19 mei 2018 – Gaypride Brussel

Zaterdag 19 mei 2018, de 23e Gay Pride in Brussel.

We zijn het zo gewoon dat we elk jaar aan een gay pride in Brussel kunnen meedoen en sinds 2008 ook nog jaarlijks in Antwerpen.

Het was natuurlijk niet altijd zo. In België lieten op zaterdag 5 mei 1979 in Antwerpen voor het eerst homo’s en lesbiennes op straat van zich horen. Echter, de eerste eigenlijke “Internationale Homodag” werd gehouden op 18 maart 1978 in het Floraliënpaleis in Gent, georganiseerd door de Rooie Vlinder.  In 1980 was er een manifestatie in Brussel en in 1981 in Antwerpen.  In 1982 was er weer eentje in Antwerpen, in 1983 opnieuw in Gent, hetzij allemaal heel kleinschalig.  In 1984 was er slechts een manifestatie “binnenskamers” in de Stadsfeestzaal in Antwerpen.  Toen was er een aantal jaren niets meer tot in 1990 terug in Antwerpen.

Tussen 1990 en 1996 vonden de manifestaties tweejaarlijks plaats (1992 in Gent, 1994 in Antwerpen).

En dan vanaf  1996 werd het evenement elk jaar in de maand mei in Brussel gehouden en kreeg toen de naam Belgian Lesbian and Gay Pride (BLGP). Deze Engelse benaming was bedoeld om zo een algemenere noemer te hebben in verband met de drie verschillende taalgemeenschappen van België. De oude naam, Roze Zaterdag, wordt echter ook nog door veel mensen gebruikt.

Omdat de oude naam de lading niet meer dekte en er verschillende groepen met hun eigen, specifieke identiteit zijn bijgekomen, is in 2010 de naam wederom veranderd, dit maal in ‘Belgian Pride.

Bij Liever Gelijk bestaat er ook de traditie om jaarlijks met een delegatie naar de Pride in Brussel af te zakken. Vorig jaar stond het niet op ons programma wegens het weekend in Beauvoorde.

Maar dit jaar spraken we opnieuw af in de hal van Brussel Centraal voor iedereen die geïnteresseerd was om aan deze manifestatie deel te nemen.

Het is natuurlijk zeer moeilijk om met een grotere groep doorheen die drukte te laveren.  Daarom is het ook de natuurlijke gang van zaken dat er zich clusters vormen die uit elkaar drijven en op een gegeven moment weer samenkomen.  Ook komen andere Liever Gelijkers liever op individuele basis naar dit evenement.  Dit jaar telde ik toch nog in totaal een 21 deelnemers van Liever Gelijk die die zaterdag de straten van Brussel onveilig maakten.

Tegen 12u hadden we dus afgesproken in de hal van Brussel Centraal, maar omdat ik eens op mijn gemak de Rainbow Village wou bezoeken, was ik er al een uurtje eerder.  Tot mijn grote ontgoocheling ging de Village pas open om 12u.  Alles was hermetisch afgesloten en er was een grote politiebewaking, dus no chance om erin te geraken.

Toen ik in een omtrekkende beweging rond de village liep, stuitte ik op de Koninklijke Kapel (Chapelle Royale) aan het Museumplein.  Toevallig ging daar een oecumenische eredienst door in het kader van de pride.  Ook dit is typisch aan de traditie van de pride.  Daar waar in de beginjaren in Brussel (en voorheen ook in Antwerpen) een eredienst op grotere schaal georganiseerd werd voordat de pride startte,  vond ik deze nu terug in een zeer afgeslankte vorm en ook tamelijk in het verborgene.  Slechts een blad papier met stift beschreven, gaf aan dat hier een dienst ging plaatsvinden.  De Chapelle Royale is natuurlijk ook een bezoekje waard en daarom nam ik de gelegenheid te baat om deze Protestantse tempel in Lodewijk XV-stijl eens vlug te bezoeken.

Maar dan werd het stilaan tijd om de geïnteresseerden in de hal van Brussel Centraal tegemoet te komen.  Er vormde zich al gauw een vast groepje van een 14-tal man en samen togen we naar de Rainbow Village die toen juist openging.  Later kwamen we dan natuurlijk nog anderen van Liever Gelijk tegen die echter, zoals gezegd, liever huns weegs gingen.

Op de Rainbow Village had je opnieuw verschillende standen die er de vorige jaren ook waren, zoals de Rainbow Cops Belgium, Suzan Daniël, Sensoa, çavaria…. naast de gebruikelijk gadget- en eetstandjes.

We kwamen daar ook Luc Lenoor tegen, gangmaker en bezieler van de Roze Max (holebivereniging voor mensen met een verstandelijke beperking).

In elke Vlaamse provincie bestaat er nu zo’n vereniging.  Hebben wij het niet gemakkelijk, welke moed en energie moeten deze mensen wel niet opbrengen om zich als holebi te uiten en voor een plaats in deze maatschappij te vechten.

Ook Luc was in een vroeger leven lid van Liever Gelijk, maar in de Roze Max vindt hij beter zijn draai en blijft hij wonder boven wonder steeds energie opbrengen om zich in te zetten voor deze doelgroep binnen de holebiwereld.  En zoals elke keer weer opnieuw als we elkaar ontmoeten, moest ik nog vele groeten overbrengen aan Willy en Rik, bij deze.

We waren al snel uitgekeken en met een kleiner groepje togen we naar de Kolenmarkt om daar een versterkertje tot ons te nemen. Daar kwamen we nog Ronny tegen en spotten we zijn wederhelft Nicolas.

Nadien terug naar de Village om de gebruikelijke toespraken en het startsein van de optocht bij te wonen. Het thema was dit jaar: “Your Local Power”  of hoe je heel locaal, in je eigen stad of provincie kunt meewerken aan de versterking van de plaats van holebi’s in de maatschappij.

Toespraken van de organisatoren van de pride, van de burgemeester van Brussel, een optreden van de mannen van Trinxx, die stereotypen willen doorbreken en daarom dansen op enorm hoge hakken.  Dan werd het startschot gegeven en de regenboogvlag werd vanaf de tribune in de massa geleid.  De optocht kon beginnen.

In het begin was het drummen geblazen, maar we veroverden al gauw een goed uitkijkplekje vlakbij het Centraal station.  Daar sloegen we de groepen, wagens en opvallende figuren gade die aan ons welwillend oog voorbij stroomden.  Het is elke keer weer een feest om kiekjes te kunnen nemen van al dat schoon volk dat daar passeert.

De positieve vibes sloegen ons rond de oren!  Zoveel volk, voornamelijk jonge mensen.  Je vraagt je dan ook af of deze allemaal gay zijn of dat ze enkel voor het feestgewoel zijn gekomen? En je vraagt je natuurlijk ook af, waar onze leeftijdsgenoten wel niet zitten?

Natuurlijk weer opvallend aanwezig, de politieke partijen: Open Vld, Cd&V, Groen (met o.a. ook Philippe Avijn uit Kortrijk), het ACV, het ABVV, de NVA, de PVDA …. En neen, het Vlaams Belang heb ik niet gezien 😉

Ook groepen zoals Union des travailleu(r)ses du sexe, een vereniging voor dove LGBT’ers, Trainbow Belgium, de kandidaten van Mr. Gay Belgium, verder nog de Leather Boys, the Belgium Bears, Amnesty International, vluchtelingengroepen ….. te veel om op te noemen.

En ook al sinds jaren, zijn de gewone holebiverenigingen niet meer zichtbaar op de pride.  Waartoe ook, het spoor dat zij volgen, loopt al lang niet meer samen met dat van hun koepel.  De Pride is er op gericht om de zichtbaarheid van de holebi in het algemeen te promoten en dat is ook goed zo.  Cavaria volgt meer het spoor van de politiek, om de rechten van de holebi ook in de krijtlijnen van de maatschappij vast te leggen.  We mogen echter niet vergeten, dat deze beweging aan de basis is ontstaan, mede dank zij de verenigingen.  Een vereniging heeft tegenwoordig maar een heel beperkte invloed meer op structurele veranderingen in de maatschappij, maar onderhuids is zij toch nog steeds belangrijk.  Verander de wereld, begin met jezelf.

