15 december 2018- Bowling Kentucky

Eigenlijk kwam het idee dit keer van Danny om in Wevelgem eens te gaan bowlen en hij gaf ook de tip om in het “Chinese” restaurant aan de overkant te gaan eten. Kwestie van gewoon effe de straat over te steken.

Zo gezegd, zo gedaan.  Het is altijd leuk als leden voorstellen tot activiteiten geven en zie zowaar deze was uiterst succesvol.  Met 27 man gingen we die zaterdag met de ballen spelen.  Spijtig genoeg moesten we de zondag daarvoor de inschrijvingen reeds afsluiten, anders zouden we met nog meer geweest zijn.  Maar het spel moet nog aangenaam blijven.

De laatste keer dat we zijn gaan kegelen was op Pottelberg in februari 2010. Het was ook toen dat Benjamin voor een eerste keer op een activiteit van Liever gelijk kwam opdagen, samen met nog een andere geïnteresseerde.   Inderdaad op 2 maanden na is dit bijna 9 jaar geleden.  Toen waren we slechts met 16 man en hadden we twee banen voor ons.  Dit keer met 27 man en dat voor 3 banen.

In het begin moest iedereen een beetje zijn plaats zoeken, maar al vlug kropen we gezellig tegen elkaar aan.

En deze keer hadden we geen twee, maar wel 3 nieuwe gezichten: Sander en Jan B. die eens kwamen kijken hoe de sfeer in onze groep wel zit en Martin ons jongste lid.  Sander is afkomstig van Maldegem en is voor zijn werk naar de Westhoek afgezakt. Inderdaad, als archeoloog heb je daar voorlopig nog de handen vol. Verder Jan B. uit Roeselare en indertijd nog lid van Think Different.  En last but not least, Martin, een exoot, die toch een grote stap gezet heeft om zich als Indiër bij een Vlaamse holebi-vereniging aan te sluiten. In zijn thuisland is homoseksualiteit onlangs weliswaar uit het strafwetboek gehaald, maar maatschappelijk gezien moet daar op dat gebied nog veel water door de Ganges vloeien.

En zo begonnen we rond het uur van vieren aan ons ballenspel.

Al gauw werd duidelijk wie zich van zijn sterkste kant liet zien.  Martin scoorde de ene strike na de andere, dat terwijl een ander van schaamte van naam moest veranderen om niet in affronten te vallen.  Ik wist niet dat we een Guillaume bij onze groep hadden, euh… Kris?

De ooh’s en de ah’s weerklonken langs alle kanten. Maar wie had ooit gedacht dat een nieuwkomer alle anciens onder tafel zou spelen? Zo zie je maar, niet enkel op IT zijn Indiërs sterker, alhoewel ze toch moesten onderdoen voor onze Belgische hockeyploeg.

We mochten twee uurtjes spelen en omdat het eerste spel een beetje lang had geduurd, werd het tweede spel ongeveer halverwege afgesloten.

Ietsje na 18 uur werd duidelijk wie de winnaar was, maar het overzicht geven we straks op het einde van dit artikel.

We mochten onze wagens op de parking van de bowling laten staan en trokken vol verwachting naar het Chinese restaurant, The New Bowl, aan de overkant.

Een sympathieke dame legde ons de formule uit: voor een slordige 33,90 Euro mochten we ons buikje rond eten en genieten van dranken in overvloed.  En het moet gezegd worden, voor die prijs kreeg iedereen waar voor zijn geld.  Een waaier aan gerechten lag daar klaar om door ons geproefd te worden. Te veel om op te noemen. Zelfs een Teriyaki buffet stond er op het menu en een gedienstige Chinees (of was het nu een Japanner?) bereidde vol liefde de uitgekozen ingrediënten.  Verder nog een dessertbuffet met soesjes, fruit en crème glace en voor de liefhebbers een Irish Coffee. En je moet nu niet zeggen, dat je er met honger van tafel kwam.

En zoals gewoonlijk duurde onze après bowling langer dan het spel zelf.

Nadat iedereen had afgerekend, gingen nog een aantal vol adrenaline zittende spelers de Kerstmarkt van Kortrijk onveilig maken.  Anderen trokken wijselijk naar huis, waarschijnlijk om te bekomen van de doorstane emoties 😉

Zo kwam aan onze laatste activiteit van 2018 een einde en hebben we ons werkjaar in schoonheid kunnen afsluiten.

Op naar het volgende!

Algemene stand:

Deelnemers:                                                             Punten:

1 Martin:                                                                                 189

2 Kurt Ho Ho Ho:                                                                    146

3 Francis:                                                                               122

4  Alain:                                                                                  122

5  Jan B.:                                                                                117

6  Kurt B.:                                                                               116

7  Peter S.:                                                                             111

8  Gino:                                                                                  102

9  Johan:                                                                                94

10 François:                                                                            93

11 Jan O.:                                                                               91

12 Jo:                                                                                     91

13 Stefan:                                                                               91

14 Patrik:                                                                                90

15 Jan H.:                                                                               87

16 Frank:                                                                                82

17 Patrick:                                                                              77

18 Toon:                                                                                 74

19 Sander:                                                                              71

20 Vincent:                                                                             69

21 David:                                                                                68

22 Christophe:                                                                        68

23 Tom:                                                                                  55

24 Guillaume:                                                                         51

25 Benjamin:                                                                          45

26 Steven:                                                                              24

27 Rob (buiten competitie):                                                    133 (foto’s)

17 november 2018 – Bezoek museum E. Van Mieghem

Als een soort voorsmaakje op onze activiteit later die namiddag, bezochten we eerst het museum Eugeen Van Mieghem aan de Ernest Van Dyckkaai 9 in Antwerpen, schuin tegenover het Steen.

De meesten kwamen met de trein, dus het was verzamelen geblazen in het Centraal Station in Antwerpen.  Op zich ook al een bezoekje waard, maar dat is misschien voor later.

We moesten ons wel haasten om de hele weg van het station naar de Schelde af te leggen, via de drukke Meir, langs de kathedraal naar het museum om daar op tijd aan te komen. En met 25 man is het dikwijls achterom kijken, of er geen achtergebleven zijn.

We werden daar al opgewacht door onze gids Kris, vrijwilliger in het museum.  Een heel bevlogen verteller, zoals later zou blijken.

Eugeen Van Mieghem is een kunstschilder, maar vooral een tekenaar. Hij heeft slechts een kleine 700 schilderijen gemaakt en daartegenover duizenden tekeningen. Dat is de reden waarom hij zo relatief onbekend is t.o.v. andere schilders die duizenden schilderijen hebben gemaakt, zoals een Picasso.

Volgens een artikel uit de New York Times kan men Van Mieghem op hetzelfde niveau zetten als Goya, Toulouse-Lautrec, Käthe Kollwitz en Van Gogh.

Hij heeft geleefd van 1 oktober 1875 tot  24 maart 1930 (hij werd dus slechts 54 jaar).  Hij heeft dus geleefd in de booming periode van de Antwerpse haven.  Hij werd geboren in het Café van zijn moeder in de Montevideostraat dat pal tegenover de ingang van de Red Star lag.

Van Mieghem tekent in een soort post-impressionisme en volgens Kris hou je ervan of je houdt er niet van.  Zijn werken zijn nogal donker, maar in die tijd was er niet zo veel om zich over te verheugen.  Kris toonde ons vervolgens een tekening van een zieke vrouw, een blinde man.  Van Mieghem werd blijkbaar veel geconfronteerd met het lijden.

Wanneer is er iets kunst, volgens Kris, wanneer het je beroert.

De werken van Van Mieghem hebben ook een historisch documentaire waarde voor Antwerpen.  We mochten dan raden naar de 3 hoofdpunten in het werk van Van Mieghem.

Een eerste was het havenvolk met zijn favoriete items: de zakkennaaisters, de dokwerkers, de prostituées, het gebeuren in de cafés…  de jonge boefjes.

Het tweede thema : de migratie en de landverhuizers.  Van Mieghem zag vanuit het café van zijn moeder de gelukzoekers naar Amerika vertrekken.

Een derde thema was de Grooten Oorlog.

Kris deed vervolgens het verhaal over de vrouw van Van Mieghem, Augustine Pautre, een Brussels meisje dat les volgde aan de Academie van Antwerpen en volgens Kris een pracht van een meisje met wie hij in 1902 huwde.  Daaruit werd datzelfde jaar nog een zoontje geboren, Eugeen junior.

Eind november 1904 werd zijn jonge vrouw ziek en Van Mieghem zou haar weergeven in een indrukwekkende reeks tekeningen en pastels. Volgens Kris zijn dat magnifieke, ingrijpende tekeningen.

Terneergeslagen door het verdriet om het overlijden van Augustine op 25-jarige leeftijd, op 12 maart 1905 (door tuberculose), zou Van Mieghem tot 1910 niet meer exposeren.

Erwin Joos, de curator van het museum, dat hij zelf oprichtte, eerst  op Antwerpen-Linkeroever heeft dan veel later die zoon van Van Mieghem bezocht (hij werd 84 jaar) en deze had nog wel wat werken hangen van zijn vader, o.a. een prachtige tekening van een vrouw (eigenlijk van zijn moeder) die nu in het museum hangt.  Erwin Joos vroeg aan de zoon wie dat was, maar hij dacht dat het slechts een model was.  Hij wist zelfs niet dat het zijn moeder was.

Eugeen Van Mieghem ging naar de Academie van Antwerpen, maar vloog daar zeer vlug buiten, door dezelfde professor (Siberdt) die 10 paar jaar eerder Van Gogh buitengooide. De kunstenaar, die niet wilde plooien voor het academische onderricht, ging dan maar in dienst van zijn vader werken als scheepsbevrachter (het café van moeder werd vooral bezocht door binnenschippers). Van Mieghem bleef tekenen en op zijn tochten door de haven nam hij steeds een schetsboek mee om zijn indrukken op papier te zetten.

Tijdens de oorlog bleef hij bij zijn moeder wonen in de havenbuurt (zijn vader was al in 1899 overleden). Eugeen werd sterk aangegrepen door het leed van de vluchtelingen en van de teruggedreven Belgische soldaten en maakte veel tekeningen met momentopnamen, onder meer verscheidene van zijn moeder.

In maart 1919 exposeerde Van Mieghem in Antwerpen zijn oorlogswerk in het Koninklijk Kunst-verbond. Deze merkwaardige reeks van vooral tekeningen en pastels kende sterke bijval bij de kunstcritici. In 1920 werd hij opgenomen in een Brussels sanatorium “Le Fort Jaco” in Brussel en hij ontmoette er de 24-jarige verpleegster Marguerite Struyvelt. Later dat jaar huwden ze en werd Van Mieghem benoemd tot leraar aan de Antwerpse Academie van de klas van het tekenen naar het levend model.

Tot aan zijn dood in 1930 nam Van Mieghem bijna jaarlijks deel aan de Antwerpse groepstentoonstellingen van “Kunst van Heden” en de Brusselse salons van de Belgische aquarellisten. In 1925 verbleef hij, na zijn echtscheiding van zijn tweede vrouw, enkele weken met vakantie in Blankenberge. Bij uitstappen naar Oostende ontmoette hij zijn vriend Ensor en maakte hij van hem enkele mooie portretten.

Vanaf 1927 werd zijn gezondheid opnieuw slechter en diende hij meermaals opgenomen te worden in sanatoria. Bijzonder aangrijpend is de reeks van de lijdensweg van Christus die Van Mieghem maakte in 1929. De kunstenaar overleed op 24 maart 1930, aan een hartaderbreuk, amper 54 jaar oud.

Tijdens zijn ziekte, toen hij niet meer naar buiten kon, maakte hij ook vele tekeningen van alledaagse voorwerpen op zijn kamer.

Na een filmpje over het leven van Van Mieghem begon Kris over het prachtige herenhuis te vertellen waarin het museum gevestigd is.

