindigde onze tocht met Ludovik, we namen van hem afscheid en hij nam de gelegenheid te baat om nog reclame te maken voor Radio Uylenspiegel.  Deze werd in 1978 opgericht. Ze begon als illegale zender die ijverde om de Vlaamse cultuur in Noord-Frankrijk te behouden. Begin de jaren 80 kreeg Radio Uylenspiegel een zendvergunning bij de liberalisering van de FM-frequenties. Ze zenden uit op de frequentie 91.8 FM en kunnen tot over de grens worden ontvangen.

Onderweg naar de Grand Place kwamen we opeens de groep van François tegen.  Blijkbaar was er een misverstand geweest aangaande het vertrekuur van de gids in het museum.

We hebben dat elegant kunnen oplossen door alles met een uurtje op te schuiven en de gids was met deze oplossing meer dan tevreden.

Ons groepje zou dan een uur later aan het museumbezoek beginnen, maar dat kwam heel goed uit, want we hadden enorme dorst gekregen.

In “Het Kerelshof” namen we plaats op het zonovergoten terrasje onder de welgekomen schaduwen van de parasols. In dat uurtje proefden we van menig streekbiertje.

Laat de anderen maar museumstof slikken 😉

Het Musée de Flandre ging open in oktober 2010 en is gevestigd in een sierlijk Vlaams renaissancepand op de Grand Place. Ook dat is een unicum, want het is het eerste museum in Frankrijk dat exclusief gewijd is aan de Vlaamse culturele eigenheid van Frans-Vlaanderen.

Niet alleen de oude Vlaamse kunst komt er aan bod, maar ook de hedendaagse.  Er liep juist een tentoonstelling met werken van o.a. Jan Fabre, Wim Delvoye en van nog een paar andere mindere Belgische kunstgoden.   De werken waren telkens in combinatie met oude kunst opgesteld.

Onze gids Paul leidde ons met veel passie en gedrevenheid doorheen het museum.  We bewonderden er beelden van Jan Fabre: de twee vergulde lammeren in hun glazen kooi met beendermeel, een verwijzing naar het prepareren van de vroegere middeleeuwse schildersdoeken met beenderlijm.

Verder van Jan Fabre, de parende herten, een uil, zijn keverkleed, de getatoeëerde varkenshuiden van Wim Delvoye.

De indrukwekkende foto’s van Marie-Jo Lafontaine van mensen met dierenmaskers, het kaartenkasteel van Patrick Van Caeckenberg, de opgevulde paardenhuiden van Berlinde De Bruyckere… te veel om op te noemen.

Onze gids Paul sloot af aan het schilderij van de nar die door zijn vingers kijkt. Hij heeft zijn bril laten zakken en kijkt ons meewarig lachend aan doorheen zijn vingers.

Volgens Paul bestaat er enkel in het Nederlands de uitdrukking: “Iets door de vingers zien ….”

Hier sloten we ons bezoek aan het museum af en deden we nog een laatste terrasje op de Grand Place van Cassel, voordat we naar ons Estaminet in Zuidpeene gingen.

De groepjes Liever Gelijkers hadden zich over de ganse Grand Place verspreid, de ene in het zonnetje, de andere in de schaduw.

Toen werd het tijd om ons naar het restaurantje van die avond, Au Koning van Peene, in Zuidpeene, te vertrekken, even buiten Cassel.

We zaten boven in een zaaltje apart en voor de democratische prijs van 27 euro, hadden we aperitief met hapjes, fruitsap, cola en mineraalwater, een lekker stoofpotje of een kabeljauwfiletje, en dat allemaal met frietjes in overvloed.  Een ijsje en koffie sloten ons menuutje af.

Tussendoor en ook nadien verzamelden we zo een beetje op het terras van het restaurant.  Daar sloten we onze geslaagde uitstap naar Cassel ook af.