Het viel ook op dat de extravagante verschijningen van pakweg 20 jaar geleden, sterk verminderd, laat staan, niet meer zichtbaar waren.  Je had natuurlijk nog altijd wel travesties, maar dan meer bescheiden en meer acceptabel in het oog van de man van de straat.  De blote basten van toen zullen zich natuurlijk niet meer willen tonen, hun opgespoten spieren zullen ook niet meer dat zijn, maar hun opvolgers waren eveneens in beperktere getale aanwezig, hetzij minder opgepompt.

We konden er maar niet genoeg van krijgen en toen we de laatste wagen (die van de PS) in de verte af zagen komen, het was al na vijven, besloten we toch maar dat het hoog tijd was geworden voor een dorstlessertje.

We vonden dan nog een plaatsje voor ons groepje in het alom gekende Brusselse café “A la mort subite”.

Daar praatten we nog wat na, over de pride, over onze persoonlijke levenshistories en hoe door de maatschappij van toen, je als holebi toch op verkeerde sporen werd gezet, die tot op heden blijven nazinderen.

De pride wordt tegenwoordig als iets heel vanzelfsprekends beschouwd (zeker in België).  Wij hebben de tijd echter nog meegemaakt dat het totaal niet aan de orde van de dag was, dat je open en bloot als holebi door de straten van de hoofdstad kon marcheren.  De politieke structuren waren toen tégen ons, nu vechten ze om een plaatsje in de optocht.  De politiemachten maakten jacht op homo’s, nu beschermen ze ons en maken ze zelf deel uit van onze rangen.

Als je dat ziet, besef je dat er al immens veel is veranderd.

Maar het kan nog altijd beter, niet enkel in Oost-Europese landen, in Afrika of in Moslimlanden, ook nog hier.

Daarom, follow the good flow van onze pride, elk jaar opnieuw!

13 mei 2018 – City Golf Aalst

Om elke maand een leuke activiteit te vinden, proberen we natuurlijk van alles uit en omdat we graag zien, dat er ook voorstellen vanuit de schoot van de leden van Liever Gelijk komen, sprongen we mee op de kar toen Alain ons voorstelde om in zijn heimatstad Aalst eens aan City Golf te gaan doen.

City Golf, wat moesten we daaronder verstaan?

Die zondag was er niet zo’n denderend weer voorspeld, maar ja, afspraken zijn afspraken en we togen vol goeie moed naar de carnavalstad Aalst, en intussen maar hopen dat het niet te nat zou worden.

We hadden met onze verantwoordelijke van de City Gold afgesproken aan de Dienst voor Toerisme op de Hopmarkt in Aalst.

We waren een beetje te vroeg en we gingen dan maar de Dienst voor Toerisme verkennen.  De vriendelijke dame aan de balie stelde voor om intussentijd de film over de stad Aalst eens te bekijken.  Het was een aparte beleving.  Iemand vroeg of het misschien afgesproken was dat we in de darkroom af zouden spreken?  Daar leek de filmruimte inderdaad wel op.

Toen we met zijn twaalven voltallig waren, maakten we kennis met onze lieftallige begeleidster Jasminn. En we gingen van start.  Wist je dat er ook golfstokken voor linkshandigen bestaan? Jasminn legde ons in het kort de techniek van het golfen uit en wat we die dag mochten verwachten.

Vanuit een bepaald punt, moesten we onze bal in maximum 6 slagen tot aan het opgestelde vlaggetje proberen te slaan.  Jasminn hield heel nauwgezet de scores bij.  Intussen vertelde zij een beetje over de plaatsen die we al “golfende” bezochten.  De Hopmarkt waar we begonnen, was vroeger een veld waar men, what’s in a name, hop teelde.

Vandaaruit naar het Vredesplein, ook wel Frieden Platz, genoemd.  Later die dag zouden we hier nog een leuke afsluiter in een chique champagnebar plegen.

Vervolgens naar de Grote Markt van Aalst.  We passeerden natuurlijk het standbeeld van de Voil Jeanet.  Om een échte Voil Jeanet te zijn, heb je de volgende attributen nodig:

Een pruik natuurlijk, een “lampekap” in de plaats van een chique hoed, “aa’ versleiten velle frak” (een versleten bontjas), valse tetten, “aaverwesje sutjeins en korseis” (versleten vrouwenkleren, bh’s en corsetten), “afgedankte kinjerkoesj” (oude kinderkoets), “voegelmojt” (een vogelkooi die verwijst naar de maatschappij als gevang), “Lammeke zoet” (een gezouten of gedroogde wijting, het biefstuk van de arme mens), “kapotte parapli” (een kapot regenscherm).

We keken er allemaal van op dat Aalst eigenlijk een mooie, oude stad is.  Niet te gemoderniseerd, met nog vele authentieke plekjes.

Het was daar op de Grote Markt dat we onze eerste pitstop hadden.   Vanop het terras hadden we een mooi overzicht over menig voorbijlopend wild.

Vervolgens naar de Graanmarkt, nu een klein parkje met bomen, bosjes en grasperken.  En het was daar dat onze Toon zijn balletje tussen de struiken verloor.  Maar met een paar helpende handen was het weer rap teruggevonden.

Dan naar de waterkant van Aalst, met name de Dender.  In de schaduw van een klein kerkje, Onze Lieve Vrouw ter Druiven (waar vroeger inderdaad wijngaarden lagen), vertelde Jasminn ons een beetje over de industrialisatie en over Priester Daens die een grote rol speelde in de strijd van de werkmens tegen de grootindustrielen.  Vroeger lag hier het eiland “Chipka” ontstaan door de natuurlijke en de gekanaliseerde loop van de Dender.  Door de demping van de natuurlijke loop, kan men dit deel niet meer als eiland herkennen. Als herinnering hieraan heeft men het stadsmagazine van Aalst ook Chipka genoemd. Overheersend is hier de site van de  zetmeelfabriek Amylum, nu Tereos genaamd.

Ons laatste “hole” speelden we op de Oude Vismarkt, vlakbij het stedelijk museum.

Jasminn nam ons mee naar het beeld van Valerius De Saedeleer, waarrond een gleuf met water  was geconstrueerd. We moesten met één slag het balletje in de gleuf kunnen slaan. Ervaring dat we hebben met gleuven, lukte dat voor bijna elkeen wonderwel.

Daar namen we ook onze groepsfoto nadat Jasminn ons de puntenscore had meegedeeld:

Op een gedeelde 3e plaats kwamen Alain en François, weer op een gedeelde, tweede plaats Rob en Patrik, en ere wie ere toekomt, op weeral een gedeelde, eerste plaats: Frank, Jan en Danny.

Daar namen we afscheid van Jasminn en gingen we nog een gelegenheid zoeken om een laatste drankje te nuttigen.

Zoals al eerder vermeld, vonden we die op het Vredesplein in de leuke champagne- en wijnbar, Piazza.  Geen nood, ze schonken ook bieren.

Alain wist te vertellen, dat de eigenaar van deze bar ook nog de chique loungebar Milano openhield in Aalst, en eveneens van de familie was.   Dat merkten we wel aan de “schone” inrichting, met name bediening van de zaak.

We hadden de chance om boven een zaaltje voor ons apart te hebben.

We kunnen afsluiten met te zeggen, dat het werkelijk een hele toffe activiteit was. Waren we “maar” met 12, het groepje moest echt niet groter zijn, we hebben ons kostelijk geamuseerd.  Dat is dan weer het grote voordeel van een kleiner groepje.  Je hebt ook meer contact met elkaar en met iedereen van de groep.

We hebben Aalst ook met heel andere ogen kunnen bekijken en hebben ervaren dat hier op cultureel en historisch gebied veel meer te beleven en te bezien valt dan enkel het jaarlijkse carnaval.

Aalst, zeker nog een bezoekje waard!

15 april 2018 – Bezoek aan de luchthaven van Wevelgem

Het was een mooie lentezondag toen we onze opwachting maakten aan de ingang van de luchthaven van Wevelgem.  Inderdaad luchthaven, dat werd ons nadien verschillende keren in de oren geknoopt.  Zeg niet gewoon vliegveld tegen de Internationale Luchthaven van Kortrijk Wevelgem.

Claudine, onze gids voor die namiddag, verwelkomde ons allerhartelijkst.  Sedert bijna twee jaar mag de gidsenkring van Kortrijk hier gidsbeurten geven.  Claudine benadrukte ook, dat hier géén zweefvliegtuigen zijn en ook géén parachutisten.  In Moorsele zitten nu de parachutisten.  De zweefvliegtuigen moesten hier verdwijnen wegens het drukker worden van het luchtverkeer.