In 1896 liet de succesvolle agent en scheepsmakelaar Gustave Albrecht dit uitzonderlijke herenhuis bouwen.  Albrecht vertrouwde de realisatie van zijn huis toe aan de architect Jos Hertogs (net als hij een vrijmetselaar) die onderaan het gebouw een kantoorruimte voorzag met daarboven de woonruimten. Enkele jaren later ontwierp Hertogs ernaast ook het monumentale Hanzahuis voor de Duitse bankier Wilhelm von Mallinckrodt.

Decorateur Henri Verbuecken maakte het huis tot een sprookjesachtig geheel met stijlen van Venetiaans quattrocento tot Japanse Edoperiode.

In het gebouw was vanaf 1949 het bekende restaurant La Rade gevestigd, dat een hele tijd twee sterren had in de culinaire Michelingids. Hierdoor won het gebouw met zijn museaal interieur aan publieke bekendheid. Het restaurant sloot zijn deuren in 2005.

In 2008 kocht de KBRV (de Koninklijke Belgische Reders Vereniging) het gebouw om het, na een grondige restauratie, te gebruiken als kantoor en om in een prestigieus kader haar belangrijke gasten te kunnen ontvangen. De niet geklasseerde zolderverdieping werd daarom verbouwd tot een moderne kantoorruimte.

Bijna gelijktijdig met de inhuldiging van Het Redershuis door Koning Albert II in 2010, opende op de benedenverdieping het Eugeen Van Mieghem Museum.

De stichting Van Mieghem hoeft geen huur te betalen, enkel de nutsvoorzieningen.  Voorlopig mogen ze nog tot 2030 blijven.

We mochten beneden nog even rondkijken voordat we naar de bovenste verdiepingen werden geleid.

Via de hal waar Kris ons nog opmerkzaam maakte op de aparte deur gingen we via de trap naar de eerste verdieping waar we eerst het kleine Japanse kamertje bezochten.

Deze ruimte maakte deel uit van het vroegere restaurant La Rade (dat zich uitsluitend bevond op de eerste verdieping). De decoratie van deze uitzonderlijke kamer werd gedeeltelijk uitgevoerd door Japanse kunstenaars. De ruimte wordt nu versierd met authentieke stukken uit die tijd.

De grote zaal (waar het eigenlijke restaurant was gevestigd) werd door decorateur Henri Verbuecken gerealiseerd in een eclectische stijl. In de rijke decoratie met invloeden van de art nouveau en de Arts & Crafts zijn symbolen verwerkt uit de vrijmetselarij.

In het laatste gedeelte van de zaal zijn er verwijzingen naar Venetië (het feeërieke mozaïek ) en naar Constantinopel (de erker met zijn schitterende beschilderde glasramen), de zogenaamde Venetiaanse kapel.  Volgens Kris moet er hier een soort tempel geweest zijn, meer een van de vrijzinnigheid dan van de loge en zouden hier ook inwijdingsrituelen uitgevoerd zijn, waarbij de marmeren troon gebruikt zou zijn.

De uit drie delen bestaande zaal werd door monumentenzorg volledig geklasseerd.

De tweede verdieping was niet zo luxueus, veel decoratie en versiering is daar in de loop der jaren verwijderd.  Eerst de Plantin-kamer met een verzameling vrachtbrieven en vervolgens de Vlaamse kamer met uniek zicht over de Schelde, het Steen en de rede.

In deze ruimte worden nu een 25-tal oorlogswerken van de kunstenaar getoond waaronder het monumentale De vluchtelingen (de grootste oorlogstekening van de kunstenaar).

Kris liet ons daar nog een plaatje uit de tijd van de Foxtrot horen op een antieke grammofoon. De tijdsgeest van de twenties kwam heel overtuigend over.

Nog wat rondkijken in het museum en toen was het hoog tijd voor onze volgende afspraak om 16u, nl. het CAW Boysproject in de Appelmansstraat 12 vlakbij het station.

Terug in de omgekeerde richting naar het station om in een zijstraat van de De Keyserlei op bezoek te gaan bij het CAW Boysproject Antwerpen.

We werden er heel hartelijk ontvangen door Sanne, Bregje en natuurlijk niet te vergeten, de enige jongeman van de ploeg, Roel.  En wat voor eentje 😉

Zij hadden voor koffie, koekjes en fruitsap gezorgd.  En dat was welgekomen na ons intensief bezoek aan het museum Van Mieghem.

We zaten in een grote kring en om het ijs een beetje te breken, moest iedereen zichzelf voorstellen en het alfabet afgaand een woord zeggen dat te maken had met seksualiteit.

We gingen het rijtje af en meestal kwam er wel iets ludieks uit de bus.  “Doe maar” van Toontje, zal weer eens een one-liner blijven.

Nadien begon Sanne de werking van het CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk) uit te leggen.

Caw Boysproject is een sociale organisatie voor mannelijke en transgender sekswerkers (payboys, masseurs, gigolo’s, M$M, $hemales,…).

Sanne schetste eerst de historiek van het project en dit komt in grote lijnen overeen met wat je hierover op het internet vindt:

“Dirk Vertongen ging in 1995, vanuit het Veiligheids-en Preventiecontract van de Stad Antwerpen, als straathoekwerker aan de slag met mannelijke prostituees. Deze groep bevond zich vooral in de stationsbuurt en in en rond het stadspark. In 1997, kwam hij steeds meer in contact met jonge Joegoslavische bloemenverkopers die op allerhande manieren geld trachtten te verdienen, prostitutie was er een van.
Uit die contacten bleek dat deze jongeren grote nood hadden aan een eigen plek.
Daarom werd in augustus 1997, speciaal voor hen, een onthaalruimte met zetel en kookfornuis ingericht.

Het straathoekwerk werd tijdelijk omgevormd tot een kleine onthaalwerking, de eerste veilige plek binnen de anonieme stad. De jongeren doopten het onthaal om tot de ‘Joegoclub’ die verscheidene avonden per week open was.
Allerlei activiteiten werden georganiseerd: sportactiviteiten (reden om zich nadien te wassen), koken (gezonde voeding), er werd muziek gemaakt (om de eigen cultuur aan bod te laten komen).

Er werd getracht hen op weg te helpen naar scholen, te ondersteunen bij contacten met de politie, enz..

Het project kreeg de erkenning van de Stad Antwerpen nadat men in de Antwerpse dokken een sporttas opviste met daarin de stoffelijke resten van het Roemeense straatjongetje Puia.
Plots stond het probleem van Antwerpse straatkinderen wel op de kaart.

De “Joegoclub” is opgegaan in het Project Antwerpse Straatkinderen (PAS) met als doelgroep “alle straatkinderen” en kreeg drie voltijdse medewerkers. Op haar beurt is het PAS een KIDS-werking geworden die vooral buurtgericht werkt. Naast het onthaal van PAS werd door Dirk weer voltijds op straat gewerkt.

De nood van mannelijke sekswerkers aan een eigen veilige plek bleef bestaan.
Daarom diende Dirk in 2001 een voorstel in tot het organiseren van een onthaalruimte voor mannelijke sekswerkers. In afwachting van de goedkeuring, startte hij zelf een beperkte onthaalwerking in het administratieve gebouw van CAW De Terp (nu CAW Antwerpen).
Sedert oktober 2001, werd om de twee weken een gratis doktersconsultatie door Gh@pro voorzien.
Twee vrijwilligers trokken de straat op, maakten het aanbod bekend aan de doelgroep en begeleidden ze naar de dokter.
In 2002, kwam de officiële goedkeuring van BOYSPROJECT, maar het duurde tot juni van dat jaar voor er een geschikte locatie werd gevonden nl. de Quellinstraat 56.
Twee jaar later behaalde BOYSPROJECT de Belgische Prijs voor Criminaliteitspreventie.

In 2007, werd de werking binnen BOYSPROJECT herzien en profileerde zich meer naar de individuele hulpverlening. Het aanbod werd aangepast en de nadruk werd op straathoekwerk en de aanwezigheid op het internet gelegd.

Gezien meer en meer jongens zich via het internet aan klanten aanbieden, en er minder gasten op straat, in de cafés of in de parken te vinden waren, werd tegelijkertijd in 2011 een nieuwe interactieve website, enkel bedoeld voor de doelgroep, gemaakt: www.info4escorts.be .
Daarnaast is Boysproject aanwezig op profiel- en chatsites die door de doelgroep gebruikt worden.

Sedert eind juni 2011 is Boysproject te vinden in de Appelmansstraat 12 te Antwerpen.”

Het CAW Antwerpen is de overkoepelende organisatie waar het Boysproject bijhoort. Sommige organisaties onder het CAW, zoals het JAC (Jongeren Advies Centrum) zijn meer bekend.

Sensoa bv. hoort daar niet onder.

De financiële middelen komen dus van de Stad Antwerpen. Daarnaast wordt er ook met vrijwilligers gewerkt en geniet men van donaties. Dit laatste is natuurlijk ook belangrijk. Het personeel wordt door de stad Antwerpen betaald.

Er wordt op dit ogenblik met 8 mensen gewerkt. Het is een redelijk nieuw team. Het is ook wel een heel intensieve job met heel onregelmatige uren, dikwijls weekendwerk.  De opleidingen zijn eigenlijk allemaal heel verschillend: Sanne is bv. maatschappelijk werker, Roel sociaal verpleegkundige.  Er is ook een seksuoloog, sommigen met een politieke opleiding.   Het zijn allemaal hulpverleners en daarom is de opleiding minder belangrijk.

Talen zijn ook heel belangrijk.  Het is een heel diverse doelgroep waar veel talen gesproken worden.  Er zijn medewerkers die Spaans, Engels en Frans spreken.  Er was zelfs een medewerker van Turks-Koerdische afkomst die 9 talen sprak.  En op het moment dat die vertrok, werd dat wel gevoeld.

Er is heel veel diversiteit in het team maar ook in de doelgroep. Roel vroeg dan of wij een idee hadden hoe de doelgroep er bij hen uitzag, qua afkomst, leeftijd, welke jongens en transgenders er dus sekswerk doen?

Sekswerk wordt een beetje ruimer gezien.  Er zijn er die af en toe geld verdienen met seks, of het ooit gedaan hebben, of die een heel groot risico lopen tot sekswerk.

Als je bv. een date hebt en je krijgt geld voor de taxi, dat is in feite ook sekswerk, je wordt financieel ondersteund voor je “diensten”.

Mensen die het risico lopen om sekswerk te doen, dat zijn tegenwoordig veel jongens uit Irak, die geen papieren hebben en die op de een of andere manier moeten zorgen om aan geld te geraken.

De jongens die hier komen, doen dat dus bijna allemaal om te overleven.  De oudere garde doet dat meestal nog omdat ze vaste klanten hebben.  De gemiddelde leeftijd is tussen de 25 en de 35 jaar. De jongste is 18 en de oudste is er 63. Je kunt je afvragen waarom iemand van die leeftijd nog sekswerk doet, maar dat kan bv. gaan over een transgender die op de arbeidsmarkt gediscrimineerd wordt en haar toevlucht tot sekswerk moet zoeken omdat ze anders niet rondkomt.

Er komen ongeveer 47 nationaliteiten over de vloer. De top 5: België, Marokko, Irak, Ecuador, Roemenië …. Er zijn ook transgenders die in het Schipperskwartier werken of mannen die zich gewoon als vrouw verkleden om achter het raam te werken.  Diegenen die een volledige transitie hebben ondergaan, dat aantal is eigenlijk niet zo hoog.

Het is ook geen probleem van een grootstad, het is gewoon zo dat hier veel meer mensen samenkomen.

Er zijn verschillende motivaties waarom iemand sekswerk doet, niet enkel om te overleven,  sommigen zoeken een zekere vorm van affectie, of zijn seksverslaafd.

