Zaterdag 18 november 2017 – Rond HIV, een getuigenis door Geert Thyssen

Geert Thyssen
Geert Thyssen
Geert Thyssen

Geert Thyssen is als gegradueerde in de psychologie werkzaam in de psychiatrische gezondheidzorg. Sinds 2013 is het HIV-virus zijn ‘positieve vriend’.
Hij ziet dit niet als een bedreiging want dankzij HIV is zijn wereld heel even door elkaar geschud.  Net daardoor kon hij bewuster zijn pad gaan.
Het boek een ‘Andere kijk op ziekte en gezondheid’ wil meer de focus leggen op gezondheid en de rol die een persoon hier zelf in kan spelen.

In het boek wil hij het vastgeroeste idee rond HIV en aids wat open trekken. Daarom stelde hij zich de vraag wat een gepast antwoord zou kunnen zijn vanuit de natuur van mens en dier?
Hij schreef dit boek niet alleen voor HIV-positieven maar voor iedereen die gezond wil worden of blijven.

Hiervoor komen we samen op zaterdag 18 november in het bovenzaaltje bij Dirk in ‘t Eiland, Kapucijnenstraat 29, 8500 Kortrijk. De voordracht begint om stipt 14u.
Inschrijven is niet nodig, maar we weten graag hoeveel man we mogen verwachten.  U kunt dit doen op liever.gelijk@telenet.be

Zaterdag 2 december 2017 – 30 JAAR LIEVER GELIJK

Liever Gelijk werd geboren op 17 november 1987, eerst als Homo & Geloof afdeling Izegem-Kortrijk.  Vanaf 1994 onder de naam Liever Gelijk.

Al 30 jaar reilt en zeilt onze holebivereniging in de West-Vlaamse contreien en ver daar buiten.  Weinigen doen ons dit na!

Reden te meer om dit samen te vieren.

Op zaterdag 2 december worden we verwelkomd op het Stadhuis van Kortrijk om 17u met een drankje en een toespraakje.  (Markt 54 te 8500 Kortrijk).

Deze receptie wordt u gratis aangeboden door de Stad Kortrijk en Liever Gelijk.

Toespraken door de heren Piet De Bruyn (NVA), Philippe Avijn (Groen) en Jaimie Deblieck Mr. Gay Belgium 2017.

Nadien feestviering vanaf 20u in de feestzaal Café Russe, Kuurnsesteenweg 47 te 8500 Kortrijk:

Welkomstdrankje met hapjes (Cava met 4 hapjes).

Uitgebreid warm buffet: 3 soorten vlees, 3 soorten vis, 2 soorten aardappelbereidingen en een mooi assortiment aan groentjes.

Dessert en koffie.

Dranken inbegrepen tijdens de maaltijd en ook nadien gedurende de fuif tot en met 1 uur na middernacht.

Fuif met DJ Stefan – verrassingsacts en optredens.

Prijs all-in: 59 Euro pp.

Gelieve uw aanwezigheid op de receptie (met of zonder partner) kenbaar te maken op liever.gelijk@telenet.be en dit tot 17 november 2017 ten laatste.

Indien u nadien ook deelneemt aan het avondfeest, gelieve dit eveneens te bevestigen. 

Uw bent pas definitief ingeschreven op het avondfeest na storting van 59 Euro pp op het rekeningnr. van Liever Gelijk                    

BE 15 9730 8071 3330 en dit tot 17 november 2017 ten laatste.

1 juli 2017 – BBQ ’t Senter Kuurne

Na 10 jaar op dezelfde plaats in Rollegem vonden we dat het eens tijd werd voor wat changement de décor. In ’t Senter in Kuurne, ons ook vertrouwd, gezien de vele activiteiten die we daar reeds mochten meemaken, vonden we een ideale locatie voor onze BBQ edietie 2017.

Dit keer waren er 68 man ingeschreven, waarvan 52 leden, wat toch wel mooi kan genoemd worden, want nog nooit waren zovele leden aanwezig.

We mochten ook een paar echt nieuwe gezichten verwelkomen, naast diegenen die bijna elk jaar naar onze bbq komen afgezakt.  Ook Fadil, onze coverboy van een paar jaar geleden, was weer van de partij.

Het thema “alle kleuren van de regenboog” dekt menige lading.  Daarom was er toch een aantal dat een beetje de fetish toer was opgegaan.  We konden een politieman spotten, een paar leatherfiguren, de werkmens van the Village People, een pink lady, nietwaar Gert 😉   Anderen bleven dan gewoon zichzelf of hadden een regenboogaccessoire aan.

Waar het die morgen nog “stif” regende, begon, naarmate de avond naderde, het zonnetje door te breken.  We hadden weer geluk, dat we ons aperitief buiten onder een stralend blauwe hemel konden houden. Kan het nog beter, lachende gezichten in het zonnetje, verspreid over het grasveld met een drankje in de hand.

We hadden onze BBQ weer goed ingezet.

De cava en andere dranken vloeiden rijkelijk.  Aperitiefhapjes waren ook van de partij, zoals daar waren: een pasta met pesto, kerstomaatjes en Parmezaanse kaas, een toastje met kruidenkaas en gerookte zalm.  En dit keer hadden we ook warme hapjes.  Voordeel van ’t Senter is namelijk, dat we er ook een goed uitgebouwde keuken ter beschikking hebben, wat in Rollegem niet het geval is.

We werden een beetje bezorgd, want het werd later en later en onze barbecueploeg was nog nergens te bespeuren.  Gelukkig kwamen ze na een telefoontje van onze kant, toch nog, met een heel klein beetje vertraging opzetten.

Dit keer geen mannelijke vleesbereiders, maar wel twee sympathieke meiden.

Het buffet was weer goed voorzien en tafel per tafel begon men aan te schuiven.

Onze jaarlijkse DJ Stefan moest dit jaar verstek geven, de jongen moest immers die avond naar een ander feest.  Maar we hadden onze voorzorgen genomen met een stick en cd’s.  En dat ging ook vlot.  Sommige feestbeesten konden het niet nalaten om ook andere nummertjes van het internet te streamen.  De nieuwe tijd, net wat u zegt.  Maar het fuifgedeelte werd daardoor een schot in de roos.

Buiten kon men dan weer in alle kalmte een beetje bekomen van de verhitte danspartijen binnen.  Het bleef daar een hele avond aangenaam vertoeven op de beschikbare banken, sommigen met een sigaretje, sommigen om wat te keuvelen.

René, die wat later was gekomen, verraste ons allemaal met zijn interpretaties van Elvis Presley.  De man had daarvoor speciaal zijn baard afgeschoren en was daardoor voor sommigen onherkenbaar.

Toch vond ik dat hij eigenlijk van in de verte meer op Liberace leek dan op Elvis.

René die ook aan amateurtoneel doet, kweet zich met volle overtuiging van zijn taak en deed The King even herleven.  Het mooiste nummer vond ik toch wel “Muss I denn …”. In de oorspronkelijke versie van Elvis was er ook een blonde pop en René had dat goed gezien, want zijn interactie met zijn eigen pop was subliem en tegelijkertijd vertederend.