Door de ramen zagen we nog de oude groene loodsen met ietsje verder de nieuwe loods van Luxaviation.  Wij zaten in het spiksplinternieuwe ontvangstgebouw van de luchthaven.

Met een powerpoint presentatie probeerde Claudine ons de structuren van de luchthaven uit te leggen.  Men had er voor gekozen om een splitsing te maken tussen de exploitatie (ILKW N.V. = Internationale Luchthaven Kortrijk/Wevelgem) en de ontwikkeling (F.I.A N.V. = Flanders International Airport)  van de luchthaven.

In 1916 is dit vliegveld hier opgericht door de Duitsers.  (Inderdaad toen nog vliegveld, men spreekt pas van luchthaven als er burgerluchtverkeer is). Dit was echter niet het enige, je had er nog 2 in Marke, 1 in Heule en 1 in Kuurne, maar deze zijn allemaal weg, behalve Wevelgem.  Je had hier helemaal niets, buiten een paar hangars en een grasveld.  In 1944 hebben de geallieerden dit vliegveld hier overgenomen.  In 1946 is het wel overgegaan naar de Belgische Luchtmacht tot in 1963.  Toen heeft men beslist om er 3 “zones” van te maken: het vliegveld, de startbaan en de controletoren, dat was voor burgerlijk én militair, je had een zone waar de intercommunale Leiedal baas was, en dan had je nog loodsen en kazernes die toen eigendom waren van de Navo en die gebruikt werden door de militairen.  Men is dan langzaamaan begonnen met een paar vliegscholen waar mensen met een klein sportvliegtuigje leerden vliegen. Dat was meer educatief en recreatief.  Men had toen ook al de zweefvliegtuigen.  In de jaren ’70 is het dan volledig civiel geworden, dus burgerluchtvaart, en dat was dan de West-Vlaamse Intercommunale Vliegveld Wevelgem-Bissegem.

Je had toen meer last van de sportvliegtuigjes die constant zweefvliegtuigjes de lucht in trokken dan tegenwoordig van de jets.

Claudine maakte ons ook attent op de tunnel op de E403, vroeger de A17.  Je rijdt dus onder het vliegveld door.  Het is dus goed mogelijk dat op dat ogenblik een Jet landt of omhoog gaat.  Claudine verzekerde ons dat de veiligheid gegarandeerd is. Die tunnel kan een belasting hebben van 120 ton.  Er kan zelfs een Boeing 737 op landen.

In 1984 was er de sluiting van Gent.  Waar nu Ikea is en Flanders Expo, daar was ook een vliegveld.  Skyservice die de privé-uitbating hier in Wevelgem verzorgde voor de zakenvluchten heeft dan Abelag in Gent overgenomen.  En intussen is dat ook al weer geschiedenis en is het Luxaviation geworden, een multinational.   Sinds die samensmelting zijn de vliegbewegingen (de keren dat er een vliegtuig landt of opstijgt) de hoogte ingegaan. In 1994 is het gebouw, waar we samen de powerpoint bijwoonden, als passagiersterminal opgericht.

Dit is hier één van de 13 Schengenpoorten in België, benadrukte Claudine.

Een nieuws heet van de naald, we waren de eerste groep aan wie Claudine het mocht vertellen: sedert einde maart heeft de luchthaven van Wevelgem een samenwerking met Belgocontrol.  Dat betekent dat de vliegtuigen mogen landen en stijgen met een satellietverbinding, dus puur op de instrumenten.  Volgens Claudine kun je ook het sprookje vergeten van de rijke zakenman die eens met zijn privévliegtuigje naar Ibiza vliegt.  Dat bestaat dus niet (meer).  Zakenlui hebben immers geen tijd om zelf voor vergunningen te zorgen, vlieglessen te volgen, genoeg vlieguren te maken om een brevet te behouden.

In de nieuwe loods van Luxaviation kunnen 15 luxejets geparkeerd worden.  Je kunt het vergelijken met leasing.  Niet alle luxejets in de loods zijn eigendom van Luxaviation en niet alle jets zijn eigendom van zakenlui. Het werkt wederzijds.  Een zakenman die een jet bezit, kan dat “verhuren” (leasen) aan Luxaviation en omgekeerd kan Luxaviation jets verhuren aan zakenlui, met piloten, eventueel een butler etc.

Je kunt dus hier ook een vliegtuig huren (charteren), maar de prijs zal navenant zijn.  Claudine keek een keer in onze richting, maar ik denk dat onze kas dat niet kan trekken.  We zouden het lidgeld drastisch moeten verhogen.

Wevelgem doet ook medische vluchten, repatriëringen, donorvluchten en bestrijkt hiermee een redelijk groot gebied, tot Rijssel toe. Verder nog vrachtvliegtuigen, cargovluchten, express cargo, bv. indien in een firma de band zou stilvallen wegens gebrek aan wisselstukken, dan maakt men ook van de luchthavendiensten gebruik.

En toen passeerde er buiten wel een leuk exemplaar, waarschijnlijk een piloot?  Ja, zei Claudine, toen ze ons zag kijken, ’t is soms de moeite, wat hier passeert 😉 Gelach alom!  En Claudine was weer van haar melk.

Catering is ook belangrijk, aan boord, maar ook op de grond.  De ruimte waar we zaten wordt ook gebruikt voor feesten, voor walking dinners, maar dat hangt ook af van het feit dat er boven een goed restaurant uitgebaat wordt.

Toen er een oldtimer, een oranje dubbeldekker, kwam tanken, gaf een oudgediende van de luchthaven die bij onze groep was komen zitten, maar al te graag wat uitleg over dit unieke vliegtuigje (bouwjaar ‘56).   De mens was content dat hij ook eens zijn zegje mocht doen.

Het voordeel van Wevelgem is, dat men veel meer tijd wint.  Time is money.  De inchecktijden zijn veel korter dan in bv. Zaventem, de reistijden van bedrijf naar bedrijf eveneens.  Volgens Claudine is dat allemaal niet nodig om ginder in Zaventem 2 uur op voorhand te zijn. Ze halen immers een derde van hun inkomsten uit de parkings, een derde uit de winkels.   En ze geven u de indruk dat ze alles onder controle hebben, terwijl ze van te voren heel goed weten wie er gaat inchecken.

Claudine gaf nog een kort overzicht over de vliegtuigen die hier landden, zoals de Airbus A319, de Boeing 737, een aantal kleinere jets en ook nog de Agusta helikopter (voorbehouden aan Willy Claes). Een aantal “beroemdheden” die hier landen, zijn o.a. de DJ’s van Tomorrowland, Cancelara, André Rieu, Andrea Bocelli, maar die vliegt natuurlijk niet zelf.

Dan mochten we eindelijk van onze stoelen opstaan om naar buiten naar de voorzieningen van het brandweercorps en het “mooi materiaal” dat ze allemaal hebben, te gaan kijken.

Sedert 9/11 is het ook verplicht voor iedere internationale Luchthaven om een brandweercorps te hebben, een Rescue and Fire Fighting Team.  Hier in Wevelgem is er een team van 12 mensen met 1 overste.  In de reglementen staat, dat ze permanent aanwezig moeten zijn, minstens 3 man moet er aanwezig zijn.

Nog een bijkomend weetje, de OO op de vliegtuigen, staan voor “Oscar, Oscar”. Die letters staan ook altijd op de Belgische vliegtuigen.

Het hoofddoel van de brandweer hier, is, dat ze binnen de 3 minuten aan de brand moeten zijn.  En heb je het vuur binnen 3 minuten niet geblust, dan mag je het vergeten, een vliegtuigbrand gaat heel snel. De brandweerwagen die we zagen bevatte 8000 liter water, 800 liter schuim en 250 kg bluspoeder.  Een luchthaven heeft ook last van vogels en konijntjes, en dan rijdt men met de Bird control unit rond om met geluiden de vogels te verjagen.

De favoriete auto van Claudine was echter de auto met de zwart-gele vierkanten om in de winter te gaan testen of er ijs op de landingsbaan ligt.   Onvoorstelbaar, een auto die vanaf 120 km door een computer wordt overgenomen, terwijl er een vijfde wiel naar beneden gaat. En dat registreert dan met die computer of er slipgevaar is of niet.

Vervolgens terug naar buiten waar Claudine ons nog een beetje uitleg gaf over het magnetische noorden.  De cijfers 24 en 6 die we zagen op plakkaten, betekenden 240° en 60° t.o.v. het magnetische noorden, het verschil is 180°. Dat heeft te maken heeft met de windrichting van waaruit men t.o.v. het magnetische noorden moet landen.