Rest ons enkel nog maar om François van harte te bedanken voor zijn initiatief en voor zijn organisatie om ons in zijn streek mee te nemen.  Aan het grote aantal geïnteresseerden zag je ook dat het een heel aantrekkelijke activiteit bleek die, en iedereen zal het beamen, meer dan geslaagd was.

Ik ben er zeker van, dat er een heel aantal van ons nog eens terug naar Cassel zal trekken om van dit unieke, aangename stadje en van het mooie landschap te genieten.

19-21 mei 2017 – Weekend Beauvoorde

Ons laatste weekend samen dateert reeds van 2013.  Toen maakten we Zeeuws-Vlaanderen onveilig met onze strooptocht. Waren we toen maar met 12, dit keer trokken we met een mooie groep met 19 deelnemers naar het pittoreske dorpje Vinkem vlak naast het kasteel van Beauvoorde.

Spijtig genoeg moesten we daardoor de Belgian Pride missen op zaterdag 20 mei.  Maar uit goede bron vernam ik dat Liever Gelijk daar toch nog door een aantal personen was vertegenwoordigd.

We hadden ook geluk met ons logement, het Kapelhof.  Rustig gelegen naast de dorpskom, afgezien van het gratis kikkerconcert elke avond, bood het alle comfort, rust en gezelligheid.

Vrijdagnamiddag kwamen de organisatoren reeds toe, met hun wagens volgeladen met etenswaren, drank en nog eens drank.

Sommige vroege vogels begonnen reeds buiten op ons terras aan een gezelschapsspelletje.  Langzaamaan werd ons groepje voltallig, totdat het tijd was om te gaan aperitieven.  Hans had voor smakelijke broccolisoep gezorgd en had zeer lekkere spaghettisaus, naar eigen recept, meegebracht.  En met tiramisu als toetje, was alles perfect afgerond.

Naar voorbeeld van vroegere weekends, maakten we een avondwandeling om de omgeving eens te verkennen.  Toen de cafébazin van het enige cafeetje dat het dorp rijk was, ons zag afkomen, deed zij toch maar snel de rolluiken naar beneden.  Waarschijnlijk was dat toeval.

In de avondschemering maakten we nog een rondje rond het kasteel dat we de volgende dag zouden gaan bezoeken. Terug thuis in ons logement, begonnen we aan onze gezelschapsspelletjes vergezeld van een glaasje.  Sommigen konden maar niet stoppen en ’s anderendaags bleek dat zij tot half 3 ’s nachts hadden doorgespeeld.

Aan ons schema mocht niet getornd worden.  Om 8 uur ontbijt en om 10 u dienden we reeds present te zijn in ’t Hof van de Hemel in Veurne, voor nog eens een koffietje en een koffiekoek.  De vriendelijke bazin gaf ons een korte uitleg over haar gezellige kroeg.

Om 10u30 werden we aan Toerisme Veurne, het vroegere “Landshuis” opgewacht door Stefan, onze gids doorheen Veurne. Het Landshuis, nu toeristische dienst, was vroeger de bestuurlijke zetel van Veurne-Ambacht (Kasselrij). Na de Franse Revolutie en de afschaffing van het kasselrijbestuur werd het Landshuis omgevormd tot gerechtshof.

Met hem trokken we doorheen dit gezellige stadje. Het wapenschild van Veurne is een leeuw met een klavertje op zijn schouder.  Volgens Stefan verwijst dit naar de vele weiden (met klavertjes) in de omtrek.  Veurne lag tijdens WOI achter het front, daardoor werd het stadje bijna geheel gevrijwaard van vernielingen en bombardementen.  Zo werd het ook korte tijd de hoofdstad van België omdat Albert I er verbleef.  Stefan leidde ons via een doorgang tussen het Stadhuis en het Landshuis naar het nieuw aangelegde park met zijn “Mote”, een verhoging waar vroeger een kleine burcht had gestaan. Ereburger van Veurne, de schilder Paul Delvaux, stond in dat parkje in steen vereeuwigd.