Als je die hele bende zo bezig ziet met elkaar, in het samen eten, drinken, het met elkaar omgaan, babbelen, in het dansen, dan zie je en voel je toch wel een sterke verbondenheid en een gemeenschapsgevoel dat je zelden in ons milieu tegenkomt.  En dat maakt het ook waard om verder te bouwen aan een vereniging zoals Liever Gelijk.

Aan alle liedjes komt een eind en dus ook aan onze bbq 2017 en tegen half 3 na middernacht, begonnen we de versiering op te ruimen en de zaal weer aan de kant te zetten.  Intussen waren al heel wat genodigden, hopelijk tevreden, naar huis.

Rest ons nog om de helpende handen van harte te bedanken, zoals daar waren het toogpersoneel Linda en Marc, Virginie en Dieter met hun dochtertje Amber.  De voorbereiders van de hapjes, Stefaan C. met Philip en Patrik uit Oostakker, Jan H. die zich om de muziek bekommerde, Christophe en Gino die mee hielpen de deuren te sluiten.

En moest ik er eentje vergeten zijn, is het zeker niet met opzet 😉

Tot een volgende!

Zaterdag 17 juni 2017 – Bezoek aan Cassel

We hadden nooit verwacht dat ons uitstapje naar Cassel zoveel man op de been zou brengen.

40 Liever Gelijkers tekenden present die zaterdag in het Noord-Franse Cassel.  Het was een warme en zonnige dag, met temperaturen die we in juni zelden mochten meemaken. Bij aankomst deelde François ons in 2 groepen in.  De eerste ging met onze gids Ludovik Cassel zelf verkennen en de tweede zou al aan het museumbezoek in het Musée de Flandre beginnen.

Ludovik, een rondbuikige gids uit Oost-Vleteren, vertelde met vuur en passie over het verleden van Frans-Vlaanderen en Cassel.

Frans-Vlaanderen is het deel van het historische graafschap Vlaanderen dat door de vrede van Nijmegen in 1678 definitief bij Frankrijk werd ingelijfd. Van oudsher werd hier Nederlands gesproken en noemt men de streek de ‘Franse Westhoek’ om de banden met de ‘Vlaamse Westhoek’ te beklemtonen. Cassel ligt op het hoogste punt van die Westhoek (176m) en is één van de schilderachtigste stadjes van Frans-Vlaanderen. Het is de eerste getuigenheuvel van een lange reeks ‘West-Vlaamse bergen’.

Toen Julius Caesar onze gebieden veroverden, werd Cassel de hoofdplaats van de Castellum omwille van zijn strategische ligging.

Cassel werd in WOII ook gebombardeerd, daarom zijn de huizen t.o.v. het Musée de Flandre (het vroegere Landhuis) van recentere datum.

Onze gids nam ons via een wandelpad van betonnen treden mee naar het hoogste punt van het stadje, locatie van de vroegere burcht, nu stadspark. Daar zagen we het ruiterstandbeeld van generaal Foch die hier tijdens de eerste wereldoorlog zijn hoofdkwartier had.

We hadden een mooi uitzicht over de vlakke omgeving.  Ludovik vertelde ons dat vanuit Cassel in de Romeinse tijd zeven heirbanen vertrokken, onder meer naar Atrecht, Doornik en Bonen (Boulogne-sur-Mer). In de middeleeuwen was het de hoofdplaats van een kasselrijk van het graafschap Vlaanderen.

De vlag van West-Vlaanderen zou eigenlijk (volgens Ludovik) op Cassel zijn gebaseerd (het rode wapenschild zou Cassel uitbeelden en de stralen de verschillende heirbanen).

Op een gedenkmonument in het park zou een Vlaamsgezinde beeldhouwer het “vraagteken” achter het woord vainqueur geplaatst hebben, omdat het voor de Vlamingen eigenlijk twijfelachtig was, of Filip van Valois nu wel overwinnaar als eerder veroveraar was, die dat stuk van het graafschap Vlaanderen bij Frankrijk inlijfde.

Nadien daalden we terug af naar het stadje zelf en verwonderden ons over de mooie, smalle straatjes die Cassel nog rijk is.  Voorbij een stadspoort zagen we Vlaamse namen op de huisgevels, zoals daar waren: “In de henne” of “Oude Schoenmakerie” of “d’oude Peerdestal” … We liepen vervolgens langs de vroegere stadsmuur waarachter nu tuinen van de mooiste huizen in Cassel liggen.  Eentje had zelf een betonnen loopbruggetje over het pad heen om in een ander deel van de stadstuin te geraken.  Vervolgens nam Ludovik ons mee naar een chique hotel, Châtellier de Schoebeque, een vroeger herenhuis, waar tijdens WOI generaal Foch resideerde en waar hij verschillende beroemde gasten ontving, zoals de toenmalige koning van Engeland, Georges V, onze koning Albert I, maarschalk Haig van Engeland …

De beeldenstormers hadden ook lelijk huisgehouden in Cassel, maar toen de protestanten verdreven waren, werd er tijdens de contrareformatie o.a. de Jezuïetenkerk gebouwd die op haar beurt tijdens de Franse revolutie een andere bestemming kreeg.  Ze stond nu in de restauratiesteigers.

Hier eindigde onze tocht met Ludovik, we namen van hem afscheid en hij nam de gelegenheid te baat om nog reclame te maken voor Radio Uylenspiegel.  Deze werd in 1978 opgericht. Ze begon als illegale zender die ijverde om de Vlaamse cultuur in Noord-Frankrijk te behouden. Begin de jaren 80 kreeg Radio Uylenspiegel een zendvergunning bij de liberalisering van de FM-frequenties. Ze zenden uit op de frequentie 91.8 FM en kunnen tot over de grens worden ontvangen.

Onderweg naar de Grand Place kwamen we opeens de groep van François tegen.  Blijkbaar was er een misverstand geweest aangaande het vertrekuur van de gids in het museum.

We hebben dat elegant kunnen oplossen door alles met een uurtje op te schuiven en de gids was met deze oplossing meer dan tevreden.

Ons groepje zou dan een uur later aan het museumbezoek beginnen, maar dat kwam heel goed uit, want we hadden enorme dorst gekregen.

In “Het Kerelshof” namen we plaats op het zonovergoten terrasje onder de welgekomen schaduwen van de parasols. In dat uurtje proefden we van menig streekbiertje.

Laat de anderen maar museumstof slikken 😉

Het Musée de Flandre ging open in oktober 2010 en is gevestigd in een sierlijk Vlaams renaissancepand op de Grand Place. Ook dat is een unicum, want het is het eerste museum in Frankrijk dat exclusief gewijd is aan de Vlaamse culturele eigenheid van Frans-Vlaanderen.

Niet alleen de oude Vlaamse kunst komt er aan bod, maar ook de hedendaagse.  Er liep juist een tentoonstelling met werken van o.a. Jan Fabre, Wim Delvoye en van nog een paar andere mindere Belgische kunstgoden.   De werken waren telkens in combinatie met oude kunst opgesteld.

Onze gids Paul leidde ons met veel passie en gedrevenheid doorheen het museum.  We bewonderden er beelden van Jan Fabre: de twee vergulde lammeren in hun glazen kooi met beendermeel, een verwijzing naar het prepareren van de vroegere middeleeuwse schildersdoeken met beenderlijm.