Het is in feite ook niet de taak van Boysproject om mensen uit het sekswerk te halen, om hen op de reguliere arbeidsmarkt te krijgen.  Zij zijn gewoon een preventieve dienst, zij staan in voor de seksuele gezondheid en de veiligheid van die gasten.   Als zij de vraag krijgen om er toch uit te stappen, worden ze uiteraard wel begeleid.

Op de vraag of het een illegaal circuit is, antwoordde Roel dat er in Antwerpen een gedoogbeleid gevoerd wordt.  Er zijn heel weinig regels, de sekswerkers worden heel weinig beschermd omdat het niet “officiëel” is.  Boysproject werkt dan op schadebeperking, de veiligheid in het algemeen, ze proberen hen tips te geven. In het Schipperskwartier gaat men de prostituees nu niet oppakken, maar bv. tippelen op straat of in het park mag niet.  Het politieke klimaat in Antwerpen is nu zo, dat men veel werkt op overlast.  Het wordt dus moeilijker om op de “openbare weg” te werken.  Via het internet wordt er ook veel gewerkt.  Het heeft zijn voor- en nadelen.

Boysproject komt met een 300-tal unieke profielen per jaar in contact en de medewerkers kennen hen ook allemaal.  Er komen ongeveer een 40-tal gasten per week langs bij Boysproject.

Op de vraag of er ook diensten verleend worden aan vrouwelijke klanten, is het zo, dat bij Boysproject dat veel minder is.  Vrouwen die betalen voor seks zijn een minderheid omdat vrouwen veel makkelijker aan seks kunnen geraken.  De typische “gigolo’s”  zijn  vaak  gasten die veel minder kwetsbaar zijn, die komen veel minder bij hen over de vloer.  Het gaat bij Boysproject hoofdzakelijk over mannen die seks hebben met mannen, dat zijn niet per se homoseksuelen, er zijn vele sekswerkers met vrouw en kinderen en die geld verdienen door seks met mannen te hebben, gewoon om hun gezin te onderhouden als een overlevingsstrategie.

Het moet voor hen dan natuurlijk niet gemakkelijk zijn om seks met mannen te hebben, en er kunnen hierdoor ook psychologische problemen ontstaan.  Maar van de andere kant is het wel gemakkelijk verdiend. Je ziet heel duidelijk bij sommigen dat zij dat opsplitsen.  Zij hebben van de ene kant romantische relaties en van de andere kant seksrelaties die hun inkomsten zijn.  Je hoort verschillende gasten dan praten over zichzelf dat ze eigenlijk niet weten wat ze nu zijn, homo, hetero of biseksueel?  Wij willen eigenlijk nog vaak duidelijk aflijnen, maar voor niet iedereen is die aflijning wel duidelijk.

Roel vervolgde dan: We zitten hier in onze drop-in, onze woonkamer. Elke woensdag is het drop in van 14 tot 21 uur.  Dat is een inloopmoment waar de cliënten vrij binnen en buiten kunnen lopen.  Zij kunnen hier gebruik maken van internet, zij kunnen hun kledij wassen, zij kunnen praten met hulpverleners.  Er wordt altijd samen gekookt.  We doen samen boodschappen, iedereen krijgt een taak.  Het is een vorm van sociaal werk, maar op een andere manier. Dit is een methodiek om op een heel laagdrempelige manier contact te leggen en een gesprek te starten met de gasten. Er komen altijd zo tussen de 15 tot 30 gasten.  Het is hier dan natuurlijk het bakje vol.  Er is veel muziek, er worden gezelschapsspelletjes gespeeld.  Dit is heel belangrijk voor deze gasten omdat dat een moment is, waarop ze warm kunnen zitten in de winter, een plaats waar ze lotgenoten kunnen ontmoeten, een plaats waar er niet gediscrimineerd wordt en waar iedereen welkom is.  Dat is een heel belangrijk aspect van de werking.

Twee maal per week op dinsdag en donderdag tussen 12 en 18u is er hier ook permanentie waar mensen bij ons terecht kunnen met heel specifieke vragen, zoals bv. hoe op zoek te gaan naar een appartement, hulp met een CV bij het zoeken naar een job…  Of gewoon om hun hart eens te luchten.  Dat is dan de meer individuele begeleiding, zonder dat er andere gasten aanwezig zijn.

Er wordt ook nooit gevraagd hoeveel geld de gasten met hun werk verdienen.  Dat kan heel uiteenlopend zijn.  Je hoort natuurlijk af en toe wel eens iets vallen, maar dat kan heel verschillend zijn.  Er zijn gasten die een 1200 euro vragen voor een paar uur, dat zijn dan gewilde jonge gasten die zien dat ze met hun lichaam wel iets kunnen verdienen,  anderen geven dan weer een blowjob voor een pakje sigaretten.  Weer anderen rekenen dan maar 50 euro per uur of vragen per seksuele dienst een bepaald bedrag.  Bepaalde escorts verdienen dan weer 2000 Euro per nacht.  Dat zijn niet de gasten die hulp komen vragen, dat zijn sterke profielen die weten waar ze mee bezig zijn.

Er zijn er ook die schulden maken omdat ze achter een raam werken in het schipperskwartier.  Dat moet immers ook betaald worden.  Drugsverslaafheid is ook een sterke problematiek.  Er zijn wel wat jongens die drugsverslaafd zijn.

Er werd ook verder ingegaan op de manier van in contact komen met de sekswerkers.

Men doet aan “outreach”, er wordt daadwerkelijk op zoek gegaan. Dat gebeurt op 2 manieren, nl. online en door echt de straat op te trekken.

Online wordt er naar bepaalde chatrooms gegaan waar mannen op zoek zijn naar seks met mannen, waarvan men weet dat zich daar veel escorts/sekswerkers op aanbieden. Er wordt ook heel herkenbaar als “Boysproject” ingelogd.  Men doet zich dus niet als iemand anders voor.

Naast online, gaat men ook elk weekend met twee de straat op, o.a. naar het Stadspark, het Schipperskwartier… een bepaalde plaats op Linkeroever. Men heeft dan ook condooms en glijmiddel bij om op die manier een gesprek te kunnen aanknopen.  Het is belangrijk dat je als organisatie iets kunt aanbieden, je kunt iets komen drinken, je kunt er eten, je kunt condooms komen halen, je kunt internet gebruiken…  Er is een dokter om de twee weken waar ze zich gratis kunnen laten testen op soa’s en HIV.  Dat is een manier om ze naar Boysproject te krijgen.  Op een avond kunnen er gesprekken aangeknoopt worden met een +/- 10-tal gasten. De sekswerkers die Boysproject kennen, brengen dikwijls ook nieuwe gasten mee.

Het is belangrijk dat de gasten informatie krijgen over heel uiteenlopende zaken, zoals condoomgebruik, drugsgebruik, het vinden van een appartement, brandverzekering etc.. zonder dat er met de vinger gewezen wordt, zonder morele ondertoon.  Het is ook heel belangrijk om gewoon een luisterend oor te hebben.  Echt psychologische ondersteuning wordt er niet gegeven, maar als het echt nodig is, wordt wel doorverwezen naar gespecialiseerde instellingen.

Dit was zo in grote lijnen de werking van het CAW Boysproject.  Natuurlijk is deze problematiek ook tamelijk ingewikkeld en per persoon verschillend.  Maar het is zeer belangrijk dat er toch een plaats is, waar deze gasten terecht kunnen en even tot zichzelf kunnen komen.

Na deze voor velen zeer ophelderende informatiesessie, ging een aantal weer richting thuisstad.  Anderen bleven dan weer even hangen voor een drankje in een naburig café.  Sommige die hards, die in Antwerpen bleven overnachten, trokken verder de stad in voor een etentje en nadien nog een afzakkertje in de locale gay boîtes.

Of we er sekswerkers zijn tegengekomen, dat is een ander verhaal 😉

14 oktober 2018 – Natuurwandeling Scheldemeersen

Met een 30-tal Liever Gelijkers kwamen we die zonnige zondag samen aan de ingang van het natuurgebied van de Avelgemse Scheldemeersen.  We werden er verwelkomd door Dirk, onze gids en door Bart, lid van Liever Gelijk en tevens voorzitter van Natuurpunt Avelgem.

De gids had bijlange zoveel volk niet verwacht.  Hij liet ons eerst op een bord zien, welke route we gingen volgen.  De Scheldemeersen zijn een onderdeel van de Scheldevallei.  Wat er aan opviel was, dat het een zone is met tamelijk weinig invulling, maar daarbuiten des te meer.  De huizen die we zagen, staan eigenlijk allemaal op de rand van de Scheldevallei, een 4 tot 5 meter hoger.

Dit heeft tot gevolg dat het grondwater tamelijk dicht bij de oppervlakte komt en dat het gebieden zijn waar je eigenlijk weinig mee kunt doen.  Die gronden zijn dan zogezegd “waardeloos”.  De landbouwer kan die grond dan nog verkopen aan Natuurpunt die daar nog wat geld voor biedt.

Natuurpunt wil die gebieden laten evolueren tot grasland.  Met de bemesting die tot nul is teruggevallen en met het slechts 2 x per jaar maaien, zie je dat de diversiteit enorm De toeneemt.   In april-mei krijg je zo kleurrijke en bloemrijke graslanden.   Dit gebied is doorsneden met een aantal afgesneden schelde-armen.   De Schelde werd dan ook rechtgetrokken met het doel de scheepvaart tussen Doornik  en Gent te versnellen.

3 Schelde-armen zijn in eigendom van Natuurpunt, waaronder ook het gebied waar een vissersclub gevestigd is.  Deze betaalt nu huur aan Natuurpunt die daar eigenlijk ecologische visgronden wil van maken.  En dat gaat niet zonder slag of stoot. Zij hebben een visie op vissen: karper, brasem, eigenlijk allemaal bodemwoelende vissen die de waterkwaliteit achteruit doet gaan, terwijl Natuurpunt deze wil vervangen door bliek, zeelt, snoek …  Dat is nog altijd een botsing van culturen.

De scheldevallei is eigenlijk ontstaan sinds de laatste ijstijd zo’n 10 tot 11 duizend jaar geleden  Toen heeft deze vallei zich in zijn definitieve vorm geplooid.

Bart gaf dan nog een beetje uitleg over Natuurpunt Avelgem.  Zij hebben zo’n 400-tal leden en hierdoor hebben ze de grootste ledendichtheid van gans Vlaanderen.  Je hebt bv. enkel leden op papier, maar ook mensen die in het bestuur zitten en mensen die 1 à 2 keer per maand mee willen werken bij het onderhoud van de natuurgebieden.

Het typisch beeld van de Scheldemeersen in Avelgem: een groene vlakte, scherpe valleiranden, smalle, maar lange percelen…  De percelen die door Natuurpunt zijn aangekocht, herken je meestal aan een afwijkende kleur van het gras dat niet bemest wordt.  Het is altijd wat schraler maar er komen wel meer planten in voor.  Er worden ook houtkanten aangelegd, kwestie van diversiteit in het landschap te krijgen waar akkervogels kunnen nestelen en zich kunnen verschuilen.  Er zijn ook een aantal besdragende struiken, interessant voor de trekvogels.  Je ziet ook dikwijls een wilg alleen staan, een zwarte populier of een poel, allemaal kleine landschapselementen.

De indertijd meanderende Schelde heeft ook eeuwenlang klei afgezet op haar oevers, waar de mensen dan bakstenen van konden maken om hun huizen te bouwen.  Deze bakstenen werden ingebakken in open lucht ovens, een zogenaamde “kareeloven”.  De bodem werd dan zogezegd “uitgebrikt” om er bakstenen of “brikken” van te maken.  “Brique” is Frans voor baksteen.

dertijd Het beheer is: Natuurpunt koopt van de landbouwer en vraagt hem om dat perceel verder te gebruiken met een beheersovereenkomst, géén pachtovereenkomst.  Want dat kan bestendigd worden. Als Natuurpunt dat perceel zelf zou willen gaan gebruiken, kan dat dan door die boer tegengehouden worden.