Vervolgens terug via het hekken, naar de Schengenpoort in Wevelgem, waar de federale politie zijn controlepost heeft.  Er zijn 13 Schengenpoorten in België, dat zijn 6 zeehavens, 6 luchthavens en 1 treinstation, nl. Brussel Zuid.  We kregen ook een officiële begeleiding mee om de Luxavation hangar te mogen bezichtigen: 100 meter lang, 40 meter breed en 8 meter hoog, de stal waar ze hun luxepaardjes in stallen. Properder dan in uwen living!  Volgens Claudine staan er vliegtuigjes in van 30 miljoen Euro. 18.000 Euro om er eentje te charteren voor Ibiza.

Met die flamboyante cijfers waren we aan het einde van onze rondleiding gekomen.  We bedankten Claudine heel hartelijk voor haar kundige en plezante uitleg.  Een kusje en een fotootje met één van onze schone jonge gasten, rara, waren al een hele beloning voor haar inspanning.

Natuurlijk moesten we al die indrukken laten bezinken in de cafetaria van de nabijgelegen vliegschool.  We namen met onze 29 deelnemers bijna het volledige terras in beslag.

Zo zie je maar, het moet niet ver zijn om een hele bende bijeen te krijgen.  Een paar habitués binnen aan de toog vroegen wat voor vereniging we eigenlijk wel waren. Eerst, niet te veel loslatend, waren we nog een socio-culturele vereniging, maar ja, waar zijn dan de vrouwen?  Toen outen we ons noodgedwongen voor de zoveelste keer opnieuw, ja, maar eigenlijk zijn we ook een holebivereniging.

Waren de reacties enkel maar positief, misschien oprecht, misschien uit beleefdheid?   Feit is wel, dat er nog nooit zovele homo’s samen op het terras van de luchthaven van Wevelgem gezeten hebben.

Wij hebben daar dus ook (alweer) geschiedenis geschreven 😉

1 april 2018 – Paasontbijt

Reeds de 3e keer op rij mochten we bij Dirk in ’t Eiland van een uitgebreid Paasontbijt genieten.

En het was weer dik in orde: broodjes allerhande, croissants, rozijnenbrood, koffiekoeken …. Als beleg hadden we verschillende soorten confituren, kaas, hartig beleg, spek en eiers!  Fruitsap, koffie, thee en andere drankjes…  Verder nog een fruitsalade met yoghurt…    En natuurlijk de chocolade paaseiers niet te vergeten.

Dirk had dit keer de hulp ingeroepen van Frank en zijn lieftallige compagnon Aris. Deze kennen we nog van het restaurant Nostalgie op de Veemarkt.  Vanaf 10u werden we verwacht en een 40-tal Liever Gelijkers en aanverwanten gaven aan deze oproep gehoor.

Het was weer het bakje overvol! Op tijd inschrijven was hier ook weer de boodschap, voor sommige laatkomers was er spijtig genoeg geen plaats meer in de herberg.

We waren ook blij een aantal nieuwe leden van begin dit jaar weer te ontmoeten, zoals daar waren: Dominiek uit Marke, Dirk B. (eigenlijk nog een oude getrouwe uit het verre verleden van Liever Gelijk), Steven uit Ronse, Philippe uit Marke, die bijna geen enkele samenkomst overslaat.    Ook Antoine, die een paar jaar geleden nog lid was, had opnieuw de weg naar de schaapsstal teruggevonden, samen met zijn vriend Luc uit Brugge.  Pieter en Dirk uit Lovendegem, twee hartsvriendinnen van Vincent, waren eveneens van de partij.

Moet zijn dat een holebi-vereniging zoals Liever Gelijk toch nog altijd een zekere aantrekkingskracht blijft uitoefenen.  De steen in de kikkerpoel van het voorwoord van vorige maand heeft blijkbaar een zekere beroering en onrust teweeggebracht.  We kregen verschillende mails waarin het vertrouwen in de vereniging duidelijk terug naar boven kwam en bevestigd werd.  Maar ja, af en toe moeten we wel eens even stil staan en ons bewust zijn van het feit dat niets vanzelfsprekend is en dat er ook niets zo vluchtig kan zijn als een holebivereniging.  Voorbeelden uit het verleden zijn er genoeg.

Maar dat neemt de pret van ons samenzijn niet weg.  Ondanks het kille paasweer, was de warmte tussen de leden duidelijk te voelen.

Zo tegen twaalven werd het tijd om aan het tweede luik van ons dagje Kortrijk te beginnen.  Béatrice, de mama van ons allerbeminde Vincent, nam ons mee op haar ontdekkingstocht doorheen een deel van Kortrijk.  Maar eerst natuurlijk de groepsfoto.  Met de historische broeltorens op de achtergrond werd ons paasevenement vereeuwigd.

Dan begon Béatrice aan haar betoog. Ze wou zich dit keer concentreren op het Buda-eiland en buiten het centrum blijven.  Daar stond nu immers de paasfoor.

Zij begon met de geschiedenis van de Budascoop.   De Budascoop is een bioscoopcomplex in de Kapucijnenstraat, ook wel ’t Mirakelstraatje genoemd.   Vroeger had de familie Bert (van de Kinepolisgroep) een cinema in Harelbeke.  Albert Bert breidde uit in Kortrijk door in 1975 de Pentascoop op te richten.  Een cinema met 5 zalen.

Béatrice vermeldde, dat bij de opening van het moderne, betonnen gebouw, de Franse regisseur Tati werd uitgenodigd en dat hij bij het zien daarvan, rechtsomkeer maakte.  Zo lelijk vond hij het.  Na 1997 toen diezelfde bioscoopgroep een nieuw cinemacomplex opende op Hoog-Kortrijk, nam het bezoekersaantal van de Pentascoop geleidelijk af.  Uiteindelijk werd dit complex verkocht en werd het Buda Kunstencentrum opgericht.

Buda Kunstencentrum ontstond in 2004, toen drie Kortrijkse vzw’s (Beeldenstorm vzw, Dans in Kortrijk vzw en Limelight vzw) gezamenlijk een nieuw project opstartten, en daar uiteindelijk ook zelf in opgingen. Twee filmzalen werden omgebouwd tot podiazalen zodat vanaf dan in het complex zowel film- als theatervoorstellingen konden gegeven worden. De filmprogrammatie focust zich nu op de betere films uit het alternatieve filmcircuit uit binnen- en buitenland.

Ook de Tacktoren, de vroegere koeltoren van de brouwerij Tack, wordt door het Kunstencentrum gebruikt voor podiumkunsten.  Deze “Budatoren” huisvest zes studio’s voor theater en dans.  Kunstencentrum BUDA ontvangt jaarlijks 150 kunstenaars (40 gezelschappen) in residentie. In de Budatoren werken ze aan nieuwe theater- en dansvoorstellingen die jaarlijks  diverse keren op ruim honderd podia over gans Europa te zien zijn (bron Wikipedia).

We mochten deze toren beklimmen en Béatrice kon haar begeestering niet op toen bleek dat de deur van één van de studio’s openstond.

We hadden hier ook een heel mooi uitzicht over Kortrijk, het Buda-eiland, de verbrede Leieboorden.

Dan terug naar beneden, naar de Budastraat waar we halt hielden aan een paar oude herenhuizen, nu eigendom van het OCMW.

Daar werd onze aandacht even afgeleid door een niet onaantrekkelijke loper, gezwind als de wind scheerde hij langs ons groepje  😉

Voorbij aan Maria van de 7 smarten die niet van dronkaards houdt, begaven we ons naar de binnenkoer van het Onze-Lieve-Vrouwe-hospitaal. Dit hospitaal werd gesticht in 1211 en is hiermee het oudste ziekenhuis in Kortrijk en een van de oudste ziekenhuizen van België.

Op vraag van Danny waar de naam Buda eigenlijk vandaan komt, antwoordde Béatrice later dat de naam zou verwijzen naar de versterkte stad Buda(Pest) in Hongarije, die in 1686 op de Turken werd heroverd. Toen de Franse generaal Vauban het Kortrijkse eiland eind 17de eeuw liet versterken, vond hij dat het veel weghad van Buda in Hongarije, vandaar de bijnaam Buda.

