Zaterdag 20 januari 2018 – Nieuwjaarsreceptie

Ook in 2018 vieren we samen Nieuwjaar! 

En we doen dit opnieuw in ‘t Kasteeltje van Heule.

Met een drankje en een knabbeltje luiden we het Nieuwe Jaar in.

Gelieve u zeker in te schrijven voor deze receptie en dit voor 13 januari 2018 op liever.gelijk@telenet.be

Deze receptie is enkel voor leden en hun partners.

Om de kleine honger te stillen zijn er broodjes voorzien !

Locatie :

‘t Kasteeltje van Heule, Heulsekasteelstraat 1 – 8501 Heule (Kortrijk).                

We beginnen om 19u.

Proost !

 

 

18 november 2017 – Rond HIV, een getuigenis door Geert Thyssen

Geert Thyssen
Geert Thyssen
Geert Thyssen

Wat te verwachten van de uiteenzetting door Geert Thyssen over zijn visie aangaande ziekte en gezondheid?  In de aankondiging voor deze activiteit stond: “Rond HIV – een getuigenis.”

Bleek achteraf, dat het thema HIV slechts in de rand aanwezig was en dat meer de manier hoe een mens in het leven staat, invloed kan hebben op zijn gezondheid.

O.K. Geert vertelde wel over zijn HIV status, hoe hij “besmet” werd en hoe hij ermee omgaat.  We willen van te voren dan ook heel duidelijk stellen, dat dit de persoonlijke mening is van Geert.

Hoe ieder dit voor zichzelf interpreteert, is een eigen, vrije beslissing.

Er werden ook veel (kritische) vragen gesteld en Geert antwoordde altijd vanuit zijn persoonlijke levenshouding. Voor die houding valt inderdaad wel wat te zeggen, maar dat moet iedereen voor zichzelf uitmaken.  Elke persoon is immers uniek, elke levenssituatie weer anders.

Hier komt zijn betoog:

Toen Geert zijn bloed enkele jaren terug liet onderzoeken, bleek hij seropositief te zijn.  Bij het horen van die diagnose spookten heel wat dingen door zijn hoofd: angst, schaamte, het leven is voorbij, dood, stukgeslagen dromen, aftakeling, afzien, pijn, verdriet.

Gelijkaardige gedachtes kunnen bij allerlei ziektes ontstaan, afhankelijk van hoe ons idee rond ziek zijn is gevormd. De impact daarvan is afhankelijk van hoe je in het leven staan, hoe je om kan gaan met negatieve gebeurtenissen.

Volgens Geert is ziekte een disbalans in je lichaam.  Ziekte is een signaal, een reactie van je lichaam om dit weer in balans te brengen.

Luc Montagnier ontdekte in 1983 dat bij iedereen die aids had, het hiv-virus aanwezig was.  Daardoor is er te vlug de link gelegd tussen het hiv-virus en aids.  Er is onvoldoende aangetoond volgens wetenschappelijke normen dat hiv de enige oorzaak is van aids.  Er zijn meerdere testen nodig om zogezegd ‘betrouwbare’ resultaten te hebben. In tegenstelling tot andere testen moet er hier gewerkt worden met een sterke verdunning, anders zou je bij iedereen een positieve testuitslag hebben.

Volgens Geert zijn de BIG farma niet gediend met een volledige genezing van de mens.  Gezonde mensen brengen immers geen geld op.

Zeer vele dokters blussen brandjes.  Zij bestrijden de symptomen, maar niet de oorzaak.  De huidige medische wereld zou dieper moeten kijken, “holistischer”, m.a.w. de hele mens bekijken, niet enkel de aidspatiënt, de grieppatiënt, de burn-out-patiënt.

In deze stressvolle, hectische maatschappij, met een niet al te gezonde levensstijl, krijg je meer en meer mensen die uitvallen door burn-out, depressie, immuniteitsfalen…

We zijn allemaal kinderen van deze tijd!

Volgens Geert, is gezondheid op fysiek vlak vrij zijn van pijn en ongemak, waardoor je je goed in je vel voelt.  Op emotioneel vlak innerlijke rust en vrede ervaren.  Op mentaal vlak een heldere geest waar rationaliteit en creativiteit gelijkmatig aanwezig zijn.

Op spiritueel vlak leven voor het grotere geheel, m.a.w. egoïsme laten vallen en je ook inzetten voor andere mensen.

De mens is meer dan lichaam en geest.  Je wordt ook beïnvloed door erfelijke factoren, het milieu, je levenswijze, psychologische factoren ….  Zeker deze laatste, zoals bv. negatieve gemoedstoestanden, ergernis, jaloezie, ontevredenheid verminderen je levenskracht en verzwakken onze immuniteit.