Een beheersovereenkomst is maar voor 10 maanden per jaar.  Ze zijn dus niet aaneensluitend en zo kan de boer geen pachtrechten opbouwen.  Als die overeenkomst gesloten wordt, stort Natuurpunt een klein symbolisch bedrag op de rekening van die boer.  En door het feit dat die geld ontvangt en niet uitgeeft, kan er niet over pacht gesproken worden.

Op een vraag of hier Grutto’s zitten, moest Dirk negatief antwoorden, omdat Grutto’s weidse vlaktes nodig hebben.  Hier worden de gebieden te zeer doorbroken door bomen en bosjes.  Hij gaf het voorbeeld aan van een waterloop waar we juist stonden en waarvan de oevers afgereden waren.  Dat gebeurt elk jaar in oktober-november, dus elk jaar worden die oevers kaalgezet.  Dit gebeurt door de provincie.   Hier was dat ook gebeurd, die oevers lagen bloot, met het gevolg dat overal wilgen opschoten.  We worden hier dus geconfronteerd met een ondoordringbare muur zodat het open zicht op de Scheldemeersen volledig afgesloten is.

Binnenkort gaat er een vergadering met de provincie, met het agentschap voor natuur en bos opgezet worden om af te tasten wat ermee gedaan kan worden.  Iedereen denkt dat Natuurpunters altijd buitenlopen voor hun werking, maar eigenlijk zitten ze meer binnen in vergaderingen dan wat anders.

Nu was deze wandeling voor Dirk dus ook ne keer leuk.

In de verte zagen we de Kluisberg liggen, met in het verlengde de Kwaremont met vervolgens de Hotondberg.  De Scheldevallei ligt in feite uitgewaaierd tussen de voet van de Kluisberg en de Tiegemberg.

We zagen een populierenbestand met een schamele ondergroei.   Een aantal populieren waren verwijderd en Dirk wees erop dat de ondergroei het overneemt.  Sommigen zeiden toen, jullie doen aan ontbossing, maar in feite is dat bosvervanging.  Populieren vallen sowieso om als ze kaprijp zijn.  Het zijn zachte exoten, maar ze zijn al zeer lang in onze gebieden.

We trokken ook via een wandelpad door een geboortebos, aangeplant door de gemeente.

Daar kwamen we ook Greta tegen bij het hekje van haar tuin, een sympathieke oudere dame die onze Gino wat nootjes gaf.  “Ik hé ma datte”, zei ze en ze lachte haar tanden bloot, of wat er nog van overschoot 😉

Je zag hier ook goed het hoogteverschil tussen de rand en de vallei.  Grondwater vind je hier al op een meter diep.

Dirk wees ons bij het teruggaan op alleenstaande populieren, die stilletjes aan het doodgaan waren.  Eigenlijk zijn dat uitgegroeide weidepalen.  Moesten we al die hoogstambomen verwijderen, krijgen we sowieso Grutto’s als broedvogels en meer weidevogels. Dat is echter een keuze die je maakt.

Dirk ging ook nog een woordje vertellen over de kerk van Avelgem die momenteel in de steigers staat.  Er zitten daar gierzwaluwen in en er broeden daar ook een slechtvalk en een kerkuil in.  Ze hadden die morgen een vergadering gehad met de aannemer, de kerkfabriek en de architect om beschermingsmaatregelen uit te vaardigen voor die vogelsoorten. De ingang, een soort pijp die naar buiten komt, waar die uil broedt (elk jaar vanaf maart), daar staan ook stellingen voor.  Als die vogel volgend jaar in maart begint te broeden, gaan de stellingen daar weg zijn en kan die uil daar vrij binnen en buiten. Dat was afspraak nr. 1.  Achter de wijzerplaten, zit er een opening met een bak waar de slechtvalk broedt, maar dat gat is nu dichtgemaakt.  Afspraak nr. 2 is dan ook, dat die opening terug opengemaakt wordt als de stellingen weggaan.  Afspraak nr. 3 was eigenlijk de moeilijkste.  Gierzwaluwen vliegen hoog en dikwijls krijsend in groepen door de straten.  Ze broeden in naden, in kieren, in spleten en holtes van hoge gebouwen.  Ze moeten immers voldoende hoogte hebben om zich te laten vallen om vervolgens te kunnen wegvliegen.

Dat was het moeilijkste, want met die restauratie is het de bedoeling om al die naden en spleten terug op te vullen.  Wat gaat er nu gebeuren: er zijn twee ventilatieopeningen in de zijbeuken die op het zuid-oosten uitkijken.  Die worden uitgekapt en vervangen door cementen gierzwaluwnestkasten, 10 aan de ene kant en 10 aan de andere kant.  Ze vergen geen onderhoud en zijn ook esthetisch verantwoord.

Dirk vertelde ook dat voor Natuurpunt werken meer een inzet dan een hobby is.  Een hobby voor hem is naar buiten gaan, wandelen, de vogels observeren, of educatie doen.  Maar dat vergaderen en discussiëren met de boeren of met jan, god, pier en klaas die proberen dwars te liggen, dat is geen hobby, dat is inzet.

Er ontspon zich nog een hele discussie over het wel en wee van windmolens, kernreactoren en natuurbeleid.

Om onze wandeling in schoonheid af te sluiten gingen we in de chalet van Natuurpunt, midden in het groen en idyllisch aan het water gelegen, nog een glaasje drinken.

Het was daar heel aangenaam toeven op de balkonnetjes met uitzicht op het water en met een glaasje in de hand werd er wat nagepraat over de afgelopen uren en natuurlijk ook over andere zaken en ervaringen die zo leven in ons wereldje.  Dat samenzijn na een activiteit is heel belangrijk en hoort er immers altijd bij.

We willen hierbij Dirk nog van harte bedanken voor zijn boeiende vertellingen en natuurlijk ook Bart om ons te laten kennismaken met “zijn” Natuurpunt.

 

 

15 september 2018 – Pannekoekennamiddag

Afspraak vandaag zaterdag 15 september in het buurthuis “ ’t Senter”, naast de kerk met het splinternieuw heraangelegde kerkplein, op de kruising van Heule/Sint-Katharina/Kuurne.

Tussen 14.30 en 15u kwamen de liefhebbers voor deze activiteit geleidelijk aan opdagen, en kwamen we al gauw aan zo’n 20-tal aanwezigen. Het was als een terugzien op de eerste schooldag in deze maand september, en hier en daar hoorde je wat vertellen over de voorbije vakantie of gemaakte reizen.

Een paar keurig gedekte tafels stonden ons op te wachten. Dit was het voorbereidende werk van Frank, die reeds vroeger ter plaatse was, met een berg pannenkoeken (die bij hem thuis in de voormiddag reeds gebakken waren, en die nu enkel nog moesten opgewarmd worden). De geur van koffie en warmende pannenkoeken nodigde ons uit naar de tafels, en al gauw werd er tot dit lekker festijn overgegaan.

Pannenkoeken met suiker, confituur, choco, of kandijstroop ; het leek wel een verjaardagsfeestje uit mijn kinderjaren. Ik bleek al gauw 4 pannenkoeken opgesmikkeld te hebben ; nog plaats in het buikje voor een vijfde ? Alvast een pluim voor Frank en zijn ‘thuisploeg’ die voor deze lekkere pannenkoeken hadden gezorgd !

Daarna de tafels even afruimen, en we trokken naar buiten in het zonnetje, waar we op het grote gazon spontaan aan enkele buitenspelen begonnen : kegelspel en pétanque.

De enen gooiden dus met hun stokken, de anderen met hun ballen. Kurt B. bleek zich al gauw tot spelleider van het kegelspel te ontpoppen. De regels waren blijkbaar niet door iedereen even goed gekend.

Daarna was het tijd voor een vieruurtje, of beter gezegd een “vijfuurtje” : aan de toog konden we een fris biertje of frisdrank halen, waarmee we richting terras trokken om er de buitentafels in te palmen. Chips en nootjes mochten evenmin ontbreken. Nu was het tijd voor enkele hoofdbrekende gezelschapspelletjes, waarbij kaartjes, blokjes, en dobbelstenen werden bovengehaald.

Door de ontspannen sfeer zagen we de tijd niet voorbijgaan, en was de zon al stilaan achter de kerk aan het zakken toen we tegen 19u begonnen op te kramen.

De glazen waren leeg, de spelletjes waren afgelopen, maar onze hartjes waren weer goed gevuld met enkele leuke voorbije momenten samen ! Ik hoorde nog een ‘nieuweling’ zeggen dat hij zich nog eerstdaags tot lid ging laten opschrijven …

Dit wordt dan – als ik het goed voor heb – ons 101e lid! We zijn goed bezig, zou ik zeggen!

Stefaan Coigné

19 augustus 2018 – Bezoek aan het Koninklijk Paleis in Brussel en aan het Museum Van Buuren in Ukkel

Die zondag 19 augustus trokken toch in totaal 18 Liever Gelijkers voor een dagje naar onze hoofdstad.

Voor diegenen die het Koninklijk Paleis nog nooit gezien hadden, was het de ideale gelegenheid om het symbolische hart van ons koninkrijkje te bezoeken.  Kwamen sommigen met de trein, anderen dan weer met de wagens.   We moesten immers voor het tweede luik van ons bezoek aan Brussel een eindje naar Ukkel rijden.

We stonden goed op tijd aan het grote hek van het paleis en konden zonder aanschuiven via de bodycheck het gebouw betreden.

Een beetje geschiedenis:

Het Koninklijk Paleis bevindt zich op de plaats waar vroeger het Paleis van de Hertogen van Brabant gelegen was. Het paleiscomplex met bijbehorende tuinen en vijvers was in heel Europa vermaard. Als zetel van de centrale macht gedurende zes eeuwen heeft dit paleis met zijn schoonheid, de charme van zijn tuinen en de rijkdom van zijn kunstcollecties bezoekers uit heel Europa over de vloer gekregen.

In 1731, tijdens de regeerperiode van landvoogdes Maria Elisabeth van Oostenrijk, werd het paleis verwoest door een reusachtige brand. Heel het paleis ging in vlammen op.

Tot op heden zijn enkel fundamenten en kelders overgebleven. Het is de belangrijkste archeologische site van Brussel. Op de plaats waar vroeger de kapel stond, staat nu het “BIP” (Brussel Info Plaats). Via het BELvue museum, een museum over de geschiedenis van België, kan men afdalen om een bezoek te brengen aan deze onderaardse ruimtes.

Prins Willem VI van Oranje werd na de val van Napoleon uitgeroepen tot koning der Nederlanden (de noordelijke en de zuidelijke). De vorst moest tevreden zijn met twee oude woningen: het Di Belgioioso-Huis en het Von Benderhuis.  Deze twee huizen werden omgebouwd, vergroot en samengevoegd.

Willem kon niet lang genieten van zijn nieuwe paleis en moest zich noodgedwongen in 1830 bij de Belgische omwenteling in Nederland terugtrekken.

De daaropvolgende Belgische koningen verfraaiden en vergrootten op hun beurt steeds verder hun paleis. Met het huidige resultaat.

De laatste grote wijziging werd op verzoek van koningin Paola uitgevoerd. In de Spiegelzaal werd Heaven of Delight vervaardigd door Jan Fabre. Het plafond, dat nooit was afgewerkt, werd volledig ingelegd met groene schubben van de exotische Thaise juweelkever. Het duurde ruim drie maanden om de anderhalf miljoen groene schildjes een voor een te bevestigen. De spiegelzaal wordt nu gebruikt voor grote recepties.

Het paleis is geen eigendom van de monarch, maar wordt hem door de staat ter beschikking gesteld om zijn functie te kunnen uitoefenen.

Hoe wij nu het paleis ervaren is een beetje een persoonlijke zaak. Als je zo door de zalen wandelt, die qua stijl toch op elkaar lijken, de 19e eeuw heeft immers sterk haar stempel op het gebouw gedrukt, kun je maar vermoeden, welke geschiedenissen zich daar hebben afgespeeld.  Gelukkig stonden her en der plakkaten opgesteld om een beetje uitleg over de verschillende ruimtes te geven.