Béatrice vestigde ook onze aandacht op de nieuwe bruggen over de Leie.  Volgens haar zou de nieuwe voetgangersbrug die er aan gaat komen de vorm van een Q gaan hebben (een verwijzing naar Van Quickenborne). De fietsersbrug aan de andere kant heeft de vorm van een langgerekte S (een verwijzing naar Stefaan Declerck).  Of hoe politici hun macht (of tenminste het aandenken daaraan) willen vereeuwigen.  Verder naar Buda-beach, ook een vergroting van het Buda-eiland.  Aan de overkant het beeld van een blote vrouw, Moeder Aarde, de vruchtbaarheid die uit de aarde opstijgt.

Dan verder naar de Broeltorens.   De eerste toren die we bezochten, was de jongste van de twee.  Béatrice gaf hier o.a. uitleg over de “werpgaten” die dienden om vijandelijke bestormers af te weren door er kokende olie of stenen op te gooien.  Zij liet ons daar ook een muziekperformance horen.  Ik denk dat Vincent de muziek gekozen heeft, kan ook niet anders, Céline Dion zeker?

In de tweede werden we op de benedenverdieping verrast door een soort kleine “atomiumbol” die een keukentje en een toilet herbergde.  Boven mochten we in een kring aan tafels zitten.  Deze ruimte wordt ook verhuurd voor evenementen, recepties en feesten.  Maar op de vraag of dit ook iets voor Liever Gelijk zou zijn, denk ik toch dat we wat meer comfort gewend zijn.  Vervolgens verder naar het Begijnhof van Kortrijk waar Béatrice ons uitlegde dat Begijntjes zeker geen vrome kwezels waren, maar echte vrouwen die hun mannetje konden staan.

Onze laatste halte was de Sint-Maartenskerk waar we in alle sereniteit de videokunst van Bill Viola mochten bewonderen, volgens Béatrice van wereldklasse.

Om al deze indrukken eens goed te laten bezinken, trokken we voor een drankje terug naar het Begijnhof.  In het huis van de Grootjuffrouw, nu koffiehuis, werden we met open armen ontvangen.  Een deel van onze groep kon binnen plaatsnemen en voor het andere deel werden er op de koer zitbanken geïnstalleerd.

Ooit verblijfplaats van sterke vrouwen, werd ons oog nu ook gestreeld door de aanblik van sterke manspersonen, of hoe een wereld veranderen kan 😉

Bij een koffietje, een theetje of een warme choco, al dan niet met een stuk bananen- of frambozentaart, sloten we deze geslaagde activiteit, in alle stijl weer af.

We willen dan ook niet nalaten om Béatrice en ook Luc H. te danken voor de zeer leuke rondleiding op en rond Buda.  Ieder van ons heeft er zeker iets van opgestoken en hopelijk bijgehouden.   Wedden, dat elke keer we weer dit eiland bezoeken, we terugdenken aan onze tocht op die Paaszondag met Béatrice en Luc.  Een dikke merci!

Onze laatste gedachten van waardering en dank gaan ook uit naar Dirk van ‘t Eiland, die (samen met Aris en zijn partner Frank), ons opnieuw verwend heeft.  Het paasontbijt is in feite een gratuite sponsoring van Dirk om onze ledenkas te spekken.  De bijdrage van 5 euro gaat integraal naar onze kas terwijl Dirk daarboven op nog het ganse ontbijt sponsort en verzorgt.

Van onbaatzuchtigheid gesproken!

En om met de woorden van Dirk af te sluiten: “Nog 364 keren slapen en dan doen we opnieuw een paasontbijt!”

21 maart 2018 – God’s Own Country

De film begint al goed met het geluid van braaksel in een wc-pot.  De toon door regisseur Francis Lee is gezet.  Dit wordt geen zoetgevooisde film over Italiaanse villa’s en zonovergoten landschappen.  Neen, de kleuren zijn heel vaal en grijs.  Het weer ruig en koud, daar in de heuvels van Yorkshire, Noord-Engeland.

De jonge schapenboer Johnny (rol van Josh O’Connor) is inderdaad een echte onbeholpen boerenzoon die met zijn vader en grootmoeder geen al te goede relatie heeft. Wat wil je met een dergelijk gesloten karakter?  Hij heeft een muur rond zich gebouwd om zijn homoseksualiteit te verbergen (dat klinkt ons wel bekend in de oren).  Als uitlaat drinkt hij zich dikwijls ladderzat en neukt elk kontje dat zich aanbiedt.  Geen tederheid, geen affectie, geen warmte …

Maar dan komt Gheorghe (Alec Secăreanu) opdagen, een Roemeense seizoenarbeider die een handje komt toesteken op de boerderij.

En op de afgelegen schapenweide waar ze samen een tijdje doorbrengen omdat de schapen moeten lammeren, ontdekken ze elkaar.

Gheorghe leert Johnny wat warmte is, tederheid, hoe echt te beminnen en er niet gewoonweg op los te neuken.    Johnny ontdooit, wordt een heel ander mens en dat komt ook de relatie met zijn vader ten goede.

Maar hij heeft nog altijd moeite om zich te uiten, om zijn gevoelens uit te spreken.  Dat komt pas nadat door een slippertje van Johnny, Gheorghe de boerderij verlaat.   Johnny gaat hem zoeken en maakt hem duidelijk dat hij niet zonder hem kan, dat hij bij hem wil zijn en met hem wil leven.

Samen gaan ze terug naar de boerderij en de film eindigt daar, terwijl ze samen naar de voordeur lopen.

Daarom kan deze film de vergelijking met Broke Back Mountain zeker niet doorstaan, integendeel God’s Own Country torent daar mijlenver bovenuit.  Waar Broke Back Mountain indertijd het idee bevestigde dat homoliefde niet kan gedijen, dat er als straf voor deze “zonde” altijd een drama moet gebeuren of er eentje moet sterven, had God’s Own Country een happy end, eindelijk!

En voor de rest, we hebben het allemaal mogen bewonderen, de passionele liefdesscènes buiten in de koude vochtige nacht, ook wel een beetje dirty als je het mij vraagt, daar in die modder ;-).  De dialogen na het bedrijven van de liefde, kwetsbaar in al hun naaktheid. De langzame verovering door Gheorghe van het hart van Johnny, het ontbolsteren van zijn opgesloten gevoelens.  Het aanleren dat genegenheid onder mannen ook teder en warm kan zijn en niet brutaal en  verkrachtend.

Echt een film om te onthouden, om te koesteren.

En toen de film beëindigd was en we onze zakdoeken hadden opgeborgen, mochten we nog een drankje nuttigen in de bar van de Budascoop.  Eef en haar mannelijke collega waren die avond onze gastvrouw en –heer.  Een speciale dank gaat dan ook uit naar de Budascoop en haar ploeg, vroeger Hannah, maar nu Eef met Lieve die ons telkens uitnodigen van zodra er een holebifilm op stapel staat.  Van integratie en acceptatie gesproken!

10 maart 2018 – Bezoek aan villa Cavrois

Het was al van juni 2015 geleden, dat we onze gids Peter Baekelandt nog ontmoet hadden.  Dat was ter gelegenheid van ons bezoek aan het Louvre in Lens.  Inderdaad bijna 3 jaar geleden.

Peter was blij deze opdracht voor ons aangenomen te hebben.  Voor hem was het een verruiming van zijn repertoire en een kans om ook Villa Cavrois beter te leren kennen.

Die regenachtige zaterdagnamiddag verzamelden we aan en in de museumshop van de Villa Cavrois. En met 16 geïnteresseerden mochten we de kassa passeren.

Je zou inderdaad denken dat 16 niet al te veel is, maar een grotere groep zou waarschijnlijk niet zo praktisch geweest zijn om vlot doorheen de ruimtes van de Villa te laveren.  Nu was dit aantal ideaal.

Peter stopte met ons op de oprijlaan naar de villa, die op een heuvel gelegen is.  Hij wees op de verblijven van de bediendes, nu de museumshop en vervolgens naar de villa zelf.  Ook al is de villa modernistisch van stijl, toch werd het plan ingedeeld volgens de opzet van een klassieke woning, nl. cours – maison – jardin, zoals bij de klassieke Franse kastelen.

Peter benadrukte de lengte van de woning, nl. 60 meter die nog extra geaccentueerd wordt door de horizontale lijnen die overal, ook in het interieur, doorgetrokken worden, de verschillende bouwlagen, nl. 4, waarbij de kelder onder het hele huis doorloopt.  Hij wees op de gele baksteen, speciaal voor dit gebouw vervaardigd, de ligging van het gebouw waarbij de windrichting van belang was.  In de museumshop hing een grote foto van de villa met op de achtergrond de vele rokende schoorstenen van de toenmalige industrieën in deze regio.  Het gebouw was zo geplaatst dat de wind richting industrie blies, zodat men geen onaangename geurtjes moest ondergaan.