Verder van Jan Fabre, de parende herten, een uil, zijn keverkleed, de getatoeëerde varkenshuiden van Wim Delvoye.

De indrukwekkende foto’s van Marie-Jo Lafontaine van mensen met dierenmaskers, het kaartenkasteel van Patrick Van Caeckenberg, de opgevulde paardenhuiden van Berlinde De Bruyckere… te veel om op te noemen.

Onze gids Paul sloot af aan het schilderij van de nar die door zijn vingers kijkt. Hij heeft zijn bril laten zakken en kijkt ons meewarig lachend aan doorheen zijn vingers.

Volgens Paul bestaat er enkel in het Nederlands de uitdrukking: “Iets door de vingers zien ….”

Hier sloten we ons bezoek aan het museum af en deden we nog een laatste terrasje op de Grand Place van Cassel, voordat we naar ons Estaminet in Zuidpeene gingen.

De groepjes Liever Gelijkers hadden zich over de ganse Grand Place verspreid, de ene in het zonnetje, de andere in de schaduw.

Toen werd het tijd om ons naar het restaurantje van die avond, Au Koning van Peene, in Zuidpeene, te vertrekken, even buiten Cassel.

We zaten boven in een zaaltje apart en voor de democratische prijs van 27 euro, hadden we aperitief met hapjes, fruitsap, cola en mineraalwater, een lekker stoofpotje of een kabeljauwfiletje, en dat allemaal met frietjes in overvloed.  Een ijsje en koffie sloten ons menuutje af.

Tussendoor en ook nadien verzamelden we zo een beetje op het terras van het restaurant.  Daar sloten we onze geslaagde uitstap naar Cassel ook af.

Rest ons enkel nog maar om François van harte te bedanken voor zijn initiatief en voor zijn organisatie om ons in zijn streek mee te nemen.  Aan het grote aantal geïnteresseerden zag je ook dat het een heel aantrekkelijke activiteit bleek die, en iedereen zal het beamen, meer dan geslaagd was.

Ik ben er zeker van, dat er een heel aantal van ons nog eens terug naar Cassel zal trekken om van dit unieke, aangename stadje en van het mooie landschap te genieten.

19-21 mei 2017 – Weekend Beauvoorde

Ons laatste weekend samen dateert reeds van 2013.  Toen maakten we Zeeuws-Vlaanderen onveilig met onze strooptocht. Waren we toen maar met 12, dit keer trokken we met een mooie groep met 19 deelnemers naar het pittoreske dorpje Vinkem vlak naast het kasteel van Beauvoorde.

Spijtig genoeg moesten we daardoor de Belgian Pride missen op zaterdag 20 mei.  Maar uit goede bron vernam ik dat Liever Gelijk daar toch nog door een aantal personen was vertegenwoordigd.

We hadden ook geluk met ons logement, het Kapelhof.  Rustig gelegen naast de dorpskom, afgezien van het gratis kikkerconcert elke avond, bood het alle comfort, rust en gezelligheid.

Vrijdagnamiddag kwamen de organisatoren reeds toe, met hun wagens volgeladen met etenswaren, drank en nog eens drank.

Sommige vroege vogels begonnen reeds buiten op ons terras aan een gezelschapsspelletje.  Langzaamaan werd ons groepje voltallig, totdat het tijd was om te gaan aperitieven.  Hans had voor smakelijke broccolisoep gezorgd en had zeer lekkere spaghettisaus, naar eigen recept, meegebracht.  En met tiramisu als toetje, was alles perfect afgerond.

Naar voorbeeld van vroegere weekends, maakten we een avondwandeling om de omgeving eens te verkennen.  Toen de cafébazin van het enige cafeetje dat het dorp rijk was, ons zag afkomen, deed zij toch maar snel de rolluiken naar beneden.  Waarschijnlijk was dat toeval.

In de avondschemering maakten we nog een rondje rond het kasteel dat we de volgende dag zouden gaan bezoeken. Terug thuis in ons logement, begonnen we aan onze gezelschapsspelletjes vergezeld van een glaasje.  Sommigen konden maar niet stoppen en ’s anderendaags bleek dat zij tot half 3 ’s nachts hadden doorgespeeld.

Aan ons schema mocht niet getornd worden.  Om 8 uur ontbijt en om 10 u dienden we reeds present te zijn in ’t Hof van de Hemel in Veurne, voor nog eens een koffietje en een koffiekoek.  De vriendelijke bazin gaf ons een korte uitleg over haar gezellige kroeg.

Om 10u30 werden we aan Toerisme Veurne, het vroegere “Landshuis” opgewacht door Stefan, onze gids doorheen Veurne. Het Landshuis, nu toeristische dienst, was vroeger de bestuurlijke zetel van Veurne-Ambacht (Kasselrij). Na de Franse Revolutie en de afschaffing van het kasselrijbestuur werd het Landshuis omgevormd tot gerechtshof.

Met hem trokken we doorheen dit gezellige stadje. Het wapenschild van Veurne is een leeuw met een klavertje op zijn schouder.  Volgens Stefan verwijst dit naar de vele weiden (met klavertjes) in de omtrek.  Veurne lag tijdens WOI achter het front, daardoor werd het stadje bijna geheel gevrijwaard van vernielingen en bombardementen.  Zo werd het ook korte tijd de hoofdstad van België omdat Albert I er verbleef.  Stefan leidde ons via een doorgang tussen het Stadhuis en het Landshuis naar het nieuw aangelegde park met zijn “Mote”, een verhoging waar vroeger een kleine burcht had gestaan. Ereburger van Veurne, de schilder Paul Delvaux, stond in dat parkje in steen vereeuwigd.

Van daaruit ging het naar de Zwarte Nonnenstraat waar hij ons het oudste huisje (1570) van Veurne toonde. Voorheen de oude herberg “Drie Koningen”, werd dit de woonst van kunstenaar José Van Gucht en zijn atelier. Als “Muzekot” werd het gedurende enkele jaren de place-to-be voor progressieve Veurnese jongeren.  Later werd dit een kunstgalerij. Nu was het blijkbaar weer een gewone woning, want de goot ernaast werd grondig geveegd door de nieuwe bewoner, zoals later bleek.

Stefan liet ons typische woningen uit de Oostenrijkse periode zien, te herkennen aan hun fronton. Hij leidde ons doorheen de Sint-Walburga kerk, met haar allures van een (onafgewerkte) kathedraal.  Op de Grote Markt vroeg hij van 4 huisjes op een rij, welk nu het meest authentieke was.  Het bleek het uiterst linkse (Brasserie Flandria) te zijn, waar Will Tura, ook afkomstig uit Veurne, regelmatig een pint zou drinken. Bij ons bezoek aan het kasteel van Beauvoorde, later die dag, wisten we nog de typische kenmerken van de regionale Vlaamse Renaissance: trapgevel, gele bakstenen, ankerijzers en “altaren” boven de vensters.