Geert kantte zich ook sterk tegen medicijnen en neemt ook geen aidsremmers, maar probeert op zijn eigen manier zijn immuniteit recht te houden, door o.a. de manier waarop hij in het leven staat, door bepaalde voedingssupplementen te nemen die bepaalde balansen in zijn lichaam herstellen.   Ook hier, dit is Geerts persoonlijke mening en beslissing.

Ziekte is geen probleem, wel hoe je ermee omgaat. Niet de moeilijke omstandigheden in het leven maken ons ziek, maar wel ons negatief oordeel over deze omstandigheden.  We dienen leren positief om te gaan met negatieve gebeurtenissen, niet in het gevecht gaan, maar wel aanvaarden en vanuit die aanvaarding kijken wat er nog wel mogelijk is.

Het is belangrijk je gezondheid optimaal te houden en belastende factoren te beperken tot een minimum.  Geert gaf hier het voorbeeld aan van zijn schoonmoeder, iemand die alle aandacht vraagt en ook alle energie uit je wegzuigt. Zulke “factoren” dien je zo veel mogelijk uit de weg te gaan.

Volgens Geert is angst ook ziekmaker nr. 1.  Angst probeert zich meester te maken van ieder van ons, via de veelal negatieve nieuwsberichten, via social media.  Maar sta je vol vertrouwen in het leven, dan verdwijnt de angst als sneeuw voor de zon.  Je moet vertrouwen hebben in de natuur, in jezelf en in het zelfhelend vermogen.

De belangrijkste persoon in je leven ben jezelf!  Je bent voortdurend in gesprek met jezelf.  Je moet jezelf als je beste vriend zien, jezelf motiveren, positief benaderen, liefdevol hanteren, verzorgen…

HIV, mijn positieve vriend.  Wat komt die ziekte op mijn pad doen?  Waarom overkomt mij dit?

Geert heeft hierover meer inzicht gekregen door de Nieuwe Germaanse geneeskunde.  Dit beschrijft hij uitvoerig in zijn boek.  Volgens hem geeft het een verklaring vanuit de biologie, vanuit de natuurwetten.

Je krijgt een plotse onverwachte shock waardoor er een conflict ontstaat.  We spreken niet over ziekte, maar vanuit de biologie reageert je lichaam op de meest gepaste manier.  Je hebt twee fases, de conflict-actieve fase en de herstelfase of genezingsfase.  Virussen, bacteriën en co zijn helpers.  HIV is dus geen probleem, wel een diagnose-shock.   Afhankelijk van die diagnose-shock, dien je de conflicten die zich voordoen duidelijk maken en aanpakken.

Geerts visie op zijn situatie in deze context is volgens hem zijn jarenlange angst voor HIV, na een saunabezoek met gescheurde condooms en daardoor verhoogde stress en paniek geeft de biologie een oplossing, nl. door datgene waarvoor je angst hebt ook aan jou te geven.

Voor Geert verdween daardoor zijn angst voor HIV.  Dit was voor hem een kantelmoment dat hem de kans gaf radicaal van koers te wijzigen en intenser te gaan leven.

De kernboodschap van Geert draait dan ook niet om te stoppen met medicatie, maar om je eigen weg tot innerlijke vrede te vinden, dit zonder angst.  Gebruik je keuzevrijheid en zelfverantwoordelijkheid om bewust van het leven te genieten!

Hier sloot Geert zijn betoog af en beantwoordde hij nog een aantal vragen.  Velen interesseerden zich ook voor zijn boek dat hij te koop aanbood.

Nadien trok iedereen nog naar beneden voor een paar drankjes en om na te praten over Geerts uiteenzetting.

Rest ons nog om Dirk te danken om opnieuw zijn etablissement voor ons ter beschikking te stellen en (tussen haakjes), de witte roosjes op de tafel van Geert waren eveneens een attentie van Dirk.

Tot een volgende!

15 oktober2017 – Bulskampveld

Die zondag, een uitzonderlijk mooie zomerdag, kwamen we samen aan de ingang van het bezoekerscentrum van het Bulskampveld.

Onze gidse, Moniek, blijkbaar nog een oude bekende van Guido, verwelkomde ons.  Je merkte al gauw dat zij dicht bij de natuur stond.

