15 oktober 2016 – Heksenwandeling in Eversambos

Het was inderdaad al van november 2014 geleden, dat we een eerste keer met Anja, alias de heks Metsa, op strooptocht gingen in de Vlaamse bossen.  Indertijd was zij nog het Rostekopje van Stavele en ook toen hebben we met haar veel plezier beleefd.

Zij verwelkomde ons op de enige parking in het bos, waar de ene al wat later aankwam dan de andere 😉

Maar we waren toch nog met 28 bospoepers die de culinaire geneugten van de heks wilden meemaken.

De naam Eversambos herinnert aan de Eversamabdij die in de 11e eeuw vlakbij deze plek aan de monding van de Poperingevaart in de Ijzer, verrees.  Die abdij is reeds lang verdwenen en het enige wat daaraan herinnert is de witte hoeve, waar, volgens onze heks, in vervlogen tijden de heksen nog bijeenkwamen.

Met haar heksencharette, bedekt met een everzwijnvacht, nam zij ons verder mee het bos in en liet zij ons kennismaken met planten, al dan niet giftig of geneeskrachtig of gewoon lekker.  Brandnetel is lekker in soepjes of als thee of in kaas, er werden ook neteldoeken mee gemaakt.  Verder nog een boompje waarvan je kleine boskersen kon plukken (in het voorjaar natuurlijk).  Van braambessen kun je naar hartenlust smullen, maar dan de besjes boven kniehoogte, want de vossen, die nu weer zeer talrijk in de bossen vertoeven, bakenen daarop met urine hun territorium af.  Je zou er een ongezellige parasiet aan over kunnen houden.  Zij maakte er ons ook op attent om zeker de vlierbessen van de hogere, houtachtige struiken te gebruiken, de andere zijn licht giftig.  En daar presenteerde zij reeds haar eerste lekkernij, een bavarois van vlierbessen op een basis van oreokoekjes.

En ja, het was LEKKER !

Ook nu kwamen er zaken terug die wij indertijd op de eerste wandeling leerden kennen.  Zij liet ons proeven van sleedoornbessen of -pruimen.  Inderdaad het waren zure pruimen !  Volgens Metsa kon je er een lekkere jenever mee maken, maar pruimenonkundigen dat wij zijn, zou ik het toch niet aanraden.

Verder nog rozebottels.  De rozebottels van ALLE rozen zijn eetbaar.  In de oorlog werden zij verzameld omwille van hun hoge Vitamine C gehalte.  Om er confituur van te maken is een ander paar mouwen, in de botteltjes zitten namelijk vele weerhaakjes die het pellen onaangenaam maken.

Ook zoals twee jaar geleden, leerde zij ons, dat de waterhuishouding aan deze zijde van de Ijzer er met rasse schreden was op vooruit gegaan.  In de waterloopjes waar ze konden paaien, kwamen zelfs verschillende soorten vis voor.

Dan was het weer tijd voor een proevertje.  We lieten ons de drie soorten jenevertjes die zij had meegebracht goed smaken : vlierbessen – , sleedoorn- en dan nog een allochtoontje, dennenknoppenjenever uit “de” Limburg.  Persoonlijk vond ik de vlierbessenjenever de beste, want ook de meest zoete.  De dennenknoppenjenever was wel even wennen.  Aan de sleedoorn”pruimen” toestand had ik geen goede herinnering van de eerste keer, dus die kelk liet ik aan mij voorbijgaan.  Het viel wel op, dat, na dit proeverijtje, de tongen losser werden en de ambiance een beetje meer ontspannen.

Als extra zoetmakertje na de jenever, had Metsa nog kastanjetruffels mee.  Een aparte, maar zeker niet onaangename smaakervaring.  Zij had er inderdaad haar werk van gemaakt.  Als afsluitertje een brandnetelkaasje, dit keer niet uit het bos, maar wel van een gekende winkelketen.

Dan verder op toch wel tamelijk modderige boswegeltjes.  En het was daar dat haar heksencharette het begaf.  Was het te wijten aan de trekkunsten van David die onze heks een beetje wou helpen of gewoon omdat zij haar toverstaf niet meehad om dit euvel te verhelpen ?  Wie zal het zeggen, maar met een paar heksenspreuken of waren het de handige Harry’s, die wel wat ervaring in het trekken hebben, wat wil je met zo’n bende beroepstrekkers, kon er verder getrokken worden.

De mooie Kardinaalsmuts kenden we ook nog van de vorige keer, maar opgelet, deze is zeer giftig.

De Gelderse Roos was weer van de partij en zij liet ons dan ook weer een poepje rieken. Verder nog een foto van de “pestvogel”, een mooie vogel, waarvan men vroeger dacht dat hij de pest verspreidde.

Verder ging het doorheen het bos en we wandelden langs een bijna droge beek in de diepte met in de verte een pittoresk houten bruggetje.  Het was een ideale picknickplaats, want aan een uiterst elegante tafelbank mochten we plaatsnemen voor verdere culinaire hoogstandjes.

Maar niet voordat zij ons had uitgelegd, hoe een heksenbezem werd gefabriceerd.  Je hebt de sterke en lenige Els als zitstok, verder nog de staart met berkentakken, toegesnoerd met wilgentwijgen, en voilà een eerste klas heksenbezem.  Zou hij ook nog kunnen vegen ?

Op onze picknickplaats haalde zij nog lekkere eikeltjeskoffie boven en thee van planten uit het bos.

Verder nog een lekkere bladerdeegtaart met hazelnotencrumble.  Verder nog brood op basis van kastanjemeel met verschillende soorten confituren van bosvruchten.  En ja, ook dit keer was het ZEER LEKKER !

Na deze laatste culinaire traktatie, nam Metsa ons terug mee naar de uitgang van het bos.  Daar namen wij afscheid van haar maar niet vooraleer zij ons als souvenir nog een builtje kruidenthee en een bladwijzer meegaf als blijvende herinnering aan onze heksenwandeling in het Eversambos.

Iedereen treuzelde een beetje om afscheid van elkaar te nemen.  Maar niet getreurd, in het Hof van Commerce van onze gastvrije en rondborstige Iris namen we nog met zijn allen een laatste bakkie troost.

In het gezelschap van bustiers in allerlei maten en heilige harten in allerlei standen sloten we deze heksenwandeling in een gemoedelijke sfeer af.

Sommigen bleven nog op hun honger zitten, daarom hadden we in ’t Sparhof in Poperinge nog een laatste avondmaal gereserveerd.  We waren daar toch nog met zijn 18 om deze culinaire wandeling op culinair niveau definitief af te sluiten.

De nacht was reeds gevallen over de velden en de bossen van de Westhoek toen we nadien terug richting “beschaafde” wereld reden.  En hopelijk blijven we allen nog een beetje betovering van deze heksentocht met ons meedragen.

Spring naar werkbalk