Opdrachtgever voor deze woonst was Paul Cavrois, een Noord-Franse textielbaron.  Paul Cavrois wilde afstappen van de traditionele bouwstijlen en nam de Franse architect Robert Mallet-Stevens, onder de arm, wiens werk hij had leren kennen op de “exposition des arts décoratifs” in 1925.

Mallet Stevens krijgt de opdracht voor het gebouw en op 5 juli 1932 wordt de villa feestelijk geopend ter ere van het huwelijk van Geneviève Cavrois, de dochter van Paul Cavrois.

Ook typisch aan deze woning is, en dat benadrukte Peter verschillende keren, dat de kinderen zo ver mogelijk uit het zicht van de volwassenen moesten blijven.  Zij hadden natuurlijk hun eigen slaapkamers, maar ook hun eigen eetkamer, een aparte speelkamer.

Peter schetste ook kort de historie van het huis.  Gebouwd van 1930 tot 1932, was de villa, in de toestand zoals ze zich nu, na de restauratie tot haar oorspronkelijke toestand, bevindt, slechts 7 jaar door de familie bewoond. Toen brak de oorlog uit en werd de villa door de Duitsers bezet.  Je moest je indenken, zei Peter, 200 soldaten verbleven hier in deze villa.  Na de oorlog keerde de familie terug, maar de oorspronkelijke inrichting werd grondig veranderd naar de toenmalige mode.  In 1985 overleed de weduwe van Paul Cavrois en werd het huis verkocht aan een vastgoedpromotor die het domein wilde verkavelen.  De verlaten villa viel ten prooi aan vandalisme en raakte snel in verval, ondanks het feit dat ze in 1990 werd beschermd als historisch monument. Dankzij de mobilisatie van een beschermingsvereniging, verwierf de staat in 2001 een groot deel van het domein. Peter vertelde dat de restauratie 23 miljoen euro gekost heeft.  Het duurde 13 jaar om de villa en het park te restaureren in de staat van 1932.

Dan was het hoog tijd om de villa zelf te bezoeken.

Via een trap kwamen we in de hal om vervolgens de immense leefruimte te bezoeken.   Ons viel de verzonken zithoek aan de open haard op, aangekleed met geel-oranje marmer.  Vervolgens de eetkamer, zeg maar “eetzaal”, van de ouders.  En dan weer daarachter de aparte eetkamer van de kinderen.  Het groene marmer uit Zweden van de “eetzaal” was volledig opnieuw aangebracht.  Toen het huis leegstond, is alle marmeren bekleding blijkbaar “vakkundig” weggehaald.  Peter wees ons ook op de indirecte verlichting, toen heel innovatief, afgekeken van de cinemaverlichtingen.  En overal had je een mooi zicht op de indrukwekkende tuin doorheen de immense ramen, die ook toegang gaven tot het terras.

Dan bezochten we de keuken, zwart-witte tegels op de vloer, de muren en kasten in het wit.    Peter maakte ons ook attent op de klokken, in elke ruimte, de lichtschakelaars, speciaal gemaakt voor dit huis en die zelfs tegenwoordig nog heel modern aandoen.

We bezochten ook de rookkamer.  De kamer die als een kostbaar meubel is afgewerkt, neemt precies dezelfde vorm aan als de halfronde overloop erboven.  We zagen een bar en daarrond ingebouwd tegen de muur, een zitbank bekleed met vermiljoenrood leer.  In een verlichte nis, een prachtig art-deco beeld van een kat.

Vervolgens terug naar de hal om via indrukwekkende trappartijen naar de bovenverdiepingen te gaan.  Een van de slaapkamers van de twee zonen was ingericht in de stijl van Rietveld met de primaire kleuren, geel, rood, blauw en zwart.  In de aanpalende badkamers vielen ons de bidets op wieltjes op.  We mochten natuurlijk ook het boudoir van de lady of the house en de slaapkamer van de ouders bezoeken, met daarachter de immense badkamer.  Peter maakte ons daar ook attent op de weegschaal, ingebouwd in de muur en in de vloer.  Ze zou slechts werken wanneer de deur gesloten was.   Peter probeerde het eens uit, maar er kwam geen beweging in 😉

Overal lag er eenzelfde mozaïek van eikenhouten parket.  Op de overloop konden we een blik werpen op de immense leefruimte beneden.  Verder naar boven de speelkamer, zeg ook maar zaal, voor de kinderen, ingericht met stoelen en tafels van Marcel Breuer.

Een ruimte was bewaard zoals in de toestand voor de restauratie, niet om aan te zien.  Het moet inderdaad een immens werk geweest zijn om alles in oorspronkelijke staat  te herstellen.

Dan nam Peter ons mee naar de kelderverdieping waar we de immense mazouttanks en stookketel konden bewonderen. De drooginstallatie in de waskeuken in de ruimte ernaast maakte gebruik van de warmte van de verwarmingsketel.

In de vroegere wijnkelders was een opstelling van restanten van de gebruikte materialen voor de villa te zien, een soort materialenbibliotheek, die de oude en nieuwe materialen laat zien die gebruikt zijn in de villa.  We zagen er ook versleten stopcontacten, bedradingen, scharnieren, allemaal zaken die men in het puin gevonden had en die niet meer te gebruiken waren.

We konden er ook een korte documentaire over de herstelling van het huis bekijken.  De beelden van de vervallen villa spraken voor zich.

Vervolgens naar de tuin die voor de restauratie tot een echte wildernis was geworden en die helemaal opnieuw aangelegd moest worden, paden en langgerekte vijver incluis.

Op de trappen naar het huis namen we nog een groepsfoto voor ons nageslacht.

Zo belandden we terug aan de voordeur waar we begonnen waren en namen we afscheid van Peter, die nog een beetje reclame maakte voor zijn toekomstige projecten.

We spraken af op de markt in Moeskroen en trokken naar café La Paix voor een drankje, waar we helemaal achterin de activiteiten van aangenaam ogende biljarters mochten gadeslaan.

Nadien togen we vol verwachting naar het restaurant La Cloche in de Doornikstraat.  Het werd nog een hele leuke avond samen, lekker eten, leuke bediening en dit in een leuk gezelschap.  Wat moet een mens nog meer hebben?

Ik denk dat iedereen aan deze activiteit wel een heel positief gevoel heeft overgehouden; cultureel, culinair, alle aspecten kwamen aan bod.

Moe maar tevreden namen we nadien afscheid van elkaar en togen we weer de grens over.

De avond en de duisternis waren reeds lang gevallen, natuurlijk ook over de Villa Cavrois die weer in alle rust kon mijmeren over haar glorie van weleer, waarvan ook wij een beetje deel hebben mogen uitmaken.

17 februari 2018 – Love me tinder

Marian verwelkomde ons die zaterdag 17 februari in de Salons van de Casa Rosa in Gent.

Met 14 man namen we deel aan de workshop Love Me Tinder, omgaan met sociale media en online daten.  Zelfs een vroeger lid, Frederik uit Oudenaarde, kwam zijn kansen bij ons nog eens uitproberen. Tussendoor kwam Toon ons even goeiedag zeggen, na zijn bezoek aan het SMAK in Gent. En toen de workshop juist gedaan was, kwam Kris van Vincent ook opdagen, waarschijnlijk blij dat die kelk aan hem voorbij was gegaan 😉

Toch werd het een hele aangename namiddag.

Zoals afgesproken, leidde Marian ons eerst boven rond in de bureaus en ruimtes van çavaria.  Zij gaf een kort overzicht van de mensen die hier werken met hun respectievelijke werkterreinen, gaande van communicatie, administratie, beleid, coördinatie tot projectbegeleiding.  Wij kwamen langs de ruimtes van de Casa Rosa zelf, en van Wel Jong Niet Hetero. En helemaal bovenaan mochten we de vernieuwde bureauruimte van çavaria zelf nog bewonderen.

Cavaria werkt met een niet onaardige ploeg van een 27-tal contractuele werknemers met daarbij nog een groot aantal vrijwilligers.

Zo heeft bv. de Holebifoon zelf 2 halftijdse vaste medewerkers en een 20-tal vrijwilligers. Voor de Holebifoon is vooral het kennissennetwerk (de sociale kaart), waarop men kan terugvallen, ook van çavaria uit, belangrijk.