Met 27 man begonnen we aan onze wandeling. Heksen staan natuurlijk ook dicht bij de natuur of tenminste bij de mythes daarvan en Moniek haalde al dadelijk haar heksenbezem boven en we hadden al een eerste symboliek: een bezem stond vroeger aan de deur om al het slechte buiten te vegen.  En natuurlijk gebruikten de heksen dat ook om op te vliegen, maar dat is niet gelijk een elektrische fiets, verduidelijkte Moniek, je moet wel de juiste kruiden en zalf gebruiken..  We waren vandaag  op de feestdag van de H. Theresia en toevallig noemt men deze ook zo’n nazomertje, Trezekes nazomertje.  Men gebruikte vroeger dikwijls de heiligen om iets aan te hangen. Tussen 8 en 15 november heb je ook het “oudewijvenzomertje”.

We gingen er dus invliegen met of zonder bezem en we belandden vlakbij aan een hulstboom.  Beneden heeft die struik/boom meer stekels dan boven.  Vroeger gebruikte men deze ook om het vee in de weide te houden. In sommige landen (zoals in Duitsland) worden op palmzondag niet de palm(buxus) die wij hier kennen, maar wel hulsttakken gewijd.  Hulst blijft altijd groen en dat wist men reeds bij de oude Kelten. Deze plant werd dan ook in hun rituelen opgenomen, bv. bij de zonnewende (21 december), omdat deze altijd groen blijft en dus leven gevend.  Ook bij ons, bij Kerstmis wordt de hulst nog altijd als versiering gebruikt, in feite een oud gebruik van bij de Druïden.

Palm en laurier zitten in dezelfde familie: “op je lauweren rusten”, komt van bij de Olympische Spelen, men gebruikte vroeger een laurierkrans als je gewonnen had.  Je had het gemaakt en nu kun je een beetje bekomen.  Palm, iets op je “palmares” schrijven, wij hebben een aantal woordspelingen die vanuit de natuur komen en waarvan wij de oorsprong vergeten zijn.

In 1904 werd dit kasteel aangekocht door de familie Lippens. Toen werd ook met de aanleg van het park in Engelse stijl begonnen met heel wat uitheemse bomen.  Men heeft nu wel een beetje de discussie of die uitheemse bomen (exoten) niet weg moeten, maar aangezien deze in een park staan, mogen ze blijven.  Het was indertijd ook een zaak van prestige als je je uitheemse bomen kon permitteren.  Ook met getallen werd toen gegoocheld, groepjes van bv. 3 bomen (de heilige Drievuldigheid), van 7 ( de 7 dagen van de week, de 7 werken van Barmhartigheid …), van 12 (de 12 apostelen … )  Er zijn echter veel bomen gekapt door de Duitsers, die hier in de twee wereldoorlogen een commandopost hadden.  Zij hebben dat achteraf vergoed met Duits zaad (van bomen natuurlijk).

Van de berk kun je in de lente ook sap aftappen: je snijdt een twijg af en je als je daar een fles aanhangt, zal het sap er in druppelen, maar vanaf het moment dat het troebel wordt, moet je stoppen.  Blijkbaar verdwijnt daarvan de voorjaarsmoeheid.

Moniek bracht ons dan tot bij het konijnenveld.  Het konijn is eigenlijk een ingevoerd dier, de haas is inheems.  De symboliek achter een konijnenpootje.  Blijkbaar worden konijnen geboren met open ogen, vandaar dat het een symbool was van waakzaamheid.  Vroeger zag men veel meer konijnenpootjes, aan een sleutelhanger of aan fietsen hangen.  Nu is dat een beetje verdwenen.  Dat bracht zogezegd geluk.  In de wereld van actrices gebruikte men dit veel om zich te schminken.  Het was eigenlijk het borsteltje van de poederdoos dat zij altijd mee hadden in hun etui.  Dus dat konijnenpootje maakte alle stress mee die vooraf ging aan hun optreden.

We passeerden de mooie stam van de grove den.  Ideaal om een fotootje bij te trekken, nietwaar Vincent?   Vlakbij een linde, ideaal als zonnescherm, maar ook als regenscherm.  Als je het blad bekijkt, zie je duidelijk een hartvorm.  Dat is dus ook de boom van de verliefden, om de afspraakjes te maken en je zit beschermd tegen regen en zon.    Kun je je een betere plek voorstellen?   Moesten de bomen kunnen vertellen, zei Moniek, ze hebben al wat gezien!

Een lindetheetje, ’s avonds voor het slapengaan, is rustgevend. 

De linde is een vrouwelijke boom en werd vroeger toegeschreven aan de moedergodin, Freya, de godin van de vruchtbaarheid.  Dat is dan ook weer gekerstend en daarom vindt men vele mariakapelletjes terug in de buurt van een lindeboom of ze hangen er in.