Dan nam hij ons mee naar het Stadhuis, vroegere Conciergerie van het Landshuis, waar hooggeplaatste personen indertijd aan tafel mochten plaatsnemen. De Albertzaal in het Stadhuis was het hoofdkwartier van Koning Albert I tijdens de Eerste Wereldoorlog. We bezochten enkel de benedenverdieping met zijn historische zalen met hun Mechels en Corduaans lederen wandbekleding.  Jozef II was er vereeuwigd in een schilderij.  Onze René had dat reeds gezien en de gids bevestigde dit.

Ik denk dat het “Blauwe Salon” in rococo ons wel het meeste aansprak. Naar ik meen, toch een stijl die bij ons past.

Daarna was het tijd om ons middagmaal te nuttigen en in Brasserie Excelsior werden we verwelkomd met zalm en kalkoenborst, eenvoudig, maar toch zeer lekker klaargemaakt. Frietjes in overvloed. Ik hoorde toch niemand klagen 😉

Dan stante pede terug naar ons verblijf waar we verwacht werden op het kasteel van Beauvoorde.

Onze gidse, Lut, verwelkomde ons en vroeg al dadelijk wat voor vereniging wij waren.  Bij het antwoord van Frank, dat wij een holebigroep waren, bleef zij heel neutraal en liet niets merken wat zij hierover dacht.

Zij ging dadelijk tot de kern van de zaak over en vertelde met veel kennis over de eigenaars van het kasteel en vooral over de laatste, nl. Arthur Merghelynck, die het kasteel eind 19e eeuw kocht.  Hij verbouwde het kasteel en gaf het interieur een 17e eeuwse look.

Arthur was een verwoed antiekverzamelaar en het kasteel werd dan ook zijn uitstalraam.  Zijn huwelijk met een gewoon burgermeisje bleef kinderloos.  Het feit dat zij in aparte kamers sliepen, zal daar “misschien” wel iets mee te maken hebben.

Hij werd amper 55 en schonk de meeste van zijn bezittingen aan de Belgische staat.

Alhoewel een kasteel, kwam de manier van leven (mij alleszins) toch een beetje oncomfortabel over.  De donkere (vaak toch niet erg grote) kamers, het eenvoudige toilet (een plank met een gat erin) op de koer en de primitieve “badkamer” ernaast, kunnen de vergelijking toch niet doorstaan met de Art-Nouveau stijl die eind 19e eeuw in de steden opgang maakte en het luchtige, de ruimte en het licht benadrukte.

Daarna ging het richting Lo-Reninge, waar we een afspraak hadden met Jules Destrooper om bij hem op de koffie te komen.  Daar werden we ook heel warm onthaald. Onze gids, Jozef, leidde ons doorheen het bezoekerscentrum en wist veel te vertellen over “de tijd van toen”.

Hoe het allemaal begon in een eenvoudig kruidenierswinkeltje en hoe Destrooper uitgroeide van wafeltjes bakken op een Leuvense Stoof naar het internationale bedrijf van tegenwoordig.

We mochten achteraf het ganse assortiment koekjes proeven en bijna werd de fabriekswinkel door enthousiaste Liever Gelijkers helemaal leeggekocht.

Nadien terug richting Kapelhof waar we met een lekkere kaas- en wijnavond de dag mochten afsluiten.  Natuurlijk werden na het avondmaal de gezelschapsspelletjes (en de drank) weer bovengehaald.

De volgende dag, het ontbijt ietsje later, nl. om 8u30.  Het werd weer een stralende dag waarop we om 11u aan de Ijzertoren werden verwacht. Ja, inderdaad, wat konden we daar verwachten?  Niet dat we zo notoire flaminganten zijn, maar die toren heeft ons allemaal wel een beetje geïntrigeerd.

De IJzertoren (84 m hoog) is in de eerste plaats een herdenkingsmonument voor de Vlaamse gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog, maar hij staat tegelijk ook symbool voor de aan de IJzer ontstane wil tot meer politieke verzelfstandiging van Vlaanderen.

Onze gids Walter bleek een man met het hart op de juiste plaats en met een bulderende stem om zijn ‘soldaten’ regelmatig eens tot orde te roepen.

Bij de restanten van de oude Ijzertoren gaf hij zijn uitleg over de drie “V’s”, nl. Vrede, Vrijheid en Verdraagzaamheid.  Vooral dat laatste is in onze tijd zeer actueel en hij verwees naar het fenomeen van pesterijen op school, waar ook één van zijn kleinkinderen het slachtoffer van was.  Als zijn eigen slachtoffer werd onze Toon uitgekozen, die dan ook regelmatig eens aan de tand gevoeld werd.

Binnen, na een filmpje over het leven in de loopgraven, waar we allen inderdaad erg stil van werden, moest Toon het woord ‘klaproos’ in verschillende talen vertalen.  Hij deed dat héél adequaat. Walter vertelde, dat hij vlaamsgezind werd na zijn legerdienst in Brussel, waar hij bij een tweetalige legerafdeling was gekazerneerd.  Nadien bracht hij ons met de lift naar de top van de toren waar we een prachtig uitzicht hadden over de streek.  Walter vertelde ons over WOI, de Ijzervlakte die onder water werd gezet en hoe dit allemaal in zijn werk was gegaan.  Nadien ging het in soldatenpas 22 verdiepingen naar beneden, waar we op elke verdieping geconfronteerd werden met een aspect van WOI, zoals de vluchtelingen, de gasaanvallen, het dagelijkse leven (en sterven) van de soldaten, de Vlaamse ontvoogdingsstrijd…

Eigenlijk zouden we nog een tweede keer moeten terugkeren om op ons gemak die verdiepingen nog eens te doen, met het commentaar van Walter in ons achterhoofd.

Nadien, aan de oevers van de Ijzer, mochten we genieten van een welverdiende picknick van de restjes van ons weekend.  We hadden honger en het smaakte ons allemaal.

Maar voordat we terugkeerden naar ons verblijf in Beauvoorde, gingen we, als toemaatje en vervolg op ons bezoek aan de Ijzertoren, toch nog ietsje verderop de “Dodengang” verkennen.

Zo sloten we ons weekend af.  Het was er een van samenhorigheid, van respect voor elk een, het was weer uniek, zoals het enkel bij Liever Gelijk kan voorkomen.

Doen we er volgend jaar nog eentje?

Maar als afsluiter nog een zeer dringend bericht: wil de eigenaar van het flesje poppers, Gold Rush, achtergelaten in een welbepaalde frigo in ons verblijf, zich vooralsnog kenbaar maken?

Dank U.  

16 april 2017 – Paasontbijt

Ook dit jaar had Dirk ons weer uitgenodigd om in zijn etablissement samen een Paasontbijt te komen nuttigen.  Voor 34 man de tafel dekken, is geen sinecure, maar dat had onze gastheer weer perfect georganiseerd.

Alles was weer overvloedig aanwezig: croissants, broodjes, chocoladekoeken, peperkoek, yoghurt, kaas en ander beleg, confituren, fruitsap, koffie, thee, te veel om op te noemen …. om van de paas- en andere eitjes dan nog niet te spreken..