Via de Grote Trappenhal ging het naar de Grote Voorkamer.  Deze dateert nog van de Hollandse periode (1815 – 1830) en diende als eetkamer voor koning Willem I.  Deze geeft ook uit op het balkon waar bij huwelijken en troonsbestijgingen het volk werd begroet.

Vervolgens de Empire zaal.  Deze heeft haar oorspronkelijk decor van eind 18e eeuw bewaard en werd toen als balzaal gebruikt.  Valt vooral op door haar gulden versieringen en grote lusters.

Vervolgens het Klein Wit Salon, gebruikt als decor voor officiële foto’s.  Het Groot Wit Salon kenmerkt zich door een rijkelijke decoratie geïnspireerd op Rafaël. Dan het Goya-salon, met wandtapijten naar schilderijen van Goya.

Het Pilastersalon waar Koning Filip zijn rondetafelconferenties houdt om uit eerste hand te vernemen wat er leeft in de maatschappij.

Het Maarschalksalon viel op door het grote werkbureau van Koning Albert I.  Hier hingen ook verschillende schilderijtjes van Borremans van lakeien geschilderd vanop de rug. Wou de schilder misschien aangeven dat lakeien onzichtbaar moeten zijn en geen gezicht hebben?  Geen betere plaats om ten toon te stellen dan in een paleis.

Dan de Troonzaal. Deze dateert uit de periode van Leopold II, geïnspireerd op het Tuilerieënpaleis in Parijs.  Diende vroeger ook als balzaal.

Hier hingen ook een paar schilderijtjes van Filip waarop hij zijn oom Boudewijn afbeeldde.  We moeten het beamen, op dat vlak is Filip zeker niet zonder talent.

Dan de Grote Galerij, geïnspireerd op de Spiegelzaal in Versailles.  De regering Michel legde hier de eed af.  Het Salon van de Denker, dat zijn naam dankt aan een beeldengroep op de schouw en dat meermaals gebruikt werd als rouwkapel bij het overlijden van een lid van de koninklijke familie.

Vervolgens als laatste, de Spiegelzaal met de groene plafonds bedekt met juweelkeverschildjes.  Geslaagd of niet geslaagd? Dat is de vraag.  Voor sommigen wel, voor anderen weer niet.  Maar Paola heeft toch haar zin kunnen doordrukken en een blijvende stempel gedrukt op het paleis.

En dan was de rondtocht gedaan.   We waren goed op tijd en konden nog op ons gemak van onze meegebrachte picknick genieten in het Warandepark.

Met de auto’s naar het Museum Van Buuren in Ukkel.  Het was toch een heel eindje rijden vanaf het Koninklijk Paleis, maar gelukkig kwamen we er ruimschoots op tijd aan.  We hadden nog een half uurtje om de omgeving te verkennen.  In een klein parkje stonden verschillende outdoor fitness toestellen opgesteld.  Deze installatie had als naam “Het Juiste Gebruik”.  Of sommigen onder ons dit materiaal juist gebruikt hebben, valt nog te betwijfelen, waarschijnlijk meer voor “eigen gebruik”.

Het museum ging om 14u open en we werden er verwelkomd door onze gids Marc.

Deze ontpopte zich als een zeer boeiend verteller.

De vroegere villa, nu het museum Van Buuren, is gelegen in een chique wijk in Ukkel, Ereralaan 41.

Het is een onopvallend gebouw, waarvan niets de rijkdom van het interieur laat vermoeden.

Het huis werd gebouwd tussen 1924 en 1928 in opdracht van David van Buuren en zijn vrouw Alice.  David van Buuren was afkomstig van Gouda.  De decoratie werd zorgvuldig uitgekiend door de vermaardste kunstenaars en binnenhuisarchitecten uit die tijd en is daardoor een hoogtepunt van de art deco.  Het echtpaar bleef kinderloos.  David van Buuren stierf in 1955, zijn vrouw Alice in 1973.  De wil van haar man indachtig, richte Alice in 1970 een instelling van openbaar nut op, waaraan ze de woning bij testament naliet.   Tot aan haar dood was zij voorzitster van de Stichting Van Buuren

Onze gids vertelde ons, dat het echtpaar van Buuren kunstminnend was, maar daarom waren zij nog geen kunstkenners.  Als eerste ruimte betraden we de eetkamer.  Aan de wanden hingen schilderijen van Gustave Van De Woestyne, natuurlijk uit 1928, het jaar waarin het huis klaar was, speciaal voor deze plaats gemaakt door de schilder.  De eettafel en de stoelen waren gemaakt van blank sycomoor.  Een houtsoort dat enkel in woestijnen groeit en daardoor zeer hard en sterk is.  De stoelen waren bekleed met paardenhaar, niet van de staart, maar wel van de kruin.  Het voelde aan als geweven kunststof.   Onze gids vermeldde dikwijls de naam van de Nederlandse kunstenaar Jaap Gidding.  Deze heeft op vraag van de van Buurens verschillende vloer- en wandtapijten ontworpen. Telkens moesten de kleuren overeenkomen met een bepaald schilderij en in het geval van het glas-in-lood raam in de hal, moesten de tinten overeenkomen met die van de enorme luster die daar fonkelde (meer dan 700 kg).

Omdat hij twee verdiepingen overlapte, werd de logeerkamer boven weggelaten, zodat de hal groter kon gemaakt worden.  We zagen “De geknielde” van George Minne aan de voet van de trap.

De salons naast de eetkamer bestonden uit 3 afzonderlijke ruimtes (de cosy corner, de muzieksalon en de kleine zwarte salon).  Overal lagen tapijten ontworpen door Jaap Gidding, tot zelfs de kussenslopen  op de sofa toe.  Het echtpaar van Buuren organiseerde talrijke concerten in de muzieksalon.  Koningin Elisabeth was er kind aan huis.  De piano was ooit eigendom van de componist Erik Satie. Daartegenover hing een werk van Rik Wouters.

In de ruimte bij de open haard bewonderden we ‘De Val van Icarus’ uit de “omgeving van Pieter Bruegel de Oude”.  Marc wees ons erop dat dit schilderij meer gele tinten heeft, terwijl op het exemplaar in het Museum van Schone Kunsten (ook uit de “omgeving van Pieter Breugel de Oude”) het licht meer oranje lijkt.  Op het schilderij in het Museum Van Buuren staat de zon in het zenit, dus op zijn hoogste punt, terwijl dat in het museum een ondergaande zon vertoont.  Een ander verschil is dat op het stuk van Van Buuren ook Daedalos afgebeeld staat, terwijl op het exemplaar in het museum deze ontbreekt.

Dan naar de eerste verdieping.  Tegen de wand opnieuw een schilderij van Gustave Van De Woestyne, dit keer van zijn kinderen rond de eettafel.  Een van zijn dochters vertelde ooit, dat haar vader altijd met de ogen begon.  Inderdaad heel sprekende ogen waar je automatisch naar toe getrokken werd.  Nog een werk van Max Ernst trok onze aandacht. We bezochten boven de studeerkamer van David van Buuren.  En ook daar een glas-in-lood raam gemaakt door Jaap Gidding naar de sterrenhemel van Van Gogh.  Er was zelfs een klein atelier waar van Buuren zijn eigen konfijtsels maakte.  Maar daarnaast zagen we er ook een James Ensor, een Saenredam, bekend om zijn kerkinterieurs, een Gustave De Smet.

Tijdens de oorlog moest het echtpaar van Buuren, omdat David van Buuren joods was, noodgedwongen de woning verlaten.  Zij vestigden zich dan in New York en kwamen na de oorlog terug naar België.  Alle kunstwerken waren tijdens de oorlog door het personeel verborgen voor de Duitsers die van de villa van Buuren gebruikt maakten.  En na de oorlog werd alles weer op zijn oorspronkelijke plaats teruggehangen of gezet.

Vervolgens naar beneden, waar we afscheid namen van onze gids Marc Marghem.  We waren weer heel tevreden, want hij heeft ons uitermate kunnen boeien door zijn kennis doorspekt met hier en daar een kwinkslag.

Natuurlijk gingen we nog een luchtje scheppen in de tuin.  We probeerden het labyrint eens uit, maar dat kon niet tippen aan dat van Loppem. Ondanks het feit dat er met veel lof over het ontwerp van deze tuin gesproken werd, kon hij mij persoonlijk alleszins niet bekoren.

Dan op zoektocht naar een café om onze dorst, dit keer niet naar kennis, maar naar edele vloeistoffen te lessen.  En dat vonden we ook op het terras van café Le Longchamps.

In het avondzonnetje sloten we ons dagje Brussel in alle tevredenheid af.  Zeker met de aangename en leuke bediening die ons te beurt viel.

Nadien trok iedereen op zijn eigen ritme weer huiswaarts.

Epiloog:

Het zal de deelnemers misschien verbazen, dat er met geen woord gesproken werd over de sympathieke dame die ons tijdens dit dagje Brussel vergezelde.  Zij wou met ons kennis maken omdat zij pas laat ontdekte, dat zij ook op vrouwen valt.  Maar gezien het feit, dat vrouwen in onze vereniging, op 1 na, onbestaande zijn, besefte zij, dat zij in een andere richting moest gaan zoeken.

Niettegenstaande haar beslissing, verzekerde zij ons, dat zij een onvergetelijke dag had beleefd.  Zij voelde zich zeer welkom en ook op haar gemak bij ons, maar zij besefte dat zij eerder thuishoort bij een groep van vrouwen.  Zij vroeg ook de foto’s waar zij op staat, niet op onze website te plaatsen.  Deze vraag hebben wij natuurlijk gerespecteerd.

Dit feit legt opnieuw de vinger op een zeer pijnlijk punt, nl. de afwezigheid van een vereniging voor vrouwen in onze provincie (en ook in andere).  Ook al is er onlangs een nieuwe groep in Brugge opgestart (Zij & Zij), en hopelijk kent deze meer succes dan de voorgaande, toch blijven vrouwen uit andere hoeken van onze provincie in de kou staan.  Vanuit pakweg de Westhoek naar Brugge of naar Gent te sjeezen, is niet evident.  Waarschijnlijk zijn er ook wel mogelijkheden voor lesbiennes op bepaalde datingsites, maar dat neemt niet weg, dat deze niet kunnen tippen aan fysieke ontmoetingsplaatsen voor mensen met gevoelens voor het eigen geslacht.  Daar is duidelijk een zeer grote nood aan, niet enkel voor vrouwen, maar ook voor jongeren die hun eerste stappen in het milieu willen zetten of voor mannen die na een heterohuwelijk naar buiten willen komen om “soortgenoten” te leren kennen en een sociale kring van gelijkgestemden rondom zich willen opbouwen.

7 juli 2018 – Barbecue

Voor een tweede keer op rij, zaten we in OC ’t Senter.

De enige hindernis waren de werken in het centrum van Sint-Katharina.  Parkeren in de zijstraten en langere tijd rondrijden, voordat een parkeerplaats werd gevonden, was de enige optie. Maar daar is altijd wel een mouw aan te passen. Zo zie je maar hoezeer we tegenwoordig afhankelijk zijn van koning auto.

Dit keer moesten we van slecht weer geen schrik hebben.  De laatste weken waren uitgegroeid tot een long hot summer.  De zon wist immers van geen wijken.

Reden te meer om te overwegen dit keer de tafels buiten op te stellen.  Daarvoor moesten we niet te lang overleggen.  De meeste versiering werd buiten naast de zaal aangebracht.  Die van binnen werd tot een minimum herleid.  Tafels werden naar buiten gesleurd en aangekleed met de groen-wit-rode kleuren van Italië.  2 Rode partytenten sloten ons domeintje af.