Er zijn ook veel spreuken die te maken hebben met hout: “Je moet hout vasthouden”, “Hoe hoog de boom ook groeit, zijn bladeren vallen altijd op de grond”, “Er zit meer in het hart van de boom dan de bijl blootlegt”, “Uit het goeie hout gesneden zijn”, “Een oude boom verplant je niet”, “Bomen sterven staande”…

We passeerden een “Tulpenboom” met zijn karakteristiek blad.  Volgens Moniek, alhoewel uitheems, toch een zeer goeie bijenboom wegens zijn talrijke bloemen.

We kwamen voorbij een weide met koeien en alhoewel ze een hele weide met gras ter beschikking hebben, zetten koeien zich dikwijls op hun knieën om onder de prikkeldraad door het gras van de andere kant te kunnen grazen.  Het gras is dikwijls groener en smakelijker aan de overkant, maar het duurt meestal niet lang 😉

Danny vertelde ook iets dat de gidse niet wist: in een eik of tamme kastanje zit er een draaiing in de boom. Dat is de reden waarom alle molens in Europa in dezelfde richting draaien,  omdat de standaard (het spant), de boom centraal in de molen, mee moet draaien met de richting in het hout, anders breekt het hout. Hoe het is buiten Europa, daar hebben we het raden naar.

We kwamen ook voorbij een Thuja (levensboom), waaruit men vroeger een product tegen scheurbuik haalde.  In de twijgjes zit ook een etherische olie en daarvan wordt zelfs wierook gemaakt.

Toen we een hazelaar passeerden, haalde Moniek zelfgemaakte hazelnootkoekjes boven.   Van de hazelaartak kun je ook een wichelroede maken, ideaal voor het vinden van breuken in de aardkorst, aardstralen of wateraders.  Gelove wie het geloven wil!

Moniek vertelde dan ook nog het verhaal, waarom het zo stil kan zijn in het bos.  De bomen kunnen niet praten, maar vroeger was het wel anders.  Omdat de bomen te veel kapsones kregen, nam de zon het vermogen tot spreken van de bomen af.  En sindsdien konden de bomen niet meer praten en kunnen ze alleen nog maar luisteren.

Vervolgens nam Moniek ons mee naar een “ijskelder”. Nu wordt deze gebruikt als overwinteringsplaats voor vleermuizen.

Zij vertelde daar over de verschillende betekenissen met het woord “boom”, je hebt de meiboom, de geboorteboom, bomen waar recht onder gesproken werd..  en wat heb je nog allemaal ? En onze Toon repliceerde: ”slagboom” !  Iedereen schaterde het uit, prachtig gevonden, maar niet helemaal in de betekenis die Moniek zocht.

Terug op weg naar het kasteel, passeerden we een Vlier.  Daar haalde Moniek een aantal zelfgemaakte fluitjes boven. Vandaar komt ook de naam “flierefluiter”.  Van vlierhout maakte men vroeger ook een klakkebusse (een proppenschieter).

Terug aan het kasteel, mochten we via een trapje aan banken plaatsnemen.  Moniek had daar nog een proevertje voor ons in petto van witte wijn met zelfgemaakte vliersiroop.

Toen was het tijd om afscheid te nemen van onze enthousiaste gidse en togen we naar de cafetaria om aan het grotere werk te beginnen.

Spijtig genoeg was het daar overvol, maar een behulpzame garçon wees ons de weg naar “de manège” ietsje verder.  En daar vonden we inderdaad nog een overvloed aan plaats in het zonnetje, tussen de paarden en de vliegen.

Aan twee lange tafels, Hans en Geert, waren er intussen ook bijgekomen, genoten we van een welverdiende dorstlesser en van elkaars gezelschap.  Het was daar zaaalig, in het zonnetje.  Wat moet een mens nog meer hebben?  Zo’n afsluiter hoort er immers altijd bij en ik val weer in herhaling, samen iets gaan drinken (of gaan eten) na een activiteit versterkt ons samenhorigheidsgevoel en de vriendschap in onze vereniging.  En daar draait het ook allemaal om.

Tot een volgende!

1 september 2017 – Film “120 battements par minute”

Als je terugdenkt aan deze film, wat schiet er dan door je hoofd ?

O.K., hij was misschien een beetje aan de lange kant, wat betreft het thema was hij ook niet dadelijk optimistisch te noemen…  Maar toch gaf hij heel duidelijk, alhoewel af en toe een beetje geïdealiseerd, de toenmalige situatie weer op het hoogtepunt van de aidscrisis.