Zijn compagnon Sammetje kwam nog een handje toesteken. Verschillende “nieuwe leden” die er vorig jaar nog niet bij waren, tekenden eveneens present.  Voor Lieven en Marnik was het hun eerste keer bij onze bende.  En niet te vergeten, het was Lieven, onze “kaasboer” die voor de broodjes, koffiekoeken, confituur en kazen gezorgd had.

Die dag, was het toeval of niet, verjaarden eveneens twee van onze leden, nl. Tom Glorieux en Benjamin Dhont.  Het werd waarschijnlijk de verjaardag van hun leven, want toen we zo een tijdje bezig waren om van al dat lekkers te genieten, kwamen er opeens twee vreemde, maar niet onknappe, gasten binnengewaaid.  Tja, waarschijnlijk kennissen van onze gastheer… moet menigeen gedacht hebben, maar tot ons aller verbazing verscheen daar eensklaps een overweldigende en flamboyante dragqueen, die ons tot dan toe rustige ontbijt, omtoverde tot een waar schlagerfestival. Al gauw zwaaiden we, zoals de Marie-Louise, heen en weer en zongen we uit volle borst mee.  Dat was echt een complete verrassing.  Wie kan zeggen, dat hij op zo’n hoogheilige dag nog eens verwend werd door niemand minder dan “Nadia Showlight” uit Harelbeke.

Toen we een beetje van deze verrassing bekomen waren en het paasontbijt al meer of minder achter de kiezen hadden, je kon er eigenlijk van blijven eten, werd het stilaan tijd om onze aanwezigheid in ’t Eiland af te ronden en naar buiten te trekken, waar het lentezonnetje lonkte en voor sommigen misschien ook nog de Paasfoor in Kortrijk?

Maar niet vooraleer we buiten voor ‘t Eiland een groepsfoto gemaakt hadden.  Een memorabel souvenir voor latere geslachten, immers, ook wij gaan met deze foto een plaatsje krijgen in de eregalerij van ’t Eiland.

Om ons paasontbijt een beetje te verteren, hadden we dit jaar een fotozoektocht doorheen de rijke geschiedenis van Kortrijk georganiseerd.  We verdeelden ons in drie groepjes en togen samen naar de Oude Dekenij aan de St.-Maartenskerk in Kortrijk.

De oudgedienden onder ons weten het natuurlijk nog wel: de Oude Dekenij was de eerste ruimte in Kortrijk die Liever Gelijk midden 1988 mocht gebruiken voor haar maandelijkse activiteiten (eerst op dinsdag, later op woensdag).  Voorheen gingen de samenkomsten steeds bij iemand thuis door.  De groep was toen immers nog niet zo uitgebreid zoals nu.  In onze archieven lezen we: “Halfweg 1988 verhuizen we naar de ‘Oude Dekenij’, een Kortrijks cultureel centrum, waar we in een eerbiedwaardig kader van witte muren en oude plankenvloeren mekaar begroeten, bijeenkomen, praten, ideeën uitwisselen, zwijgen, zingen, ruzie maken, zoeken, twijfelen, vieren, lachen, bidden …  Ja, wat gebeurt er zoal niet als mensen mekaar ontmoeten en proberen om samen op weg te gaan.”

Ook nu doen we op ditzelfde elan verder, samen als groep en ieder op zijn eigen manier.

De drie groepen gingen elk huns weegs, want het parcours was zo samengesteld, dat elke groep wel dezelfde locaties aandeed, maar in een andere volgorde en dikwijls met een andere vraag.

Het weer zat ook uitermate mee.  Het lentezonnetje deed zijn best om de af en toe gure wind wat te verzachten.

En op die manier raakten we wat meer vertrouwd met de geschiedenis en historische bezienswaardigheden van onze stad Kortrijk.  De groep waar geen Kortrijkzaan bij zat, moest zich in alle bochten wringen om de naam te weten te komen van de niet onaardige baas van het oudste cafeetje van Kortrijk, maar zal dit nu waarschijnlijk nooit meer vergeten, inderdaad Gilles mon amour…, werkelijk een bezoekje waard 😉  Dat Jan Palfijn een verlostang vastheeft, is nu ook weer duidelijk en dat de empire-stijl in Kortrijk ook vertegenwoordigd is, staat nu buiten kijf.  Iedereen mocht de vernieuwde Houtmarkt bewonderen en 100 aflaten gaan verdienen in het Begijnhof.

Nadat elke groep zijn taak had volbracht, kwamen we op het einde allemaal samen in Café West-Vlaanderen aan de markt in Kortrijk.  Daar werd verpoosd met een drankje en werden tevens de punten geteld.

Derde werd de groep van het parcours nr. 3 met 17 op 20.  Wat de afstand betreft, zat zij er 460 meter naast.  De mannen van parcours nr. 2 werden de winnaar met 20 op 20.  Was parcours 1 niet vergeten 2 vragen in te vullen, hadden zij dezelfde score.  Maar bij de afstand zaten zij er 345 meter naast, terwijl parcours 2 er maar 200 meter naast zat.  Dus de mannen van parcours nr. 2 zouden sowieso gewonnen hebben.

De prijs, een zak met paaskonijnen en dito eieren, werd uitgereikt waar we begonnen waren, nl. op het terras van café ’t Eiland.

Rest ons enkel nog een dikke merci te zeggen aan Dirk van café ’t Eiland voor zijn onbaatzuchtige inzet, voor Lieven en Marnik voor hun logistieke ondersteuning en aan Sammetje voor zijn big smile tussen de Big Boobies van Nadia Showlight.

Tot een volgende!

Zaterdag 13 maart 2017 – Stam Gent

In een warm en aangenaam lentezonnetje verzamelden zich de Liever Gelijkers die namiddag op het grasveld naast het STAM (Stadsmuseum) in Gent.

Onder leiding van 2 gidsen zouden we de geschiedenis van de Bijlokeabdij en van de stad Gent ontdekken.

Het woord bijloke betekent oorspronkelijk omheining, afsluiting. ‘Iets beluiken’ is in de middeleeuwen zoveel als ‘iets afsluiten’. In een tekst van 1477 lezen we hoe ‘een meersch rontomme beloken is met ene gracht’. Later ging die betekenis over op de afgesloten grond zelf en werd een ‘biloken veld’ eenvoudigweg een ‘biloke’ genoemd.

In dit geval is de naam afkomstig van de Bijlokemeersen, de weilanden die door gravin Johanna van Constantinopel geschonken werden voor de oprichting van een hospitaal. Hier werd in de 13e eeuw het Bijlokehospitaal gesticht. Later werd ook de Bijlokeabdij opgetrokken. Uiteindelijk bestond het complex uit hospitaal, abdij en nutsgebouwen uit drie perioden: de middeleeuwen, de 17e eeuw en de 19e eeuw. Thans bevindt zich hier de Bijlokesite, een cultureel centrum met onder meer het Stadsmuseum Gent (STAM), het Muziekcentrum De Bijloke Gent, de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en het Hogeschool Gent Conservatorium.

Tot hier de uitleg over de oorsprong van de naam Bijloke, gevonden in onze digitale encyclopedie “google”.

Maar nu terug naar onze gidsen.  Omdat we met zo’n grote bende waren (28 man) dienden we 2 gidsen te engageren.  De ene groep kreeg een mannelijke gids en de andere groep een vrouwelijke mee. Kwestie van het evenwicht te behouden.