Van daaruit ging het naar de Zwarte Nonnenstraat waar hij ons het oudste huisje (1570) van Veurne toonde. Voorheen de oude herberg “Drie Koningen”, werd dit de woonst van kunstenaar José Van Gucht en zijn atelier. Als “Muzekot” werd het gedurende enkele jaren de place-to-be voor progressieve Veurnese jongeren.  Later werd dit een kunstgalerij. Nu was het blijkbaar weer een gewone woning, want de goot ernaast werd grondig geveegd door de nieuwe bewoner, zoals later bleek.

Stefan liet ons typische woningen uit de Oostenrijkse periode zien, te herkennen aan hun fronton. Hij leidde ons doorheen de Sint-Walburga kerk, met haar allures van een (onafgewerkte) kathedraal.  Op de Grote Markt vroeg hij van 4 huisjes op een rij, welk nu het meest authentieke was.  Het bleek het uiterst linkse (Brasserie Flandria) te zijn, waar Will Tura, ook afkomstig uit Veurne, regelmatig een pint zou drinken. Bij ons bezoek aan het kasteel van Beauvoorde, later die dag, wisten we nog de typische kenmerken van de regionale Vlaamse Renaissance: trapgevel, gele bakstenen, ankerijzers en “altaren” boven de vensters.

Dan nam hij ons mee naar het Stadhuis, vroegere Conciergerie van het Landshuis, waar hooggeplaatste personen indertijd aan tafel mochten plaatsnemen. De Albertzaal in het Stadhuis was het hoofdkwartier van Koning Albert I tijdens de Eerste Wereldoorlog. We bezochten enkel de benedenverdieping met zijn historische zalen met hun Mechels en Corduaans lederen wandbekleding.  Jozef II was er vereeuwigd in een schilderij.  Onze René had dat reeds gezien en de gids bevestigde dit.

Ik denk dat het “Blauwe Salon” in rococo ons wel het meeste aansprak. Naar ik meen, toch een stijl die bij ons past.

Daarna was het tijd om ons middagmaal te nuttigen en in Brasserie Excelsior werden we verwelkomd met zalm en kalkoenborst, eenvoudig, maar toch zeer lekker klaargemaakt. Frietjes in overvloed. Ik hoorde toch niemand klagen 😉

Dan stante pede terug naar ons verblijf waar we verwacht werden op het kasteel van Beauvoorde.

Onze gidse, Lut, verwelkomde ons en vroeg al dadelijk wat voor vereniging wij waren.  Bij het antwoord van Frank, dat wij een holebigroep waren, bleef zij heel neutraal en liet niets merken wat zij hierover dacht.

Zij ging dadelijk tot de kern van de zaak over en vertelde met veel kennis over de eigenaars van het kasteel en vooral over de laatste, nl. Arthur Merghelynck, die het kasteel eind 19e eeuw kocht.  Hij verbouwde het kasteel en gaf het interieur een 17e eeuwse look.

Arthur was een verwoed antiekverzamelaar en het kasteel werd dan ook zijn uitstalraam.  Zijn huwelijk met een gewoon burgermeisje bleef kinderloos.  Het feit dat zij in aparte kamers sliepen, zal daar “misschien” wel iets mee te maken hebben.

Hij werd amper 55 en schonk de meeste van zijn bezittingen aan de Belgische staat.

Alhoewel een kasteel, kwam de manier van leven (mij alleszins) toch een beetje oncomfortabel over.  De donkere (vaak toch niet erg grote) kamers, het eenvoudige toilet (een plank met een gat erin) op de koer en de primitieve “badkamer” ernaast, kunnen de vergelijking toch niet doorstaan met de Art-Nouveau stijl die eind 19e eeuw in de steden opgang maakte en het luchtige, de ruimte en het licht benadrukte.

Daarna ging het richting Lo-Reninge, waar we een afspraak hadden met Jules Destrooper om bij hem op de koffie te komen.  Daar werden we ook heel warm onthaald. Onze gids, Jozef, leidde ons doorheen het bezoekerscentrum en wist veel te vertellen over “de tijd van toen”.