Gevoelens van hopeloosheid, uitzichtloosheid waren de duidelijke onderstromen van deze geschiedenis.   Het is inderdaad een tijd die zeker voor de jongere generatie  totaal onbekend is.  HIV blijft natuurlijk geen katje om zonder handschoenen aan te pakken, maar met een paar pilletjes per dag blijft je afweerschild optimaal. Omdat je zelf die tijd gekend hebt en ook de angst om besmet te geraken – aids was toen de nieuwe melaatsheid en een zeker doodsvonnis – begrijp je dan helemaal niet, hoe het komt dat er ook tegenwoordig zoveel onveilig gevreeën wordt, en dat bewust!

Een vaccin is er zeker nog niet, je hebt nu wel pep en prep* en je mag nog van geluk spreken dat je in onze contreien woont, want hiv-positieven in ontwikkelingslanden zitten nog altijd niet in goeie papieren wat het verkrijgen van aidsremmers betreft.

Maar nu terug naar de film.

Hij viel duidelijk uiteen in twee grote delen.  Een eerste deel waarin (oeverloos) gediscussieerd werd over de aanpak naar de overheid en de laboratoria toe om vaart te zetten in het ontwikkelen van efficiënte medicijnen.  De methodes komen ons nu een beetje agressief en provocerend over, maar was voor de (hopeloze) mensen in die tijd, misschien de enige manier om hun stem te laten horen.

Een tweede deel, meer intiem, gaat over de groeiende relatie tussen twee hoofdfiguren, het einde ervan door de ziekte.

Natuurlijk ook prachtig gefilmd.  De contestaties, de beelden van de optochten van de gay prides die automatisch overvloeien in beelden van de fuiven achteraf, heel herkenbaar.

De dansende, oplichtende stofdeeltjes op die fuiven die dan overgaan in beelden van het virus zelf, eigenlijk heel poëtisch en helemaal niet bedreigend.

We zaten met 30 Liever Gelijkers in de zaal, samen met nog 2 andere (hetero)koppels.  Wat moesten ze gedacht hebben?   Op het scherm gays wat de klok sloeg en in de zaal gays wat de klok sloeg. Voor hen moet het een aparte ervaring geweest zijn 😉

Achteraf bleven we wel een beetje verweesd zitten. We beseffen natuurlijk allemaal dat dit verhaal ook het onze zou kunnen zijn.

Maar er zijn gelukkig ook leukere dingen in het leven en om de emoties een beetje te laten zakken, nodigde Dirk van ’t Eiland ons uit voor een broodje en een drankje in zijn etablissement.  Een 20-tal gegadigden van Liever Gelijk profiteerden van zijn aanbod. Onze Jan O. jarig op die dag, kreeg dan wel geen opbeurende film voorgeschoteld, maar het roosje dat hij achteraf van Dirk kreeg, maakte alles weer goed.

Toen de drank boven op geraakte, zakten we natuurlijk af naar beneden voor nog een laatste glaasje.

Het was al ver achter twaalven, toen we het café mochten sluiten.

*(Pre Exposure Prophylaxis. Het gebruik van hiv-remmers om hiv-infectie te voorkomen. De effectiviteit van PREP wordt momenteel onderzocht. Verschil met PEP: bij PEP worden hiv-remmers gebruikt nadat men mogelijk in aanraking met hiv is gekomen; bij PREP is dat er voor.)

17 september 2017 – Bezoek aan Epéron d’or

Onder de warme en deugddoende stralen van een late zomerzon kwamen we die namiddag samen aan het « Schoen-en borstelmuseum ’Eperon d’Or » in Izegem.

Deze erfgoedsite is gelegen aan de achterkant van het station.

Zo’n 26 leden hadden er zin in om op deze mooie zondag met de geschiedenis van deze twee ambachten nader kennis te maken. (groepsfoto aan het gebouw)

De gidse (Marie-Jo) was ons ondertussen al tegemoet gekomen, en ging stipt om 14u van start door ons eerst wat te vertellen over de geschiedenis van dit bedrijf.

Het verhaal van Eperon d’Or begon namelijk in de negentiende eeuw bij Emiel Vandommele. Hij was een befaamd leerling van de Izegemse meester-schoenmaker Eduard Dierick, die in zijn tijd al koninklijke laarzen maakte voor Willem I en Leopold I.

Toen Emiel volleerd was en op eigen benen kon staan, toonde hij zich een ambitieus ondernemer, want in 1863 richtte hij het schoenbedrijf ‘Eperon d’Or’ op. (‘Gulden Spoor’)

Dat er gekozen werd voor een Franse naam, past natuurlijk perfect in de toenmalige tijdsgeest, want Frans was toen de voertaal van de betere burgerij, de bourgeoisie.

Het Frans was eveneens de communicatietaal met de (buitenlandse) klanten.

Het achterdeel van dit gebouw dateert van 1910, en werd gezet nadat de bestaande ateliers van de eigenaar – die meer in het centrum gelegen waren – te klein geworden waren.