We hadden weer geluk, want alle twee bleken ze zeer boeiende en bekwame vertellers te zijn.

Ikzelf kan enkel meespreken over onze vrouwelijke begeleidster. Zij was afkomstig uit Roeselare en dus een aangespoelde Gentenaar, maar ze had de stad Gent in haar hart gesloten.

Ze nam ons mee naar boven en op een overloop liet ze ons zien waar de oorspronkelijke abdijkerk van de cisterziënser zusters lag.  Deze was in de 16e eeuw bij de beeldenstorm helemaal vernield en zodoende werd het Dormitorium (de slaapzaal) als kapel heringericht.  Zij wees ons op de kleine, dichtgemetselde vensters tussen de grotere die toen speciaal voor de nieuwe kapel werden geconstrueerd. Dat was nog duidelijk zichtbaar.

Onze gidse leidde ons dan naar de vroegere refter.  Een grote, heldere ruimte met helemaal achteraan een open haard.  Deze ruimte werd in de 18e eeuw verkleind, verlaagd met een nieuw plafond.  Het oorspronkelijk houten plafond werd onder een kunstig stucwerk verscholen.  In 1920 werd de ruimte in haar oorspronkelijke glorie hersteld.  Voor het mooie stucwerk plafond werd speciaal een nieuwe zaal gebouwd.

Op de muur van de refter zagen we een mooie afbeelding van het Laatste Avondmaal.  Hierop was duidelijk te zien dat de apostel Johannes zich aan de borst van zijn ‘meester’ koesterde.

Terug via de overloop, kwamen we de rest van de bende tegen.  Of ze ons herkend hadden, is een andere zaak.

We begaven ons toen in een ruimte met een reuzengrote luchtfoto van Gent en deelgemeenten onder glas.  Speciaal daarvoor moesten we schoenbeschermers aantrekken.

Het is niet altijd gemakkelijk om op die manier je eigen straat of zelfs gemeente terug te vinden.  We oriënteren ons immers nooit van boven.   Wat sommigen wel konden terugvinden, was de Adonis in Drongen.  Moet toch zijn, dat ze daar vaste klanten zijn 😉

Dan nam onze gidse ons mee naar een ruimte waar de ontstaansgeschiedenis van Gent werd weergegeven.  Het is nog altijd een eeuwenlange discussie wat er nu eerst was, de Bijlokeabdij of de Sint-Pietersabdij.   Onze gidse was een duidelijk voorstander van de Bijlokeabdij.  Zij liet ook blijken, niet alles klakkeloos aan te nemen wat voor waar wordt aangenomen, maar ze stelde haar eigen waarheid zeker niet boven de gangbare geschiedenis.  En dat is een heel eerlijke instelling.  Je moet met beide facetten rekening houden en dat leidt altijd tot interessante beschouwingen of bewustwordingen.

Vervolgens bracht zij ons naar een ruimte met de stamboom van Keizer Karel V, die in Gent geboren was.  Zij had daar ook haar eigen mening over het feit, dat men de moeder van Keizer Karel, Johanna de Waanzinnige noemde.  Zij vond haar helemaal niet gek.  In feite was zij de rechtmatige koningin van Spanje en de mannen in haar omgeving misbruikten dat argument om zichzelf de troon toe te eigenen.

Zij stierf in 1555, slechts 3 jaar voor de dood van haar zoon Keizer Karel in 1558.

Dat de Habsburgers aan inteelt deden, door constant met neven of nichten te trouwen, om de macht en rijkdom in de familie te houden, is ook duidelijk te zien aan bepaalde lichamelijke kenmerken, zoals een sterk vooruit geschoven kin.

Dat zie je ook bij bepaalde kinderen van onze eigenste prinses Astrid die ook met een Habsburger is getrouwd.

Na de vlucht van de protestanten vanuit Gent naar het Noorden waarbij de meeste intelligentsia, kooplui en welgestelden naar ginder verhuisden, bleef Gent verweesd achter.   Maar volgens onze gidse had Gent in die tijd toch reeds een échte democratie, met een directe vertegenwoordiging van de ambachten.

Vervolgens het kleine zaaltje met een reproductie van het Lam Gods.  De diefstal van de Rechtvaardige Rechters blijft tot op heden nog steeds een hot item, dat regelmatig weer de kop opsteekt, zeker in de komkommertijd.

Dan kwamen we in de laatste zaal, waar de industrialisatie van de stad Gent werd voorgesteld.

Waar in de Middeleeuwen de stad Gent een belangrijke lakenproductie had, kende in de 19e eeuw de textielindustrie weer een enorme bloei.

Onze gidse zei, dat ze hier zeker nog een 2-tal uren kon doorgaan, maar dat haar tijd spijtig genoeg beperkt was.  Lag het aan ons, kon zij zeker nog haar ding doen, maar ja, we waren gebonden aan de tijd en we moesten daar dan ook afsluiten.

Zij bracht ons terug naar de kantine, waar de andere groep reeds ongeduldig op ons zat te wachten.

En met een drankje in het warme namiddagzonnetje werd deze activiteit voor de meesten onder ons afgesloten.

Nog een 18-tal gingen een laatste avondmaal nuttigen in het Hof van Herzele.  Het was alleszins zeer spijtig dat men onze groep eerst in de kelder stopte, daar waar er boven genoeg plaats was, zoals achteraf bleek.  Het was ook een uiterst onaangename ervaring, aangezien er een indringende toiletgeur hing, zeker niet appetijtelijk om er te eten. Toen dit duidelijk werd gemaakt aan de van dienst zijnde garçon, konden we toch terug naar boven verhuizen.

Al bij al maakte het eten en het samenzijn boven veel weer goed.

Met een gedecimeerd groepje werd er dan nog een allerlaatste drankje in de A-pluss genuttigd.

Gent voor wat het is en voor wat het was.  Het is en blijft een boeiende stad!

Zondag 19 februari 2017 – Holebipioniers

Een luie zondagnamiddag is een ideaal tijdstip om onze kennis over onze eigen Vlaamse holebigeschiedenis eens op te frissen.

Paul Borghs was hiervoor bereid gevonden om per trein vanuit Antwerpen naar Kortrijk af te zakken.

Het was al een paar jaar geleden dat we van de Orangerie gebruikt konden maken, de laatste keer was ter gelegenheid van onze nieuwjaarsreceptie in 2014.

En nu dus opnieuw voor onze activiteit Holebipioniers, een overzicht van de Vlaamse holebigeschiedenis van de afgelopen 60 jaar.

Met 28 geïnteresseerden kwamen de Liever Gelijkers opdagen.  Als taak hadden zij meegekregen om voor zelfgebakken taart en versnaperingen te zorgen, zodat we na de uiteenzetting met een koffietje en een stukje taart konden verpozen en bijbabbelen.

Velen brachten hun eigen baksels mee, anderen hadden hun toevlucht tot hun “huisbakker” genomen, wat natuurlijk ook niet te versmaden was.