Hoe het allemaal begon in een eenvoudig kruidenierswinkeltje en hoe Destrooper uitgroeide van wafeltjes bakken op een Leuvense Stoof naar het internationale bedrijf van tegenwoordig.

We mochten achteraf het ganse assortiment koekjes proeven en bijna werd de fabriekswinkel door enthousiaste Liever Gelijkers helemaal leeggekocht.

Nadien terug richting Kapelhof waar we met een lekkere kaas- en wijnavond de dag mochten afsluiten.  Natuurlijk werden na het avondmaal de gezelschapsspelletjes (en de drank) weer bovengehaald.

De volgende dag, het ontbijt ietsje later, nl. om 8u30.  Het werd weer een stralende dag waarop we om 11u aan de Ijzertoren werden verwacht. Ja, inderdaad, wat konden we daar verwachten?  Niet dat we zo notoire flaminganten zijn, maar die toren heeft ons allemaal wel een beetje geïntrigeerd.

De IJzertoren (84 m hoog) is in de eerste plaats een herdenkingsmonument voor de Vlaamse gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog, maar hij staat tegelijk ook symbool voor de aan de IJzer ontstane wil tot meer politieke verzelfstandiging van Vlaanderen.

Onze gids Walter bleek een man met het hart op de juiste plaats en met een bulderende stem om zijn ‘soldaten’ regelmatig eens tot orde te roepen.

Bij de restanten van de oude Ijzertoren gaf hij zijn uitleg over de drie “V’s”, nl. Vrede, Vrijheid en Verdraagzaamheid.  Vooral dat laatste is in onze tijd zeer actueel en hij verwees naar het fenomeen van pesterijen op school, waar ook één van zijn kleinkinderen het slachtoffer van was.  Als zijn eigen slachtoffer werd onze Toon uitgekozen, die dan ook regelmatig eens aan de tand gevoeld werd.

Binnen, na een filmpje over het leven in de loopgraven, waar we allen inderdaad erg stil van werden, moest Toon het woord ‘klaproos’ in verschillende talen vertalen.  Hij deed dat héél adequaat. Walter vertelde, dat hij vlaamsgezind werd na zijn legerdienst in Brussel, waar hij bij een tweetalige legerafdeling was gekazerneerd.  Nadien bracht hij ons met de lift naar de top van de toren waar we een prachtig uitzicht hadden over de streek.  Walter vertelde ons over WOI, de Ijzervlakte die onder water werd gezet en hoe dit allemaal in zijn werk was gegaan.  Nadien ging het in soldatenpas 22 verdiepingen naar beneden, waar we op elke verdieping geconfronteerd werden met een aspect van WOI, zoals de vluchtelingen, de gasaanvallen, het dagelijkse leven (en sterven) van de soldaten, de Vlaamse ontvoogdingsstrijd…

Eigenlijk zouden we nog een tweede keer moeten terugkeren om op ons gemak die verdiepingen nog eens te doen, met het commentaar van Walter in ons achterhoofd.

Nadien, aan de oevers van de Ijzer, mochten we genieten van een welverdiende picknick van de restjes van ons weekend.  We hadden honger en het smaakte ons allemaal.

Maar voordat we terugkeerden naar ons verblijf in Beauvoorde, gingen we, als toemaatje en vervolg op ons bezoek aan de Ijzertoren, toch nog ietsje verderop de “Dodengang” verkennen.

Zo sloten we ons weekend af.  Het was er een van samenhorigheid, van respect voor elk een, het was weer uniek, zoals het enkel bij Liever Gelijk kan voorkomen.

Doen we er volgend jaar nog eentje?

Maar als afsluiter nog een zeer dringend bericht: wil de eigenaar van het flesje poppers, Gold Rush, achtergelaten in een welbepaalde frigo in ons verblijf, zich vooralsnog kenbaar maken?

Dank U.  

Spring naar toolbar