11 november 2016 – Europees Parlement

Op 11 november kwamen jullie mij opzoeken in het Europees Parlement te Brussel. Wij hadden deze dag uitgezocht, omdat het een Belgische feestdag is, maar voor de Europese Instellingen een gewone werkdag.

Het grootste deel van de groep kwam met de trein en stond al tegen 11 uur bibberend in de kou voor het hoofdgebouw aan het Luxemburgplein. Omdat we nog op een paar mensen wilden wachten, die per auto kwamen, gingen we bij de Exki op het pleintje voor het parlement nog wat genieten van een warme kop koffie, thee en koekjes.

Tegen 11u30 begonnen wij ons bezoek met een paar weetjes over de gebouwen van het parlement aan het Luxemburgplein. In het oude stationsgebouw bevindt zich nu het informatiebureau van het parlement voor België (er zijn bureaus in alle 28 lidstaten).  Het station zelf is naar de ondergrond verhuisd en heeft verbindingen naar het Brusselse centrum en diverse S-treinen naar de periferie van de stad. We zagen ook de ingang van het Parlementarium, een interactief bezoekerscentrum van het Europees Parlement, dat iedere dag, dus ook in het weekend zonder kosten en aanmelding bezocht kan worden.

Hierna betraden wij het bezoekersgedeelte van het parlementsgebouw. De check-in verliep vlot. Iedereen moest door de zekerheidscontrole zoals op de luchthaven. We gingen meteen met de lift naar de 4e verdieping, waar we plaats namen op de bezoekerstribune van de plenaire zaal. De plenaire zaal biedt plaats aan 751 afgevaardigden uit de hele Europese Unie en verder aan de vertegenwoordigers van de Europese Commissie (de executieve, ongeveer vergelijkbaar met een federale regering) en de Raad van Ministers (de vertegenwoordiging van de regeringen van de 28 lidstaten – een soort senaat).  Deze dienen dus bij elke beslissing betrokken worden. Bij de recente ondertekening van het CETA handelsverdrag met Canada hebben wij gezien, dat het niet altijd evident is 28 lidstaten onder een hoedje te brengen.

De afgevaardigden worden om de 5 jaar in de hele Europese Unie rechtstreeks door de bevolking gekozen (in België zijn er dit 22 – X in Vlaanderen, X in Wallonië en X in het Brussels Gewest). De deputés zitten in het halfrond, niet per nationaliteit, maar wel in politieke fracties – van rechts naar links – en ook binnen de fracties in de volgorde van de achternaam – om duidelijk te maken, dat in het Europees Parlement niet de nationaliteit, maar de politieke richting het belangrijkere criterium is. De regeringen van de 28 lidstaten zitten in de Europese Raad – daar worden de compromissen tussen de landen uitgevochten – het parlement en de commissie zijn “boven-nationale” inrichtingen.

We zagen de stemapparaten – met een gleuf voor vertrouwelijke stemmingen (een soort “bocca de la verità”) en de hele reeks van cabines voor de tolken. De Europese Unie telt 24 officiële talen – alhoewel de dagelijkse werking meestal in het Engels, maar ook in het Frans en Duits gebeurt. Bij de plenaire vergaderingen zitten bijvoorbeeld 3 tolken in cabine 5, die er verantwoordelijk voor zijn, dat alles in het Nederlands beschikbaar is.

De tolken horen Engels, Grieks, Frans of Pools via hun koptelefoon en vertolken het simultaan naar het Nederlands. Wordt er bv. Ests gesproken, en de collega, die deze taal perfect machtig is, zit nog in de file rond Brussel, wordt er via een “schakeltaal” vertolkt, dwz.. eerst vanuit het Ests naar bv. Engels of Duits, en vervolgens in een tweede stap, uit het Engels of Duits naar het Nederlands. Maakt de afgevaardigde uit Estland een grap, en was het een goede, lachen eerst de 6 afgevaardigden uit Estland, vervolgens de Britten, Ieren, de Duitsers en Oostenrijkers, en pas dan de rest van het huis…

Onze fotograaf van dienst, Gino, nam een reeks foto’s van de zaal en de groep en vervolgens namen wij terug de lift naar de begane grond. Net voor die liften is er nog een kunstwerk te bewonderen, welke de diversiteit van Europa beschrijft. Luc wist natuurlijk, dat het van de handen van de Belgische kunstenaar Olivier Strebelle stamt. Na nog wat uitleg en discussie over de Europese instellingen en het politieke leven in Brussel was ons bezoek aan het Europees Parlement tegen 13 uur afgerond.

We konden onze honger stillen in het restaurant van het Comité van de Regio’s (CoR), een consultatief orgaan, dat de regionale entiteiten (steden, regio’s, etc.) vertegenwoordigt, die verplicht hun stem op Europese wetsvoorstellen moeten uitbrengen. Klaus Hullmann, conférencier in de bezoekersdienst van het Comité (hij heeft vroeger ook in de bezoekersdienst van het Europees Parlement gewerkt) heeft dit voor ons kunnen regelen.  Het CoR ligt op 50 meter afstand vanuit het parlement en ligt aan de hoek van de Wiertz- en Belliardstraat. Bijna iedereen ging mee,  slechts een klein aantal mensen had nog familiale verplichtingen en moest dus na 13 uur vertrekken.

Na een tweede ronde door de zekerheidscontroles – ieder gebouw is apart beschermd, je weet maar nooit – kreeg iedereen een bezoekersbadge. Ons bezoek werd officieel aangeduid (14u30 tot 15u30 Liever Gelijk in Ruimte XXXX) en was dus op alle programma- schermpjes in het hele gebouw goed zichtbaar. We gingen meteen naar het restaurant op de eerste verdieping en iedereen koos naar eigen voorkeur uit het brede en verse aanbod. We konden bijna allemaal aan een grote tafel samenzitten. Plots verdwenen een paar leden, maar ze haakten niet af, nee, hun lichaam eiste zijn nodige dosis nicotine op.  Gelukkig was er naast het restaurant een terras voor onze rokende vrienden.

Tegen 14u30 zaten wij allemaal in een heel mooie en grote vergaderzaal van het CoR – de elektronische toestellen functioneerden perfect – wie het woord nam, verscheen op de schermpjes – tot iemand anders weer rap daar tussenkwam.  Op een gegeven moment was het spel voorbij en nam Klaus het woord om ons over het CoR en zijn rol in de Europese besluitvorming in te lichten. Hij sprak heel enthousiast, men merkte goed, dat hij van zijn beroep houdt. Zijn Duits/Nederlands was goed te verstaan en soms wisselde hij zelfs naar het Frans of Engels. Het was dus goed opletten, om de draad van het verhaal niet te verliezen.

Klaus eindigde op tijd om nog een koffie in de cafetaria te kunnen nuttigen.  Hij woont al lang genoeg en graag in België om te weten, hoe belangrijk pauzes en koffie in de landelijke gewoontes zijn! De uitbaters waren een beetje verrast over de plotselinge sterke vraag naar warme drank en zij draaiden met plezier een paar “overminuten” voor ons. Na een half uurtje koffie en koek, verlieten wij het CoR in richting centrum.  Ik kon zelf niet meer mee wegens muzikale verplichtingen… maar heb gehoord, dat de een of ander nog van de geneugten van de Brusselse Plattesteen wist te genieten…  Bedankt aan iedereen om ons Europeanen eens op te zoeken in Brussel.  Ik vond het een heel mooie namiddag met jullie…ook bedankt aan Rob en co voor de perfecte organisatie!

Bussi Wilhelm

Spring naar werkbalk