Apropos, het zand in de bekertjes waar de Italiaanse vlaggetjes instonden, kwam regelrecht van de gay beach in Bredene. Natuurlijk moest dat een beetje gezeefd worden om bepaalde restjes en klodders te verwijderen…

Het was de eerste keer in onze lange traditie dat we buiten konden barbecueën.  Een schot in de roos!  Tot na middernacht was het immers aangenaam toeven daar op ons plekje onder de lindebomen naast het grasveld.

Voor de aankleding en de bereiding van de hapjes hadden we weer een aantal helpende handen opgetrommeld.  Danny en Pieter kwamen als eerste aan, vervolgens Hans en Jo en nadien nog Alain en François.  Terwijl Danny en Pieter zich met de aankleding van onze eetplek bezig hielden, togen Hans en Jo naar de keuken om aan de hapjes te werken.  Eens een andere versie van het traditionele mozzarella-bolletje met kerstomaatje en basilicum.  Dit keer fijn gesneden in een bekertje en met sinaasappel.  Dan de oranje meloen met Italiaanse ham op een stokje, een klassieker, maar toch nog altijd lekker.  Aan de mini-pizzaatjes was er geen werk.  Gewoon in de oven en klaar is Kees.

Een voor een kwamen onze gasten binnendruppelen.  In totaal 68 man werd er verwacht.  Later op de avond kwamen Stefaan C. en zijnen maat Philip nog ons gezelschap vervoegen.  Ook René kwam ons met zijn aanwezigheid vereren, dit keer als de hoogste gezagsdrager van onze geilige Moeder de Kerk.

Dat onze BBQ dit keer in het teken van Italië stond, was te zien aan de fantasierijke outfits die ten berde werden gebracht.  We zagen een gondelier, een pizza-boy en later nog onze geiligheid de Paus…

Het was een aangename avond, genoeg zon, niet té warm.  De cava en de Aperol Spritz liepen goed naar binnen. De hapjes werden gesmaakt.

Dan was het aanschuiven aan het barbecue buffet, voor een eerste en sommigen nog voor een tweede keer.  Als dessert hadden we een mooi bordje met een kommetje zelfgemaakte tiramisu, een limoncello en een amarettootje met een amandelkoekje.

Een mooie en lekkere afsluiter van ons eetfestijn.

Na het dessert vergastte Wilhelm ons nog op een drietal zelf gezongen luisterliedjes.  Tof dat zulk initiatief vanuit de schoot van de leden komt.

Door het feit dat al onze tafels buiten waren opgesteld, hadden we binnen een grote dansvloer ter beschikking.  Stefan, onze DJ van dienst, liet zich van zijn beste kant zien en liet de aanwezigen swingen op Italiaanse en andere deuntjes, opgeluisterd met geprojecteerde clips.

En er werd nogal wat afgedanst.  Natuurlijk begon het niet te vroeg, want velen bleven nog graag een beetje buiten kuieren, met een glaasje en een babbeltje.

Ver na twaalf uur begonnen we de zaal terug op te ruimen.  De meeste feestvierders waren al vertrokken en zelf verlangden we naar ons malse bedje.

Zo werd het bijna 3 uur ’s morgens dat de deuren van ’t Senter voor het feestgeweld opnieuw werden afgesloten.

En in de zwoele zomernacht werd weer huiswaarts gereden, voor de ene naar home sweet home, voor de ander naar misschien wat meer gordelverleggende activiteiten 😉

22 juni tem 24 juni 2018 – Weekend Kemmel (Heuvelland)

Na het succes van vorig jaar, konden we natuurlijk niet nalaten om voor 2018 opnieuw een weekend te organiseren.

Waren we vorig jaar met 19, dit keer met 20 man.

We vonden ons verblijf in het Landhuis BellaRosa even buiten Kemmel en werden er heel warm verwelkomd door Isabel, the lady of the house en inderdaad een heel knappe verschijning.

Het Landhuis zelf was zonder twijfel een van de mooiste accommodaties die we ooit voor een weekend met Liever Gelijk hadden gereserveerd.

We mochten echter pas tegen 16u in de woonst en de deelnemers werden verwacht vanaf 17u.  Dus vlug alles uitladen en stockeren.  Die avond stond er Thaise kip op het menu en dat moest natuurlijk ook nog klaargemaakt worden.  De groentjes hadden we praktischer wijze reeds op voorhand gesneden.

Geert en Hans namen de soep voor hun rekening, ook Oosters getint en héél lekker.

Maar eerst werden de gasten verwelkomd met een drankje en een hapje in de tuin.  De tuinmeubelen waren spiksplinternieuw, want die morgen pas geleverd.

Vanuit onze living en zelfs vanuit de tuin, doorheen de immense raampartijen, hadden we een prachtig uitzicht over de velden van Heuvelland.  En zoals dat op een eerste avond gaat, vloeide de Cava heel rijkelijk en werden de hapjes alom gesmaakt.

Het was danig mooi weer, dat we onze soep buiten op het terras konden nuttigen.  Voor de hoofdmaaltijd, de Thaise kip met rijst, werd het een beetje te fris en togen we naar binnen.  Ook het dessert, vers gemaakte perentaart, ging vlotjes achter de kiezen.

Dan was het tijd om samen de avond door te brengen, natuurlijk met nog een drankje en met gezelschapsspelletjes. Er stond zelfs een pooltafel en als rasechte specialisten waagden sommigen zich aan het balletjes stoten.  Er werd even in het kort uitgelegd wat er dat weekend op het programma stond.  Wegens de Rally van Ieper dienden we onze zaterdag activiteit een beetje te verplaatsen naar Komen-Waasten.  We gingen die voormiddag in Komen het “Musée de la Rubanierie” (het lintweverijmuseum) bezoeken.  Dan een gezamenlijke maaltijd in Komen zelf en vervolgens naar Ploegsteert voor het “Ploegstreet 14-18 Experience”.  Zondag werden we in Wijtschate verwacht voor de “Eigen Kweek Route”.

Dus die zaterdag vroeg uit de veren, want om 9u30 was onze afspraak op de toeristische dienst van Komen. En na een uitgebreid ontbijt togen we naar ginder waar we al werden opgewacht door onze gidse van die dag, Véronique.  Na opnieuw een tas koffie met croissant namen we de wagens om naar het lintweverijmuseum te rijden.

En tegen alle verwachtingen in, werd dit een heel interessant bezoek.  Immers een lintweverijmuseum, wat moesten we daaronder voorstellen?

Maar onze gidse Véronique wist heel professioneel en geboeid over de geschiedenis van het lintmaken te vertellen.  Wat een meerwaarde gaf, was, dat de opgestelde machines nog allemaal functioneerden en dat we die in werking konden zien.

Het lintweven in Komen begon toen de Ieperse lakengilde bij de Franse koning over de oneerlijke concurrentie van de lakenwevers in Komen reclameerde.  Dus mochten er in Komen slechts “lakens” van maximaal 30 cm breedte gemaakt worden.  En zo was de lintweverij geboren.

Véronique bediende eigenhandig de vele weefgetouwen, vanaf de eerste primitieve tot aan de laatste, geïndustrialiseerde werktuigen.

Naarmate de weefgetouwen complexer en ook veel sneller werden, bracht dat ook meer stress en lawaai met zich mee.  Hoe moderner ook, hoe minder wevers er aan te pas kwamen.  De industrialisatie begon met de opkomst van de stoommachine in 1860.  Daar zagen we ook een voorbeeld van in het museum.  Wat ons ook boeide was de “halve maan schietspoel”.  Daardoor konden er op een machine vele linten naast elkaar worden geweven.  De schietspoel heeft een korte gang, want ze werkt met een gebogen beweging.

Bij de moderne, snelle machines kon men niet zo snel ingrijpen als er een draad brak en daarom vond men het “casse fil” systeem uit: metalen haakjes die de draden ophielden tijdens het weven, indien er één draadje brak, dan viel het metalen haakje naar beneden en stopte de machine.

Véronique liet ons ook nog zien hoe elastieken linten ontstonden, hoe ponskaarten werden gemaakt voor het weven van patronen of tekeningen.

Tot voor WOI was Komen de belangrijkste lintmaker ter wereld.  400 miljoen meter lint per jaar en met meer dan 3500 weefgetouwen in activiteit.  Maar tijdens WOI werd Komen helemaal plat gegooid en dankzij de “Wiedergutmachung”, de oorlogsterugbetaling van Duitsland werden opnieuw weefgetouwen geïnstalleerd. Het einde van de jaren ’60 bracht een nieuwe crisis met zich mee:  de spoelgetouwen werden door naaldgetouwen vervangen: meer productie met minder lintwevers. En in de jaren ’80 en ’90 kozen veel maatschappijen nog eens voor delocalisatie.

Als souvenir en uit nostalgie behielden vele thuiswevers hun machines ergens in een schuurtje of een garage bij en daar begonnen deze stof te vergaren.  Men besloot dan (als industrieel erfgoed) deze machines in ere te herstellen en te verzamelen op één locatie.  Zo werd in 1985 het Musée de la Rubanerie geboren.  Wij zijn zeker overtuigd van het belang van dit initiatief.  Ten afscheid kregen we allemaal nog een lintje mee als souvenir.

Vervolgens mochten we samen in  “La Passion des Terroirs” aanschuiven voor een lekker kippenfiletje met champignonsaus en frietjes.  Het aperitief mocht natuurlijk ook niet ontbreken.

Dan ’s namiddags naar Ploegsteert, voor de “Ploegstreet Experience”.  Eerst hielden we halt aan het Iers Vredespark met een typisch Ierse ronde toren.  De Ierse vredestoren herdenkt het feit dat katholieke en protestantse soldaten zij aan zij vochten in WOI en symboliseert zo de hoop op verzoening tussen de twee gemeenschappen.

In het Ploegstreet Experience centrum werd vooral de geschiedenis en de frontstelling in WOI belicht. Het centrum geeft je een blik op het leven van de soldaten en de burgerbevolking. Je betreedt het complex via een glazen piramide in het midden van het Bos van Ploegsteert. Er werd ook aandacht besteed aan het keerpunt in de oorlog, nl. de dynamitering over de ganse frontlijn, waarbij door middel van onderaardse gangen springstoffen onder de frontlijn werden aangebracht en tegelijkertijd tot ontploffing werden gebracht.

Nadien bezochten we het memorial en de begraafplaats buiten en stopten nog even op de plaats waar met Kerst 1914 de memorabele voetbalmatch tussen de gezworen vijanden Duitsland en Engeland plaatsvond.

Véronique bracht ons dan terug naar ons uitgangspunt aan de toeristische dienst van Komen waar we als afsluiter nog de “Soetes Molen” mochten bezoeken.  Die dag had België met 5 – 2 van Tunesië gewonnen en Kurt B. als fervent voetballiefhebber wou de uitslag nog niet weten omdat hij de wedstrijd die hij had opgenomen, zelf wou zien.  Verklapte de molenaar toch niet de uitslag zeker!  En Kurt was een ontgoocheling rijker 😉

Die avond weer maaltijd in onze gîte.  En opnieuw werd er weer gezellig samen gezeten met een drankje. Er stond een rijk gedekte tafel met stokbrood, kazen en andere charcuterie op het menu.  En even kwam Fawtly Towers om het hoekje kijken toen Toontje zei dat hij met zoveel calorierijke voeding moest opletten voor zijnen “costellerorol”.

Zondagmorgen begon met broodjes en croissants.  Voor onze “shit of mouse” (muizenstrontjes) taart moesten we die voormiddag in Wijtschate zijn waar we door onze gids Filip Mus werden opgewacht.