KlliQ, een aparte vzw onder çavaria, verzorgt vooral de opleidingen/vormingen naar buiten toe en werkt met een 4-tal vaste medewerkers met daarbij ook nog een aantal vrijwilligers.  Zij richten zich specifiek op maatschappelijke vorming en begeleiding in scholen, verenigingen, bedrijven.

En dan gingen we aan de slag op het slagveld van de online datingsites.

Marian begon met een klein rondje waarbij we een complimentje moesten geven aan onszelf, want als je begint te daten moet je ook complimentjes aan anderen geven, maar jezelf graag zien is immers ook belangrijk.

Het volgende rondje ging over WEETJES.  Marian zette een regenboogvlagje in het midden en diegene die het antwoord op de vraag wist, moest zo vlug mogelijk de vlag oppakken en het antwoord geven.  Hiervoor werden we per twee in zeven ploegen ingedeeld.

Zo leerden we dat we vanaf 13 jaar een online profiel mogen aanmaken.  Verder liegt zeker een derde (ik denk wel dat het bij holebi’s meer is) over zijn of haar datingprofiel.  Het meeste wordt gelogen over lengte, gewicht, leeftijd, opleidingsniveau en werk.

Sommige jongeren antwoorden toch op een seksueel getinte vraag, terwijl ze in feite niet willen antwoorden.  Dit omdat de ander blijft aandringen, omdat men onzeker is, gemanipuleerd wordt door de ander of zelfs bedreigd wordt.

We leerden ook bij over bepaalde termen, zoals ghosting (een persoon die opeens weg is, terwijl je intussen toch een leuk contact met hem hebt opgebouwd), zombiing (iemand die opeens weg is en plots weer opdaagt), links swipen (geen interesse hebben), cuffing season (het fenomeen om tijdens een bepaald seizoen(bv. de winter) eens iemand aan de haak te willen slaan), cat fishing (een volledig vals profiel opstellen), kitten fishing (een gedeelte van je profiel beter laten uitkomen).

Een volgende vraag was om zoveel mogelijk datingsites te noemen.  Marian gaf ze ons deze op het einde nog op een papiertje mee.  Specifiek LGBT-gerichte datingsites :

OkCupid, Gay.com, Planetromeo, Scissr, Grindr, Match.com, Plenty of Fish, Chemistry, Feeld, Coffeemeetsbagel, Her/Dattch…

De volgende ronde ging over AFSPRAKEN.

Om over seksualiteit te kunnen praten in een groep, moet je eerst een veilige sfeer creëren. Daarom worden er afspraken gemaakt over wat bespreekbaar is en hoe we respectvol kunnen zijn tegenover elkaar.

Daarvoor wordt de PICKASOLL-methodiek gebruikt.

P rivacy: persoonlijke informatie is vertrouwelijk en blijft binnen de groep.

I k.  We praten over onszelf, we zijn open en eerlijk in wat we vertellen.

C ultuur. Rekening houden met de verschillende culturele achtergronden in je groep.

K ies wat je wel en niet vertelt.

A ctief.  Wees actief in het groepsgebeuren.  Wacht dus niet af tot iemand anders iets inbrengt.

S eksualiteit. We hebben het hier over alle vormen van seks en iedereen kan erover meepraten.

O riëntatie.  Mensen kunnen heteroseksueel, homoseksueel, lesbisch of biseksueel zijn.  Iedereen is uniek en verdient respect.

L uisteren.  Luisteren is belangrijk, niet alleen praten.

L achen.  Humor is belangrijk.  Uitlachen kan niet.

VEILIGHEID:

Let op waarschuwingssignalen (bv. iemand die te persoonlijke info vraagt, een adres ….)

Wordt niet te snel facebook friends, maak een apart emailadres aan voor je datingsites.  Je kent elkaar niet, hou dat in je achterhoofd.  En spreek af in real life.

Als je een date hebt, informeer je omgeving (met wie, waar, wanneer).  Ontmoet elkaar op een publieke plaats, niet dadelijk bij je thuis.  Geef niet te snel persoonlijke gegevens (adres, email, rekeningnummer, werk, telefoonnummer…).  Beperk je alcoholconsumptie.

Durf NEE te zeggen, als je echt niet verder wilt gaan.

Marian vroeg ook ons naar onze ervaringen bij het daten.  Daar kwam sterk in naar voren, dat  velen hun gezicht niet willen laten zien, maar zelf wel intiemere dingen vragen aan de ander.  Marian merkte op dat velen, zeker in “onze kringen” zich nog niet ge-out hebben.  En het voelt inderdaad veiliger en vertrouwelijker aan als iemand zijn gezicht laat zien.

Vervolgens liet Marian ons een eigen datingprofiel aanmaken.  Daar kwamen een paar humoristische creaties uit voort:

Jaarlijks inkomen: weduwenpensioen

Woonplaats: rusthuis

Leeftijd: 60+

De bedoeling is echter om niet te veel info te geven op je profiel, zeker niet je volledige naam, eerder een nickname, ook niet je beroep of je inkomen, wel tekstjes met wat je echt zoekt. Kort en bondig blijven.  Geen negatieve dingen vermelden.

Marian had de ervaring dat jongeren meer dienen te focussen op veiligheid.  Ook wat het profiel betreft en ook het feit dat ze niet alles moeten invullen.  Ze zijn dikwijls impulsiever, roekelozer in daten en chatten.  De meesten geven ook aan dat ze graag langer blijven chatten voordat ze afspreken.

Bij de laatste ronde moesten we inschatten welke situaties bij het chatten/daten het meest risicovol kunnen zijn.   De boodschap hier was ook om niet te ver te gaan in informatie te geven.

Als afsluiter van deze leuke en boeiende workshop mochten we elk onze mening hierover zeggen en vervolgens aan de persoon links van ons een complimentje geven.

Marian zelf vond het leuk om deze vorming aan ons te geven.  Ze had deze al aan twee jongerengroepen gegeven en ze vond het interessant om te horen wat een wat rijpere groep hierover te zeggen had.

We waren het er unaniem oer eens dat het een hele fijne workshop was, misschien een beetje te veel op jongeren gericht, maar ook voor ons was het een leuke en interessante namiddag.

Als dank voor haar moed en ijver overhandigden we Marian nog een kleine attentie en ze was er duidelijk mee in haar sas.

Natuurlijk werd er met een drankje afgesloten in de A-pluss.  Dat mocht zeker niet ontbreken. En sommige liefhebbers gingen achteraf nog een restaurantje doen in Gent.

Een date hebben we er echter niet aan overgehouden, maar dat komt nog wel 😉

14 februari 2018 – Call me by your name

Call me by your name was inderdaad een veel toegankelijker film dan de vorige (Corpo Elétrico).

Aangezien het de première was, maakten we dat we toch op tijd waren om nog een plaatsje te bemachtigen.  En inderdaad de zaal raakte helemaal volzet.  22 Liever Gelijkers en aanverwanten hadden de “keure”.  Voor 3 laatkomers was er spijtig genoeg geen plaats meer in de herberg.  Zo zie je maar, liever iets te vroeg dan juist op tijd 😉

Een film met dit keer wel een verhaal.  Ook mooie beelden van het Italiaanse platteland en van de hoofdpersonages.

Het verhaal: de zeventienjarige Elio logeert tijdens de zomermaanden met zijn ouders in een oude, Italiaanse villa.  Zijn vader, een professor in de archeologie, nodigt die zomer ook een student (Oliver) uit om hem te komen helpen.

Elio tast zijn seksualiteit nog af en begint stilaan verliefd te worden op de iets oudere Oliver.  Deze verbergt zich in het begin achter zijn Amerikaanse arrogantie omdat hij inderdaad – geeft hij achteraf pas toe – zich ook aangetrokken voelt tot Elio.  Mooie beelden van de seksuele spanning tussen de twee jonge mannen.  Het hunkerend wachten van Elio, de nachtelijke samenkomsten…

Dan naar het einde toe, nog een paar leuke dagen samen doorbrengen met nadien het onvermijdelijke afscheid en het liefdesverdriet van Elio.

Het is ook 1983 en in een afscheidstelefoontje van Oliver aan Elio vertelt hij hem dat hij binnen afzienbare tijd zou gaan trouwen. Als Elio hem zegt dat zijn ouders op de hoogte zijn van hun eerdere verhouding, kan Oliver enkel maar beamen dat hij geluk heeft met dergelijke ouders die hun zoon accepteren gelijk hij is.