Iets na twee begon Paul met zijn voordracht over 60 jaar holebigeschiedenis in Vlaanderen.  Hij belichtte heel gedetailleerd de vele mijlpalen die bereikt werden door elke decennium onder de loep te nemen.  Maar hij betuigde eerst dat het voor holebi’s in België zeker niet slecht vertoeven is.  Na Malta, komt België op de tweede plaats (in de wereld) waar holebi’s de beste sociale en politieke rechten hebben.

60 jaar terug in de tijd:

Het decennium waarin Suzan Daniël de eerste holebivereniging in Brussel oprichtte (in 1953).  Ook het decennium waarin een Alan Turing (de basislegger van de moderne computer) de keuze kreeg om ofwel de gevangenis in te vliegen ofwel chemische castratie te ondergaan.  Hij koos voor het tweede, met als uiteindelijke gevolg zijn zelfmoord.  De jaren ‘50 waren ook het decennium van electroshoktherapie, lobotomie en daadwerkelijke castratie.

50 jaar terug in de tijd:

De jaren ‘60 waarin Paula Semer het aandurfde om homoseksualiteit op de televisie bespreekbaar te maken. Met alle gevolgen van dien: mensen die aan het programma deelnamen, verloren hun job of werden uit hun huurwoning gezet. Paula zelf kreeg politiebescherming op straat.

In 1965 het wetsartikel 372 bis dat bepaalde dat homoseksuele handelingen pas vanaf 18 jaar mochten, heteroseksuele vanaf 16 jaar.  Voorheen was het voor beide 16 jaar.  Een hele stap terug voor België.

Ook het decennium waarin vele holebiverenigingen ontstonden, dikwijls vanuit de schoot van katholieke priesters, zoals daar waren: kanunnik Dehaene in Brugge, of Wilfried Lammens in Antwerpen.  Vele homo’s kwamen naar de huiskamermissen van deze laatste, natuurlijk niet voor de mis, maar meer voor het drankje, de babbel en het liefje achteraf.

40 jaar terug in de tijd:

De coming out van Will Ferdy op televisie, in het programma “Zo zijn” in 1970.  De opkomst van de linksradicale homobeweging (De Rooie Vlinder), de eerste internationale homodag in België (in Gent op 19 maart 1978).  We leerden dat de naam janetten komt van de Franse benaming voor de meisjesscouts in Frankrijk. Lesbiennes noemden zich toen liever “heksen”.

30 jaar terug in de tijd:

De jaren ’80, de opkomst van AIDS.  De Waalse lerares Eliane Morissens die ontslagen werd (1980), omdat ze op televisie had bekend dat ze lesbisch was. De rechtszaken in 1984 tegen de Macho sauna’s van Michel Vincineau (prof aan de ULB) en zijn partner Rudi Haenen wegens het “uitbaten van een ontuchthuis”, de voorhechtenis die daarop volgde.       3 Jaar later werden ze in beroep door het Hof van Cassatie in Luik vrijgesproken, “homoseksualiteit is immers geen synoniem van ontucht”.

In de jaren ’80 lag de hele holebibeweging op zijn gat, ook de holebifederatie.  Er werd voortdurend ruzie gemaakt (rechts tegen links, progressief tegen behoudsgezind) en het samen aan de kar trekken zat er niet meer in.  Niemand was gelukkig met die hele situatie.

Vanaf de jaren 90 fleurde alles weer op.  De eerste gayprides verschenen, eerst in Antwerpen in 1990, vervolgens Gent in 1992, Antwerpen in 1994 en nadien vanaf 1996 jaarlijks in Brussel.

Maar er waren ook negatieve geluiden te horen, zeker vanuit rechtse hoek. Er was weinig draagvlak bij politici.  Dat begon langzaam te veranderen toen men besefte dat holebi’s ook een groep waren die voor hen interessant kon zijn. Vanaf de eerste partnerschapsregeling in 1989 in Denemarken begon men ook bij ons stappen in die richting te ondernemen: vanaf de eerste “registratie” van een samenlevingscontract, dat in feite een lege doos was, tot het uiteindelijke homohuwelijk in 2003 in België.

De antidiscriminatiewet verscheen, ouderschapsregelingen kwamen aan de orde van de dag.

Paul sloot langzaam af met het wijzen op onze verworvenheden waaraan men in sommige (Europese) landen nog niet aan kan tippen en waar men nog een lange weg af te leggen heeft.  Maar hij wees ook naar bepaalde tendensen waar we toch rekening moeten mee houden.  Wordt de holebibeweging niet te veel geïnstrumentaliseerd door de politiek? Zichtbaarheid door homo’s kan ook tot homonegativiteit leiden.  En wordt onze beweging niet te veel gedomineerd door de witte blanke man, als zijnde een witte middenklassebeweging.  De verschuiving van de nadruk van seksualiteit naar gender.

Hij wees ons nog op (naast zijn eigen meest recente boek “Holebipioniers”) naar een werk dat later dit jaar uit zal komen: Verzwegen verlangen Een geschiedenis van Homoseksualiteit in België (vanaf de middeleeuwen over de nieuwe tijd tot de nieuwste tijd), een werk van 3 jonge historici (Wannes Dupont, Jonas Roelens, Elwin Hofman), een thema waarmee zij ook doctoreerden.

Wij dankten Paul voor zijn heel interessante en boeiende uiteenzetting met een lekkere fles wijn.

Hij toog onverrichterzake terug naar Antwerpen en wij vielen aan op het taartenbuffet.

Gezelligheid hoort er immers ook bij en als echte koffiemadammen genoten we van een zelfgemaakt of -gekocht stukje taart, cake, en natuurlijk niet te vergeten, ook van de tiramisu!

Het was reeds tegen 7 uur ’s avonds dat we de deuren van de Orangerie weer achter ons sloten.

En als afsluiter, op aanvraag van velen, hierna het recept van de succulente vlaai van Kurt en Jan:

Ingrediënten: 125gr peperkoek, 125gr speculoos, 80gr bruine suiker, 45gr kristalsuiker, 95ml kandijsiroop (1/3 van een flesje),1l melk, 2 beschuiten.

Werkwijze: Voeg alle ingrediënten samen en laat koken. Mix , voeg een ei toe en mix opnieuw.

Boter een bakvorm in en giet mengsel in de bakvorm. Bak gedurende 1 uur in een oven op 175 graden. Laat afkoelen in de oven.

Smakelijk!

Vrijdag 10 februari 2017 – Film ‘Moonlight’

Op uitnodiging van de Budascoop waren we weer present voor een recente holebifilm die verschillende Oscarnominaties in de wacht had gesleept.  De film moest dus wel goed zijn, maar toch kwam ik achteraf buiten met een dubbel gevoel.  O.K. de film was zeker niet slecht, zeer mooie beelden, dito muziek, maar hij beklijfde toch niet echt, zoals het bij andere filmen wel doet.

De meesten van onze groep waren toch enthousiast.  Men vond het langzame ritme van de film wel degelijk goed uitgewerkt, het thema heel herkenbaar.  Typisch ook dat er enkel zwarte acteurs waren, ook een outcast groep equivalent aan ons holebi’s.