In de “polyvalente” kerk, kregen we eerst een paar filmpjes over de reeks “Van eigen kweek” te zien om een beetje in de mood te komen en onze herinneringen op te frissen

Met 5 wagens en met walkie talkies verkenden we nadien alle gemeentes van Heuvelland.  We passeerden aan het kruis waar in de 16e eeuw 3 priesters die hun geloof niet wilden afzweren, werden vermoord.  Op het kruis staat: “Hier stierven voor het Katholiek geloove ’s avonds ten 11e op 12e januari 1588 de drie priesters van Reninghelst.  De laatste vrage der Geuzen was: Wilt gij de misse afzweeren en belooven nooit geene misse meer te doen en wij sparen uw leven.  En d’antwoorde klonk: LIEVER DE DOOD

Ja, de mens moet zijn prioriteiten kennen in het leven, nietwaar?

We stopten ook even juist voor de Rode Berg voor een tractatie van Moniek, een kennis van Filip.  Moniek kwam gezwind als de wind aandraven met een “shit of cat” versnapering.

Natuurlijk moesten we die middag ook de interne mens versterken en op het voormalige vakantiedomein Kosmos nuttigden we met veel smaak onze meegebrachte picknick.

Dan togen we naar de beroemde kabelbaan Cordoba, een unieke toeristische attractie in West-Vlaanderen. Al in 1957 werd ze gebouwd door Oostenrijkse Alpenspecialisten om de Vidaigneberg en de Baneberg met elkaar te verbinden. Zijheuvels van de, vooral voor wielrenners, gekende Rode- en Zwarteberg. De zetellift biedt een uniek zicht op Heuvelland en weg van alle drukte zweef je boven de wijngaarden van Entre-Deux-Monts, de een met al wat meer “shit in the trousers” dan de andere 😉

Als afsluiter kregen we nog een glas Heuvellandse wijn aangeboden in café-restaurant Hollemeersch.  Ginder op het terras met uitzicht over het wijdse Heuvelland waanden we ons in het Mediterrane zuiden.

Dan werd het weer tijd om naar BellaRosa terug te keren, om onze koffers te pakken en om na een  intens en geslaagd weekend afscheid van elkaar te nemen.

De maandag lag immers op de loer en de alledaagsheid ging ons weer inhalen.

En zoals  sommigen mij achteraf vertelden, was het “alsof we in een andere wereld waren tijdens dat weekend”.  “Daarna is het minder leuk en val je terug op jezelf. Het is geweten, hé, dat er velen onder ons alleen zijn….”

Dat is inderdaad een situatie waarin tegenwoordig velen, ook niet-homo’s, zich bevinden.  Een directe oplossing is er niet, enkel het gevoel niet alleen te zijn en de kameraadschap dat een vereniging zoals Liever Gelijk, weliswaar maar tijdelijk, kan bieden.

Maar daar doen we het voor.

P.S.: Dit jaar geen poppers gevonden ;-(

10 juni 2018 – Fietstocht – Machelen aan de Leie route

Naarmate de datum van onze fietstocht naderde, werden de weersvoorspellingen steeds beter. Dat is altijd een hekel punt bij een outdoor-activiteit.

Met uiteindelijk 20 fietsers vertrokken we aan het idyllische plein aan de arm van de oude Leie vlakbij de kerk van Machelen-aan-de-Leie voor onze tocht van 46 km.  Frederik uit Oudenaarde was zelfs helemaal met de fiets tot daar gekomen.  De jongen had er op het eind van de dag boven de 100 km op zitten (tel maar op: 29 + 46 + 29 = 104 km).  Ik denk dat dat voor ons toch een brug te ver geweest zou zijn.

Voorbij de verkeerslichten buiten het centrum doken we naar rechts scherp de Haarzakstraat in en langs landelijke wegen vonden we de rust weer van het “platteland”.  Niet lang daarna hadden we echter een eerste lange klim voor ons.  Helemaal boven mochten we als beloning van het uitzicht van op een houten uitkijktoren genieten.

Nog een beetje klimmen en dan toch een leuke afdaling naar het centrum van Kruishoutem toe.  Even een drukke weg oversteken en we waren weer vertrokken.  We naderden alras onze eerste stopplaats in het rustige dorpje Nokere.  Maar eerst moesten we de kasseitjes van Nokerenberg trotseren.  Bij de prospectie leek de tweede zaak met zijn groot terras wel een ideaal stoppunt, maar spijtig genoeg moest de baas ons dit keer ontgoochelen.  Alles zat vol.  Aan een local gevraagd waar we hier ergens een café konden vinden, verweest hij ons naar ’t Handelshuis, ietsje verder aan de linkerkant.  Maar hij verwittigde ons wel voor de uitbaatsters, twee oude jonge dochters, want met al dat mansvolk zouden ze misschien een beetje van hun melk zijn 😉

Maar ietsje verderop, geen handelshuis te bekennen, opnieuw gevraagd, en inderdaad, we waren de onopvallende herberg zonder erg voorbijgefietst.

De lichtjes branden binnen, dus zou de zaak wel open zijn. We mochten van achteren op het grote, gezellige terras plaatsnemen.  Een klaterend fonteintje hield ons gezelschap.

Dan verder op onze route kwamen we voorbij het kasteel van Nokere, ook wel gekend als het kasteel Casier (naar de huidige eigenaar).  Het prachtige witte kasteel, idyllisch gelegen midden de natuur deed sommigen onder ons een beetje wegdromen ….

Dan voorbij het Hof Ter Meulen, even idyllisch, maar een beetje toegankelijker dan het kasteel van Nokere.  En zo naderden we de regio rond Waregem.  Daar was een kopgroepje een beetje té ijverig en fietsten we een paar knooppunten voorbij.  Maar na een klein ommetoertje kwam alles toch weer terecht.

Ietsje verder in Zulte hadden we onze tweede stopplaats, vlakbij een bedevaartskapel.  Gelukkig konden we met het overgrote deel van onze  groep buiten op het terras plaatsnemen.

Even de drukke weg Kortrijk-Deinze oversteken en we kwamen weer aan de Leie uit. Van daaruit via een lommerrijk stukje groen, waar het zadel van Jan H. het begaf, over een houten, romantisch bruggetje, kwamen we al dra in Dentergem aan.

Op ons voorstel om dan maar zonder zadel te rijden, ging hij wijselijk niet in.

Dan voorbij de kerk van Dentergem en voorbij de nu verlaten brouwerij De Splenter kwamen we opnieuw in meer landelijke gebieden.  Daar vonden we onze derde en laatste stopplaats in de huisbrouwerij Sint-Canarus.  Op gezellige houten banken onder de parasols waagden zich sommigen aan een Père Canard of een Buysse Bruin.  Enkelen verkozen echter de Maagd van Gottem.  Inderdaad, waar kun je tegenwoordig nog maagden proeven 😉

Was het onze laatste stopplaats, het was de meest gezellige. In het zonnetje, onder de kerktoren van Gottem, heel te lande, voelden we ons vlug als God in Frankrijk, zeker na een geestrijk biertje.  Voor diegenen die niet gingen mee-eten was het een leuke afsluiter.

Ja, want inderdaad, na Gottem kwamen we weer vlug aan op ons startpunt in Machelen-aan-de-Leie.  Daar moesten we afscheid nemen van diegenen die reeds de tocht naar huis gingen aanvatten.  Maar met een groepje van toch nog 15 man (Andy en Jan R. waren nog nagekomen) mochten we plaatsnemen op het gezellige plein vlakbij de fonteintjes van brasserie “De Afspanning”.  We lieten ons daar de vispannetjes en vleesbrochettes goed smaken.

En zo was weer een einde gekomen aan een hele leuke activiteit.

We hebben samen een mooie tocht kunnen doen, voor sommigen was het een aangename kennismaking met een minder gekend deel van de streek en we hebben weer kunnen genieten van elkaars gezelschap.

En dat is toch de bedoeling van onze vereniging.

Ik wil hierbij nog afsluiten met een citaat van Gerard Reve, de gekende Nederlandse, dikwijls controversiële én homoseksuele schrijver die zijn laatste jaren in Machelen-aan-de-Leie gesleten heeft en daar ook begraven is:

“Het leven is geweldig. Het is beroerd dat je iedere dag werken moet, maar verder is het een feest.”

En het museum van Raveel ?  Dat bezoeken we een andere keer!

19 mei 2018 – Gaypride Brussel

Zaterdag 19 mei 2018, de 23e Gay Pride in Brussel.

We zijn het zo gewoon dat we elk jaar aan een gay pride in Brussel kunnen meedoen en sinds 2008 ook nog jaarlijks in Antwerpen.

Het was natuurlijk niet altijd zo. In België lieten op zaterdag 5 mei 1979 in Antwerpen voor het eerst homo’s en lesbiennes op straat van zich horen. Echter, de eerste eigenlijke “Internationale Homodag” werd gehouden op 18 maart 1978 in het Floraliënpaleis in Gent, georganiseerd door de Rooie Vlinder.  In 1980 was er een manifestatie in Brussel en in 1981 in Antwerpen.  In 1982 was er weer eentje in Antwerpen, in 1983 opnieuw in Gent, hetzij allemaal heel kleinschalig.  In 1984 was er slechts een manifestatie “binnenskamers” in de Stadsfeestzaal in Antwerpen.  Toen was er een aantal jaren niets meer tot in 1990 terug in Antwerpen.

Tussen 1990 en 1996 vonden de manifestaties tweejaarlijks plaats (1992 in Gent, 1994 in Antwerpen).

En dan vanaf  1996 werd het evenement elk jaar in de maand mei in Brussel gehouden en kreeg toen de naam Belgian Lesbian and Gay Pride (BLGP). Deze Engelse benaming was bedoeld om zo een algemenere noemer te hebben in verband met de drie verschillende taalgemeenschappen van België. De oude naam, Roze Zaterdag, wordt echter ook nog door veel mensen gebruikt.

Omdat de oude naam de lading niet meer dekte en er verschillende groepen met hun eigen, specifieke identiteit zijn bijgekomen, is in 2010 de naam wederom veranderd, dit maal in ‘Belgian Pride.

Bij Liever Gelijk bestaat er ook de traditie om jaarlijks met een delegatie naar de Pride in Brussel af te zakken. Vorig jaar stond het niet op ons programma wegens het weekend in Beauvoorde.

Maar dit jaar spraken we opnieuw af in de hal van Brussel Centraal voor iedereen die geïnteresseerd was om aan deze manifestatie deel te nemen.

Het is natuurlijk zeer moeilijk om met een grotere groep doorheen die drukte te laveren.  Daarom is het ook de natuurlijke gang van zaken dat er zich clusters vormen die uit elkaar drijven en op een gegeven moment weer samenkomen.  Ook komen andere Liever Gelijkers liever op individuele basis naar dit evenement.  Dit jaar telde ik toch nog in totaal een 21 deelnemers van Liever Gelijk die die zaterdag de straten van Brussel onveilig maakten.

Tegen 12u hadden we dus afgesproken in de hal van Brussel Centraal, maar omdat ik eens op mijn gemak de Rainbow Village wou bezoeken, was ik er al een uurtje eerder.  Tot mijn grote ontgoocheling ging de Village pas open om 12u.  Alles was hermetisch afgesloten en er was een grote politiebewaking, dus no chance om erin te geraken.

Toen ik in een omtrekkende beweging rond de village liep, stuitte ik op de Koninklijke Kapel (Chapelle Royale) aan het Museumplein.  Toevallig ging daar een oecumenische eredienst door in het kader van de pride.  Ook dit is typisch aan de traditie van de pride.  Daar waar in de beginjaren in Brussel (en voorheen ook in Antwerpen) een eredienst op grotere schaal georganiseerd werd voordat de pride startte,  vond ik deze nu terug in een zeer afgeslankte vorm en ook tamelijk in het verborgene.  Slechts een blad papier met stift beschreven, gaf aan dat hier een dienst ging plaatsvinden.  De Chapelle Royale is natuurlijk ook een bezoekje waard en daarom nam ik de gelegenheid te baat om deze Protestantse tempel in Lodewijk XV-stijl eens vlug te bezoeken.

