21 augustus 2016 – Polderroute

Zoals twee jaar geleden, was het weer bang afwachten of de weergoden ons gunstig gezind zouden zijn.  Alle dagen voorheen waren perfect en zonovergoten, maar juist op de dag dat we met onze groep gingen fietsen, waren de hemelsluizen al vanaf de vroege morgen geopend.

Met het weer valt of staat immers een fietstocht.

Volgens de weervoorspellingen werd het vanaf de middag terug beter en zou het niet meer regenen.  We besloten dan maar, met de moed der wanhoop, om onze fietstocht toch door te laten gaan.

Onderweg naar het startpunt kregen we desalniettemin een paar fikse buien te verwerken. Miserie, miserie.

Met 26 moedige mannen kwamen we samen op de parking van de bib in Gistel, vlak achter de Molenhoeve waar we die avond ons laatste avondmaal zouden nuttigen.

Inderdaad moedig, want zij hadden vertrouwen in de goede afloop en hoop op beter weer.  En ze gingen niet teleurgesteld worden, zoals achteraf bleek. Het startsein werd gegeven en de bende zette zich in beweging.  We doken al vlug de polders in, Gistel is immers niet zo uitgebreid.  Volgens de boekjes zaten we al gauw in de Oudlandpolder, de oudste polder van West-Europa !

We zullen de boekjes maar geloven, want eigenlijk was het er niet aan te zien.  Toegegeven, we fietsten langs een idyllisch kanaaltje, maakten een bocht rond een klein sluizencomplexje en waren even vlug terug op de grote baan om nadien, via de Gistelbrug, in te slaan naar de Brugse Vaart.  Die staken we op een gegeven moment terug over (via de Zandvoordebrug) om richting centrum van Oudenburg te fietsen.  En het is alleen Frank die kan zeggen, dat hij in de oudste Polder van West-Europa één van zijn spaken is kwijtgespeeld.

Op de markt van Oudenburg hadden we een eerste stopplaats op het terras in de tuin van Louis Clesse.  We palmden al gauw bijna de hele tuin in en aan een langgerekte tafel lieten we ons de biertjes en frisdranken goed smaken. Dan was het weer tijd om te vertrekken.  Al gauw fietsten we weer langs dat deel van de Brugse Vaart tussen Oostende en Brugge zelf.  Maar aan een uiterst fraai en modern bruggetje liep het mis.  I.p.v. naar links richting Oostende te fietsen, sloeg de ganse bende rechts af richting Brugge.  Maar goed dat ik mijn roze fluit mee had om ze tijdig te waarschuwen, want anders zouden we nog veel meer dan onze nodige kilometers hebben gedaan.  Dus omgekeerd richting Oostende waar we de vaart weer even verlieten richting Stalhille.

We doken nog kort een klein natuurgebiedje in via een houten bruggetje en fietsten even over een landelijk grindweggetje.  Gelukkig heeft de fiets van onze Ronny het dit keer toch uitgehouden. Een derde keer op rij lek schieten, zou te veel van het goede geweest zijn.

Stalhille, slechts een voorschoot groot, waren we voorbijgeschoten voor we er erg in hadden.

Maar daar ergens in de polders hadden we onze tweede en laatste stopplaats in de hoeve Macarel waar ze hoeve-ijs en andere lekkernijen verkochten.  We waren daar in de meerderheid op dat terras.  De meesten onder ons schoven aan om een lekker hoeve-ijsje te bestellen.

De pauze was veel te vlug voorbij, want we moesten dringend verder.

We gleden weer langs de vaart richting Oostende en aan de Plassendale brug zagen we in de verte de torens van Oostende schemeren over de verbreding van het waterkanaal.  Maar spijtig genoeg liep onze route niet naar de Koningin der Badsteden, maar terug naar het landelijke Gistel, weer via Oudenburg.  Over de Zandvoordebrug weer naar links, dan voorbij de Gistelbrug waar we eerder die dag ook waren overgestoken, maar die we dan letterlijk links lieten liggen richting een wel erg hooggeplaatste oversteekplaats, gelegen op de “Groene 62”.

Eens opgezocht : de Groene 62 ontleent zijn naam aan spoorlijn 62 die Oostende via Snaaskerke, Gistel, Moere, Eernegem, Ichtegem en Wijnendale met Torhout verbond en die in 1992 door de provincie West-Vlaanderen omgevormd werd tot een fiets- en wandelpad.

Van daar dat deze zo langgerekt en kaarsrecht was tot in het centrum van Gistel.

Het zonnetje verwelkomde ons nog steeds op het terras van de Molenhoeve waar we van ons aperitief mochten genieten.

Blij dat we waren, dat we gezond en wel terug aan ons startpunt waren aanbeland, deden we ons tegoed aan ons aperitiefje, als welverdiende beloning voor de toch wel 46 km die we achter de kiezen hadden.

Toen het frisser begon te worden, togen we naar binnen, waar we in een apart zaaltje gezellig bij elkaar konden zitten.

Een dame van een naburige tafel kon haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en kwam vragen van waar al dat “mansvolk” toch niet kwam.

Was ze nadien veel wijzer geworden ?

We lieten het ons goed smaken: de kabeljauw met gebraseerde prei en smeuïge aardappelpuree, voor anderen de gekonfijte eend, die dan toch niet zo koud was als voorheen gedacht, de filets mignons, à point of mals gebakken…  Het was allemaal in orde en het was weer een geslaagde afsluiter van een geslaagde activiteit.

Samen onderweg, samen genieten, wat moet een mens nog meer hebben !  Die gemeenschap beleven, dat is ook de essentie van onze vereniging.  Daar draait alles om en dat doet deugd.

En voor een volgende fietstocht geven we nog de volgende gouden raad :

Beste Toon, we weten wel dat je graag wordt geduwd, en misschien heb je het er wel om gedaan, maar begin aub toch te sparen voor een e-bike, anders belanden we nog samen in de gracht 😉

Spring naar werkbalk