Hier langs de spoorweg was een goede locatie voor een nieuwe start.

Op dat moment werkten er reeds een 180-tal personen bij het bedrijf.

De prachtige voorgevel dateert echter van wat later, namelijk van 1930, en is in pure Art Deco-stijl opgetrokken.

De gidse wees ons op de mooie architectuur van deze façade, en had aandacht voor de symmetrie van de gevel-onderdelen, de kwaliteit van de bakstenen, de kleur van het voegwerk, en de accenten met geëmailleerde tegels.

Een 4-tal ingangsdeuren hadden destijds elk hun functie. (o.a. voor de directeur en z’n klanten, een andere voor het personeel, …)

Het geheel straalt terecht een zekere grandeur uit, want al bij al was dit bedrijf ondertussen een ‘fournisseur de la cour’ (hofleverancier) geworden, en had hierdoor aanzien en faam verworven.

(detailfoto van dit embleem)

Vandommele en de zijnen hadden zich namelijk gespecialiseerd in luxeschoenen, vooral voor dames.

In die tijd profileerde Izegem zich meer en meer als schoenenstad, en het kenmerk ‘chaussure d’Iseghem’ werd langzamerhand een garantie voor kwaliteit en vakkundigheid.

Men deed zelfs mee aan buitenlandse exposities in o.a. Parijs en Berlijn.

De gidse leidde ons vervolgens naar binnen ; jawel, doorheen de vroegere ingangsdeur voor het personeel. We kwamen al gauw in de vroegere werkplaatsen te staan die momenteel heel mooi ogen als museumruimte. (foto)

Hier en daar was een werktafereel opgesteld, voorzien van het nodige originele werkmateriaal. Vitrinekasten met schoenonderdelen en andere voorwerpen dienden ter illustratie van de verhalen die onze gidse effenaan uiteen zette.

Marie-Jo nam nu en dan plaats achter een of ander werktuig en becommentarieerde de opeenvolgende handelingen die gemaakt werden om van zool tot afgewerkte schoen te komen.

Schoenen werden gemaakt op basis van een houten leest, waarover men papier bevestigde. Het papieren model werd vervolgens uitgesneden, om daarna opnieuw uitgesneden te worden uit een zinken plaat. Dit element uit zink, was een stevige materie om als basis mee te beginnen.

Bij deze eerste fasen van het maken van een schoen kwamen dus al gauw enkele gespecialiseerde beroepen kijken: een leestmaker, een patroonmaker, en een leersnijder.

De verschillende soorten huid, die als leer werden gebruikt, waren overzichtelijk uitgestald, met verwijzing naar hun soort (rundshuid, varkenshuid, geitenhuid, …) en herkomst.

Zelfs ‘kippenpoothuid’ werd gebruikt, vanwege z’n structuur : om krokodillenleer te imiteren bij kleinere details op een schoen, of als horloge-armbandje.

De buitenzool, binnenzool, en het bovenstuk van de schoen werden samen vastgenaaid met één draad, die later versterkt werd met ‘pek’ (een afgeleide van teer).

Daar was kracht voor nodig, en dus was dit mannenwerk. De vrouwen kwamen in een later stadium aan beurt, met het fijnere werk. Alles was dus voornamelijk handenarbeid.

De hakken (talons) van de damesschoenen waren destijds gemaakt uit een opeenstapeling van verschillende laagjes leer ; totdat de houten hak (uit één geheel) werd bedacht.

Met het thema en materiaal « hout » ging onze rondleiding rimpelloos over van het ‘schoengedeelte’ naar het ‘ borstelgedeelte’.

Het andere deel van de grote werkplaats waarin we ons bevonden was namelijk toegewijd aan de ‘borstelgeschiedenis’. (groepsfoto)

De gebruikte materies bij een borstel waren harde gedroogde vezelsoorten of varkensharen.

(Er is zelfs een periode geweest dat deze geïmporteerd werden uit China, want daar bleken varkensharen wat langer te zijn).

Er werden dus zowel plantaardige als dierlijke vezels gebruikt als borstelharen.

En wat het hout betreft, ging de voorkeur naar beukenhout = stevig hout, en toch zacht om te bewerken. (om het te gebruiken/verwerken tot borstelkoppen en schoenleesten).

We maakten kennis met veegborstels, handborstels, kleerborstels, haarborstels, …

Luxe-hand-en haarborstels werden zelfs uit been of ivoor gemaakt.

De versiering van het montuur (= het bovenstuk van een handborstel) was voornamelijk vrouwenwerk. (foto toiletset beschilderd)

Heden ten dage zijn er nog altijd 7 borstelfabrieken in Izegem.