De verhaallijn liep zijn gangetje, met toch even een drietal “hoogtepunten”.  Het jongetje dat aan de keukentafel vraagt, wat een “fagot” (flikker) is, de stilte en de spanning die er dan even hangt ….

De moeder die in een blinde, maar geluidloze woede haar frustraties uitschreeuwt, het kleurenpalet dat daarbij gebruikt wordt …

Het einde waarbij de volwassen Chiron tegen zijn vroegere vriend zegt, dat hij de enige was die hem ooit had aangeraakt en dat hij nadien nooit meer met een man intiem was geweest, met dan het laatste beeld van de film waar de twee mannen innig omarmd zitten.

Ja, hoe men iets ervaart, is altijd subjectief.

Achteraf nog een cavaatje, aangeboden door de Budascoop.  Dirk en Sammetje van ’t Eiland verrasten ons met belegde broodjes.  Héél attent en leuk.

Maar al bij al hebben we met onze 25 man toch nog een leuke avond samen doorgebracht, een drankje, een babbeltje en een knabbeltje.  Is een film misschien de aanleiding, het is ons toch om de gezelligheid samen achteraf te doen, dat is meestal het belangrijkste.

En zo werd het toch reeds halftwaalf toen de laatsten vertrokken en Hannah van de Budascoop de stekker mocht uittrekken.

21 januari 2017 – Nieuwjaarsreceptie

Nieuwjaarsreceptie 2017 van Liever Gelijk in het kasteeltje van Heule.  Deze activiteit was weer een schot in de roos, want 57 man verschenen op het appèl.

Maar voorheen dienden nog de nodige voorbereidingen getroffen te worden.  Rond 17u kwamen we de ruimtes van het kasteeltje inspecteren en klaarzetten voor de receptie. Stefaan C. en zijn wederhelft Philip staken de handen uit de mouwen om broodjes voor die ganse bende te smeren.

Zij ontpopten zich ook tot rasechte receptionistes om de gasten te ontvangen, de namen op hun revers te plakken – immers, sommigen kwamen voor een eerste keer – en hen naar de receptieruimtes te begeleiden.

Daar werd het voller en voller.  De cava en andere dranken vloeiden weer rijkelijk.  De hapjes: olijfjes, kaasjes, nootjes, worstjes niet te vergeten, moesten de kleine honger eventjes stillen.

Onze vriend Dirk van ’t Eiland was uitzonderlijk ook van de partij.  Het was tof dat hij zich even van zijn drukke bezigheden had kunnen vrijmaken om ons met zijn aanwezigheid te vereren.  En dat deed hij met een onvervalste flair, hem zo eigen.

Vele helpende handen maken een werk licht.  We waren dan ook zeer verheugd, dat er zich zovelen hadden aangediend om mee te helpen schenken, achter de “toog” te staan en drank aan de dorstigen te voorzien.

Oude en nieuwe bekenden passeerden de revue.  We mochten bij het begin van dit nieuwe werkjaar een aantal nieuwe leden verwelkomen.  Danny uit St.-Elooiswinkel (we hebben nu reeds 3 Danny’s in onze groep), Dirk uit Lendelede en Joan (inderdaad zonder “h”) uit Brugge (we kennen hen nog van de zoektocht doorheen Gent van afgelopen jaar). Antoon uit Deerlijk en Patrik uit Oostakker kwamen eens zien wat voor vlees er in de kuip zat.  Het valt dan weer op, dat iedereen zijn eigen verhaal heeft en dat iedereen op zijn manier zijn weg in het holebimidden tracht te zoeken.

Een speech op een Nieuwjaarsreceptie mocht ook niet ontbreken en ondergetekende kreeg de “eer” om die noot te kraken.

Een aantal praktische punten werden eerst naar voren geschoven.  Niet te vergeten, opnieuw een holebifilm in de Budascoop op vrijdagavond 10 februari, nl. Moonlight.  Gratis Moonlight cocktailtje achteraf.  Ons weekend van vrijdagavond 19 mei tot zondagnamiddag 21 mei.  Plaatsen voor 22 man. Op tijd inschrijven is hier dus aangeraden.

En last but not least, ons 30-jarig jubileum op zaterdag 9 december 2017. We lanceerden een oproep om een werkgroep te vormen voor dit evenement en we hadden al dadelijk een paar geïnteresseerden om hieraan mee te doen.  Uit dit alles blijkt toch dat er een heropleving is van de betrokkenheid van onze leden met Liever Gelijk.  En dat stemt ons uitermate verheugd.

Natuurlijk mochten op een gegeven moment de broodjes niet ontbreken.  Daarbij trakteerde Hans ons, uit zijn eigenste huisbrouwerij, op een bak met zelf gebrouwen Triple.  In een mum van tijd werden alle flesjes soldaat gemaakt. Het mag gezegd worden, het was overheerlijk.

Het viel wel op dat in de tweede helft van de avond, velen zich in de andere ruimte terugtrokken om in groepjes gezellig samen te kunnen keuvelen.  Ook dat behoort tot ons verenigingsleven.  Een van onze nieuwkomers beaamde dat een holebivereniging inderdaad een vrijhaven is voor ons gelijkgeaarden.  Je hoeft je niet meer te verantwoorden of te verstoppen omdat iedereen in hetzelfde schuitje zit.

Als kleine nieuwjaarsattentie, mocht iedereen een zwavelstokje aansteken en daarbij een wens doen. Op die manier werd letterlijk even stil gestaan bij elke aanwezige.  Deze mocht dan ook nog blindelings een kaartje kiezen met een afbeelding of the subject of our dreams en achterop een nieuwjaarswens, toepasselijk op onze vereniging.

Voor diegenen die er niet bij waren, hierbij de tekst:

Van één … naar méér … naar samen
Verlaat je eiland; zoek verse grond en aarding
en zaai en oogst en feest en dank
met alle mensen
het nieuwe jaar wordt een goede tijd
Geloof erin. Het kan.  Van één … naar samen
De stuurgroep van Liever Gelijk wenst u
Het allerbeste in 2017 !  

Op een gegeven moment, de avond liep al op zijn einde, trakteerden Jhonny en nieuwkomer Antoon ons op een zwoele salsa.  De vonken vlogen eraf!

Langzamerhand kwam aan onze nieuwjaarsreceptie een einde.  De ene na de andere kwam afscheid nemen en de golf bezoekers ebde langzaam weg in de ijskoude winternacht. Enkel een aantal die-hards en een paar tortelduifjes bleven nog plakken, aan een pint of aan elkaar.

We hadden weer een hele hoop helpende handen om alles af te wassen, terug op zijn plaats te zetten en op te ruimen.  Daarom een dikke merci voor jullie inzet!

Zo eindigde de eerste activiteit van ons nieuwe werkjaar.

De lichten in het kasteeltje werden gedoofd en de laatste stormtroepen gingen ofwel naar huis of nog een laatste afzakkertje nemen in de Crisco.

Enkel de engeltjes aan het plafond van onze receptieruimte bleven achter en mijmerden nog wat na over wat ze die avond allemaal gezien en gehoord hebben.  Maar wees gerust, ze zullen het zeker niet navertellen, want wat in het kasteeltje van Heule gebeurd is, blijft in het kasteeltje…

Spring naar werkbalk