Zijn ouders zien ook het verdriet van Elio en op een gegeven moment komt de vader met zijn zoon praten.   Die scène was het inhoudelijke hoogtepunt van de film.

“Luister, jullie hadden een prachtige vriendschap. Misschien meer dan vriendschap.  En ik benijd je erom.  De meeste ouders zouden nu hopen dat het allemaal overgaat, of bidden dat hun zoon weer snel met beide voeten op de grond komt.   Maar ik ben niet zo’n ouder.  Als je pijn voelt, koester die dan, en als er een vlam is, doof hem niet, ga er niet harteloos mee om.  Niets voelen om maar niet te hoeven voelen, wat een verspilling!

Laat me nog één ding zeggen. Het zal de lucht klaren.  Ik ben er misschien in de buurt gekomen, maar ik heb nooit gehad wat jij had.  Er was altijd wel iets wat me tegenhield of in de weg stond.  Hoe jij je leven leidt is jouw zaak.

Maar vergeet niet, ons hart en ons lichaam worden ons maar één keer gegeven.  En voor je het weet, is je hart versleten en wat je lichaam betreft, er komt een moment dat niemand er meer naar kijkt, laat staan het nog wil aanraken.  Op dit moment is er verdriet, pijn.  Dood deze niet samen met de vreugde die je hebt gevoeld.

Uit het boek van André Aciman “Noem me bij jouw naam.”

25 januari 2018 – Corpo Elétrico

Corpo Elétrico oftewel elektrisch lichaam.

Je weet eigenlijk nooit wat je moet verwachten als je een film in de Budascoop gaat zien.  Waar we indertijd in het Muziekcentrum die films konden kiezen, die we reeds kenden en waarvan we wisten dat ze ons wel konden boeien en raken, springen we nu meestal in het ongewisse.  Akkoord, we hebben al een aantal leuke films gezien in de Budascoop, maar het is dan spijtig dat er 32 man vol hoop afkomt op een holebifilm en eigenlijk een beetje op zijn honger blijft zitten.  Je bent nooit meer zeker of de film wel aan de verwachtingen zal voldoen.  Ik spreek nu wel voor mij persoonlijk, omdat er natuurlijk wel mensen waren die het een mooie film vonden.  Toegegeven, het waren mooie beelden, mooie mannen, hun liefdesspel, een fragment uit het leven van een groepje levensgenieters, waar een zwoel land als Brazilië wel gekend voor is, een kabbelend verloop van het “verhaal”, dat er in feite niet was.  Iemand zei me, de film beeldde een volmaakt leven uit, zonder scherpe kantjes, heel vanzelfsprekend, geen drama’s, geen hoogte- en ook geen dieptepunten, gewoon een stuk uit het alledaagse leven van een groepje vrienden.

Dergelijke films leggen wel een hypotheek op het groepsgebeuren, zodat bij een film die wel de moeite waard is, daar minder volk op zal afkomen.

En natuurlijk achteraf, het nadeel met een dermate grote groep, je vindt steeds minder plaats in de herberg, zodat niet iedereen samen kan meegenieten van een après-filmpje en de bende zich noodgedwongen moet splitsen.

Corpo Elétrico, oftewel elektrisch lichaam?  Veel elektriciteit heb ik spijtig genoeg niet ervaren.

20 januari 2018 – Nieuwjaarsreceptie Heule

Zaterdag 20 januari, een grijze dag, ideaal voor een indoor activiteit, zoals een saunaatje of nog beter, een nieuwjaarsreceptie van Liever Gelijk.  We waren al gewaarschuwd dat de platze in Heule moeilijk toegankelijk ging zijn.  Al bij al wisten toch een 50-tal Liever Gelijkers de weg naar het Kasteeltje te vinden.

Met een aantal vrijwilligers gingen we in de namiddag het Kasteeltje nog klaarmaken voor de ontvangst die avond.  Om de koude neonlampen in de ruimtes wat te breken, hadden we een aantal lichtslingers meegebracht, zodat we, samen met de kaarsjes, de hele zaak wat warmer en gezelliger konden maken. Tafels en stoelen aan de kant, bartafels en geïmproviseerde toog in de plaats.

Intussen dienden de broodjes gesmeerd te worden.  Willy, Jan O., Eddy, Philip en Stefaan kweten zich voortreffelijk van deze taak.  Laat de bende nu maar komen!

Stilaan druppelden de eerste gegadigden binnen.  Zoals vorig jaar namen Stefaan en Philip weer de rol van ontvangstdames op zich.  Een taak die hen op het lijf geschreven is.  “Jassen rechts, drank en wijven links …”   En iedereen volgde zonder commentaar hun bevelen op.

De barruimte werd voller en voller.  We mochten ook een paar nieuwe gezichten ontvangen die zich al gauw thuis voelden tussen de anciens.  Een van hen kwam nog oude bekenden tegen.  Inderdaad, ons wereldje is klein.

De drank vloeide rijkelijk.  Onze barmannen hadden hun handen vol.  Een dikke merci gaat dan vooral uit naar Eddy die een hele tijd de bar draaiende hield.  Later op de avond namen Willy en Bart die rol nog over.  En dan natuurlijk Frank niet te vergeten die de hele catering in goede banen leidde.

Bij een nieuwjaarsreceptie hoort natuurlijk een speech.  Eigenlijk wouden we die kelk aan ons voorbij laten gaan, maar we hadden voor alle zekerheid toch een paar zinnen op papier gezet.  En inderdaad, de meesten verwachtten wel een woordje om de avond wat meer luister bij te zetten.

Hierna de tekst, ook om diegenen die er niet bij waren, nog mee te laten genieten:

“Bij een nieuwjaarsreceptie hoort een nieuwjaarsspeech. Op aanvraag van velen, zullen we het kort houden.

De derde keer op rij vieren we ons nieuwjaar hier in het kasteeltje van Heule.  Een ideale en aangename locatie. Vorige maand nog vierden we ons dertig jarig Jubileum in Kortrijk

Liever Gelijk gaat verder in de tijd, voor hoelang nog, is ook telkens weer de vraag.  Een vraag die we ons elk jaar weer opnieuw stellen.

We zijn op zoek naar verjonging, niet omdat we zo graag een groen blaadje lusten, maar om onze toekomst te verzekeren.  En ik kijk hier heel speciaal naar de jongeren onder ons: mond aan mond reclame is nog steeds de beste reclame.  Praat tegen jullie jonge kameraden over Liever Gelijk wanneer jullie uitgaan.   Het komt ook jullie ten goede.

Wij zijn hier allemaal samen, homo’s onder elkaar.  HIER zijn we in de meerderheid.

Dat gevoel dat we nu en hier hebben, moeten we met ons blijven meedragen naar buiten toe.   Op die manier wordt de wereld voor ons weer een stukje beter.

Het bewijs dat we blijven groeien, is ook hier aanwezig.  We hebben weer 10 nieuwe leden erbij gekregen (waaronder 3 ex-leden) en voor het eerst sinds jaren, weer een vrouw.  Hoeveel er van de huidige leden gaan overblijven dit jaar, zullen we nog moeten zien.  Dus voor wie het nog niet gedaan heeft, zeker jullie lidgeld betalen.

Maar in ieder geval, van deze 10 nieuwelingen zijn er  toch 3 hier aanwezig :

En ik ga ze even op het matje roepen, zodat jullie weten wie het zijn, met name :

STEVEN POLET

PHILIPPE VANDAMME

JOACHIM GOEMINNE

Welkom bij onze vereniging en geef hen een warm applaus.

Rest ons enkel nog om het glas te heffen op jullie allemaal, op onze vereniging, op Liever Gelijk.”

Voilà, dat was dan ook weer achter de rug!

De muziek werd hoger gezet en er werden zelfs een paar danspasjes geplaceerd.

Maar aan alle mooie liedjes komt een eind.  Tegen half twaalf werden de laatste drankjes geserveerd en begonnen we de zaal terug op orde te zetten.  Gelukkig waren daar een aantal helpende handen om de job sneller af te handelen.

De lichten van het kasteeltje werden gedoofd en de deuren vielen achter ons in het slot.

Moe maar voldaan na deze mooie eerste activiteit van ons nieuwe werkjaar, gingen we ons bedje opzoeken.  Of sommigen nog een vervolg aan deze avond hebben gebreid, daar hebben we het raden naar 😉

Happy New Year !

Spring naar toolbar