Langs enkele panelen met vroegere affiches en afbeeldingen over het sociale leven van de arbeider destijds, ging onze rondleiding vervolgens verder naar de 1e verdieping van het gebouw.

Daar kregen we wat bijkomende informatie over Eduard Dierick (de grondlegger van de Izegemse schoennijverheid, en stichter van de huidige vakschool (VTI) waar jongens destijds de stiel van schoenmaker konden leren.

Bij het wandelen doorheen enkele andere ruimtes op deze verdieping, konden we mooi opgestelde vitrines aanschouwen met opnieuw enkele staaltjes van puik vakmanschap: zowel gesofistikeerde schoenen, als geraffineerde handborstels.

Maar – om terug te keren naar de geschiedenis van de schoennijverheid van toen – aan alle mooie liedjes komt een eind. Ook aan datgene van de Izegemse schoenenindustrie.

In de jaren 1960 ging de hele sector dramatisch achteruit door onder meer de concurrentie uit Italië en Oost-Europese lage loonlanden. Veel bedrijven kregen harde klappen, want ze hielden te hard vast aan het ambachtelijke aspect van hun productie.

Ook Eperon d’Or, dat op dat moment bestuurd werd door de vijfde generatie van Vandommele.

In 1967 kwam er tenslotte definitief een eind aan het verhaal : het bedrijf ging failliet.

Gedaan dus met de schoennijverheid, wegens « te ambachtelijk ».

Gelukkig werden de gebouwen echter niet gesloopt, en werd deze site door de stad Izegem beschermd en gerestaureerd als industrieel erfgoed, en ingericht tot museum.

We verlieten het gebouw via een kleine hall met enkele toonbanken met te koop aangeboden materiaal, zoals boeken, borstels, schoensmeer, verfkwasten, en enkele nuttige souvenirs.

Na dit interessante bezoek, en rondleiding van toch bijna zo’n twee uur, hadden we natuurlijk dorst gekregen, en trokken we met de meesten onder ons naar het eind van de straat naar een aangename taverne, ‘The Cottage’.

Plaats op de terras in het zonnetje was er niet meer, dus met z’n allen dan maar gezellig naar binnen. Met een drankje en een babbel sloten we deze mooie geslaagde namiddag af.

We waren weer wat rijker aan kennis en cultuur!

20 augustus 2017 – De Goedendag Route Kortrijk

Dat die zondag 20 augustus een dag zonder regen zou worden, wisten we eigenlijk al. We hadden de weerkaarten al dagen van tevoren in het oog gehouden.  Bij een dergelijke activiteit valt of staat immers alles met regen of zonneschijn.

Maar niet geklaagd, 21 Liever Gelijkers tekenden present die zondag op de Platze in Bellegem.  Frank nam dit keer de leiding en al gauw reden we van Bellegem naar beneden, richting Rollegem.

We passeerden het zaaltje waar we al zovele BBQ’s mochten beleven, de ene al intenser dan de andere.  We fietsten verder langs de E17, waar we in de verte het monument voor de seizoenarbeiders ontwaarden, de zogenaamde Fransmans.

“De Fransmans waren Vlaamse seizoenarbeiders die in de tweede helft van de 19e eeuw tot in de tweede helft van de 20e eeuw jaarlijks naar Frankrijk trokken om er te werken. Ze werkten er op de bietenvelden voor het zetten of rooien van bieten, waren actief in de suikerfabrieken, in de vlasnijverheid of in de cichorei-asten (uit onze online encyclopedie wikipedia).  Dit monument heet “De Sjouwer” en werd in 1974 opgericht.”

Degenen die indertijd mee waren, zullen zich misschien nog herinneren, dat ook in het museum in Koekelare een groot gedeelte aan de geschiedenis van deze seizoenarbeiders is gewijd.

Dan via Aalbeke naar Marke, waar we al gauw langs de spoorlijn richting Kortrijk fietsten.  Vanuit dit perspectief had ik Kortrijk nog niet ervaren.  Even opperden we om toch de hele route maar te doen, we waren immers al goed opgeschoten.   Maar eerst was het hoogtijd om een stopplaats te vinden.  Op de Veemarkt waren alle cafeetjes gesloten en dat op een zondagnamiddag!  Dan maar naar Buda Beach aan de oevers van de Leie in Kortrijk.  En inderdaad, dat was een goede keuze, in het groen, in het zonnetje en aan het water, werd menig drankje genuttigd.

Achter de toog hing een mooie spreuk: “Iedereen is normaal!”  Ze wisten zeker dat we gingen komen?

Nadien ging het verder op de ingekorte route, we hadden immers een beetje angst dat de volledige te lang zou duren.