Maar dan werd het stilaan tijd om de geïnteresseerden in de hal van Brussel Centraal tegemoet te komen.  Er vormde zich al gauw een vast groepje van een 14-tal man en samen togen we naar de Rainbow Village die toen juist openging.  Later kwamen we dan natuurlijk nog anderen van Liever Gelijk tegen die echter, zoals gezegd, liever huns weegs gingen.

Op de Rainbow Village had je opnieuw verschillende standen die er de vorige jaren ook waren, zoals de Rainbow Cops Belgium, Suzan Daniël, Sensoa, çavaria…. naast de gebruikelijk gadget- en eetstandjes.

We kwamen daar ook Luc Lenoor tegen, gangmaker en bezieler van de Roze Max (holebivereniging voor mensen met een verstandelijke beperking).

In elke Vlaamse provincie bestaat er nu zo’n vereniging.  Hebben wij het niet gemakkelijk, welke moed en energie moeten deze mensen wel niet opbrengen om zich als holebi te uiten en voor een plaats in deze maatschappij te vechten.

Ook Luc was in een vroeger leven lid van Liever Gelijk, maar in de Roze Max vindt hij beter zijn draai en blijft hij wonder boven wonder steeds energie opbrengen om zich in te zetten voor deze doelgroep binnen de holebiwereld.  En zoals elke keer weer opnieuw als we elkaar ontmoeten, moest ik nog vele groeten overbrengen aan Willy en Rik, bij deze.

We waren al snel uitgekeken en met een kleiner groepje togen we naar de Kolenmarkt om daar een versterkertje tot ons te nemen. Daar kwamen we nog Ronny tegen en spotten we zijn wederhelft Nicolas.

Nadien terug naar de Village om de gebruikelijke toespraken en het startsein van de optocht bij te wonen. Het thema was dit jaar: “Your Local Power”  of hoe je heel locaal, in je eigen stad of provincie kunt meewerken aan de versterking van de plaats van holebi’s in de maatschappij.

Toespraken van de organisatoren van de pride, van de burgemeester van Brussel, een optreden van de mannen van Trinxx, die stereotypen willen doorbreken en daarom dansen op enorm hoge hakken.  Dan werd het startschot gegeven en de regenboogvlag werd vanaf de tribune in de massa geleid.  De optocht kon beginnen.

In het begin was het drummen geblazen, maar we veroverden al gauw een goed uitkijkplekje vlakbij het Centraal station.  Daar sloegen we de groepen, wagens en opvallende figuren gade die aan ons welwillend oog voorbij stroomden.  Het is elke keer weer een feest om kiekjes te kunnen nemen van al dat schoon volk dat daar passeert.

De positieve vibes sloegen ons rond de oren!  Zoveel volk, voornamelijk jonge mensen.  Je vraagt je dan ook af of deze allemaal gay zijn of dat ze enkel voor het feestgewoel zijn gekomen? En je vraagt je natuurlijk ook af, waar onze leeftijdsgenoten wel niet zitten?

Natuurlijk weer opvallend aanwezig, de politieke partijen: Open Vld, Cd&V, Groen (met o.a. ook Philippe Avijn uit Kortrijk), het ACV, het ABVV, de NVA, de PVDA …. En neen, het Vlaams Belang heb ik niet gezien 😉

Ook groepen zoals Union des travailleu(r)ses du sexe, een vereniging voor dove LGBT’ers, Trainbow Belgium, de kandidaten van Mr. Gay Belgium, verder nog de Leather Boys, the Belgium Bears, Amnesty International, vluchtelingengroepen ….. te veel om op te noemen.

En ook al sinds jaren, zijn de gewone holebiverenigingen niet meer zichtbaar op de pride.  Waartoe ook, het spoor dat zij volgen, loopt al lang niet meer samen met dat van hun koepel.  De Pride is er op gericht om de zichtbaarheid van de holebi in het algemeen te promoten en dat is ook goed zo.  Cavaria volgt meer het spoor van de politiek, om de rechten van de holebi ook in de krijtlijnen van de maatschappij vast te leggen.  We mogen echter niet vergeten, dat deze beweging aan de basis is ontstaan, mede dank zij de verenigingen.  Een vereniging heeft tegenwoordig maar een heel beperkte invloed meer op structurele veranderingen in de maatschappij, maar onderhuids is zij toch nog steeds belangrijk.  Verander de wereld, begin met jezelf.

Het viel ook op dat de extravagante verschijningen van pakweg 20 jaar geleden, sterk verminderd, laat staan, niet meer zichtbaar waren.  Je had natuurlijk nog altijd wel travesties, maar dan meer bescheiden en meer acceptabel in het oog van de man van de straat.  De blote basten van toen zullen zich natuurlijk niet meer willen tonen, hun opgespoten spieren zullen ook niet meer dat zijn, maar hun opvolgers waren eveneens in beperktere getale aanwezig, hetzij minder opgepompt.

We konden er maar niet genoeg van krijgen en toen we de laatste wagen (die van de PS) in de verte af zagen komen, het was al na vijven, besloten we toch maar dat het hoog tijd was geworden voor een dorstlessertje.

We vonden dan nog een plaatsje voor ons groepje in het alom gekende Brusselse café “A la mort subite”.

Daar praatten we nog wat na, over de pride, over onze persoonlijke levenshistories en hoe door de maatschappij van toen, je als holebi toch op verkeerde sporen werd gezet, die tot op heden blijven nazinderen.

De pride wordt tegenwoordig als iets heel vanzelfsprekends beschouwd (zeker in België).  Wij hebben de tijd echter nog meegemaakt dat het totaal niet aan de orde van de dag was, dat je open en bloot als holebi door de straten van de hoofdstad kon marcheren.  De politieke structuren waren toen tégen ons, nu vechten ze om een plaatsje in de optocht.  De politiemachten maakten jacht op homo’s, nu beschermen ze ons en maken ze zelf deel uit van onze rangen.

Als je dat ziet, besef je dat er al immens veel is veranderd.

Maar het kan nog altijd beter, niet enkel in Oost-Europese landen, in Afrika of in Moslimlanden, ook nog hier.

Daarom, follow the good flow van onze pride, elk jaar opnieuw!

13 mei 2018 – City Golf Aalst

Om elke maand een leuke activiteit te vinden, proberen we natuurlijk van alles uit en omdat we graag zien, dat er ook voorstellen vanuit de schoot van de leden van Liever Gelijk komen, sprongen we mee op de kar toen Alain ons voorstelde om in zijn heimatstad Aalst eens aan City Golf te gaan doen.

City Golf, wat moesten we daaronder verstaan?

Die zondag was er niet zo’n denderend weer voorspeld, maar ja, afspraken zijn afspraken en we togen vol goeie moed naar de carnavalstad Aalst, en intussen maar hopen dat het niet te nat zou worden.

We hadden met onze verantwoordelijke van de City Gold afgesproken aan de Dienst voor Toerisme op de Hopmarkt in Aalst.

We waren een beetje te vroeg en we gingen dan maar de Dienst voor Toerisme verkennen.  De vriendelijke dame aan de balie stelde voor om intussentijd de film over de stad Aalst eens te bekijken.  Het was een aparte beleving.  Iemand vroeg of het misschien afgesproken was dat we in de darkroom af zouden spreken?  Daar leek de filmruimte inderdaad wel op.

Toen we met zijn twaalven voltallig waren, maakten we kennis met onze lieftallige begeleidster Jasminn. En we gingen van start.  Wist je dat er ook golfstokken voor linkshandigen bestaan? Jasminn legde ons in het kort de techniek van het golfen uit en wat we die dag mochten verwachten.

Vanuit een bepaald punt, moesten we onze bal in maximum 6 slagen tot aan het opgestelde vlaggetje proberen te slaan.  Jasminn hield heel nauwgezet de scores bij.  Intussen vertelde zij een beetje over de plaatsen die we al “golfende” bezochten.  De Hopmarkt waar we begonnen, was vroeger een veld waar men, what’s in a name, hop teelde.

Vandaaruit naar het Vredesplein, ook wel Frieden Platz, genoemd.  Later die dag zouden we hier nog een leuke afsluiter in een chique champagnebar plegen.

Vervolgens naar de Grote Markt van Aalst.  We passeerden natuurlijk het standbeeld van de Voil Jeanet.  Om een échte Voil Jeanet te zijn, heb je de volgende attributen nodig:

Een pruik natuurlijk, een “lampekap” in de plaats van een chique hoed, “aa’ versleiten velle frak” (een versleten bontjas), valse tetten, “aaverwesje sutjeins en korseis” (versleten vrouwenkleren, bh’s en corsetten), “afgedankte kinjerkoesj” (oude kinderkoets), “voegelmojt” (een vogelkooi die verwijst naar de maatschappij als gevang), “Lammeke zoet” (een gezouten of gedroogde wijting, het biefstuk van de arme mens), “kapotte parapli” (een kapot regenscherm).

We keken er allemaal van op dat Aalst eigenlijk een mooie, oude stad is.  Niet te gemoderniseerd, met nog vele authentieke plekjes.

Het was daar op de Grote Markt dat we onze eerste pitstop hadden.   Vanop het terras hadden we een mooi overzicht over menig voorbijlopend wild.

Vervolgens naar de Graanmarkt, nu een klein parkje met bomen, bosjes en grasperken.  En het was daar dat onze Toon zijn balletje tussen de struiken verloor.  Maar met een paar helpende handen was het weer rap teruggevonden.

Dan naar de waterkant van Aalst, met name de Dender.  In de schaduw van een klein kerkje, Onze Lieve Vrouw ter Druiven (waar vroeger inderdaad wijngaarden lagen), vertelde Jasminn ons een beetje over de industrialisatie en over Priester Daens die een grote rol speelde in de strijd van de werkmens tegen de grootindustrielen.  Vroeger lag hier het eiland “Chipka” ontstaan door de natuurlijke en de gekanaliseerde loop van de Dender.  Door de demping van de natuurlijke loop, kan men dit deel niet meer als eiland herkennen. Als herinnering hieraan heeft men het stadsmagazine van Aalst ook Chipka genoemd. Overheersend is hier de site van de  zetmeelfabriek Amylum, nu Tereos genaamd.

Ons laatste “hole” speelden we op de Oude Vismarkt, vlakbij het stedelijk museum.

Jasminn nam ons mee naar het beeld van Valerius De Saedeleer, waarrond een gleuf met water  was geconstrueerd. We moesten met één slag het balletje in de gleuf kunnen slaan. Ervaring dat we hebben met gleuven, lukte dat voor bijna elkeen wonderwel.

Daar namen we ook onze groepsfoto nadat Jasminn ons de puntenscore had meegedeeld:

Op een gedeelde 3e plaats kwamen Alain en François, weer op een gedeelde, tweede plaats Rob en Patrik, en ere wie ere toekomt, op weeral een gedeelde, eerste plaats: Frank, Jan en Danny.

Daar namen we afscheid van Jasminn en gingen we nog een gelegenheid zoeken om een laatste drankje te nuttigen.

Zoals al eerder vermeld, vonden we die op het Vredesplein in de leuke champagne- en wijnbar, Piazza.  Geen nood, ze schonken ook bieren.

Alain wist te vertellen, dat de eigenaar van deze bar ook nog de chique loungebar Milano openhield in Aalst, en eveneens van de familie was.   Dat merkten we wel aan de “schone” inrichting, met name bediening van de zaak.

We hadden de chance om boven een zaaltje voor ons apart te hebben.

We kunnen afsluiten met te zeggen, dat het werkelijk een hele toffe activiteit was. Waren we “maar” met 12, het groepje moest echt niet groter zijn, we hebben ons kostelijk geamuseerd.  Dat is dan weer het grote voordeel van een kleiner groepje.  Je hebt ook meer contact met elkaar en met iedereen van de groep.

We hebben Aalst ook met heel andere ogen kunnen bekijken en hebben ervaren dat hier op cultureel en historisch gebied veel meer te beleven en te bezien valt dan enkel het jaarlijkse carnaval.

Aalst, zeker nog een bezoekje waard!

Spring naar toolbar