Een technisch mankementje mag natuurlijk niet ontbreken.  Dit jaar gelukkig geen platte banden, maar wel een afgeschoten ketting, niewaar, Alain 😉

Al gauw fietsten we weer helemaal te lande, langs oude boerderijtjes die hun beste tijd achter de rug hadden.  Voor we het goed en wel beseften, zagen we de toren van de kerk van Bellegem al voor ons opdoemen.  Dan toch nog maar een pauze nemen, maar in de Steenlander was er voor ons spijtig genoeg geen plaats in de herberg.

Dan maar verder richting Bellegem waar we in Het Brouwershuys bijna de hele binnenkoer met zicht op de tuin mochten inpalmen.  We hadden nog tijd genoeg voor ons avondmaal in de Koekeliere, daarom onthaasten we ons met een drankje en een babbeltje, en nog een drankje.

Zulke momenten zijn ideaal om elkaar wat beter te leren kennen en vormen ook een essentieel onderdeel van ons gay verenigingsleven.

De tijd vliegt als je zo samenzit, zeker met zo’n leuke bediening 😉

Toen werd het toch tijd om naar de Koekeliere te gaan.  We namen afscheid van diegenen die, spijtig genoeg, niet meegingen eten en togen naar de afsluiter van onze fietstocht.

De bediening in de Koekeliere was vlot en iedereen werd snel bediend. Naturlijk weer een aperitiefje. Gevoelig voor mannelijk schoon dat we zijn, kregen we weer een mooi uitzicht op een gezelschap jongemannen in de tuin met allemaal dezelfde outfit aan.

Welke vereniging zou er toch maar achter “DEUH BIERTUTTN” schuilgaan?

“Nieuwsgierig” dat we waren, moesten we het hen natuurlijk es vragen en een nietsvermoedend en biezonder leuk slachtoffer dat onze tafel passeerde, op weg naar het toilet, werd al dadelijk het vuur aan de schenen gelegd.  Het bleek een “mobylette club” te zijn, dat de Vlaamse wegen te lande, onveilig maakte.  Het heeft wel wat, zo’n jonge bende op mobyletten 😉

Op die manier wordt ons leven als holebi toch regelmatig eens gekruid met leuke ontmoetingen.

Maar ja, aan alle liedjes komt een einde, dus ook aan ons jaarlijks fietstochtavontuurtje.

Wou de ene tafel nog een dessertje nemen, nam de andere tafel al afscheid van elkaar en van de rest.

Het was weer mooi, het was weer leuk, het was Liever Gelijk.

Zaterdag 2 december 2017 – 30 JAAR LIEVER GELIJK

Liever Gelijk werd geboren op 17 november 1987, eerst als Homo & Geloof afdeling Izegem-Kortrijk.  Vanaf 1994 onder de naam Liever Gelijk.

Al 30 jaar reilt en zeilt onze holebivereniging in de West-Vlaamse contreien en ver daar buiten.  Weinigen doen ons dit na!

Reden te meer om dit samen te vieren.

Op zaterdag 2 december worden we verwelkomd op het Stadhuis van Kortrijk om 17u met een drankje en een toespraakje.  (Markt 54 te 8500 Kortrijk).

Deze receptie wordt u gratis aangeboden door de Stad Kortrijk en Liever Gelijk.

Toespraken door de heren Piet De Bruyn (NVA), Philippe Avijn (Groen) en Jaimie Deblieck Mr. Gay Belgium 2017.

Nadien feestviering vanaf 20u in de feestzaal Café Russe, Kuurnsesteenweg 47 te 8500 Kortrijk:

Welkomstdrankje met hapjes (Cava met 4 hapjes).

Uitgebreid warm buffet: 3 soorten vlees, 3 soorten vis, 2 soorten aardappelbereidingen en een mooi assortiment aan groentjes.

Dessert en koffie.

Dranken inbegrepen tijdens de maaltijd en ook nadien gedurende de fuif tot en met 1 uur na middernacht.

Fuif met DJ Stefan – verrassingsacts en optredens.

Prijs all-in: 59 Euro pp.

Gelieve uw aanwezigheid op de receptie (met of zonder partner) kenbaar te maken op liever.gelijk@telenet.be en dit tot 17 november 2017 ten laatste.

Indien u nadien ook deelneemt aan het avondfeest, gelieve dit eveneens te bevestigen. 

Uw bent pas definitief ingeschreven op het avondfeest na storting van 59 Euro pp op het rekeningnr. van Liever Gelijk                    

BE 15 9730 8071 3330 en dit tot 17 november 2017 ten laatste.

Spring naar werkbalk